Terug
Gepubliceerd op 17/02/2026

Besluit  gemeenteraad

do 12/02/2026 - 19:00

Reglement houdende toekenning van subsidies voor het onderhoud van kleine landschapselementen

Aanwezig: Michaël Picquart, voorzitter gemeenteraad
Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Eva Parmentier, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Nico Dupont, Reinout Quidousse, gemeenteraadsleden
Kurt Parmentier, algemeen directeur

Het reglement houdende toekenning van subsidies voor het onderhoud van kleine landschapselementen wordt hervastgesteld.

Feiten, context en argumentatie

De gemeente Wevelgem beschikt over 2 subsidiereglementen voor kleine landschapselementen (KLE's), nl. het gemeentelijk subsidiereglement houdende aanleg van kleine landschapselementen (goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 8 juli 2005) en het gemeentelijke subsidiereglement onderhoud van kleine landschapselementen (laatst goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 14 februari 2020). Beide subsidiereglementen werden geëvalueerd.

 

Er wordt vastgesteld dat het reglement houdende aanleg kleine landschapselementen al 3 jaar geen aanvragen meer kent, wegens het feit dat het nu interessanter is om een landschapsplan aan te vragen via het Regionaal Landschap Leie en Schelde. Hierbij wordt zowel het plan als de aanplanting financieel ondersteund door zowel de gemeente als het Regionaal Landschap Leie en Schelde. Zodoende stelt de cel Duurzaamheid voor om het subsidiereglement houdende aanleg kleine landschapselementen af te schaffen.

 

De subsidies voor onderhoud van kleine landschapselementen worden wel frequent aangevraagd. Het blijft belangrijk om de KLE’s, zoals hagen, houtwallen, houtkanten, hoogstammige boomgaarden, boomrijen,… in het landschap te behouden en te onderhouden.

Het Regionaal Landschap Leie en Schelde stelt voor om het subsidiereglement houdende onderhoud van kleine landschapselementen uniform te maken voor de 13 gemeenten van het Regionaal Landschap Leie en Schelde. Zodoende is de landschapsplanner op de hoogte van het reglement en kan hij de burgers van de verschillende gemeenten vlot informeren. Het Regionaal Landschap Leie en Schelde werkte hiertoe een voorstel van reglement uit.

De cel Duurzaamheid stelt voor om de inhoud van het voorstel van reglement van het Regionaal Landschap Leie en Schelde over te nemen, echter met een differentiatie van de subsidiebedragen tussen landbouwers/natuurverenigingen en particulieren. De bestaande subsidiebedragen worden aangepast volgens de globale indexatie-oefening en voor de 'nieuwe' KLE's worden de subsidiebedragen vanuit het voorstel van het Regionaal Landschap Leie en Schelde weerhouden, waarbij voor particulieren dit bedrag wordt gehalveerd in het nieuwe ontwerp dat nu wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.

In het ontwerp van reglement wordt ook voorzien om de subsidiebedragen jaarlijks te indexeren.

Meerjarenplan en budget

De uitgave wordt aangerekend op rekening PB4-ACT14/0340-00/649741 van het exploitatiekrediet.

Vorige beslissingen
  • Beslissing van de gemeenteraad van 14 februari 2020: reglement betreffende de subsidiëring van het onderhoud van kleine landschapselementen.
  • Beslissing van de gemeenteraad van 8 juli 2005: gemeentelijk reglement betreffende de betoelaging van de aanleg van kleine landschapselementen.
Hogere regelgeving
  • Decreet lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40, §3 en artikel 41, 2de lid, 23°.
Publieke stemming
Aanwezig: Michaël Picquart, Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Eva Parmentier, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Nico Dupont, Reinout Quidousse, Kurt Parmentier
Voorstanders: Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Sofie Mol, Bas Surmont, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Yves Goddeeris, Viktor Maes, Michaël Picquart, Eva Parmentier
Onthouders: Hendrik Vanhaverbeke, Filip Daem, Heidi Craeynest, Luc Vanderhaeghe, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Nico Dupont, Reinout Quidousse
Resultaat: Met 22 stemmen voor, 9 onthoudingen
Beslissing

