Terug
Gepubliceerd op 23/07/2026

Besluit  college van burgemeester en schepenen

wo 15/07/2026 - 17:00

Wijziging rechtspositieregeling gemeentepersoneel - uitvoering sectoraal akkoord 2026-2031: verhoging werkgeversbijdrage maaltijdcheques

Aanwezig: Kevin Defieuw, Lobke Maes, Stijn Tant, Bas Surmont, Marie De Clerck, schepenen
Kurt Parmentier, algemeen directeur
Verontschuldigd: Jan Seynhaeve, burgemeester
Geert Breughe, Mathieu Desmet, schepenen

De wijziging van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel wordt goedgekeurd zoals voorgesteld.

Op een volgend syndicaal overleg- en onderhandelingscomité wordt duiding gegeven over het verhoogde geraamde bedrag van het niet-aangewend gedeelde van de 0,25%-koopkrachtenveloppe.
De niet aanwending kan ingezet worden voor een heroverweging van een aantal inschalingen - desgevallend binnen een eigen aanzet tot loonhuis - of de invoering van permanentie voor bepaalde functies.
Feiten, context en argumentatie

Er werd een sectoraal akkoord afgesloten in comité C1 tussen het VVSG (vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten) als werkgeversfederatie van de lokale besturen en de drie representatieve vakbonden ACV Openbare Diensten, ACOD Lokale en Regionale Besturen en VSOA voor de beleidsperiode 2026-2032.

In dit sectoraal akkoord zijn koopkrachtmaatregelen en kwaliteitsmaatregelen opgenomen:

 

1. Koopkrachtmaatregelen

  • Verhoging van de maaltijdcheques met 2 euro in de periode van 1 januari 2026 tot 1 januari 2029: 1 euro verhoging ten laatste op 1 januari 2027 en nog eens een verhoging met 1 euro ten laatste op 1 januari 2029. Het sectoraal akkoord van 21 mei 2025 over de verhoging van het bedrag van de dienstencheques voor de koopkracht van het dienstencheque-personeel is een voorafname op het sectoraal akkoord. Lokale besturen kunnen de dienstencheque-medewerkers uitsluiten van de maaltijdchequeverhoging.
  • Oprichting van een sectorfonds tegen 1 juli 2026 door de sociale partners. Dit sectorfonds wil de lokale besturen ondersteunen op het vlak van het HR-beleid en wil de competenties van de personeelsleden van de lokale besturen versterken via vorming en opleiding en instaan voor de financiering, de toekenning en de uitkering van koopkrachtmaatregelen voor het personeel van de lokale besturen. Voor het jaar 2026 zal elk bestuur 4 euro per personeelslid moeten bijdragen aan het sectorfonds. De bijdrage voor de volgende jaren is nog niet duidelijk.  
  • Bijkomende enveloppe: De lokale besturen kennen bovenop de koopkrachtmaatregelen een enveloppe van 0,5% toe, waarvan 0,25% in 2027 en 0,25% in 2029. Deze enveloppe kan besteed worden aan koopkrachtmaatregelen voor het personeel en om de dienstverlening te versterken of op peil te houden. Er moet onderhandeld worden met de vakbonden over de concrete invulling van deze enveloppe.

Het sectoraal akkoord is niet van toepassing op de personeelsleden die onder een ander akkoord vallen: VIA (Vlaamse zorg- en welzijnssector), federaal gezondheidsakkoord, politie, brandweer en gemeentelijk onderwijs. 

