Terug
Gepubliceerd op 15/09/2026

Besluit  gemeenteraad

do 10/09/2026 - 19:00

Bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 - wijziging

Aanwezig: Michaël Picquart, voorzitter gemeenteraad
Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Eva Parmentier, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch, Nico Dupont, gemeenteraadsleden
Kurt Parmentier, algemeen directeur
Verontschuldigd: Jelle Stragier, Yves Goddeeris, gemeenteraadsleden

De bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 wordt gewijzigd.

Feiten, context en argumentatie

De gemeenteraad keurde op 13 juni 2024, op basis van artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (hierna GAS-wet), de bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 goed (met wijziging op 12 september 2024) (zgn. GAS 4). Hiervoor werd een protocolakkoord afgesloten tussen het lokaal bestuur en het parket (cfr. artikel 23 van de GAS-wet, cfr. beslissing van de gemeenteraad van 13 juni 2024). Ondertussen werd een nieuw protocolakkoord goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 26 augustus 2026, dat nog ter bekrachtiging wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.

Het in artikel 3, 3° bedoelde uitvoeringsbesluit (KB) werd gewijzigd bij koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
Het is aangewezen de bijzondere politieverordening aan te passen in functie van bedoelde wijziging opdat de inbreuken vermeld in de bijzondere politieverordening correleren aan bedoeld KB.

Vorige beslissingen
  • Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 26 augustus 2026: protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor gemengde inbreuken - goedkeuring.
  • Beslissing van de gemeenteraad van 13 juni 2024 en latere wijzigingen: bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111.
  • Beslissing van de gemeenteraad van 13 juni 2024: protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor gemengde inbreuken - bekrachtiging.
  • Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 5 juni 2024: protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor gemengde inbreuken - goedkeuring.
Hogere regelgeving
  • Decreet lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40, §3 en artikel 41, 2de lid, 2°.
  • Nieuwe gemeentewet, in het bijzonder artikel 119, 119bis en artikel 135, §2.
  • Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
  • Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
  • Omzendbrief van 22 juli 2014 waarbij uitleg verschaft wordt bij de nieuwe regelgeving aangaande de gemeentelijke administratieve sancties.
  • Arrondissementele omzendbrief WVL 2024/05 houdende richtlijnen betreffende de toepassing van de gemeentelijke administratieve sancties in het arrondissement West-Vlaanderen (versie 26 mei 2026).
  • Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
  • Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie op het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
  • Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 houdende de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens.
Publieke stemming
Aanwezig: Michaël Picquart, Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Eva Parmentier, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch, Nico Dupont, Kurt Parmentier
Voorstanders: Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Michaël Picquart, Eva Parmentier, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch, Nico Dupont
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
Beslissing

Artikel 1

De bijzondere politieverordening betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111 zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 13 juni 2024, gewijzigd door de gemeenteraad op 12 september 2024 en gecoördineerd door het college van burgemeester en schepenen op 18 september 2024, wordt gewijzigd als volgt:


Artikel  1

Artikel 1 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:

Deze bijzondere politieverordening geeft uitvoering aan artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen (hierna GAS-wet), dat bepaalt dat de gemeenteraad voor de inbreuken opgesomd in het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen, kan voorzien in gemeentelijke administratieve sancties.
Deze bijzondere politieverordening is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Wevelgem met uitsluiting van de autosnelwegen die dit grondgebied doorkruisen.


Artikel 2
Artikel 6 van de bijzondere politieverordening wordt geschrapt.

Artikel 3
Artikel 9 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 9 Stilstaan of parkeren op een berm
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

  • Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;
  • Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
  • Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;
  • Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de rijbaan worden opgesteld;
  • Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:
    - de zijdelingse strook,
    - de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is;
  • Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:
    - de zijdelingse strook of
    - de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.

Artikel 4

Artikel 11 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 11 Opstelling fietsen en tweewielige bromfietsen
Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op de plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in de artikelen 70.2.1, 3°, f en 77.5, 2de lid van voormeld koninklijk besluit.
De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.


Artikel 5
Artikel 12 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 12 Opstelling motorfietsen
Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.

Artikel 6

Artikel 13 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:

Artikel 13 Stilstaan en parkeren op plaatsen waar gevaar veroorzaakt kan worden of onnodige hinder zou veroorzaken
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
1° op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
2° op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
3° in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
4° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering;
5° op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
6° op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
7° op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.


Artikel 7

Artikel 14 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 14 Parkeren op specifieke plaatsen zoals omschreven in artikel 25.1, 1°, 2°, 3°, 5°, 8° tot 13° van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Het is verboden een voertuig te parkeren:
1° Op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
2° Op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
3° Voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;
4° Op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
5° Buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;



6° Op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;

7° Op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
8° Op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
9° Op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;
10° Buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt.
11° Op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.


Artikel 8
Artikel 22 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 22 Stilstaan en parkeren op witte markering parkeerstrook

Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

Artikel 9

Artikel 26 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:

Artikel 26 Verbod op inhalen in fietszone
Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.



Artikel 10
Artikel 30 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:

De inbreuken op de artikelen uit hoofdstuk 4 van deze bijzondere politieverordening worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2, §1 van het koninklijk besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen.


Artikel 11
Artikel 31 van de bijzondere politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:

De inbreuken op de artikelen uit hoofdstuk 5 van deze bijzondere politieverordening worden gesanctioneerd met een gemeentelijke administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2, §2 van het koninklijk besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, met latere wijzigingen.


Artikel 2
§1. Deze beslissing treedt in werking per 14 september 2026.
§2. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de coördinatie van deze beslissing.