Het belastingreglement niet-afkoppeling en verhaalbelasting extra maatreglen niet-afkoppeling wordt vastgesteld.
Op 31 december 2025 verstrijkt de geldigheidsduur van het belastingreglement niet-afkoppeling en het reglement houdende de verhaalbelasting extra maatregelen niet-afkoppeling. Het is aangewezen beide belastingreglementen geïntegreerd opnieuw vast te stellen voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
In uitvoering van Europese regelgeving bepaalt de Vlaamse milieuwetgeving (Vlarem II) dat er gestreefd wordt naar het maximaal aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel bij de aanleg of heraanleg van rioleringen.
De aanleg van gescheiden rioleringsstelsels met afkoppeling op particulier niveau is ook noodzakelijk om in aanmerking te komen voor de subsidies bij de Vlaamse overheid (Vlaamse Milieumaatschappij, VMM) voor de uitvoering van openbare rioleringswerken (besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2017 betreffende de subsidiëring van de werken, vermeld in artikel 2.6.1.3.1, §1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018). Indien er niet afgekoppeld is, dienen de redenen waarom niet afgekoppeld kon worden en de stappen die de rioolbeheerder heeft ondernomen aan de VMM meegedeeld. De belasting op niet-afkoppeling is derhalve een maatregel die de gemeente als rioolbeheerder heeft genomen zodat de subsidies van de VMM verder uitbetaald kunnen worden.
Bij de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel is een volledige scheiding tussen het afvalwater en het hemelwater, afkomstig van dakvlakken en grondvlakken, in principe verplicht. Hemelwater dient trouwens in principe te allen tijde gescheiden gehouden worden van het afvalwater krachtens de gewestelijke stedenbouwkundige hemelwaterverordening.
De aanleg van een gescheiden openbaar rioleringsstelsel is enkel economisch en ecologisch zinvol als ook de private riolering in alle aangesloten gebouwen en/of verharde oppervlaktes wordt gescheiden. Het niet optimaal afkoppelen kan aanleiding geven tot overlast voor de site waar niet wordt afgekoppeld, ondanks de afkoppelingsplicht, omdat deze, in het bijzonder bij piekbuien, het risico loopt niet afdoende te kunnen afvoeren. Immers bij de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel zijn de RWA(regenweerafvoer)- en DWA(droogweerafvoer)-buizen gedimensioneerd in functie van regenbuien, verharde oppervlaktes, lozing van afvalwaterdebieten en het feit dat er buffering voorzien is op openbaar domein voor regenweerafvoer. Bovendien zijn deze DWA-buizen gedimensioneerd er van uitgaande dat alle gebouwen en/of verharde oppervlaktes met afkoppelingsplicht effectief afgekoppeld zijn. Indien een zakelijk gerechtigde van een gebouw en/of verharde oppervlakte met afkoppelingsplicht evenwel niet afkoppelt, dan moet deze al zijn afvalwater en hemelwater lozen in de DWA-buis die daar, zoals gesteld, duidelijk niet op gedimensioneerd is. Dit wil zeggen dat, in het bijzonder bij piekbuien, betrokkene zijn afvalwater en hemelwater dreigt niet afdoende te kunnen afvoeren. Dit kan duidelijk leiden tot overstromingsgevaar of afvoerproblemen en geurhinder op de niet-afgekoppelde site zelf omdat het afvalwater en hemelwater sowieso zijn (uit)weg zal zoeken. Om voorgaande redenen is het belangrijk dat, waar verplicht, zo veel mogelijk wordt afgekoppeld. Om redenen van gelijkheid is het aangewezen om het belastingtarief te bepalen in functie van de oppervlakte die niet werd afgekoppeld conform de toepasselijke hogere regelgeving (Vlarem II en wijzigingen).
Het afkoppelen is, zoals gesteld, een wettelijke verplichting.
De afkoppeling van regenwater van de openbare riolering heeft een positieve invloed op de efficiëntie en op het rendement van de rioolwaterzuiveringsinstallaties, het regenwater moet maximaal worden afgekoppeld van de openbare riolering en in de mate van het mogelijke worden hergebruikt.
De gemeente investeert sterk in de aanleg van gescheiden rioleringssystemen, waarbij het wenselijk is de inwoners aan te sporen het regenwater op privéterrein af te koppelen om zo de rendabiliteit van de investeringen te verhogen.