Artikel 1

Het gemeentelijk reglement houdende toekenning van subsidies voor het onderhoud van kleine landschapselementen wordt hervastgesteld als volgt:

 

DEFINITIES

Artikel 1 Definities

  • Afzetten: Bomen en struiken afzagen op een hoogte die ongeveer gelijk is aan de dikte van de stam of takken. Afgezette bomen en struiken maken nieuwe takken aan vanuit de overgebleven stomp of wortels.
  • Autochtoon plantgoed (Label ‘Plant van Hier’): Een individuele plant is autochtoon of oorspronkelijk inheems in een bepaalde streek als deze een nakomeling is van planten die zich sinds hun spontane vestiging na de laatste ijstijd altijd natuurlijk hebben verjongd, of die kunstmatig vermeerderd werden met strikt lokaal materiaal.
  • Bomenrij: Lijnvormige aanplant van bomen.
  • Bosgoed: Plantgoed dat 2 à 3 jaar oud en ongeveer 80 tot 120 cm lang is en standaard gebruikt wordt bij aanplantingen.
  • Bos(je): Vlakvormige aanplant waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken.
  • Bosrand: Overgang tussen een open terrein en een bosgebied. Een ecologisch goede bosrand bestaat uit een mantel en een zoom. De mantel is een struikzone. De zoom is een zone met ruigtekruiden. De breedte van een goede bosrand varieert tussen de 1 tot 1,5 maal de boomhoogte.
  • Gemeenteweg: Openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond.
  • Haag: Dichte en doorlopende rij houtige struiken die door regelmatige en frequente snoei in vorm gehouden wordt.
  • Heg: Dichte en doorlopende rij houtige struiken met een minimaal beheer.
  • Hakhoutbosje: Bos(je) dat beheerd wordt door periodiek afzetten tot op een hoogte die ongeveer gelijk is aan de dikte van de stam of takken.
  • Herstelaanplant: Aanplanten van plantgoed om gaten te dichten in lijn- of vlakvormige aanplantingen om het oorspronkelijke streefbeeld te herstellen.
  • Hoogstammig plantgoed: Plantgoed met een takvrije stam en op 180 à 200 cm het begin van de kruin.
  • Hoogstamboomgaard: Aanplant van hoogstamfruitbomen in grasland in een regelmatig plantverband.
  • Hoogstamfruitboom: Fruitboom met een takvrije stam van minstens 180 cm.
  • Hooiland: Grasland met potentiële ecologische waarde, waarbij het gras periodiek wordt gemaaid en afgevoerd.
  • Houtig erfgoed: Beplantingsvormen die representatief zijn voor het werk van de mens of van de natuur of van beiden samen. Ze vertellen iets over de geschiedenis van een bepaalde plaats. Ze illustreren oude gebruiken (bijvoorbeeld gerechtsbomen, kapelbomen, hoekbomen, welkomstbomen), historisch landgebruik (geriefhoutbosjes, knotbomen, boomgaarden…) of bepaalde technieken (leifruit, gevlochten hagen, schermbomen), ...
  • Houtkant: Doorlopende rij boomvormende en struikvormende soorten die beheerd worden door periodiek afzetten tot op een hoogte die ongeveer gelijk is aan de dikte van de stam.  
  • Inheemse (planten)soorten: Plantensoorten die van nature voorkomen in een streek sinds de laatste ijstijd. Ze leveren een positieve bijdrage aan het voor de streek typische landschap en de biodiversiteit. Inheems plantgoed is niet persé autochtoon: veel inheems plantgoed is gegroeid uit zaden die niet afkomstig zijn uit onze streek. Een lijst met inheemse soorten is te vinden op www.plantvanhier.be
