Het algemeen retributiereglement wordt hervastgesteld.
Het gemeentebestuur verricht heel wat prestaties of diensten waaruit individuele personen, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen en verenigingen, rechtstreeks een persoonlijk voordeel uithalen. Aan deze prestaties of diensten zijn meestal kosten verbonden die het gemeentebestuur moet of heeft moeten maken.
Het is redelijk en billijk om deze kosten, minstens voor een deel, door te rekenen aan de persoon of instantie die een voordeel haalt uit de geleverde prestatie of dienst.
Het lokaal bestuur staat voor de uitdaging om kwalitatieve dienstverlening te blijven garanderen terwijl kosten jaar na jaar stijgen. Een indexering van de tarieven is geen keuze, maar een noodzaak om financieel gezond te blijven.
De energiefacturen, personeelskosten, onderhoudscontracten en materialen worden jaarlijks duurder door inflatie. Zonder tariefaanpassing zouden deze extra kosten volledig moeten opgevangen worden uit de algemene middelen, wat ten koste gaat van andere dienstverlening of beleidsprioriteiten.
Er wordt voorgesteld om de tarieven aan te passen met ingang van 1 januari 2026 o.b.v. een globale indexatie-oefening en benchmark tegenover de omliggende gemeenten. Op deze manier vertegenwoordigen de retributies een correcte en redelijke vergoeding voor de bedoelde dienstverlening.
Voor het gros van de tarieven wordt voorgesteld om een nieuwe indexatie-oefening te voeren halfweg het meerjarenplan om te komen tot nieuwe tarieven vanaf 1 januari 2029. Eind 2028 kan het algemeen retributiereglement opnieuw hernomen worden. Deze gefaseerde aanpak biedt aanzienlijke administratieve voordelen door het beperken van jaarlijkse aanpassingen in softwaresystemen, communicatiematerialen en reglementen en zorgt eveneens voor duidelijkheid ten aanzien van onze inwoners, verenigingen,...
De retributies op de diensten geleverd door de Bibliotheek blijven voorlopig ongewijzigd, met uitzondering van de kosten voor kopies. De tarieven worden momenteel besproken in een breder regionaal kader. Er lopen gesprekken met bibliotheken uit de regio en Zuidwest, maar deze zijn nog niet afgerond. Afhankelijk van de uitkomst van deze overleggen kunnen de tarieven op een later moment worden aangepast.
Tarieven waarbij vandaag al een indexatie is voorzien, worden niet aangepast. Ook de retributie op de begraafplaatsen en kermissen blijven ongewijzigd.
Artikel 1.1.
Voor de invordering van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen worden de volgende kosten aangerekend:
| eerste herinnering |
Geen kosten |
| tweede herinnering (aangetekend in geval van niet-fiscale schuldvorderingen) |
15 euro |
| betekenen van een dwangbevel |
kosten van de deurwaarder |
De kosten zijn ten laste van de schuldenaar van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Artikel. 1.2.
Voor de invordering van onbetwiste en opeisbare fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen kan de financieel directeur een dwangbevel uitvaardigen. De hieraan verbonden kosten zijn volledig ten laste van de schuldenaar van de fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen.
Artikel. 1.3.
Bij gedeeltelijke betaling zullen eerst de volgens dit reglement aangerekende kosten (port- en administratiekost) aangezuiverd worden en vervolgens de openstaande fiscale en niet-fiscale schuldvordering (hoofdsom).
Artikel 2.1.
Er wordt een retributie geheven op het afleveren van fotokopies door de gemeentelijke diensten en het afdrukken op printers en/of fotokopietoestellen van het gemeentebestuur. Voor fotokopies en afdrukken in de bibliotheek wordt verwezen naar artikel 6.4.
Artikel 2.2.
Volgende tarieven zijn van toepassing:
- A4 enkelzijdig zwart/wit 0,20 euro
- A4 enkelzijdig kleur 0,40 euro
- A3 enkelzijdig zwart/wit 0,50 euro
- A3 enkelzijdig kleur 1,00 euro
Kopie of afdruk van plannen
- Voor het maken van een kopie of een afdruk van plannen, waarvan het formaat niet is vermeld hierboven, zal de werkelijke kostprijs, zoals vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen, worden aangerekend.
Artikel 3.1.
Er wordt een retributie geheven op het opzoeken en afleveren van inlichtingen uit het archief inclusief genealogische opzoekingen, opgezocht door de gemeentelijke administratieve diensten voor zover deze inlichtingen niet moeten worden voorgelegd in het kader van een wettelijke, reglementaire, administratieve of gerechtelijke procedure. De aanvrager dient aan te tonen dat zijn vraag kadert in een wettelijke, reglementaire, administratieve of gerechtelijke procedure.
Artikel 3.2.
De retributie is verschuldigd door de persoon die de inlichtingen vraagt.
Artikel 3.3.
De vergoeding wordt als volgt vastgesteld:
- forfaitaire vergoeding van 20 euro
- per inlichting (d.i. per akte/uittreksel): 5 euro, te verhogen met de geldende kostprijs van de fotokopies/afdrukken overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van dit retributiereglement.
Voornoemde forfaitaire vergoeding is verschuldigd per aanvraag. Per aanvraag kunnen maximum 5 inlichtingen worden aangevraagd.
De retributie is ook verschuldigd indien er geen gegevens worden gevonden. De gemeente gaat een inspanningsverbintenis aan, maar geen resultaatsverbintenis.
Zelf opzoekingen in het archief verrichten is kosteloos, maar kan wel pas na afspraak met de dienst Secretariaat.
Artikel 3.4.
De aanvraag tot opzoekingen moet schriftelijk gebeuren (brief – fax – e-mail).
De inlichting wordt pas verstrekt nadat de retributie werd vereffend door overschrijving op rekening van het gemeentebestuur Wevelgem of contant betaald werd.
Artikel 3.5.
Kopies of afdrukken van akten of documenten die door bezoekers zelf opgezocht worden in de leeszaal, worden aangerekend volgens de geldende prijs van fotokopies en afdrukken overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van dit retributiereglement.
Artikel 3.6.
Kopies of afdrukken van akten uit de registers van de burgerlijke stand dienend voor genealogische opzoekingen die door bezoekers zelf worden opgezocht in de leeszaal, worden zo veel mogelijk via Scan Search gemaakt om de schade aan de registers zo veel mogelijk te voorkomen en worden eveneens verrekend aan de geldende prijs voor fotokopies en afdrukken overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van dit retributiereglement.
Hoofdstuk 4. Retributie op het afleveren van omgevingsdossiers, documenten en inlichtingen inzake stedenbouw, milieu en omgevingsvergunningen
Artikel 4.1.
Er wordt een retributie gevestigd op het behandelen van omgevingsdossiers, het opmaken van documenten en het opmaken en versturen van inlichtingen inzake stedenbouw, milieu, omgeving en wonen voor notarissen, vastgoedmakelaars en andere.
