Terug
Gepubliceerd op 13/02/2026

Besluit  Vast bureau

wo 04/02/2026 - 17:00

Wijziging rechtspositieregelingen OCMW-personeel - wijziging formaliteiten arbeidsongeschiktheid

Aanwezig: Jan Seynhaeve, voorzitter vast bureau
Kevin Defieuw, Geert Breughe, Mathieu Desmet, Lobke Maes, Stijn Tant, Bas Surmont, Marie De Clerck, leden vast bureau
Kurt Parmentier, algemeen directeur

De rechtspositieregelingen van het OCMW-personeel worden gewijzigd op het vlak van de formaliteiten arbeidsongeschiktheid.

Feiten, context en argumentatie

Het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau legden een voorstel voor aan het syndicaal overleg- en onderhandelingscomité inzake de wijziging van de rechtspositieregelingen van het gemeente- en OCMW-personeel op het vlak van de formaliteiten inzake arbeidsongeschiktheid.

Voor een toelichting rond het voorstel wordt verwezen naar de beslissingen van het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau van 14 januari 2026 houdende het voorstel tot wijziging van de rechtspositieregelingen en arbeidsreglementen van het gemeente- en OCMW-personeel op het vlak van de formaliteiten arbeidsongeschiktheid.

 

Er werd een protocol van akkoord afgesloten met ACV Openbare Diensten en ACOD Lokale en Regionale Besturen op 4 februari 2026.

 

 

Beslissing

De rechtspositieregelingen van het OCMW-personeel worden als volgt gewijzigd:

 

Art. 253. – Formaliteiten:

  • Het personeelslid brengt de leidinggevende of de personeelsdienst onverwijld op de hoogte van zijn arbeidsongeschiktheid. 

Volgende regeling geldt:

  1. Tot drie twee maal per kalenderjaar moet het personeelslid geen geneeskundig getuigschrift voorleggen voor de eerste dag arbeidsongeschiktheid. In dit geval deelt het personeelslid aan de leidinggevende of de personeelsdienst mee op welk adres hij zal verblijven tijdens deze eerste dag van arbeidsongeschiktheid, tenzij dit adres overeenstemt met zijn gewoonlijke verblijfplaats die bij de werkgever gekend is.
  2. Indien het personeelslid arbeidsongeschikt wordt nadat hij het werk al begonnen is, wordt dit beschouwd als overmacht. Deze dag wordt beschouwd als een onderbroken arbeidsdag. Het personeelslid moet voor deze dag geen geneeskundig getuigschrift bezorgen, tenzij op verzoek van de werkgever. Deze onderbroken arbeidsdag wordt bovendien niet beschouwd als een van voormelde drie twee dagen, opgenomen in bovenvermeld punt 1.

(...)