Terug
Gepubliceerd op 17/12/2025

Besluit  gemeenteraad

do 11/12/2025 - 19:00

Reglement op de opcentiemen op de onroerende voorheffing voor aanslagjaar 2026

Aanwezig: Michaël Picquart, voorzitter gemeenteraad
Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Eva Parmentier, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch, Nico Dupont, gemeenteraadsleden
Kurt Parmentier, algemeen directeur
Verontschuldigd: Liese Vandoorne, gemeenteraadslid

De opcentiemen op de onroerende voorheffing voor aanslagjaar 2026 worden vastgesteld op 1 133,50 opcentiemen voor het gewone KI (codes 1 (F,K,L,P) en 2 (F,K,L,P)). Voor het KI nijverheid en materiaal en outillage (codes 3 (F,K,L,P), 4 (F,K,L,P), 5 (F,K,L,P) en 6 (F,K,L,P)) wordt het tarief bepaald op 1 250 opcentiemen.

Feiten, context en argumentatie

 

 

Sinds het aanslagjaar 2019 biedt het Vlaams gewest gemeenten de mogelijkheid om de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing te differentiëren binnen hun grondgebied. Hierdoor kan de gemeente verschillende tarieven toepassen op diverse categorieën van onroerende goederen, afhankelijk van hun aard en bestemming.

 

Gemeenten kunnen aldus verschillende tarieven vaststellen voor onderscheiden categorieën van belastbare kadastrale inkomens, mits deze categorieën overeenstemmen met de codes die de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) hanteert.

 

De gemeente wenst van deze mogelijkheid gebruik te maken om de lokale fiscaliteit beter af te stemmen op de economische realiteit en om de stijgende kosten op een evenwichtige manier op te vangen.

 

Er wordt voorgesteld vanuit het college van burgemeester en schepenen om de bestaande gemeentebelasting op bedrijven af te schaffen, er wordt in die zin geen toegelicht voorstel van beslissing voor hervaststelling van deze belasting voorgelegd aan de gemeenteraad.

Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven is het noodzakelijk het inkomstenverlies van de gemeentebelasting op bedrijven te recupereren om het financieel evenwicht te handhaven.

 

Er wordt gekozen om de opcentiemen op de onroerende voorheffing te differentiëren. Op die manier kan de nodige compensatie gerealiseerd worden zonder de belastingdruk voor gezinnen te verhogen. Het huidige tarief voor particuliere woningen en gronden blijft behouden, terwijl enkel de categorieën van onroerende goederen die verband houden met nijverheid en materieel & outillage een beperkte verhoging kennen.

 

De differentiatie zorgt ervoor dat de extra fiscale bijdrage wordt gedragen door de categorieën van onroerende goederen die economisch rendement genereren en doorgaans een grotere impact hebben op de gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening.

Hiermee wordt een evenwichtige en sociaal verantwoorde verdeling van de fiscale lasten nagestreefd: particuliere eigenaars en landbouwers behouden hun huidige tarief, terwijl de bedrijfssector een beperkte maar redelijke verhoging draagt.

 

Deze maatregel heeft bovendien als voordeel dat de administratieve last voor de gemeentelijke diensten aanzienlijk vermindert. De inning van de onroerende voorheffing verloopt immers volledig via VLABEL, waardoor de gemeente wordt ontlast van de eigen heffing, opvolging en invordering van de vroegere bedrijfsbelasting.

Door deze aanpassing wordt de lokale fiscaliteit eenvoudiger, transparanter en rechtvaardiger: gezinnen worden beschermd, ondernemingen dragen een redelijke bijdrage, en de gemeentelijke administratie wordt vereenvoudigd.

 

Het tarief voor het gewone KI (kadastraal inkomen) (andere dan nijverheid, codes 1 (F,K,L,P) en 2 (F,K,L,P)) blijft vastgesteld op 1 133,50 opcentiemen.

Het differentiatiecriterium is eenduidig en betreft de als industrie gebouwde en ongebouwde kadastrale inkomens inclusief materieel en outillage. Voor het KI nijverheid en materiaal en outillage (codes 3 (F,K,L,P), 4 (F,K,L,P), 5 (F,K,L,P) en 6 (F,K,L,P)) wordt het tarief bepaald op 1 250 opcentiemen.

 

De krachtlijnen rond de hervaststelling van de belastingreglementen n.a.v. de nieuwe legislatuur werden toegelicht op de gemeenteraadscommissie Algemeen Beleid en Ondersteuning van 4 november 2025.

Meerjarenplan en budget

De ontvangsten worden geboekt op rekening 0020-00/730000 van het exploitatiekrediet.

Vorige beslissingen
  • Beslissing van de gemeenteraad van 14 november 2024: opcentiemen op de onroerende voorheffing voor aanslagjaar 2025.
Hogere regelgeving
  • De grondwet, in het bijzonder de artikelen 41, 162 en 170, §4.
  • Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in het bijzonder artikel 464/1, 1°.
  • Decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse codex fiscaliteit, in het bijzonder artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4.
  • Decreet Lokaal Bestuur, in het bijzonder de artikelen 2, 40, 41,252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335.
  • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Publieke stemming
Aanwezig: Michaël Picquart, Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Eva Parmentier, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch, Nico Dupont, Kurt Parmentier
Voorstanders: Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Sofie Mol, Bas Surmont, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Viktor Maes, Michaël Picquart, Eva Parmentier
Onthouders: Hendrik Vanhaverbeke, Filip Daem, Heidi Craeynest, Vicky Claeys, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch, Nico Dupont
Resultaat: Met 19 stemmen voor, 11 onthoudingen
Beslissing

Artikel 1

Voor het aanslagjaar 2026 worden ten behoeve van de gemeente opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd als volgt:

  • 1 133,50 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing op de gewone gebouwde en ongebouwde belastbare kadastrale inkomens (codes 1 (F,K,L,P) en 2 (F,K,L,P))
  • 1 250,00 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing op de gebouwde en ongebouwde belastbare kadastrale inkomens nijverheid en materieel en outillage (codes 3 (F,K,L,P), 4 (F,K,L,P), 5 (F,K,L,P) en 6 (F,K,L,P)). 

 

Artikel 2

De vestiging en de inning van de gemeentelijke opcentiemen zullen door het toedoen van de Vlaamse Belastingdienst geschieden, zoals bepaald in artikel 3.1.0.0.4 van het decreet houdende de Vlaamse codex fiscaliteit.