  • Kleine landschapselementen: Lijn- of puntvormige elementen met inbegrip van de bijhorende vegetaties waarvan het uitzicht, de structuur of de aard al dan niet resultaat zijn van menselijk handelen en die deel uitmaken van de natuur zoals bermen, bomen, houtkanten, hagen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, sloten, struwelen, poelen, …
  • Knotboom: Boom die door periodiek knotten beheerd wordt. Het gaat zowel om de snelgroeiende soorten wilg en populier als trager groeiende soorten zoals els, es, haagbeuk, eik en linde.
  • Leiden van hagen en heggen: Vlechten van jonge twijgen of inkappen en vervolgens neerleggen van oudere stammen met als doel het bekomen van een dichte vlechtheg.
  • Oude fruitrassen: Oude lokale en regionale fruitrassen, horend tot het Vlaams erfgoed.
  • Plantaardige beheerresten: Plantaardig materiaal zoals maaisel, bladeren en takken dat vrijkomt bij beheerwerken. 
  • Plantsnoei: Snoei die wordt uitgevoerd vlak voor of direct na het aanplanten van fruitbomen waarbij 1 centrale harttak en 3 à 4 gesteltakken goed verdeeld over de stam worden behouden.
  • Poel: Meestal door de mens uitgegraven waterpartij zonder kunstmatige waterdoorlatende laag die voornamelijk door grondwater gevoed wordt.
  • Rijpe compost: Compost die ouder is dan 12 maanden.
  • Ruigte: Vegetatie die spontaan ontstaat uit graslanden als die een paar jaar niet gemaaid worden of op verstoorde gronden voordat er struweel of bos op groeit en die bestaat uit voornamelijk snelgroeiende kruidachtige plantensoorten.
  • Scheren: Jaarlijks of tweejaarlijks snoeien van een haag.
  • Slibruimen: Verwijderen van sediment dat zich ophoopt op de bodem van poelen en sloten en dat bestaat uit afgebroken resten van bladeren, stengels, takken en afvalstoffen. 
  • Sloot (of gracht): Ten behoeve van waterafvoer of ontwatering gegraven langwerpige waterelementen met natuurlijke oevers die niet geklasseerd zijn als waterloop die gevoed worden door regen- en/of grondwater en die het grootste deel van het jaar van nature waterhoudend zijn zonder dat er een kunstmatige water ondoorlatende laag werd aangebracht.
  • Solitaire boom: Alleenstaande boom.
  • Spil (of veer): Niet opgesnoeid hoogstammig plantgoed dat zeer geschikt is voor landschappelijke aanplantingen.
  • Streekeigen (planten)soorten: plantensoorten die eigen zijn aan een bepaalde streek omdat ze inheems zijn of een cultuurhistorische link met de streek hebben en daardoor al lange tijd in de streek voorkomen.
  • Struweel: Vlakvormige aanplant die wordt gedomineerd door struiken die kunnen uitgroeien en eventueel sporadisch worden gesnoeid.
  • Trage weg: Gemeentewegen die hoofdzakelijk bestemd zijn voor niet-gemotoriseerd verkeer.
  • Terugsnoeien: Snoeien van (vlecht)heggen of houtkanten tot op de gesteltakken. Dat voorkomt dat de landschapselementen te hoog en breed uitgroeien. Uit de gesteltakken lopen de planten opnieuw uit.
  • Vlechtheg: Heg of haag die ondoordringbaar wordt gemaakt door te leiden.
  • Waardevolle boom: Een boom die nationaal of regionaal een belangrijke plek inneemt in de geschiedenis en/of bijzonder is op basis van leeftijd, omvang of bereikte hoogte of zich onderscheid qua functie in het landschap en/of zeldzaam is in België qua soort of variëteit en/of bijzondere planten of dieren herbergt.

  • Landbouwer: een natuurlijke of rechtspersoon die om den brode een landbouwactiviteit uitoefent.
    Landbouwactiviteit: landbouwproducten produceren, fokken of telen tot en met het oogsten, het melken, het fokken en het houden van dieren voor landbouwdoeleinden.

