De algemene politieverordening wordt gewijzigd.
De algemene politieverordening (APV) heeft tot doel de openbare orde, veiligheid, rust en gezondheid op het grondgebied van de gemeente te vrijwaren. De algemene politieverordening, zoals initieel hervastgesteld door de gemeenteraad op 13 december 2013, werd reeds herhaaldelijk gewijzigd. Deze wijzigingen werden gecoördineerd door het college van burgemeester en schepenen (laatst op 14 augustus 2024).
Naar aanleiding van de vaststelling van het (nieuwe) strafwetboek (inwerkingtreding op 1 september 2026) worden een aantal wijzigingen in de algemene politieverordening ingeschreven. Hierdoor worden een aantal inbreuken 'geherkwalifceerd' als GAS 1-inbreuk (puur administratief af te handelen, i.t.t. GAS 2 en GAS 3 dewelke gemengde inbreuken betreffen) of worden de verwijzingen afgestemd op de artikelen uit het (nieuwe) strafwetboek.
Van deze wijziging wordt gebruik gemaakt om ook een wijziging in te voegen omtrent de handhaving van burgemeestersbevelen.
De burgemeester beschikt over een eigen bevoegdheid om bestuurlijke maatregelen op te leggen ter handhaving van de openbare orde, veelal beoogt de beslissing van de burgemeester de regeling van een concreet individueel geval. De effectieve handhaving van dergelijke burgemeestersbevelen is essentieel om hun preventief en beschermend karakter te behouden. Wanneer dergelijke bevelen niet worden nageleefd, kan dit leiden tot een gevoel van straffeloosheid, verminderde veiligheid en een aantasting van het gezag van de lokale overheid.
Binnen het kader van de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) wordt voorzien in een gedifferentieerde aanpak voor minderjarigen met specifieke waarborgen zoals verplichte bemiddeling en ouderlijke betrokkenheid. Minderjarigen die de volle leeftijd van 16 jaar bereikt hebben, vallen onder het toepassingsgebied van het APV binnen onze gemeente. De wetgever voorziet in de mogelijkheid om het toepassingsgebied van het APV uit te breiden tot minderjarigen die de volle leeftijd van 14 jaar bereikt hebben. Er wordt voorgesteld om inbreuken op de naleving van burgemeestersbevelen sanctioneerbaar te maken voor minderjarigen die de volle leeftijd van 14 jaar hebben bereikt (i.p.v. 16 jaar). Deze aanpak laat de gemeente toe om doeltreffender op te treden tegen ernstige en herhaaldelijke vormen van administratieve overlast van jongere minderjarigen, in het bijzonder in concrete individuele gevallen, terwijl tegelijk maximaal wordt ingezet op een preventieve, proportionele en pedagogische benadering van minderjarige overtreders in deze gevallen. Zo wordt niet alleen de openbare veiligheid versterkt, maar ook gewerkt aan responsabilisering en gedragsbijsturing bij jongeren.
Deze wijziging specifiek heeft enkel betrekking op de GAS 1-procedure, vermits alle minderjarigen - ongeacht hun leeftijd - uitgesloten worden van het toepassingsgebied van GAS 2, 3 en 4. Bovendien betreft deze verlaging van de leeftijd van de 'overtreder' tot 14 jaar, zoals uiteengezet, enkel inbreuken op artikel 12 van het APV (= de verplichting tot naleving van burgemeestersbevelen). Voor alle andere GAS 1-inbreuken zal de bestaande minimale leeftijdsgrens van 16 jaar onverkort blijven gelden.