Artikel 4.2. Retributie voor het afleveren van stedenbouwkundige en planologische attesten
Voor het afleveren van stedenbouwkundige attesten in de zin van artikel 5.3.1 van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening of planologische attesten in de zin van artikel 4.4.24 e.v. van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening is een retributie verschuldigd van
respectievelijk 60 euro (stedenbouwkundig attest) en 250 euro (planologisch attest).
Artikel 4.3. Retributie voor dossier- en administratiekosten bij een omgevingsvergunning
Voor dossier- en administratiekosten wordt een vast recht gevraagd van:
Voor dossiers met een openbaar onderzoek worden eveneens de effectieve portkosten en de kosten voor publicatie in de pers teruggevorderd.
Het verschuldigd zijn van de retributie is niet gekoppeld aan het al dan niet verkrijgen van de vergunning.
Artikel 4.4. Retributie voor dossierkosten voor het afleveren van een conformiteitsattest na een woningonderzoek
De vergoeding voor de behandeling van een aanvraag van een conformiteitsattest, bedraagt:
Deze bedragen worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex conform de volgende formule: nieuw bedrag = basisbedrag x aangepaste gezondheidsindex/gezondheidsindex november 2022.
Artikel 4.5. Inlichtingen omgevings-, milieu- en stedenbouwkundige gegevens
Voor het opzoekingswerk in het archief en het afleveren van inlichtingen inzake omgevings-, milieu- en stedenbouwkundige vergunningen en gegevens op vraag van notarissen, vastgoedmakelaars, studiebureaus, bodemsaneringsdeskundigen en andere wordt volgende retributie aangerekend:
Onder afschrift wordt hier begrepen elke opzoeking die resulteert in een afzonderlijk document dat digitaal wordt bezorgd.
Artikel 4.6. Aanpassingen aan het grondeninformatieregister voor een deel van een perceel of bij het splitsen van percelen
Voor een aanpassing aan het grondeninformatieregister voor een deel van een perceel of bij het splitsen van percelen wordt een retributie van 50 euro aangerekend per perceel waarvoor een aanpassing moet gebeuren.
Artikel 4.7.
Deze retributie is verschuldigd door de persoon die de vergunning, de inlichtingen of de aanpassing aanvraagt.
De retributie is niet verschuldigd voor overheidsinstellingen of instellingen die opgericht zijn door overheden.
Artikel 5.1.
Er wordt een retributie gevestigd op diverse diensten geleverd door de bibliotheek.
Artikel 5.2.
§1. Inschrijvingsgeld
Het inschrijvingsgeld bedraagt:
| tot 18 jaar |
gratis |
| voltijdse studenten |
gratis |
| vanaf 18 jaar (lidgeld is 1 jaar geldig) |
5 euro |
| houders van een UiTPAS met kortingstarief |
1 euro |
| eerste lenerspas |
gratis |
| verlies lenerspas |
2,50 euro |
| vervanging door eID-kaart |
gratis |
De lenerspas wordt automatisch geblokkeerd als de geldigheid ervan 31 dagen verstreken is, de openstaande retributie meer dan 20 euro bedraagt of langer dan 8 weken open staat.
Het inschrijvingsgeld is geldig in alle bibliotheken uit de regio zuidwest.
§2. Uitleenmodaliteiten
| Uitleenvoorwaarden |
Leengeld |
Uitleentermijn |
Maningsgeld per dag |
| Alle materialen |
gratis |
28 dagen |
0,15 euro |
De uitleentermijn van de materialen kan 1 keer verlengd worden. Voor speciale passen (klassen, instellingen, bib-aan-huis, …) gelden andere uitleenvoorwaarden.
§3. Dienstverlening
| Reservering van eigen bibliotheekmateriaal |
1 euro
|
| Reservering van bibliotheekmateriaal uit andere bibliotheken (IBL) |
5 euro, eventueel vermeerderd met de kosten aangerekend door de wetenschappelijke bibliotheek |
| Gebruik internetpc’s |
gratis |
| Gebruik hotspot |
gratis |
| Gebruik kopieermachine/prints
|
Tarieven 0,20 euro |
| Aankoop bibliotheektas |
1 euro |
| Aankoop UiTPAS |
3 euro |
| Vervanging UiTPAS |
1 euro |
§4. Verlies of beschadiging
Bij verlies of totale beschadiging moet de gebruiker de kostprijs betalen die noodzakelijk is voor de vervanging van het verloren of vernietigd materiaal. Voor materialen, die niet meer verkrijgbaar zijn, wordt bovendien een door het diensthoofd Cultuur-Bibliotheek of zijn vervanger te bepalen toeslag aangerekend die moet volstaan om in de vervanging van gelijkwaardig materiaal te voorzien.
Bij gedeeltelijke beschadiging en wanneer de kostprijs van een verloren materiaal niet meer kan achterhaald worden, bepaalt het diensthoofd Cultuur-Bibliotheek of zijn vervanger het bedrag van de schadevergoeding.
§5. Overige
De retributie is verschuldigd door de persoon die gebruik maakt van de betrokken dienst of, ingeval van verlies of beschadiging, de persoon op wiens naam het betrokken materiaal werd uitgeleend.
Artikel 6.1.
Er wordt een retributie gevestigd op het afleveren van allerhande stukken door het gemeentebestuur.
De retributie is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon of vereniging aan wie het stuk wordt afgeleverd.
Artikel 6.2.
Het bedrag van de gemeentelijke retributie wordt vastgesteld als volgt:
> Nieuwe reispas/reisdocument: 10,84 euro
> Spoedprocedure: 12,05 euro
> Gewone procedure: 0 euro
> Spoedprocedure: 0 euro
De bedragen, vermeld in dit artikel, worden verhoogd met de rechten en kosten van aanmaak, aangerekend door en ten gunste van de hogere overheid, op basis van de wetten, normen of onderrichtingen bepaald door deze overheid.
De totale verschuldigde retributie wordt steeds afgerond op de hogere gehele euro.
Artikel 6.3.
Worden van de gemeentelijke retributie vrijgesteld:
- De stukken die in uitvoering van een wet of van gelijk welk reglement van de administratieve overheid door het gemeentebestuur kosteloos moeten worden afgeleverd.
- De stukken die, door het gemeentebestuur, rechtstreeks afgeleverd worden aan de gerechtelijke en administratieve overheden.
Artikel 7.1.
Er wordt een retributie gevestigd op het gebruik van de diensten van de gemeentelijke begraafplaatsen.
Artikel 7.2.