 

2. Kwaliteitsmaatregelen

  • Minimale verloning: als de lokale besturen in hun lokale rechtspositieregeling wijzigingen aanbrengen aan de loopbanen en de salarisschalen, dan geldt per niveau de eerste weddentrap van de eerste weddenschaal uit de bijlage bij het vroegere BVR RPR van 7 december 2007 (gemeenten) en het BVR RPR (besluit Vlaamse regering omtrent minimale rechtspositieregeling) van 12 november 2010 (OCMW’s) als minimum (jaarsalaris aan 100%, te indexeren).
  • De sociale partners werken een kader uit voor telewerk en voor een deconnectiebeleid.
  • Lokale besturen voeren een individueel opleidingsrecht in voor hun personeelsleden van 5 dagen per jaar.
  • Er wordt in de schoot van comité C1 een werkgroep agressiebeleid opgericht, van waaruit de lokale besturen ondersteund zullen worden bij het uitwerken en uitvoeren van hun agressiebeleid.
  • Er wordt een werkgroep opgericht die acties zal uitwerken op het vlak van re-integratie van arbeidsongeschikte personeelsleden.
  • Er wordt gevraagd aan de Vlaamse regering om een eindeloopbaanregeling uit te werken, analoog als die zou uitgewerkt worden door de federale regering voor de private sector. 

 

Wat betreft de koopkrachtmaatregelen, wordt voorgesteld om in een eerste fase de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheques met ingang van 1 januari 2027 te verhogen met 1 euro voor het niet-VIA-personeel, waardoor de maaltijdcheques een zichtwaarde krijgen van 9 euro (werkgeversbijdrage: 7,91 euro, werknemersbijdrage: 1,09 euro), en om dit ook door te trekken naar het VIA-personeel via de besteding van de 0,25% enveloppe voor koopkrachtmaatregelen, weliswaar te verrekenen met koopkrachtmaatregelen voorzien in een later VIA-akkoord. Er wordt daarnaast voorgesteld om op analoge wijze met ingang van 1 januari 2029 opnieuw de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheques te verhogen met 1 euro voor het niet-VIA personeel, waardoor de maaltijdcheques een zichtwaarde krijgen van 10 euro (werkgeversbijdrage: 8,91 euro, werknemersbijdrage: 1,09 euro), en om dit ook door te trekken naar het VIA-personeel via de besteding van de tweede 0,25% enveloppe voor koopkrachtmaatregelen, opnieuw te verrekenen met koopkrachtmaatregelen voorzien in een later VIA-akkoord. 

 

Er werd hierover een protocol van akkoord afgesloten met ACV Openbare Diensten en ACOD Lokale en Regionale Besturen op 24 juni 2026, op basis van het voorstel vastgelegd in zitting van 3 juni 2026. Toen werd evenwel uitgegaan van een verkeerde definitie van het VIA-personeel. 

 

Belangrijk is te wijzen op een wijziging van het toepassingsgebied van de notie 'VIA-personeel': 

Het personeel van de publieke socioculturele sector (sport, cultuur, bibliotheek, vrije tijd, jeugd) is uit de VIA-akkoorden gekanteld vanaf 2023 en is dus niet-VIA-personeel geworden. Gedurende de looptijd van het VIA6-akkoord (1 januari 2021 - 31 december 2025) blijft het personeel van de publieke socioculturele sector nog van de recurrente voordelen voorzien uit dit akkoord en de vorige VIA-akkoorden genieten. Daarna worden de VIA-akkoorden niet meer gevolgd en valt het personeel van de socioculturele sector net zoals het andere niet-VIA-personeel onder het toepassingsgebied van de sectorale akkoorden voor het personeel van de lokale en provinciale besturen.

Dit heeft een belangrijke financiële impact, in die zin dat het niet-aangewend gedeelte van de twee maal 0,25%-enveloppe voor koopkrachtmaatregelen nog groter wordt (hogere kostprijs verplichte 1 euro verhoging werkgeversbijdrage maaltijdcheques voor niet-VIA-personeel omwille van meer niet-VIA-personeel tegenover een lagere kost voor de 1 euro verhoging werkgeversbijdrage maaltijdcheques voor het VIA-personeel omwille van minder VIA-personeel):

  • De te besteden 0,25%-koopkrachtenveloppe wordt geraamd op:
  • Voor 2027: 53 694 euro in plaats van 57 432 euro;
  • Voor 2029: 56 795 euro in plaats van 60 761 euro;
  • De kostprijs van de verhoging van de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheques met 1 euro wordt voor gemeente en OCMW Wevelgem geraamd als volgt:
  • Niet-VIA-personeel: 63 654,38 euro per jaar;
  • VIA-personeel: 27 876 euro per jaar.
  • Het niet-aangewend gedeelte van de 0,25%-koopkrachtenveloppe voor 2027 bedraagt bijgevolg: 53 694 euro minus 27 876 euro: 25 818 euro.