Ondertussen werd ook een nieuw modelprotocol opgesteld door het parket (cfr. bijlage bij de arrondissementele omzendbrief ARROB WVL 2024/05 van 20 februari 2024 (gewijzigde versie van 26 mei 2026, waarbij van de bijlage (modelprotocol) nog een erratum werd verstuurd op 30 juli 2026)). Bepaalde gemengde inbreuken zoals beledigingen, gewelddaden, diefstal, vandalisme (bij schade boven de 1 000 euro) worden in het modelprotocol uitgesloten van de GAS-procedure en worden daarom ook niet (langer) opgenomen in het APV. Dit protocol legt de afspraken vast tussen de gemeente en het parket inzake het vervolgingsbeleid van inbreuken op het APV, meer bepaald voor de gemengde inbreuken (GAS 2 en GAS 3). Dit vernieuwde protocol met het parket werd reeds goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 26 augustus 2026 en wordt eveneens aan de gemeenteraad ter bekrachtiging voorgelegd.
Het ontwerp van wijziging van de algemene politieverordening werd voorbereid in overleg met stad Menen, gemeente Ledegem en politiezone Grensleie.
De voorgestelde wijzigingen betreffen samengevat:
Er wordt voorgesteld om deze wijziging in werking te laten treden op 14 september 2026.
Het voorstel van wijziging van de algemene politieverordening werd besproken op het politiecollege van 24 augustus 2026 en werd voorgelegd aan het jeugdoverleg van 8 september 2026.
Artikel 1
De algemene politieverordening, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 13 december 2013 en gewijzigd door de gemeenteraad op 12 december 2014, 13 maart 2015, 12 februari 2016, 8 december 2017, 13 november 2020, 8 oktober 2021, 10 november 2022, 20 april 2023, 12 oktober 2023, 8 februari 2024 en 13 juni 2024 wordt gewijzigd als volgt:
Artikel 1
Artikel 2 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
§1. Voor zover door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie geen straffen of administratieve sancties worden bepaald, kunnen de inbreuken op de bepalingen van deze politieverordening gestraft worden met:
§2. Onverminderd de toepassing van §3., bedraagt het maximumbedrag van de administratieve geldboete 175 euro, indien de dader, op het tijdstip van de feiten, een minderjarige betreft die de volle leeftijd van 16 jaar bereikt heeft.
§3. In geval van een inbreuk op artikel 12 van deze politieverordening kan de in §2. bedoelde administratieve geldboete opgelegd worden aan elke minderjarige dader die, op het tijdstip van de inbreuk, de volle leeftijd van 14 jaar bereikt heeft.
§4. De in §1. bedoelde schorsing, intrekking of sluiting worden opgelegd door het college van burgemeester en schepenen. De in §1. tot en met §3. bedoelde administratieve geldboete wordt opgelegd door de sanctionerend ambtenaar.
Artikel 2
Artikel 3 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Er is sprake van herhaling wanneer de overtreder reeds werd gesanctioneerd voor eenzelfde inbreuk binnen de 24 maanden voorafgaand aan de nieuwe vaststelling van de inbreuk.
In geval van herhaling bedraagt de administratieve geldboete ten minste het dubbele van de geldboete die bij de eerste overtreding werd opgelegd, met een maximum van 500 euro.
In geval van een nieuwe herhaling bedraagt de administratieve geldboete ten minste 3 maal de geldboete die bij de eerste overtreding werd opgelegd, met een maximum van 500 euro.
Het maximumbedrag van 500 euro, vermeld in de voorgaande leden, wordt tot een maximum van 175 euro verminderd overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, §2. en §3. van deze politieverordening.
Artikel 3
Artikel 17 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Het bemiddelingsaanbod is verplicht van toepassing voor minderjarige overtreders in de zin van artikel 2, §2. en §3. van deze politieverordening. Voor meerderjarige overtreders is de toepassing van de bemiddelingsprocedure facultatief. De sanctionerend ambtenaar beoordeelt hierbij of het opstarten van de bemiddelingsprocedure wenselijk en nuttig is. De overtreder dient echter in te stemmen met de bemiddeling.
De betrokken partijen worden gestimuleerd tot actieve deelname aan het bemiddelingsproces.
Wanneer de sanctionerend ambtenaar het welslagen van de bemiddeling vaststelt, kan hij geen administratieve geldboete meer opleggen.