Het moet worden vermeden dat eigenaars de gevraagde afkoppelingswerken niet of laattijdig uitvoeren, waardoor het rioleringsproject voor de gemeente nog duurder wordt omdat de toegezegde subsidies niet kunnen worden verkregen.
Bovendien, zodra er ernstige problemen zijn met het afvoeren van afvalwater en/of hemelwater, wordt de gemeente ter zake aangesproken, ook al ligt het initiële probleem op de private eigen site (cfr. supra gesteld). Om hierop te anticiperen of te reageren kunnen er, wanneer niet tijdig afgekoppeld wordt, bijkomende werken uitgevoerd worden in opdracht van de gemeente, om de afvoer van afvalwater en hemelwater op de niet-afgekoppelde site te kunnen blijven garanderen. Het is evident dat deze bijkomende uitgaven voor deze extra maatregelen bij wijze van verhaalbelasting teruggevorderd worden.
Immers de door de gemeente gedane uitgaven voor bedoelde extra maatregelen zijn een bijkomende last voor de gemeentelijke financiën die enkel nodig zijn omdat betrokken zakelijk gerechtigde niet voldaan heeft aan zijn afkoppelingsplicht en die er in het bijzonder en rechtstreeks toe bijdragen dat er een oplossing wordt geboden voor het niet voldoen aan de afkoppelingsplicht en ten goede zullen komen van betrokken zakelijk gerechtigde. Het komt dan ook redelijk en billijk over om deze uitgaven volledig te laten dragen door de rechtstreeks begunstigden. Het is dus nodig ten laste van deze begunstigden een bijzondere belasting in te voeren ‘verhaalbelasting’ genaamd.
Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de gemeente te financieren. De belastingbedragen voor niet-afkoppeling worden ook geïndexeerd om een antwoord te bieden op prijsevoluties in de algemene uitgaven.
De krachtlijnen rond de hervaststelling van de belastingreglementen n.a.v. de nieuwe legislatuur werden toegelicht op de gemeenteraadscommissie Algemeen Beleid en Ondersteuning van 4 november 2025.
De ontvangsten worden geboekt op rekening PB4-ACT36/0020-00/733040 van het exploitatiekrediet 2026-2031.
Artikel 1
Voor een periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting geheven op het niet-afkoppelen conform de toepasselijke hogere regelgeving (Vlarem II en wijzigingen) en een verhaalbelasting extra maatregelen niet-afkoppeling.
Artikel 2
Definities:
- Afkoppelen is het realiseren van een scheiding tussen afvalwater en hemelwater op perceelsniveau naar aanleiding van de (her)aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel, conform de toepasselijke hogere regelgeving (Vlarem II en wijzigingen).
- Afkoppelingsplicht: de verplichting om af te koppelen conform de toepasselijke hogere regelgeving (Vlarem II en wijzigingen).
- Extra-maatregelen: maatregelen die de gemeente uitvoert/laat uitvoeren naar aanleiding van of na de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel bij niet-afkoppeling ondanks de afkoppelingsplicht en dit teneinde het risico dat afvalwater en/of hemelwater niet afgevoerd kan worden van het niet-afgekoppelde perceel te voorkomen/te remediëren.
Artikel 3
§1. Als belastingplichtige wordt beschouwd, de natuurlijke of rechtspersoon die op het moment van het belastbaar feit (zie artikel 4) en daarna telkens op 1 januari houder is van één van de hierna vermelde zakelijke rechten op de af te koppelen woningen, gebouwen en/of verharde oppervlaktes:
- de volle eigendom,
- het recht van opstal of van erfpacht,
- het vruchtgebruik.
§2. Ingeval van overdracht van het zakelijk recht onder levenden wordt de hoedanigheid van de belastingplichtige beoordeeld op basis van de datum van de authentieke akte van de overdracht. In het geval van eigendomsoverdracht van het onroerend goed moet de vorige eigenaar de nieuwe eigenaar informeren omtrent het bestaan van de belasting op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater in de notariële akte en de vorige eigenaar moet de gemeente op de hoogte brengen van de verkoop ten laatste één maand na het verlijden van de authentieke akte. Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van het zakelijk recht, in afwijking van artikel 3, §2, eerste lid als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd, voor zover de gemeente op het moment van het verschuldigd worden van de belasting niet op de hoogte is dat er een overdracht van het zakelijk recht heeft plaatsgevonden.