De retributie wordt vastgesteld als volgt:
| A. Concessie 30 jaar |
|
|
| in volle grond |
500 euro |
|
| grafkelder |
500 euro |
|
| columbariumnis |
500 euro |
|
| urne in volle grond |
500 euro |
|
| urne in kelder |
500 euro |
|
| kinderperk/vlindertuin |
|
|
|
gratis |
|
|
500 euro |
|
| hernieuwing bestaande concessie 15 jaar |
250 euro |
|
| hernieuwing bestaande concessie 30 jaar |
500 euro |
|
| hernieuwing bestaande concessie kinderperk/vlindertuin |
|
|
|
gratis |
|
|
250/500 euro |
|
| meervoudige concessie |
tarief x 2 |
|
| B. Zonder concessie 15 jaar |
gratis |
|
| C. Naamplaatje strooiweide |
50 euro |
|
| D. Naamplaatje vlindertuin |
|
|
|
gratis |
|
|
50 euro |
|
| D. Opgravingen: voor A en B |
|
|
| monument door gemeente te slopen en af te voeren |
750 euro |
|
| monument af te voeren door de zorgen van de aanvrager |
650 euro |
|
| kinderen t.e.m. leeftijd van 12 jaar |
250/200 euro |
|
| verwijderen asurnen uit graven of columbariumnissen |
100 euro |
|
| E. Aankopen van: |
|
|
| kelders voor urnenveld |
gratis |
|
| klassieke grafkelders 2 personen |
600 euro |
|
| columbariumnis |
gratis |
|
| afdekplaten voor columbariumnissen |
90 euro |
|
| grafteken vlindertuin (tegel + vlinder) |
|
|
|
gratis |
|
|
200 euro |
|
| Nestkastje of insectenhotel (perken 'begraven bij gedenkboom') |
30 euro |
|
* met inwoners wordt bedoeld: levenloos geboren kinderen en kinderen tot de leeftijd van 7 jaar van wie één van de ouders of grootouders is ingeschreven in de gemeente.
Artikel 7.3.
De retributies zijn verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon, die:
Als tijdstip voor betaling wordt bepaald:
Artikel 8.1.
Er wordt een retributie vastgesteld voor het ontlenen van feestmateriaal zoals bedoeld in het gebruikersreglement op het beschikbaar stellen van feestmateriaal, als volgt:
| Afmetingen/omschrijving |
|
Tarief |
Per |
|
| STOELEN |
|
|||
| Kunststof stoel groen |
|
€ 0,50 |
Stuk/activiteit |
|
| Metalen klapstoel |
|
€ 0,50 |
Stuk/activiteit |
|
| Metalen stoel met houten zitting |
|
€ 0,50 |
Stuk/activiteit |
|
| TAFELS |
|
|||
| Kunststof tafel groen – 0m70 x 0m70 |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| Rode klaptafel – 0m90 x 0m60 |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| Vaste tafel – 0m70 x 0m80 |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| Uitbreiding – lengsel voor vaste tafel 2m x 0m80 |
|
€ 2,60 |
Stuk/activiteit |
|
| Receptietafel – Ø0m80 – (per 6 stuks op een kar) |
|
€ 6,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Plaat met 3 schragen – 3m x 0m80 |
|
€ 3,70 |
Stuk/activiteit |
|
| PODIA |
|
|||
| Type blanco – 2m00x1m00 – hoogte max 1m |
|
€ 6,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Type blauw – 2m00x1m00 - vaste hoogte 1m |
|
€ 6,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Type geel – 2m00x1m00 – H 0m40/0m60 |
|
€ 6,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Type wit – 1m60x0m80 – H 0m40/0m60 |
|
€ 6,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Type zwart – 2m00x1m00 – H0m40/0m60 of H0m70/0m90 |
|
€ 6,00 |
Stuk/activiteit |
|
|
|
|
|
|
|
| Vaste podiumtrap 2 treden |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| Vaste podiumtrap 3 treden |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| Vaste metalen trap 4 treden |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| Verstelbare metalen trap 5 treden |
|
€ 6,10 |
Stuk/activiteit |
|
| Verstelbare trap 6 treden aluminium |
|
€ 6,10 |
Stuk/activiteit |
|
|
|
|
|
|
|
| Leuningen voor podium |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| Podiumrokken 60cm zwart of groen |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| Podiumrokken 100cm zwart of groen |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
|
|
|
|
|
|
| Houten danspodia H0m25 of 0m50 |
|
€ 6,00 |
Stuk/activiteit |
|
|
|
|
|
|
|
| Plaatsen/wegnemen podium tijdens de werkuren |
|
€ 3,00 |
Stuk |
|
| Plaatsen/wegnemen podium buiten de werkuren |
|
€ 6,00 |
Stuk |
|
|
|
|
|
|
|
| Mobiel podium 7,50 m x 6,30 m met overkapping |
|
€ 365 |
Stuk/activiteit |
|
| Waarborg mobiel podium |
|
€ 500 |
Stuk |
|
|
|
|
|
|
|
| NADARS EN BOUWHEKKEN |
|
|||
| Kar met 90 nadars |
|
€ 45,00 |
Kar/activiteit |
|
| Kar met 100 nadars |
|
€ 50,00 |
Kar/activiteit |
|
| Losse nadars |
|
€ 0,50 |
Stuk/activiteit |
|
|
|
|
|
|
|
| Plaatsen/wegnemen nadars tijdens de werkuren |
|
€ 1,00 |
Stuk |
|
| Plaatsen/wegnemen nadars buiten de werkuren |
|
€ 2,00 |
Stuk |
|
|
|
|
|
|
|
| Bouwhekken (in pakket van 25 stuks) |
|
€ 2,50 |
Stuk/activiteit |
|
| Voeten voor bouwhekken |
|
€ 0,60 |
Stuk/activiteit |
|
| Wielen voor bouwhekken |
|
€ 2,50 |
Stuk/activiteit |
|
| Ingang/uitgang voor bouwhekken |
|
€ 2,50 |
Stuk/activiteit |
|
|
|
|
|
|
|
| Plaatsen/wegnemen bouwhekken tijdens de werkuren |
|
€ 1,00 |
Stuk |
|
| Plaatsen/wegnemen bouwhekken buiten de werkuren |
|
€ 2,00 |
Stuk |
|
| TOOGPLATEN |
|
|||
| Voortoogplaten – 2m60 x 0m60 |
|
€ 1,30 |
Stuk/activiteit |
|
| TENTOONSTELLINGSPANELEN |
|
|||
| TYPE A – met vaste voeten |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| TYPE B – met vaste voeten |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| TYPE C – met losse voeten |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| TYPE D – met losse voeten |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| TYPE E – met losse voeten |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| TENTEN |
|
|||
| Grote partytent 6m x 3m |
|
€ 75,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Kleine partytent 3m x 3m |
|
€ 50,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Zijkant 3 m met doorzichtig gedeelte |
|
€ 6,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Zijkant 3 m volledig gesloten |
|
€ 6,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Gewichten voor op de poten |
|
€ 0,30 |
Stuk/activiteit |
|
| Regengootjes voor tussen 2 grote partytenten |
|
€ 6,00 |
Stuk/activiteit |
|
|
|
|
|
|
|
| Waarborg grote tent |
|
€ 100 |
Stuk |
|
| Waarborg kleine tent |
|
€ 50 |
Stuk |
|
| VLAGGEN |
|
|||
| Houten vlaggenmasten 6m of 8m |
|
€ 3,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Aluminium vlaggenmast met metalen onderstel |
|
€ 3,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Vlaggen (diverse beschikbaar) |
|
€ 1,30 |
Stuk/activiteit |
|
| ELEKTRICITEIT |
|
|||
| Werfkast (excl. verbruik) |
|
€ 50,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Verdeelkast (excl. verbruik) |
|
€ 12,50 |
Stuk/activiteit |
|
| Elektriciteitsverbruik – FORFAIT |
|
€ 25,00 |
Activiteit |
|
| Elektriciteitsverbruik – WERKELIJK (meteropname), volgens werkelijk verbruik tegen kostprijs |
|
|
Per kWh |
|
| WATER |
|
|||
| Waterstandpijp + sleutel (excl. verbruik) |
|
€ 12,50 |
Stuk/activiteit |
|
| Brandslangen (±20m) |
|
€ 3,00 |
Stuk/activiteit |
|
| Waterverbruik – WERKELIJK (meteropname), volgens werkelijk verbruik tegen kostprijs |
|
|
Per m³ |
|
| DIVERSE |
|
|||
| Standkraampjes – 1m20 x 0m60 met bovenbouw |
|
€ 6,50 |
Stuk/activiteit |
|
| WBP platen – 2m50 x 1m25 |
|
€ 2,50 |
Stuk/activiteit |
|
| 1-2-3 blok |
|
€ 1,80 |
Stuk/activiteit |
|
| Kleine kijkkast |
|
€ 1,30 |
Stuk/activiteit |
|
| Grote kijkkast |
|
€ 1,30 |
Stuk/activiteit |
|
De vermelde retributies zijn inclusief btw.