In geval van weigering van het aanbod of falen van de bemiddeling kan de sanctionerend ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen, ofwel een administratieve geldboete opleggen.
Artikel 4
Artikel 18 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Wanneer de overtreder een minderjarige is in de zin van artikel 2, §2. en §3. van deze politieverordening, kan deze bijgestaan worden door een advocaat die door de stafhouder van de orde van advocaten wordt aangeduid. Deze advocaat kan ook aanwezig zijn tijdens de bemiddelingsprocedure.
Iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige wordt op de hoogte gebracht van de bemiddelingsprocedure en bij de procedure betrokken per aangetekend schrijven. Voormelde personen kunnen op hun verzoek de minderjarige begeleiden bij de bemiddeling
Artikel 5
Artikel 27 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
De documenten die worden opgemaakt en de mededelingen die worden gedaan tijdens de bemiddelingsprocedure zijn vertrouwelijk. Zij mogen niet worden aangewend in een gerechtelijke of administratieve procedure of enige andere procedure voor het oplossen van conflicten en zijn niet toelaatbaar als bewijs, zelfs niet als buitengerechtelijke bekentenis.
Onverminderd de verplichtingen die de wet hem opleggen mag de bemiddelingsambtenaar de feiten waarvan hij uit hoofde van zijn ambt kennis krijgt niet openbaar maken. Evenmin mag hij optreden als getuige in een burgerrechtelijke of administratieve procedure met betrekking tot feiten waarvan hij kennis krijgt uit hoofde van zijn ambt. De artikelen 352 en 353 van boek II van het strafwetboek zijn op hem van toepassing.
Partijen kunnen niet worden gehouden aan de door hen tijdens de bemiddeling ingenomen standpunten en voorstellen, alsmede de door hen aan de bemiddelaar of aan de andere partij gedane mededeling van welke aard en op welke wijze ook, behoudens hetgeen tussen hen werd overeengekomen in een bemiddelingsovereenkomst, waarin het akkoord tussen partijen werd vastgelegd.
Artikel 6
Artikel 29 van de algemene politieverordening wordt gewijzigd als volgt:
Het begrip 14 wordt integraal vervangen als volgt:
14 Geluid
Alle vormen van geluidsemissie, hetzij ten gevolge van lichamelijke gedraging (bv. roepen, luid praten, luid meezingen, op voorwerpen slaan, enz.), hetzij voortkomend van blijvende of tijdelijke geluidsbronnen, al dan niet elektronisch versterkt.
Artikel 7
Artikel 37 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
§1. Het is verboden, zowel binnenshuis of op private grond als in de openlucht op het openbaar domein, geluid te veroorzaken dat redelijkerwijze de rust van de buurtbewoners zou kunnen verstoren of hen redelijkerwijze zou kunnen storen in het rustig en normaal genot van hun eigendom of bezit, dan wel de openbare orde en rust op openbare plaatsen in het gedrang zou kunnen brengen.
§2. De feitelijke gebruiker van een voorwerp en de begeleider van een dier zijn objectief aansprakelijk voor de geluidsoverlast die dit voorwerp of dier - hetzij ongewild - veroorzaken.
Artikel 8
Artikel 38 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
§1 Het is verboden nachtlawaai te veroorzaken of toe te laten wanneer dit:
Bovenstaande betreft een niet-limitatieve opsomming.
De bepalingen zijn van toepassing op alle natuurlijke en rechtspersonen.
Op zondagen en wettelijke feestdagen geldt dit verbod zoals bepaald in het eerste lid tussen 22 uur en 9 uur.
§2 Onder nachtlawaai wordt verstaan:
Artikel 9
Een artikel 38bis wordt ingevoegd als volgt:
De bepalingen van de artikelen 37 en 38 zijn niet van toepassing op:
Deze uitzonderingen gelden enkel voor zover de hinder tot het strikt noodzakelijke wordt beperkt.
Artikel 10
Artikel 43 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Het is verboden tussen 22 uur en 6 uur om voertuigen of hun toebehoren met koelinstallaties draaiende te houden terwijl het voertuig geparkeerd staat en dit op minder dan 200 meter van de bewoning.
