Terug
Gepubliceerd op 13/02/2026

Besluit  college van burgemeester en schepenen

wo 04/02/2026 - 17:00

Wijziging arbeidsreglement gemeentepersoneel - wijziging formaliteiten arbeidsongeschiktheid

Aanwezig: Jan Seynhaeve, burgemeester
Kevin Defieuw, Geert Breughe, Mathieu Desmet, Lobke Maes, Stijn Tant, Bas Surmont, Marie De Clerck, schepenen
Kurt Parmentier, algemeen directeur

Het arbeidsreglement van het gemeentepersoneel wordt gewijzigd op het vlak van de formaliteiten inzake arbeidsongeschiktheid.

Feiten, context en argumentatie

Er werden bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 4 februari 2026 wijzigingen ingevoerd in de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel op het vlak van de formaliteiten inzake arbeidsongeschiktheid.

Voor een toelichting wordt verwezen naar de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 4 februari 2026 houdende wijziging van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel: wijziging formaliteiten arbeidsongeschiktheid.

De formaliteiten inzake arbeidsongeschiktheid zijn ook opgenomen in het arbeidsreglement van het gemeentepersoneel, waardoor ook het arbeidsreglement gewijzigd moet worden.

Beslissing

Artikel 24, lid 5, van het arbeidsreglement van het gemeentepersoneel wordt als volgt gewijzigd:

Art. 24.  Formaliteiten:

  •  (...)

Volgende regeling geldt:

  1. Tot drie twee maal per kalenderjaar moet het personeelslid geen geneeskundig getuigschrift voorleggen voor de eerste dag arbeidsongeschiktheid. In dit geval deelt het personeelslid aan de leidinggevende of de personeelsdienst mee op welk adres hij zal verblijven tijdens deze eerste dag van arbeidsongeschiktheid, tenzij dit adres overeenstemt met zijn gewoonlijke verblijfplaats die bij de werkgever gekend is.
  2. Indien het personeelslid arbeidsongeschikt wordt nadat hij het werk al begonnen is, wordt dit beschouwd als overmacht. Deze dag wordt beschouwd als een onderbroken arbeidsdag. Het personeelslid moet voor deze dag geen geneeskundig getuigschrift bezorgen, tenzij op verzoek van de werkgever. Deze onderbroken arbeidsdag wordt bovendien niet beschouwd als een van voormelde drie twee dagen, opgenomen in bovenvermeld punt 1.


(...)