Een activiteit kan hierbij maximaal 7 kalenderdagen duren. Indien een activiteit een langere duurtijd heeft, wordt een extra retributie aangerekend per lopende kalenderweek, met uitzondering van de zomerkampen van de jeugdbewegingen, waar een zomerkamp met een maximale duurtijd van 14 kalenderdagen als één activiteit wordt beschouwd, dit evenwel slechts voor één zomerkamp per kalenderjaar per jeugdbeweging.
Ingeval van inbreuk op artikel 13 van het gebruikersreglement op het beschikbaar stellen van feestmateriaal, wordt een forfaitair bedrag van 35 euro per medewerker per uur aangerekend voor het uitvoeren van extra werkzaamheden door de gemeentelijke diensten.
Artikel 8.2.
Zijn vrijgesteld van deze retributie:
− Wevelgemse onderwijsinstellingen die feestmateriaal ontlenen voor schoolse activiteiten binnen de lesuren
− openbare besturen die feestmateriaal ontlenen voor eigen gebruik, indien het gemeentebestuur Wevelgem ook gratis gebruik kan maken van hun feestmateriaal
− het OCMW van de gemeente Wevelgem.
Artikel8.3.
Het podium wordt gratis opgesteld door de medewerkers van het gemeentebestuur voor verenigingen waarvan de werking specifiek gericht is op personen met een handicap, op voorwaarde dat dit gebeurt tijdens de werkuren. Zo niet, dan wordt de retributie bepaald zoals in artikel 8.1.
Indien de activiteit georganiseerd wordt door een bovenvernoemde vereniging in samenwerking met andere dan bovenvernoemde verenigingen, dan wordt de retributie bepaald zoals in artikel 8.1.
Artikel 8.4.
De retributie, vermeld in dit hoofdstuk, is hoofdelijk en ondeelbaar verschuldigd door de ontlener of de aanvrager, zoals vermeld in artikel 2 van het gebruikersreglement op het beschikbaar stellen van feestmateriaal.
Artikel 8.5.
Wanneer bij het verhuren van feestmateriaal een waarborg gevraagd wordt, moet deze volgens de modaliteiten van het retributiereglement ten laatste 7 kalenderdagen voor de aanvang van de activiteit voldaan zijn:
− ofwel door contant te betalen bij de gemeentekas in het gemeentehuis
− ofwel door overschrijving op een door het gemeentebestuur voorgestelde rekening.
Hoofdstuk 9. Retributie op het ontlenen van signalisatiemateriaal
Artikel 9.1.
§1. Het signalisatiemateriaal dat ontleend wordt, zoals bedoeld in het reglement ontlenen signalisatiemateriaal, moet in goede staat worden teruggebracht. Bij vaststelling van beschadiging of verlies, wordt de kostprijs voor het herstel van de schade of de kostprijs voor het vervangen van het niet-teruggebrachte materiaal volledig doorgerekend aan de ontlener (de natuurlijke of rechtspersoon of vereniging die de aanvraag tot ontlening van signalisatiemateriaal heeft ingediend). Het ontleende materiaal dat binnen de maand na het einde van de ontleenperiode niet wordt teruggebracht, wordt geacht verloren te zijn.
§2. Als het signalisatiemateriaal op gemotiveerde vraag van de ontlener dient uitgezet en weggenomen door de gemeentelijke diensten, dan wordt hiervoor een retributie van 60 euro aangerekend.
Artikel 10.1. Grondslag van de retributie
Er wordt een retributie, hierna standgeld genoemd, geheven op het gebruik van het openbaar domein ter gelegenheid van de openbare markt die door de gemeente op haar grondgebied wordt georganiseerd alsook voor de inname van het openbaar domein voor een ambulante handel, en op het elektriciteitsgebruik.
Artikel 10.2. Bedrag van het standgeld
§1. Standplaats naar aanleiding van een openbare markt
Het standgeld bedraagt 1,50 euro per lopende meter tentoongestelde waren en per dag. Voor de berekening van het verschuldigd recht wordt de ruimte in aanmerking genomen die effectief wordt ingenomen voor de uitstalling van te koop aangeboden waren of goederen. Elk gedeelte van een meter wordt als een volle meter beschouwd.
Voor de inname van een standplaats op de openbare markt door standhouders zonder abonnement, bedraagt het standgeld minimum 7 euro per daggedeelte van 6 uur.
§2. Standplaats op het openbaar domein
Het standgeld voor de inname van het openbaar domein bedraagt 1,50 euro per lopende meter en per daggedeelte van 6 uur, waarbij elke begonnen periode van 6 uur als een volle periode wordt beschouwd.
Voor de berekening van het verschuldigd recht wordt de ruimte in aanmerking genomen die effectief wordt ingenomen voor de uitstalling van te koop aangeboden waren of goederen.
Elk gedeelte van een meter wordt als een volle meter beschouwd.
§3. Gebruik elektriciteit
De tarieven die worden aangerekend voor het elektriciteitsverbruik worden bepaald bij wijze van beslissing door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10.3. Voertuigen
De voertuigen, met koopwaren beladen, zijn slechts aan de retributie onderworpen indien de waren te koop gesteld zijn op het rijtuig. Indien een voertuig gedeeltelijk aangewend wordt om waren te koop te stellen, wordt enkel dit gedeelte in rekening gebracht voor de berekening van de retributie.
De karren, wagens of rijtuigen waarmee de waren aangebracht worden en die bij het kraam of bij de eigenaar op de markt blijven staan, worden niet meegerekend voor de retributie, evenmin als de ledige manden, kuipen of bakken die voor de inpakking van de koopwaren gediend hebben en met toestemming van het gemeentebestuur op de markt blijven staan.
Artikel 11.1.
