Terug
Gepubliceerd op 17/12/2025

Besluit  gemeenteraad

do 11/12/2025 - 19:00

Reglement op de aanvullende personenbelasting voor aanslagjaar 2026

Aanwezig: Michaël Picquart, voorzitter gemeenteraad
Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Eva Parmentier, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch, Nico Dupont, gemeenteraadsleden
Kurt Parmentier, algemeen directeur
Verontschuldigd: Liese Vandoorne, gemeenteraadslid

De aanvullende belasting op de personenbelasting voor aanslagjaar 2026 wordt vastgesteld op 6,8%.

Feiten, context en argumentatie

Het huidige reglement op de aanvullende personenbelasting eindigt op 31 december 2025 en moet bijgevolg opnieuw vastgesteld worden. De financiële toestand van de gemeente vergt de invoering van alle rendabele belastingen. Het verder innen van deze belasting is noodzakelijk om het financiële evenwicht te verzekeren.

Voor 2026 is geen aanpassing van het tarief voorzien. Het tarief blijft behouden op 6,8%.

 

De krachtlijnen rond de hervaststelling van de belastingreglementen n.a.v. de nieuwe legislatuur werden toegelicht op de gemeenteraadscommissie Algemeen Beleid en Ondersteuning van 4 november 2025.

Meerjarenplan en budget

De ontvangsten worden geboekt op rekening 0020-00/730100 van het exploitatiekrediet.

Vorige beslissingen
  • Beslissing van de gemeenteraad van14 november 2024: reglement op de aanvullende personenbelasting voor aanslagjaar 2025.
Hogere regelgeving
  • De grondwet, in het bijzonder de artikelen 41, 162 en 170, §4.
  • Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in het bijzonder artikel 465 t.e.m. artikel 470/2.
  • Decreet Lokaal Bestuur, in het bijzonder de artikelen 2, 40, 41,252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335.
  • Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Publieke stemming
Aanwezig: Michaël Picquart, Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Eva Parmentier, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch, Nico Dupont, Kurt Parmentier
Voorstanders: Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Sofie Mol, Bas Surmont, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Viktor Maes, Michaël Picquart, Eva Parmentier
Onthouders: Hendrik Vanhaverbeke, Filip Daem, Heidi Craeynest, Vicky Claeys, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch, Nico Dupont
Resultaat: Met 19 stemmen voor, 11 onthoudingen
Beslissing

Artikel 1

Voor het aanslagjaar 2026 wordt een aanvullende belasting op de personenbelasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 2

De belasting wordt vastgesteld op 6,8% van de overeenkomstig artikel 466 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Die belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

 

Artikel 3

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van de administratie belast met de vestiging van de inkomstenbelastingen en deze belast met de inning en de invordering van inkomstenbelastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.