  • Natuurverenigingen: een terreinbeherende natuurvereniging die door de Vlaamse overheid erkend is.

ALGEMENE VOORWAARDEN

Artikel 2 
De gesubsidieerde kleine landschapselementen zijn gelegen op percelen binnen of grenzend aan percelen met bestemming landbouw, bos, overig groen, reservaat en natuurgebied van de gemeente Wevelgem. De onderhoudssubsidie wordt niet toegekend voor beplantingen en randbeplanting rond siertuinen. Voor het beheer van waardevolle bomen en houtig erfgoed en het beheer van hoogstamboomgaarden geldt deze beperking niet.

Artikel 3 
De aanleg of het beheer van kleine landschapselementen heeft geen commerciële doeleinden (boomkwekerij, …).

Artikel 4 
De aanleg of het beheer van kleine landschapselementen kan geen verplichting zijn die voortkomt uit voorwaarden die werden opgelegd bij een (omgevings)vergunning of machtiging.

Artikel 5 
De aangevraagde subsidiëring bedraagt minimum 50 euro en maximum 310 euro per aanvrager per jaar voor een particulier, minimum 50 euro en maximum 869 euro per aanvrager per jaar voor de doelgroep landbouwers en natuurverenigingen.

Artikel 6 
Indien de aanvrager geen eigenaar of pachter is van de percelen waarop de kleine landschapselementen aanwezig zijn, moet hij over een schriftelijke toestemming van de eigenaar of pachter beschikken voor het uit te voeren beheer en het ontvangen van de subsidie.

Artikel 7 
De gesubsidieerde werken moeten deskundig gebeuren, met respect voor de betrokken kleine landschapselementen en de bijhorende planten en dieren. Meer info is te vinden op tal van websites zoals https://www.ecopedia.be.

 

BEHEER(ADVIES) VAN HOUTIGE KLEINE LANDSCHAPSELEMENTEN

Artikel 8 
Volgende subsidies worden toegekend:

Aard

Doelgroep particulieren

Doelgroep landbouwers en natuurverenigingen.

Scheren van streekeigen landschapshagen en/of vlechtheggen langs weides en akkers

€ 1,5 per m - min. 50 m, subsidie jaarlijks toegekend

€ 3 per m - min. 50 m, subsidie jaarlijks toegekend

Leiden van vlechtheggen

€ 1,5 per m - min. 50 m, subsidie jaarlijks toegekend

€ 3 per m - min. 50 m, subsidie jaarlijks toegekend

Terugsnoeien van heggen, houtkanten of vlechtheggen met een hoogte van 4 m

€ 1,5 per m - min. 50 m, subsidie om de 3 jaar toegekend

€ 3 per m - min. 50 m, subsidie om de 3 jaar toegekend

Afzetten van heggen of houkanten met een hoogte van minimum 4 m

€ 1,5 per m - min. 50 m, subsidie om de 5 jaar toegekend

€ 3 per m - min. 50 m, subsidie om de 5 jaar toegekend

Beheer van hoogstamboomgaarden: boomgaard bestaande uit min. 6 hoogstam fruitbomen:
*snoei van nieuw aangeplante fruitbomen.

€ 2,5 per boom, jaarlijks toegekend tot 10 jaar na aanplant

 

€ 5 per boom, jaarlijks toegekend tot 10 jaar na aanplant

 

* snoei van (jong)volwassen fruitbomen, min. 10 jaar oud

€ 5 per boom, om de 3 jaar toegekend

€ 10 per boom, om de 3 jaar toegekend

beheeradvies en/of beheer van waardevolle bomen

max. € 250 per boom, subsidie om de vijf jaar toegekend

max. € 500 per boom, subsidie om de vijf jaar toegekend

knotten van knotbomen met een stamomtrek van meer dan 1 m

min. 5 bomen, € 15,6 per boom, subsidie om de vijf jaar toegekend

Indien in de knotbomenrij knotbomen ontbreken moeten die aangevuld worden. Hiervoor kan een aanvraag ingediend worden bij Regionaal Landschap Leie en Schelde

