Het reglement houdende de indirecte belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig wordt hervastgesteld.
Op 31 december 2025 verstrijkt de geldigheidsduur van het reglement houdende de indirecte belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig. Dit reglement werd ingevoerd na afstemming tussen de respectieve gemeenten om dergelijk belastingreglement in te voeren. Het is aangewezen om, net als de andere gemeenten van de politiezone, dit belastingreglement opnieuw vast te stellen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. (cfr. bespreking in het politiecollege van 17 november 2025)
Er bestaat inderdaad een noodzaak om de gemaakte kosten te laten vergoeden van het vervoer van bestuurlijk aangehouden personen, dronken personen of personen die gedragingen stelden die de levenskwaliteit van de inwoners kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt, waardoor de normale last die het leven in de samenleving onvermijdelijk met zich meebrengt, wordt overschreden. Dergelijk vervoer verzwaart de werklast van het politiepersoneel aanzienlijk waardoor andere taken in het gedrang kunnen komen, o.a. aanwezigheid in de straat die van groot belang is om het veiligheidsgevoel van de burger te ondersteunen.
Voor gerechtelijke aanhoudingen moet rekening gehouden worden met het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken dat bepaalt welke kosten in alle gevallen ten laste van de Staat zijn, zodat gemaakte kosten hiervoor niet kunnen verhaald worden.
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren. Het belastingbedrag wordt ook geïndexeerd om een antwoord te bieden op prijsevoluties in de algemene uitgaven.
De krachtlijnen rond de hervaststelling van de belastingreglementen n.a.v. de nieuwe legislatuur werden toegelicht op de gemeenteraadscommissie Algemeen Beleid en Ondersteuning van 4 november 2025.
De ontvangsten worden geboekt op rekening 0020-00/731200 van het exploitatiekrediet 2026-2031.
Artikel 1
Voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt ten behoeve van de gemeente een belasting op het vervoer van personen met een politievoertuig geheven.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt begrepen onder:
- Openbare overlast: een lichte vorm van verstoring van openbare rust, veiligheid, gezondheid en reinheid en heeft betrekking op:
- Rit: traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming, bepaald door de politie, gebracht is.
- Bestuurlijke aanhouding: de opdrachten van bestuurlijke politie zoals omschreven in de artikelen 31 en 34 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt, op grond van artikel 9ter van de drugwet van 24 februari 1921 en op grond van artikel 1, §2 van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap.
- Eindbestemming: de meest aangewezen bestemming, bepaald door de politie, naargelang het geval (politiecommissariaat, woning of verblijfplaats, verpleeginstelling, cel in het politiekantoor, …).
- Openbare dronkenschap: in de zin van artikel 1 van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap, of bij een soortgelijke staat als dronkenschap ten gevolge van een positieve ademanalyse of weigering van een ademanalyse.
Artikel 3
De belasting wordt gevestigd op het vervoer van personen met een politievoertuig wegens:
- een bestuurlijke aanhouding om welke reden dan ook;
- het veroorzaken van (openbare) overlast;
- openbare dronkenschap.
Artikel 4
De belasting wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 150 euro per rit en per vervoerde persoon. Dit bedrag is ondeelbaar voor elk belastbaar feit verschuldigd zoals vermeld in artikel 3.
Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex conform de volgende formule:
Het aldus bekomen bedrag wordt afgerond naar een veelvoud van 10 cent.
Artikel 5
De vervoerde persoon is de belastingplichtige.
De belasting is verschuldigd door de vervoerde persoon of door diegene die voor hem burgerlijk verantwoordelijk is.
De belasting is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming heeft bereikt.
Artikel 6
De belasting is niet van toepassing bij het vervoer van gerechtelijk aangehouden personen bedoeld in artikel 78, 4° van het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken.
Artikel 7
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8
§1. Deze beslissing treedt in werking op 1 januari 2026.
§2. Dit belastingreglement is geldig voor een termijn eindigend op 31 december 2031.