 

Samengevat: Het niet-aangewend gedeelte van de 0,25%-koopkrachtenveloppe van 2027, en bij uitbreiding ook van de 0,25%-koopkrachtenveloppe van 2029, is groter dan oorspronkelijk geraamd.

 

Er wordt voorgesteld om de verhoging van de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheques een eerste maal per 1 januari 2027 met 1 euro en een tweede maal per 1 januari 2029 te laten doorgaan, zoals oorspronkelijk voorgesteld en met de vakbonden overeengekomen. Voor de bestedingen van de niet-aangewende 0,25%-koopkrachtverhoging kan verwezen worden naar een heroverweging van een aantal inschalingen - desgevallend binnen een eigen aanzet tot loonhuis - of de invoering van permanentie voor bepaalde functies. 

 

Wat de koopkrachtmaatregelen betreft die ingevoerd moeten worden vanaf 1 januari 2029, wordt voorgesteld om dit op analoge wijze door te voeren als de verhoging per 1 januari 2027, waarbij, wat de doortrekking naar het VIA-personeel betreft, een akkoord voor de VIA-sector kan leiden tot het verrekenen van de toegekende verhoging jegens het VIA-personeel.

 

De verhoging van de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheques met 1 euro vanaf 1 januari 2027 en met nogmaals 1 euro vanaf 1 januari 2029 houdt een wijziging in van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel, in het bijzonder van artikel 224:

  • Huidig artikel 224:

Artikel 224.

Het personeelslid heeft recht op maaltijdcheques. De waarde van een maaltijdcheque bedraagt met ingang van 1 juli 2020 8 euro.
De werkgeversbijdrage bedraagt 6,91 euro.
Per gepresteerde dag wordt één maaltijdcheque toegekend. Het maximum aantal maaltijdcheques op jaarbasis wordt berekend door het aantal verlofdagen en het aantal feestdagen af te trekken van de jaarlijkse werkdagen. Voor andere afwezigheidsdagen, zoals ziekte, klein verlet, loopbaanonderbreking, …, worden geen maaltijdcheques toegekend.
Bij onvolledige prestaties of prestaties die niet geleverd zijn gedurende het werkjaar, wordt het aantal maaltijdcheques op jaarbasis pro rata verminderd.

Het personeelslid krijgt eenmalig, ter gelegenheid van kerstmis, geschenkencheques ter waarde van 40 euro per voltijds equivalent, waarbij uitgegaan wordt van de tewerkstellingsbreuk per 30 juni 2020. 

Voor het resterend bedrag tot 150 euro per voltijds equivalent krijgt het personeelslid naar keuze ecocheques of consumptiecheques, en dit voor de tewerkstellingsperiode lopende van 1 januari 2020 tot en met 30 juni 2020. Er wordt uitgegaan van dezelfde regels als voor de berekening van de maaltijdcheques, met dien verstande dat periodes van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht omwille van corona gelijkgesteld worden met gewerkte periodes.

 

  • Voorstel gewijzigd artikel 224:

Artikel 224.

Het personeelslid heeft recht op maaltijdcheques. De waarde van een maaltijdcheque bedraagt met ingang van 1 juli 2020 8 euro, met ingang van 1 januari 2027 9 euro en met ingang van 1 januari 2029 10 euro. 
De werkgeversbijdrage bedraagt 6,91 euro. De werkgeversbijdrage bedraagt met ingang van 1 januari 2027 7,91 euro en met ingang van 1 januari 2029 8,91 euro.
Per gepresteerde dag wordt één maaltijdcheque toegekend. Het maximum aantal maaltijdcheques op jaarbasis wordt berekend door het aantal verlofdagen en het aantal feestdagen af te trekken van de jaarlijkse werkdagen. Voor andere afwezigheidsdagen, zoals ziekte, klein verlet, loopbaanonderbreking,… worden geen maaltijdcheques toegekend.
Bij onvolledige prestaties of prestaties die niet geleverd zijn gedurende het werkjaar, wordt het aantal maaltijdcheques op jaarbasis pro rata verminderd.