§3. In het geval van onverdeeldheid van voormeld zakelijk recht is iedere deelgenoot belastingplichtig in verhouding tot zijn deel in de af te koppelen woningen, gebouwen en/of verharde oppervlaktes, evenwel zijn zij hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.
Artikel 4
Het belastbaar feit ontstaat:
- bij de aanvangsdatum van de (deel)fase van de rioleringswerken die aanleiding geven tot de afkoppelingsplicht, voor zover er geen positief keuringsattest van de privé-waterafvoer van een gecertificeerde keurder kan voorgelegd worden waaruit blijkt dat de verplichte afkoppeling is uitgevoerd conform de toepasselijke hogere regelgeving (Vlarem II en wijzigingen);
- of op ieder ander moment waarop vastgesteld wordt dat de verplichte afkoppeling zodanig gewijzigd werd dat ze niet langer voldoet aan de toepasselijke hogere regelgeving (Vlarem II en wijzigingen);
- of bij de beslissing van het college van burgemeester en schepenen dat extra-maatregelen moeten worden uitgevoerd gelet op de vaststelling dat niet is voldaan aan de afkoppelingsplicht.
Het ontstaan van het belastbaar feit zal vastgesteld worden door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 5
§1. De belasting wordt vastgesteld op 1,23 euro per jaar, per vierkante meter bebouwde en/of verharde oppervlakte van het perceel/de percelen waarvoor de afkoppelingsplicht geldt, met een minimale aanslagvoet van 1 180 euro per jaar.
Deze bedragen worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex conform de volgende formule:
Het totaal verschuldigde bedrag wordt afgerond op de eenheid volgens de wiskundige afrondingsregels: bedragen van 0,50 euro en hoger worden naar boven afgerond, bedragen lager dan 0,50 euro worden naar beneden afgerond.
§2. De belasting is van toepassing vanaf het vaststellen van het belastbaar feit, doch slechts pro rata van het aantal nog te verstrijken volledige maanden in het lopende kalenderjaar tot en met 31 december. Daarna is de belasting jaarlijks verschuldigd op 1 januari van elk jaar tot en met het jaar waarin de mededeling gebeurt van uitvoering van de nodige afkoppelingswerken.
Vanaf het tweede jaar is de belasting ondeelbaar en voor het volledige begonnen jaar verschuldigd.
§3. De in §2 bedoelde mededeling moet gebeuren per aangetekend schrijven of door afgifte tegen ontvangstbewijs gericht aan het college van burgemeester en schepenen, Vanackerestraat 16 te 8560 Wevelgem. Deze mededeling moet bevestigd worden door een bijgevoegd positief keuringsattest van de privé-waterafvoer afgeleverd door een gecertificeerde keurder waaruit blijkt dat aan de afkoppelingsplicht overeenkomstig de toepasselijke hogere regelgeving (Vlarem II en wijzigingen) voldaan is.
Voor het jaar van voornoemde mededeling wordt verwezen naar het subsidiereglement afkoppelingswerken op privaat domein.
§4. Indien de gemeente extra-maatregelen heeft uitgevoerd/laten uitvoeren omdat een perceel niet is afgekoppeld op het moment van het belastbaar feit zoals bedoeld in artikel 4, zullen de uitgaven voor de extra maatregelen die worden genomen, teruggevorderd worden van de zakelijk gerechtigde op het moment van het belastbaar feit, ongeacht of de zakelijk gerechtigde na het moment van het belastbaar feit nog afkoppelt.
De terugvorderbare uitgaven omvatten alle uitgaven voor de extra maatregelen die worden genomen, teneinde het risico dat afvalwater en/of hemelwater niet afgevoerd kan worden van het niet afgekoppelde perceel te voorkomen/te beperken/te remediëren.
Artikel 6
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 7
§1. Dit belastingreglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december 2031.
§2. De belastingplichtigen die reeds belast werden krachtens het belastingreglement niet-afkoppeling van 13 december 2019 blijven belastbaar telkens op 1 januari van elk jaar en dit vanaf 1 januari 2026 tot en met het jaar waarin mededeling gebeurt van uitvoering van de nodige afkoppelingswerken zoals bedoeld in artikel 5.