§1. Plaatsrecht
Er wordt voor het gebruik van het openbaar domein door een foorinrichting naar aanleiding van een kermis of foor een plaatsrecht geheven. Dit plaatsrecht wordt berekend in verhouding tot de oppervlakte van de foorinrichting. Als basis voor de berekening van het verschuldigd standgeld wordt de oppervlakte van de attractie zelf in aanmerking genomen, met inbegrip van alle elementen die erbij horen (stroomgroep, woonwagen en andere bijhorigheden) wanneer die onmiddellijk aan de attractie worden opgesteld.
§2. Gebruik elektriciteit
Bij het gebruik van het openbaar domein door een foorinrichting naar aanleiding van een kermis of foor wordt ook het elektriciteitsverbruik aangerekend. De tarieven die worden aangerekend voor het elektriciteitsverbruik worden bepaald bij wijze van beslissing door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11.2.
Het standgeld wordt bepaald op 1 euro per vierkante meter per dag, conform de bepalingen van het voorgaand artikel.
Artikel 11.3.
Het plaatsrecht is verschuldigd per georganiseerde kermis en wordt steeds aangerekend voor een vaste periode van 3 dagen, ongeacht de werkelijke duur van de inname van het openbaar domein.
Het plaatsrecht is verschuldigd op grond van de bijzondere overeenkomst die daartoe tussen het gemeentebestuur en de exploitant wordt afgesloten en waarbij de exploitant toelating wordt verleend voor het opstellen van zijn attractie op de kermis of het abonnement zoals bedoeld in het reglement betreffende de organisatie van kermisactiviteiten en kermisgastronomie op de openbare kermissen.
De afwezigheid van de exploitant op een kermis, waarvoor met de gemeente een overeenkomst werd afgesloten, ontslaat hem geenszins van de betaling van dit plaatsrecht.
Artikel 11.4.
Het plaatsrecht, verschuldigd volgens artikel 11.2., wordt evenwel begrensd als volgt:
- ongeacht het aantal ingenomen m², bedraagt het standgeld minimaal 37 euro en maximaal 199 euro.
Artikel 11.5.
Het aldus bepaalde standgeld wordt voor de kermissen, georganiseerd in de deelgemeente Wevelgem geheven a rato van 100%, in de deelgemeente Gullegem a rato van 60% en in de deelgemeente Moorsele a rato van 40%, zonder evenwel lager te kunnen zijn dan het minimum van 37 euro.
Artikel 12.1.
Er wordt ten voordele van de gemeente een retributie ingevoerd op het plaatsen van frituurkramen op het openbaar domein.
Artikel 12.2.
Deze retributie valt ten laste van de natuurlijke of de rechtspersoon die in de loop van het jaar een frituur uitbaat, die gelegen is op het openbaar domein van de gemeente. Deze retributie wordt vastgesteld als volgt:
Oppervlakte frituur Bedrag retributie
Tot 25 m² 1 050 euro
Tussen 25 en 50 m² 2 100 euro
Groter dan 50 m² 3 150 euro
Het tarief voor het jaar x wordt jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de gezondheidsindex volgens de hierna vermelde formule (waarbij de basisindex de gezondheidsindex van november 2025 is en de nieuwe index de gezondheidsindex van de maand november van het jaar x-1), deze formule wordt voor het eerst toegepast voor de tarieven met ingang van 1 januari 2027.
Geïndexeerde retributie jaar x = basisretributie x (nieuwe index november x-1)/(basisindex november 2025)
Het verschuldigde bedrag wordt afgerond op de eenheid volgens de wiskundige afrondingsregels: bedragen van 0,50 euro en hoger worden naar boven afgerond, bedragen lager dan 0,50 euro worden naar beneden afgerond.
Onder oppervlakte wordt begrepen de oppervlakte die wordt ingenomen door de frituur zelf, vermeerderd met rondom 1 m voor de stalling van alle noodzakelijke toebehoren en met de oppervlakte van de eventuele terrassen die erbij horen.
Artikel 13.1.
Er wordt een gemeentelijke retributie geheven op de privatieve ingebruikname van het openbaar domein ten gevolge of ten behoeve van werken.
Dit hoofdstuk handelt louter over het vestigen van een retributie voor de ingebruikname van het openbaar domein. Het betalen van de retributie houdt geen vergunning tot privatieve ingebruikname van het openbaar domein in dewelke steeds door de bevoegde overheid dient verleend.
Artikel 13.2.
Voor de toepassing van dit reglement worden volgende begrippen gebruikt:
- Werken: het uitvoeren van bepaalde werken zoals het bouwen, verbouwen, slopen, herstellen, herinrichten, schilderen en zandstralen, verhuis en tuinaanleg (dit is een niet-limitatieve opsomming).
- Ingebruikname: het (laten) plaatsen van materialen, stellingen, containers, werfafsluitingen, werfketen, torenkranen, toestellen die al dan niet zelfstandig in het verkeer mogen gebracht worden (zoals hoogtewerkers, bouwliften, constructies voor steenvang, afbraakmaterialen, een dienstvoertuig van een aannemer), al of niet afgebakend door een afsluiting of schutting (dit is een niet-limitatieve opsomming).
Het voorbehouden van (al dan niet gemarkeerde) parkeerplaatsen voor het plaatsen van (een) dienstvoertuig(en) van een aannemer tijdens de werken, een verhuiswagen e.a. wordt beschouwd als een ingebruikname van het openbaar domein voor werken.
- Openbaar domein: hiertoe behoren wegen, voetpaden, parkeerruimten, groenzones (dit is een niet-limitatieve opsomming) in eigendom van of beheer van de gemeente.
Artikel 13.3.
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
§1. Voor de privatieve ingebruikname van openbaar domein, ten gevolge of ten behoeve van werken, wordt een forfaitaire retributie aangerekend per ingebruikname en per kalenderdag. De retributie is verschuldigd vanaf de aanvang van de ingebruikname en wordt berekend volgens de vergunde oppervlakte van het openbaar domein (tenzij de effectief ingenomen oppervlakte groter zou zijn).
§2. Voor de privatieve ingebruikname waar geen of geen correcte vergunning kan voorgelegd worden en derhalve een regularisatiedossier wordt ingediend of opgemaakt zoals bedoeld in artikel 13.8 worden de in §1. bedoelde retributies verdubbeld.
§3. Betaalde retributies zijn niet terugvorderbaar, ook wanneer geen of maar deels gebruik wordt gemaakt van de verleende vergunning.
Artikel 13.4.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de vergunning. Indien geen aanvraag werd ingediend zal de retributie ambtshalve gevestigd worden cfr. artikel 13.8, §1. lastens de rechtspersoon of natuurlijke persoon die het openbaar domein privatief inneemt en als deze niet gekend is lastens de eigenaar(s) van het perceel waar de werken worden uitgevoerd. Allen zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de retributie.
Artikel 13.5.