min. 5 bomen, € 31 per boom, subsidie om de vijf jaar toegekend

Knotten van knotbomen met een stamomtrek van meer dan 3 m

min. 5 bomen, € 31 per boom, subsidie om de vijf jaar toegekend

Indien in de knotbomenrij knotbomen ontbreken moeten die aangevuld worden. Hiervoor kan een aanvraag ingediend worden bij Regionaal Landschap Leie en Schelde

min. 5 bomen, € 62 per boom, subsidie om de vijf jaar toegekend

Afzetten van een hakhoutbosje met een hoogte van minimum 4 m

€ 12 per are, subsidie om de zeven jaar toegekend, de oppervlakte bedraagt maximum 50 are per jaar per aanvrager

€ 24 per are, subsidie om de zeven jaar toegekend, de oppervlakte bedraagt maximum 50 are per jaar per aanvrager

 

Deze bedragen worden jaarlijks aangepast aan de consumptieprijsindex conform de volgende formule:

basissubsidiebedrag x nieuwe index november (x-1)

                                  Basisindex november 2025

 

Het nieuwe subsidiebedrag wordt afgerond naar het dichtste veelvoud van 10 cent volgens de wiskundige afrondingsregels. Bedragen van 0,05 euro en hoger worden naar boven afgerond, bedragen lager dan 0,05 euro worden naar beneden afgerond.

Artikel 9 
Voorwaarden voor subsidiëring zijn:

  • De gemeentelijke dienst Openbaar Groen en Netheid bepaalt aan de hand van een terreinbezoek of een boom al dan niet voldoet aan de omschrijving van een waardevolle boom en dus al dan niet in aanmerking komt voor de subsidie voor het beheer of beheeradvies van waardevolle bomen.
  • Het beheeradvies of beheer van waardevolle bomen moet geleverd en respectievelijk uitgevoerd worden door een gecertificeerde specialist in veteraanbomenbeheer (VETcert-certificaat).
  • De hoogte van een haag of vlechtheg na scheren bedraagt tussen 1 m en 1,5 m.
  • Houtkanten van ten minste 50 m lang, zet men per kapbeurt voor ten hoogste 1/4 van de lengte af of men spreidt de kapbeurt over 4 opeenvolgende jaren. De omlooptijd voor het afzetten van de staken bedraagt 8 tot 10 jaar (voor elzen en wilgen) of tot 30 jaar (voor hardhoutsoorten).
  • Knotbomenrijen worden in een cyclus van 5 tot 6 jaar geknot.
  • Onderhoudswerken voor houtkanten, knotbomen en het terugsnoeien van heggen worden uitgevoerd in de periode van 1 november tot 1 maart.

 

Artikel 10 
Met het indienen of laten indienen van de aanvraag verbindt de eigenaar of pachter zich tot de nodige instandhoudingszorg. Dit houdt in dat de gesubsidieerde aanplantingen gevrijwaard worden tegen schade vanwege vee of wild, indien vee of wild aanwezig is.

AANLEG EN BEHEER VAN POELEN

Artikel 11 
Volgende subsidies worden toegekend:

  • Voor de aanleg van nieuwe poelen kan de eigenaar contact opnemen met het Regionaal Landschap Leie en Schelde. Na een terreinbezoek zal een medewerker van het Regionaal Landschap Leie en Schelde kunnen inschatten of de locatie voldoet aan de vereisten om een poel aan te leggen. De uitvoering kan gebeuren in samenwerking met het Regionaal Landschap Leie en Schelde.
  • Voor slibruimen van bestaande poelen kan de eigenaar terecht bij het Regionaal Landschap Leie en Schelde. Het Regionaal Landschap Leie en Schelde ondersteunt deze werken via hun landschapswerking. Meer info kan verkregen worden via info@rlleieschelde.be

Artikel 12 
Voorwaarden voor subsidiëring zijn:

