Het reglement houdende de algemene gemeentebelasting gezinnen wordt hervastgesteld.
Op 31 december 2019 verstrijkt de geldigheidsduur van het belastingreglement algemene gemeentebelasting gezinnen. Het is aangewezen dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
Het gemeentebestuur heeft tot taak bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk beleid. Aan deze taak zijn heel wat uitgaven verbonden. Het is dan ook redelijk en billijk om een deel van deze uitgaven te spreiden over de volledige bevolking.
Aangezien de belasting gericht is op een rechtmatige verdeling van de belastingdruk is het verantwoord de inkomsten te genereren bij (meer) draagkrachtige belastingplichtigen. Dit enerzijds door een vrijstelling te voorzien voor gezinnen die als economisch zwakker kunnen beschouwd worden en anderzijds door een lager tarief te voorzien voor gezinnen die het economisch moeilijker hebben, nl. alleenstaanden en eenoudergezinnen, waarbij deze worden gedefinieerd op een administratief eenvoudige manier om de administratieve last bij de gezinnen en bij de gemeentelijke diensten te beperken. Dit kadert in een sociale doelstelling.
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren.
De belastingbedragen worden ook geïndexeerd om een antwoord te bieden op prijsevoluties in de algemene uitgaven.
De krachtlijnen rond de hervaststelling van de belastingreglementen n.a.v. de nieuwe legislatuur werden toegelicht op de gemeenteraadscommissie Algemeen Beleid en Ondersteuning van 4 november 2025.
De ontvangsten worden geboekt op rekening 0020-00/738010 van het exploitatiekrediet 2026–2031.
Artikel 1
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een algemene gemeentebelasting geheven ten laste van de gezinnen die in de gemeente Wevelgem hun hoofdverblijfplaats hebben op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2
§1. Onder gezin wordt verstaan, overeenkomstig de omzendbrief van 7 oktober 1992 betreffende het houden van de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister:
§2. Onder hoofdverblijfplaats wordt verstaan, overeenkomstig voormelde omzendbrief van 7 oktober 1992:
Artikel 3
De gezinssituatie en de hoofdverblijfplaats op 1 januari van het aanslagjaar blijken uit zowel de bevolkings- en vreemdelingenregisters van de gemeente als uit het rijksregister van de natuurlijke personen.
Artikel 4
§1. De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het aanslagjaar en bedraagt:
a) 75 euro voor een gezin dat bestaat uit één persoon die gewoonlijk alleen leeft.
b) 75 euro voor een éénoudergezin, zijnde een gezin dat bestaat uit één ouder die samenleeft met ten minste één kind dat op 1 januari van het aanslagjaar de leeftijd van 26 jaar nog niet heeft bereikt.
c) 100 euro voor een gezin dat bestaat uit een vereniging van twee of meer personen, die al dan niet door verwantschap aan elkaar verbonden, gewoonlijk in één en dezelfde woning verblijven en er samenleven met uitzondering van de in b) bedoelde éénoudergezinnen.
§2. Deze bedragen worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex conform de volgende formule:
Het verschuldigde bedrag wordt afgerond op de eenheid volgens de wiskundige afrondingsregels: bedragen van 0,50 euro en hoger worden naar boven afgerond, bedragen lager dan 0,50 euro worden naar beneden afgerond.
Artikel 5 Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de referentiepersoon van het gezin, bedoeld in voormelde omzendbrief van 7 oktober 1992, dat is het gezinslid dat gewoonlijk met de administratie in contact staat voor de aangelegenheden die het gezin betreffen.
Artikel 6
Een gezin is vrijgesteld van belasting als de referentiepersoon van het gezin op 1 januari van het aanslagjaar recht heeft op maatschappelijke integratie (leefloon) op basis van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie (en latere wijzigingen) of steun ontvangt van een OCMW die geheel of gedeeltelijk ten laste wordt genomen door de federale staat.
Artikel 7
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8
Dit belastingreglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.