Zijn vrijgesteld:
- Van de retributie zoals bedoeld in artikel 13.3, §1.: de ingebruikname van het openbaar domein ten gevolge of ten behoeve van werken tot en met 4 opeenvolgende kalenderdagen. Als de vrijstellingsperiode van 4 kalenderdagen overschreden wordt, dan wordt voor de berekening van de verschuldigde retributie de ingebruikname berekend vanaf de vijfde kalenderdag van de ingebruikname. Deze vrijstellingsgrond kan niet worden toegepast in een regularisatiedossier.
- Van de retributie zoals bedoeld in artikel 13.3, §1: de ingebruikname van het openbaar domein ten gevolge of ten behoeve van werken door, in opdracht van, of voor rekening van het gemeentebestuur Wevelgem, het OCMW Wevelgem, de woonmaatschappij en andere bij wet vrijgestelde publieke rechtspersonen.
Artikel 13.6.
Voor elke ingebruikname van het openbaar domein, zoals omschreven in artikel 13.1, dient vooraf een vergunning bekomen te worden van het college van burgemeester en schepenen. De aanvraag dient digitaal ingediend te worden via het daartoe voorziene portaal. Deze aanvraag dient tijdig te gebeuren, overeenkomstig artikel 206bis van de algemene politieverordening.
Deze digitale aanvraag omvat minstens volgende gegevens:
- Ingetekende oppervlakte op de locatie van de privatieve ingebruikname van het openbaar domein,
- Omschrijving van het type ingebruikname en omschrijving van de werken waaraan deze privatieve ingebruikname van het openbaar domein is gekoppeld,
- De gegevens (naam, adres en telefoonnummer) van de aanvrager en, indien iemand anders dan eerstgenoemde, van de uitvoerder van de werken,
- De datum van aanvang en duur van de werken, uitgedrukt in dagen of weken.
Artikel 13.7.
De controle van de privatieve ingebruikname van het openbaar domein ten gevolge of ten behoeve van werken, kan worden uitgevoerd door de politie, een bevoegde gemeentelijke ambtenaar, een gemeenschapswacht-vaststeller of een door het gemeentebestuur hiertoe aangestelde firma.
Artikel 13.8.
§1. Indien men geen of geen correcte vergunning kan voorleggen, dient onmiddellijk een aanvraag met regularisatiedossier te worden ingediend.
Het innemen van het openbaar domein zonder voorafgaandelijke vergunning of op basis van een vergunning afgeleverd op grond van onjuiste of onvolledige gegevens, kan worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve sanctie, nl. een administratieve geldboete ten bedrage van maximaal 500 euro (wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties). Onverminderd de eventuele administratieve geldboete wordt in voorkomend geval ook steeds ambtshalve een regularisatiedossier voor de nog verschuldigde retributie uitgewerkt, waarbij de retributie aangerekend wordt vanaf de vermoedelijke aanvang der werken (geen vrijstelling van 4 kalenderdagen omdat het een regularisatie betreft), vastgesteld op basis van alle mogelijke bewijsmiddelen en bij gebreke daaraan forfaitair vastgesteld op
14 kalenderdagen vóór de vaststelling van de ingebruikname van het openbaar domein zonder passende vergunning.
§2. Indien de privatieve ingebruikname van het openbaar domein verder blijft duren dan de termijn bepaald in de vergunning, wordt dit beschouwd als een ingebruikname zonder voorafgaande vergunning en wordt toepassing gemaakt van §1. hierboven vermeld.
Artikel 14.1.
Er wordt een retributie gevestigd voor het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg.
Dit reglement beoogt het parkeren van een motorvoertuig op plaatsen waar dat parkeren toegelaten is en waar het parkeren voorbehouden is voor bewoners te regelen.
Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.
Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaatsen verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4, §1, 2de lid, van de wet van
25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.
Artikel 14.2.
§1. Er kan een gemeentelijke parkeerkaart worden uitgereikt aan bewoners van de gemeente onder de vorm van een bewonersvignet of een bewonerskaart, onder de volgende voorwaarden:
- Het bewonersvignet of de bewonerskaart kan enkel uitgereikt worden aan personen die hun hoofdverblijfplaats of domicilie hebben in de gemeente, zone of straat vermeld op de bewonerskaart of -vignet en die beschikken over een eigendomsbewijs van een auto of kunnen aantonen dat hij/zij er een gebruiksrecht op heeft.
- De maximale toegelaten massa van de wagen waarvoor de bewonerskaart of vignet wordt aangevraagd overschrijdt de 3 500 kg niet.
- Er wordt ten hoogste 1 bewonerskaart of -vignet per wooneenheid uitgereikt.
- De bewonerskaarten en -vignetten zijn vierkant en hebben een zijde van 10 cm.
- De bewonerskaarten en -vignetten zijn geldig vanaf de datum dat ze aangemaakt worden tot en met de 31ste december van het jaar dat volgt op het jaar waarin ze aangemaakt werden. Dit betekent ten hoogste 2 jaar.
- Op de bewonerskaarten of -vignetten staat vermeld:
- De bewonerskaarten of -vignetten zijn op een bepaalde manier tegen namaak beschermd.
§2. De gemeentelijke parkeerkaart bedoeld in §1 kan vervangen worden door een elektronisch toezichtsysteem op basis van het kenteken van het voertuig waarbij de voorwaarden van uitreiken dezelfde zijn als in §1. In dit geval moet, waar verwezen wordt naar ‘het zichtbaar aanbrengen van de door de gemeente uitgereikte bewonerskaart of -vignet overeenkomstig het ministerieel besluit van 9 januari 2007 op de binnenkant van de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig’ dit begrepen worden als een controle via het elektronisch toezichtsysteem.
Artikel 14.3.
De retributie op de afgifte van de bewonerskaarten of -vignetten zoals bedoeld in
artikel 14.2, §1. wordt als volgt vastgesteld:
- Gratis voor de originele bewonerskaart of -vignet
- 15 euro voor een duplicaat dat wordt afgegeven naar aanleiding van verlies, diefstal, vernietiging, onleesbaarheid, beschadiging, … van de originele bewonerskaart of -vignet.
Artikel 14.4.
De retributie voor het parkeren op parkeerplaatsen met een blauwe zone reglementering met uitzondering voor bewoners en op parkeerplaatsen voor bewoners, wordt als volgt vastgesteld:
- Het parkeren van voertuigen van de bewoners is gratis.
Het statuut van bewoner wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen van de door de gemeente uitgereikte bewonerskaart of -vignet overeenkomstig het ministerieel besluit van 9 januari 2007 op de binnenkant van de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig.
- Het parkeren van voertuigen gebruikt door personen met een handicap is gratis. Het statuut van ‘persoon met een handicap’ wordt beoordeeld op het ogenblik van het parkeren door het aanbrengen op een zichtbare plaats op de binnenkant van de voorruit van het voertuig van de kaart uitgereikt overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig.
- Voor het parkeren van alle andere gebruikers: 25 euro per dag.
Artikel 14.5.
De retributie is verschuldigd door de titularis van de nummerplaat van het voertuig. De retributie is verschuldigd zodra het voertuig geparkeerd is zonder parkeerkaart voor mensen met een handicap of zonder de geldige bewonerskaart of -vignet te hebben geplaatst of een bewonerskaart of -vignet te hebben geplaatst die geldig was voor een andere zone.