  • Deze werken worden enkel gesubsidieerd na gunstig advies van Regionaal Landschap Leie en Schelde.
  • Deze werken mogen niet als voorwaarde opgenomen zijn bij de toekenning van een omgevingsvergunning.  
  • De oppervlakte van een nieuwe poel bedraagt na uitvoering van de werken minimum 100 m² en maximum 250 m².
  • De oppervlakte van een te ruimen poel bedraagt minimum 50 m².
  • Het diepste punt van de poel is 1,5 à 2 m diep.
  • De oevers van een poel worden dermate aangelegd dat de bodem van de poel vanaf de rand zacht (maximaal 45°) afhelt waardoor een ondiepe oeverzone ontstaat. Dat is zeker zo voor de noordelijke kant van een poel.
  • Indien er vee aanwezig is, wordt minstens 2/3de van de poel ontoegankelijk gemaakt voor het vee.
  • Indien de poel gelegen is in een akker wordt een bufferstrook van minstens 1 m breed voorzien.
  • Er worden geen (water)dieren in of om de poel uitgezet.
  • Opgaande begroeiing langs de zuidkant wordt vermeden om de beschaduwing te beperken. Omwille van cultuurhistorische redenen (bv. vlasrootputten) kan hiervan afgeweken worden.
  • In de poel worden geen instrumenten uitgespoeld die in contact zijn geweest met chemische middelen, biociden en mest.
  • Er wordt geen water aan de poel onttrokken, met uitzondering van drinkwater voor het in de aangrenzende percelen ingeschaarde vee.
  • De werken worden uitgevoerd in de periode augustus – januari.
  • Een wadi die gegraven wordt in functie van de tijdelijke opslag en infiltratie van regenwater is geen poel en wordt bijgevolg niet gesubsidieerd.

 

Artikel 13 
Met het indienen of laten indienen van de aanvraag verbindt de eigenaar of pachter zich tot de nodige instandhoudingszorg. Hieronder wordt verstaan:

  • Regelmatig maaien en afvoeren van de niet-houtachtige oevervegetatie.
  • Regelmatig snoeien en/of afzetten van de houtige beplanting rondom de poel zodat voldoende zon op de poel valt en het verlandingsproces beperkt wordt. Voor uitvoering van deze werken kan een subsidie aangevraagd worden (zie artikel 8).

BEHEER VAN ECOLOGISCH WAARDEVOLLE HOOILANDEN

Artikel 14 
Volgende subsidies worden toegekend voor het beheer van hooilanden:

  • 150 euro per hectare per jaar, subsidie jaarlijks toegekend.

Artikel 15 
Deze werken kunnen op vraag van de aanvrager verwerkt worden in een overeenkomst opgemaakt tussen de gemeente enerzijds en de beheerder anderzijds, die geldig is voor een periode van 6 jaar.

Artikel 16 
Voorwaarden voor subsidiëring zijn:

  • Deze werken kunnen enkel uitgevoerd worden na gunstig advies van Regionaal Landschap Leie en Schelde. Dit advies omvat een beschrijving van het uit te voeren beheer.
  • De hooilanden hebben een hoge potentiële of actuele biologische waarde die door Regionaal Landschap Leie en Schelde wordt vastgesteld op basis van de biologische waarderingskaart en/of waarnemingen op het terrein.
  • Er wordt maximum twee maal per jaar gemaaid (een eerste keer na half juni, een tweede keer eind september/begin oktober) met eventueel als startbeheer een extra maaibeurt in mei.
  • Er worden geen meststoffen of bodemverbeteringsmiddelen aangebracht op de hooilanden, met uitzondering van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij eventuele nabegrazing.
  • Het maaisel wordt na maximum 1 week afgevoerd.
  • De hooilanden hebben een aangesloten oppervlakte van minimaal 0,4 ha.