Artikel 11
Het opschrift van hoofdstuk 8 van titel 3 van deel 2 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
HOOFDSTUK 8 Vandalisme
Artikel 12
Artikel 93 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 93
§1. Het is verboden om feitelijkheden te plegen, opzettelijk doch zonder het oogmerk om te beledigen.
Onder feitelijkheden wordt begrepen:
Dit betreft een niet limitatieve opsomming
§2. Het is verboden voorwerpen of substanties die zouden kunnen bevuilen of schade zouden kunnen veroorzaken, tegen of op andermans (roerende of onroerende) goederen te werpen of te storten.
Artikel 13
Artikel 94 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 94 - ‘vandalisme' - licht gemengde inbreuk - volgens artikel 514 SW
Het is, zoals bepaald in de artikelen 514 en 515 van het strafwetboek, verboden om vandalisme te plegen.
Onder vandalisme wordt verstaan alle opzettelijk op enig goed dat aan een ander toebehoort gestelde gedraging die bestaat in het vernielen, het beschadigen, het onbruikbaar maken of het aanbrengen van graffiti zonder toestemming.
Artikel 14
Artikel 95 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 95 - zwaar gemengde inbreuk - volgens artikelen 516 en 517 SW
§1. Het is zoals bepaald in artikel 516 van het strafwetboek, verboden om vandalisme met ernstige schade tot gevolg te plegen.
§2. Het is zoals bepaald in artikel 517 van het strafwetboek, verboden om vandalisme te plegen aan een goed met een bijzonder belang.
§3. Als goed met een bijzonder belang wordt beschouwd een gebouw, maatschappelijke infrastructuur, een vervoermiddel, één of meerdere bomen, een bos, een natuurgebied, een boomgaard of een akker.
Voor de omschrijving van ‘vandalisme’ wordt verwezen naar artikel 94.
Artikel 15
Artikel 96 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Het is verboden grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, te verplaatsen of te verwijderen.
Artikel 16
Artikel 98 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Het is verboden het water te verontreinigen van openbare watervoorzieningen, brandkranen of drinkwaterkranen of deze te gebruiken voor een ander doel dan waartoe het bestemd is.
Artikel 17
Artikel 137 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Het is verboden geheel of ten dele grachten te dempen, op te vullen of te verleggen tenzij hiervoor een vergunning werd verleend door de bevoegde overheid of de werken vrijgesteld zijn van vergunning. De grachten die wederrechtelijk werden opgevuld of verlegd, zullen op kosten van de overtreder in hun oorspronkelijke staat hersteld worden.
Artikel 18
Artikel 185 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
Artikel 185 - ‘verbod van gezichtsbedekking in de publieke ruimte' - licht gemengde inbreuk - volgens artikel 423 SW
§1. Het is, zoals bepaald in artikel 423 van het strafwetboek, behoudens andersluidende wetsbepalingen, verboden zich opzettelijk in de voor het publiek toegankelijke plaatsen te begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.
§2. Het verbod opgenomen in paragraaf 1 geldt niet, zoals bepaald in artikel 424 van het strafwetboek, voor hen die zich krachtens arbeidsreglementen of politieverordeningen naar aanleiding van feestactiviteiten op voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodanig dat ze niet kunnen worden geïdentificeerd.
Artikel 19
Het opschrift van hoofdstuk 8 van titel 3 van deel 3 van de algemene politieverordening wordt integraal vervangen als volgt:
HOOFDSTUK 8 Vandalisme
Artikel 20
§1. De artikelen 97, 97bis, 99, 100, 185bis, 185ter, 196, 296bis en 296ter van de algemene politieverordening worden opgeheven.
§2. In artikel 182 van de algemene politieverordening wordt punt 7. geschrapt.
Artikel 2
§1. Deze beslissing treedt in werking per 14 september 2026.
§2. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de coördinatie van deze beslissing.