De retributie is betaalbaar door overschrijving van het verschuldigd bedrag op rekening van het gemeentebestuur of op de rekening, opgegeven door een derde, hierna concessionaris genoemd. Deze concessionaris dient door het gemeentebestuur te zijn aangesteld met het oog op het uitoefenen van het toezicht op de naleving van onderhavig reglement.
De retributie dient betaald te worden binnen de zeven dagen na het aanbrengen door de concessionaris, van de betalingsuitnodiging op de voorruit van het voertuig. Indien de retributie niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, ontvangt de schuldenaar een eerste schriftelijke herinnering vanwege de concessionaris.
Deze herinnering wordt bezorgd zonder bijkomende administratieve kost. Indien na deze eerste herinnering geen betaling wordt verricht binnen een termijn van 14 kalenderdagen die ingaat op de 3de werkdag na verzending van voornoemde herinnering, wordt een bijkomende forfaitaire vergoeding van 20 euro gevorderd. Het dossier wordt voor minnelijke invordering overgemaakt aan een gerechtsdeurwaarder, die nog een laatste herinnering stuurt. Indien de verschuldigde retributie verhoogd met deze bijkomende forfaitaire vergoeding niet wordt betaald binnen de in de laatste herinnering gestelde termijn, wordt overgegaan tot gerechtelijke invordering. In voorkomend geval vallen de kosten, rechten en uitgaven gemaakt voor de gerechtelijke invordering van de verschuldigde bedragen ten laste van de schuldplichtige van de retributie en zullen deze toegevoegd worden aan het door hem initieel verschuldigde bedrag (bedrag van de retributie en forfaitaire vergoeding van 20 euro).
Artikel 14.6.
Zijn vrijgesteld van deze retributie: de inname van een parkeerplaats binnen een zone voor bewonersparkeren op basis van een vergunning waarop de bepalingen van hoofdstuk 13 van huidig reglement van toepassing zijn.
Artikel 15.1.
Er wordt een retributie gevestigd op het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg.
Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.
Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaatsen verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4, §1, 2de lid, van de wet van
25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.
Artikel 15.2.
De retributie wordt vastgesteld als volgt:
- Gratis voor de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden en volgens artikel 27.1 en 27.2 (betreffende beperkte parkeerduur blauwe zone) van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement van politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
- Een forfaitair bedrag van 25 euro voor elke periode die langer is dan deze die gratis is.
De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen, achter de voorruit, van de parkeerschijf, overeenkomstig artikel 27.1 van vernoemd koninklijk besluit van 1 december 1975.
Artikel 15.3.
Zijn vrijgesteld van deze retributie:
- De bewoners die de door de gemeente uitgereikte officiële bewonerskaart, overeenkomstig het ministerieel besluit van 9 januari 2007, zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig doch dit enkel op de plaatsen waar de verkeerssignalisatie aanduidt dat de bewoners deze bewonerskaart mogen aanwenden.
- Het parkeren van voertuigen gebruikt door personen met een handicap.
Het statuut van ‘persoon met een handicap’ wordt beoordeeld op het ogenblik van het parkeren door het aanbrengen op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig, van de kaart, uitgereikt overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999.
- De inname van een parkeerplaats binnen een blauwe zone op basis van een vergunning waarop de bepalingen van hoofdstuk 13 van huidig reglement van toepassing zijn.
Artikel 15.4.
De retributie is verschuldigd door de titularis van de nummerplaat van het voertuig.
De retributie is verschuldigd zodra het voertuig langer geparkeerd is dan de tijd die toegelaten is door de verkeersborden.
Artikel 15.5.
De retributie is betaalbaar door overschrijving van het verschuldigd bedrag op rekening van het gemeentebestuur of op de rekening, opgegeven door een derde, hierna concessionaris genoemd. Deze concessionaris dient door het gemeentebestuur te zijn aangesteld met het oog op het uitoefenen van het toezicht op de naleving van onderhavig reglement.
De retributie dient betaald te worden binnen de zeven dagen na het aanbrengen door de concessionaris, van de betalingsuitnodiging op de voorruit van het voertuig. Indien de retributie niet binnen de gestelde termijn wordt betaald, ontvangt de schuldenaar een eerste schriftelijke herinnering vanwege de concessionaris.
Deze herinnering wordt bezorgd zonder bijkomende administratieve kost. Indien na deze eerste herinnering geen betaling wordt verricht binnen een termijn van 14 kalenderdagen die ingaat op de 3de werkdag na verzending van voornoemde herinnering, wordt een bijkomende forfaitaire vergoeding van 20 euro gevorderd. Het dossier wordt voor minnelijke invordering overgemaakt aan een gerechtsdeurwaarder, die nog een laatste herinnering stuurt. Indien de verschuldigde retributie verhoogd met deze bijkomende forfaitaire vergoeding niet wordt betaald binnen de in de laatste herinnering gestelde termijn, wordt overgegaan tot gerechtelijke invordering. In voorkomend geval vallen de kosten, rechten en uitgaven gemaakt voor de gerechtelijke invordering van de verschuldigde bedragen ten laste van de schuldplichtige van de retributie en zullen deze toegevoegd worden aan het door hem initieel verschuldigde bedrag (bedrag van de retributie en forfaitaire vergoeding van 20 euro).
Artikel 16.1.
Er wordt, ten voordele van de gemeente, een retributie ingevoerd op het afzonderlijk aansluiten van regenwater- en afvalwaterhuisaansluitingen op het gemeentelijk rioleringsnet.
Artikel 16.2.
De retributie is solidair verschuldigd door de aanvrager die om de afzonderlijke aansluiting op het gemeentelijk rioleringsnet verzoekt en de eigenaar van het pand of onroerend goed dat op het rioleringsnet wordt aangesloten.
Artikel 16.3.
De kostprijs voor een rioolaansluiting op het gemeentelijke rioleringsnet wordt vastgesteld op 100% van de som van de uitgevoerde werken in het geval één aansluiting op het rioleringsnet wordt gerealiseerd. In de gevallen waar zowel een regenwater- als een afvalwateraansluiting dient gerealiseerd, is de retributie slechts verschuldigd voor één aansluiting.
Artikel 17.1.
Er wordt een retributie ingevoerd op het plaatsen van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA).
Artikel 17.2.
De retributie is solidair verschuldigd door elke eigenaar of zakelijk gerechtigde van het goed waar de IBA geplaatst wordt en die de overeenkomst inzake de installatie en exploitatie van individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater (IBA) hebben afgesloten.
Artikel 17.3.
De retributie voor de plaatsing van de IBA wordt vastgesteld op 940 euro, te verhogen met de btw in de mate dat deze ook ten laste komt van het gemeentebestuur.
Dit bedrag wordt jaarlijks op 1 januari geïndexeerd met de consumptieprijsindex, voor het eerst per 1 januari 2020, volgens de hierna vermelde formule:
- basisprijs X nieuwe index/basisindex waarbij:
- basisindex: consumptieprijsindex van de maand december 2011
- nieuwe index: consumptieprijsindex van de maand december van het jaar voorafgaand waarin de aanpassing plaatsvindt.