AANVRAAGPROCEDURE 

Artikel 17 
Voor het beheer van ecologische waardevolle hooilanden wordt ten laatste 1 maand voor de uitvoering van de werken een aanvraag tot het sluiten van een overeenkomst ingediend bij het college van burgemeester en schepenen. Deze overeenkomst wordt door de gemeentelijke dienst Openbaar Groen en Netheid opgemaakt tussen de gemeente enerzijds en de beheerder anderzijds. De overeenkomst bevat een bondige beschrijving van het toegepaste beheer, gebruikte machines, periode waarbinnen gemaaid zal worden en de wijze waarop het maaisel zal worden afgevoerd en verwerkt. Deze overeenkomst is geldig voor een periode van 6 jaar. Vanaf het tweede jaar volstaat het indienen van een korte beschrijving van de resultaten van het uitgevoerde beheer tijdens het afgelopen jaar. 

Artikel 18 
De aanvraag tot uitbetaling kan tot drie maanden na uitvoering worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 19 
De aanvraag tot uitbetaling of sluiten van een overeenkomst bevat minstens het correct ingevuld aanvraagformulier met:

  • persoonlijke gegevens van de aanvrager
  • de kadastrale gegevens van het perceel/de percelen waar de werken zijn uitgevoerd
  • grondplan met aanduiding van de locatie van de werken
  • een beschrijving van de aard van de werken
  • periode van uitvoering
  • een verklaring van eigendoms- of pachtrecht of schriftelijke toelating van de eigenaar of pachter.

Artikel 20 
De aanvraag wordt aangevuld met:

  • voor het sluiten van een overeenkomst voor beheer van ecologische waardevolle hooilanden: het advies met een bondige beschrijving van het toegepaste beheer, gebruikte machines, periode waarbinnen gemaaid zal worden en de wijze waarop het maaisel zal worden afgevoerd en verwerkt. Dit kan opgemaakt worden in samenspraak met Regionaal Landschap Leie en Schelde.
  • voor het beheer van waardevolle bomen: een kopie van het VETcert-certificaat van de uitvoerder van de beheerwerken alsook de factuur van de uitgevoerde werken.
  • foto’s van voor en na de werken waarvoor een subsidie aangevraagd wordt.

Artikel 21 
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de subsidie en het bedrag ervan. Deze beslissing wordt genomen na controle door de gemeentelijke dienst Openbaar Groen en Netheid op de correcte uitvoering van de aangevraagde werken en in functie van landschappelijke, ecologische, landbouwkundige, juridische en planmatige aspecten.

Artikel 22 
Indien niet aan deze voorwaarden voldaan wordt, meldt de gemeentelijke dienst Openbaar Groen en Netheid dit aan de aanvrager. Deze beschikt steeds over de mogelijkheid een aangepaste aanvraag opnieuw voor te leggen.

Artikel 23 
Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen de maand over de goedkeuring van de subsidie en het bedrag ervan. Indien deze termijn wordt overschreden wordt de aanvraag geacht principieel goedgekeurd te zijn.

Artikel 24  
Wanneer de uitvoering onvolledig of gebrekkig is, kan de subsidie bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen verminderd, uitgesteld of geweigerd worden. Vermindering, uitstelling of weigering van de subsidie wordt in alle geval gemotiveerd.

Artikel 25 
Bij discussie over wie de subsidie toekomt, wordt geen uitbetaling uitgevoerd.

Artikel 26 
De subsidie kan door het college van burgemeester en schepenen geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd wanneer belangrijke delen van de werken niet zijn gerealiseerd, door kennelijk gebrek aan zorg niet in stand zijn gehouden of indien sprake is van fraude (dubbele subsidiëring, valse verklaringen …).

Artikel 27 
In geval van vermoeden van fraude door de aanvrager worden de werken waarvoor subsidie wordt aangevraagd uitgesloten van verdere subsidieaanvraag.

Artikel 2 
Dit reglement treedt in werking op 16 februari 2026 en heft het subsidiereglement houdende toekenning van subsidies voor de aanleg van kleine landschapselementen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 8 juli 2005 alsook het subsidiereglement houdende toekenning van subsidies voor het onderhoud van kleine landschapselementen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 14 februari 2020 op.