Beslissing

Artikel 1

De koopkrachtmaatregelen voorzien in het sectoraal akkoord 2026-2031 worden als volgt geïmplementeerd:

  • De werkgeversbijdrage van de maaltijdcheques van het niet-VIA-personeel wordt met ingang van 1 januari 2027 verhoogd met 1 euro per maaltijdcheque, waardoor de totale zichtwaarde 9 euro per maaltijdcheque bedraagt. De verhoging van de werkgeversbijdrage van de maaltijdcheques wordt ook toegepast voor het schoonmaakpersoneel van de dienst Thuiszorg, dat reeds eerder, sinds 1 januari 2025, genoot van een koopkrachtverhoging a rato van 1 euro bruto per uur via de aanpassing van de weddeschaal E1-E3. 
  • De vanaf 2027 toe te kennen bijkomende enveloppe van 0,25% op de loonmassa van het niet-VIA-personeel en de VIA6-subsidies - heroriëntering klassieke hulpverlening - worden aangewend voor de financiering van de verhoging van de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheques met 1 euro vanaf 1 januari 2027 voor het VIA-personeel, waardoor de totale zichtwaarde 9 euro per maaltijdcheque bedraagt. 
  • De verhoging van 1 euro per maaltijdcheque voor het VIA-personeel en voor het schoonmaakpersoneel van de dienst Thuiszorg betreft een aanwending van de bijkomende enveloppe, voorzien in het sectoraal akkoord.
  • De verhoging van de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheques van het VIA-personeel wordt beschouwd als een voorafname op een later VIA-akkoord of latere VIA-akkoorden, te verrekenen met koopkrachtmaatregelen voorzien in een later VIA-akkoord. 
  • Op analoge wijze worden de koopkrachtmaatregelen, voorzien vanaf 1 januari 2029, ingevoerd (verhoging voor het VIA- en niet-VIA-personeel van de werkgeversbijdrage in de maaltijdcheques met 1 euro per maaltijdcheques waardoor de zichtwaarde per 1 januari 2027 10 euro bedraagt), te heroverwegen na het bereiken van een akkoord binnen de VIA-sector.

Artikel 2 
Op een volgend syndicaal overleg- en onderhandelingscomité wordt duiding gegeven over het verhoogde geraamde bedrag van het niet-aangewend gedeelde van de 0,25%-koopkrachtenveloppe.
Dit niet aangewende deel van de enveloppe kan ingezet worden voor een heroverweging van een aantal inschalingen - desgevallend binnen een eigen aanzet tot loonhuis - en de invoering van permanentie voor bepaalde functies.
De administratie krijgt de opdracht om deze aanwendingen verder te onderzoeken. 


Artikel 3

De rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel wordt als volgt gewijzigd:

    • Artikel 224. 
      Het personeelslid heeft recht op maaltijdcheques. De waarde van een maaltijdcheque bedraagt met ingang van 1 juli 2020 8 euro, met ingang van 1 januari 2027 9 euro en met ingang van 1 januari 2029 10 euro. 
      De werkgeversbijdrage bedraagt 6,91 euro. De werkgeversbijdrage bedraagt met ingang van 1 januari 2027 7,91 euro en met ingang van 1 januari 2029 8,91 euro.
      Per gepresteerde dag wordt één maaltijdcheque toegekend. Het maximum aantal maaltijdcheques op jaarbasis wordt berekend door het aantal verlofdagen en het aantal feestdagen af te trekken van de jaarlijkse werkdagen. Voor andere afwezigheidsdagen, zoals ziekte, klein verlet, loopbaanonderbreking,… worden geen maaltijdcheques toegekend.
      Bij onvolledige prestaties of prestaties die niet geleverd zijn gedurende het werkjaar, wordt het aantal maaltijdcheques op jaarbasis pro rata verminderd.