Het belastingreglement op de uitbating van bars en privéclubs wordt hervastgesteld.
Op 31 december 2025 verstrijkt de geldigheidsduur van het belastingreglement op de uitbating van bars en privéclubs.
Het is aangewezen dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
De aanwezigheid van bars en privéclubs op het grondgebied van Wevelgem kan zorgen voor bijkomende overlast en tot activiteiten die de veiligheid, openbare orde, rust en zedelijkheid in de gemeente in het gedrang brengen. Dit leidt tot een grotere inspanning van de gemeente en vraagt een verhoogde waakzaamheid en inzet van de lokale politie wat zorgt voor bijkomende kosten. Het is dan ook redelijk en billijk dat de bars en privéclubs bijdragen in deze kosten.
De belasting is volledig en ondeelbaar verschuldigd voor het aanslagjaar. Niettemin wordt deze belasting opnieuw opgelegd bij een nieuwe uitbater in de loop van het jaar, dit kadert in de doelstelling om de betrokken activiteiten zoveel als mogelijk in te perken (ontradend karakter).
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren. Het belastingbedrag wordt ook geïndexeerd om een antwoord te bieden op prijsevoluties in de algemene uitgaven.
De krachtlijnen rond de hervaststelling van de belastingreglementen n.a.v. de nieuwe legislatuur werden toegelicht op de gemeenteraadscommissie Algemeen Beleid en Ondersteuning van 4 november 2025.
De ontvangsten worden geboekt op rekening 0020-00/734100 van het exploitatiekrediet 2026-2031.
Artikel 1
Voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op de uitbating van bars en privéclubs gelegen op het grondgebied van de gemeente Wevelgem.
Artikel 2
Een bar of privéclub is iedere inrichting waar personen, ongeacht hun geslacht, met of zonder loon, tijdelijk of bestendig, de klanten lokken of bedienen en die de handel van de uitbater, gelinkt aan of geïnspireerd door erotisch gedrag, bevorderen, rechtstreeks of onrechtstreeks, hetzij door gewoonlijk met de klant te verbruiken, hetzij door het verbruik op gelijk welke andere manier te stimuleren dan door gewoon de klanten te bedienen of door normaal dienstbetoon of tot verbruik aan te zetten door alle andere middelen dan de eenvoudige uitoefening van zang-, dans-, of woordkunst en dit ongeacht of de toegang afhankelijk gesteld wordt van het vervullen van zekere formaliteiten of voorbehouden is aan zekere personen.
Dit kan vastgesteld worden doordat die inrichtingen ofwel hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen, ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken, uitgevoerd door de politiediensten, blijkt dat zij een dergelijke bedrijvigheid uitoefenen.
Artikel 3
§1. De jaarlijkse belasting is vastgesteld op 6 000 euro per belastingplichtige inrichting.
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het aanslagjaar. De belasting is verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of stopzettingsdatum van de belastingplichtige inrichting is. Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.
Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex conform de volgende formule:
Het verschuldigde bedrag wordt afgerond op de eenheid volgens de wiskundige afrondingsregels: bedragen van 0,50 euro en hoger worden naar boven afgerond, bedragen lager dan 0,50 euro worden naar beneden afgerond.
§2. Als de belastingplichtige inrichting in de loop van het jaar wordt overgedragen aan een andere uitbater, dan is de belasting andermaal verschuldigd door deze nieuwe uitbater.
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die uitbater is van de bar en/of privéclub.
De eigenaar van het pand is in ieder geval hoofdelijk aansprakelijk tot betaling van de belasting.
De belasting is verschuldigd ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit het gemeentelijk reglement inzake prostitutieruimtes en zijn latere wijzigingen of uit andere wettelijke bepalingen gerespecteerd zijn.
Artikel 5
§1. De natuurlijke of rechtspersoon die een belastingplichtige inrichting opent, is verplicht daarvan aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier dat op eenvoudig verzoek kan bekomen worden.
Deze aangifte dient uiterlijk op 31 juli van het aanslagjaar ingediend te worden voor de openingen/wijzigingen van uitbating die hebben plaatsgevonden in de eerste helft van het aanslagjaar. De aangifte dient te geschieden uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het aanslagjaar voor de openingen/wijzigingen van uitbating die hebben plaatsgevonden in de tweede helft van het aanslagjaar.
§2. De uitbater van een belastingplichtige inrichting is verplicht jaarlijks een aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen van de exploitatie van de bar of privéclub. De aangifte moet gebeuren uiterlijk op 30 juni van elk aanslagjaar op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen. De belastingplichtige blijft in elk geval verantwoordelijk om de aangifte te doen uiterlijk op 30 juni van het aanslagjaar.
§3. De natuurlijke of rechtspersoon die een belastingplichtige inrichting overbrengt, overlaat of sluit, is verplicht dit tenminste zestig dagen voorafgaand te melden bij het college van burgemeester en schepenen. Bij gebreke aan dergelijke (tijdige) melding zal de belastingplichtige die de inrichting overbrengt, overlaat of sluit toch beschouwd worden als belastingplichtige voor de eerstvolgende belasting die na de overbrenging, overlating of sluiting wordt gevestigd.
§4. De aangiftes en de meldingen kunnen via één van de volgende kanalen gebeuren:
- per e-mail: belastingen@wevelgem.be,
- per post: college van burgemeester en schepen, Vanackerestraat 16, 8560 Wevelgem,
- per elektronische weg andere dan e-mail indien een daartoe strekkend elektronisch platform ter beschikking wordt gesteld door de gemeente.
Artikel 6
Als er geen, geen juiste of volledige aangifte is gedaan voor aangiftedatum wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht tot bezwaar en beroep.
Artikel 7
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 20% van de verschuldigde belasting. Het bedrag van de verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve gevestigde belasting ingekohierd.
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9
Dit belastingreglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.