Artikel 17.4.
Deze retributie kan vereffend worden hetzij door een éénmalige betaling van het volledig verschuldigd bedrag, hetzij door de betaling van een jaarlijkse schijf en dit gespreid over 5 jaar.
Elke jaarlijkse betaling omvat de jaarlijkse schijf van het terug te betalen kapitaal dat aangewend werd ter betaling der terugvorderbare uitgaven, vermeerderd met het bedrag van de intrest op het nog niet-teruggestorte gedeelte van het kapitaal.
De toe te passen rentevoet is de eerste IRS-ASK rentevoet op 5 jaar die op de eerste dag van de maand volgend op de plaatsing van de IBA beschikbaar is, verhoogd met
75 basispunten. De toe te passen rentevoet kan nooit negatief zijn. De rentevoet blijft gehandhaafd gedurende de ganse looptijd waarin de retributie verschuldigd is.
De schuldenaar kan, te allen tijde, het eigendom ontlasten van het bedrag van de terugvorderbare uitgave die erop betrekking heeft, door aan de gemeente het bedrag van de nog niet eisbare schijven van het kapitaal te storten.
De intrest is steeds verschuldigd voor het jaar tijdens hetwelk de betaling plaats heeft.
Artikel 18.1.
Er wordt een retributie ingevoerd op het uitvoeren van verplaatsingen door de medewerkers van de gemeente of het dierenasiel waarmee de gemeente een samenwerkingsovereenkomst afgesloten heeft voor interventies voor verloren, achtergelaten, verwaarloosde, in beslag genomen of verbeurd verklaarde dieren.
Artikel 18.2.
De retributie is verschuldigd door de rechtmatige eigenaar of houder van het dier, ongeacht of deze het dier terugeist of niet.
Artikel 18.3.
De retributie bedraagt 35 euro per interventie. Voor interventies tijdens het weekend, op feestdagen en tussen 19 uur en 8 uur bedraagt de retributie 50 euro per interventie.
Artikel 19.1.
Er wordt een retributie ingevoerd op het gebruik van een door de gemeente aangeboden fietskluis voor de beschikbare plaatsen. Er wordt toegang genomen tot de fietskluis via een toegangsbadge (eenmalige vergoeding van 5 euro per toegangsbadge).
Artikel 19.2.
§1. De retributie is verschuldigd door de aanvrager en bedraagt 7,5 euro per maand.
§2. De betaling van de retributie gebeurt op jaarbasis en voorafgaandelijk. Bij de start van de dienstverlening wordt de eerste retributie pro rata berekend in functie van het nog aantal resterende maanden van het lopende jaar, waarbij elke begonnen maand volledig wordt aangerekend. De eerste retributie dient betaald te worden voor ontvangst van de toegangsbadge.
§3. De betaalde retributie is niet terugvorderbaar.
§4. Indien er stalplaatsen beschikbaar zijn, is een kortere gebruikstermijn mogelijk a rato van de in §1. bedoelde retributie voor de afgesproken gebruikstermijn, waarbij elke begonnen maand volledig wordt aangerekend. Ook deze retributie wordt voorafgaandelijk aangerekend.
Artikel 19.3.
De gemeente kan op geen enkele manier aansprakelijk gesteld worden voor schade aan of diefstal van de fiets naar aanleiding van of ten gevolge het gebruik van de fietskluis.
Hoofdstuk 20. Retributie voor kabelmatten voor elektrische en hybride voertuigen
Artikel 20.1.
Er wordt een retributie geheven op de aflevering van kabelmatten voor elektrische en hybride voertuigen (cfr. artikel 206ter algemene politieverordening).
De retributie bedraagt voor een kabelmat van 120 cm x 40 cm 65 euro per stuk, voor een kabelmat van 160 cm x 40 cm 100 euro per stuk.
Artikel 21.1.
Behoudens andersluidende specifieke bepaling, worden de retributies, vermeld in dit reglement, ingevorderd door middel van een factuur. Deze factuur dient te worden betaald hetzij door overschrijving op de vermelde bankrekening van het gemeentebestuur, hetzij door storting in contanten in de gemeentekas. Met storting in contanten wordt gelijkgesteld de betaling via elektronische weg, zoals bancontact of gelijkaardige mogelijkheden.
De betaling dient te gebeuren binnen de periode zoals vermeld in dit reglement of zoals vermeld op de factuur.
Bij gebreke aan enige specifieke vermelding inzake de betalingstermijn, dient de retributie onmiddellijk te worden betaald.
Bij gebrek aan minnelijke betaling wordt de retributie burgerrechtelijk, hetzij door middel van een dwangbevel, voorzien in artikel 177 van het decreet lokaal bestuur, ingevorderd.
Artikel 21.2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om tarieven voor onderstaande prestaties van de gemeentelijke diensten vast te stellen, dit zowel naar aard als naar het bedrag en aan zijn reglement alle wijzigingen aan te brengen die het noodzakelijk acht.
De lijst van tarieven die door het college van burgemeester en schepenen bepaald kunnen worden:
- De toegangsprijzen voor optredens in het cultuurcentrum (eigen programmatie)
- De tarieven voor verkoop van dranken e.a.
- Het tarief voor vormingsactiviteiten, lezingen en uitstappen
- De prijs van een schoolmaaltijd (exclusief het remgeld)
- De prijs voor allerlei uitstappen
- De prijs voor schoolactiviteiten
- Het tarief voor sportkampen en sportlessen
- Het tarief voor de vakantiewerking
- Het tarief voor het ontlenen van verkleedkledij
- Het tarief van plannen horende bij bestekken
- Tarief voor inschrijvingsgeld niet-gesubsidieerd onderwijs
- Tarief voor occasionele prestaties van gemeentepersoneel
- Tarief voor toeristische prestaties en activiteiten
- Tarief voor soortgelijke prestaties of administratieve kosten verbonden aan gemeentelijke dienstverlening waarvoor geen retributiereglement door de gemeenteraad is vastgesteld.
Het college van burgemeester en schepenen houdt bij de bepaling van het tarief rekening met de kostprijs van de verstrekte dienst. Een differentiatie van het tarief kan gemotiveerd worden binnen een doelgroepenbeleid, zeker indien dit kadert binnen de beleidsdoelstellingen door de gemeenteraad vastgelegd. De tariefbepaling kan ook rekening houden met promotionele acties die de burger meer met de dienstverlening vertrouwd kunnen maken. De vastlegging van tarieven binnen specifieke beleidsdomeinen wordt voor advies voorgelegd aan de beheersorganen of aan de betrokken adviesraden.
Artikel 21.3.
De overtredingen op dit reglement worden vastgesteld door de daartoe aangestelde en beëdigde ambtenaren.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing op alle handelingen of gebeurtenissen die het voorwerp uitmaken van dit reglement en die gesteld of zich voordoen vanaf 1 januari 2026.
Dit reglement vervangt integraal het algemeen retributiereglement zoals gecoördineerd door het college van burgemeester en schepenen op 15 oktober 2025.