Terug
Gepubliceerd op 29/01/2026

Besluit  Vast bureau

wo 21/01/2026 - 17:00

Wijziging arbeidsreglementen OCMW-personeel

Aanwezig: Jan Seynhaeve, voorzitter vast bureau
Geert Breughe, Mathieu Desmet, Lobke Maes, Bas Surmont, Marie De Clerck, schepenen
Kurt Parmentier, algemeen directeur
Verontschuldigd: Kevin Defieuw, Stijn Tant, schepenen

De arbeidsreglementen van het OCMW-personeel worden gewijzigd op het vlak van omstandigheidsverlof. 

Feiten, context en argumentatie

Er werden bij beslissing van het vast bureau van 21 januari 2026 wijzigingen ingevoerd in de rechtspositieregelingen van het OCMW-personeel op het vlak van het omstandigheidsverlof. 

Voor een toelichting wordt verwezen naar de beslissing van het vast bureau van 21 januari 2026 houdende wijziging van de rechtspositieregelingen van het OCMW-personeel op het vlak van het omstandigheidsverlof.

Het omstandigheidsverlof is ook opgenomen in de arbeidsreglementen van het OCMW-personeel, waardoor ook de arbeidsreglementen gewijzigd moeten worden.

Beslissing

Artikel 1

Artikel 27 van de arbeidsreglementen van het OCMW-personeel wordt als volgt gewijzigd:

 

Art. 27.  De medewerker krijgt omstandigheidsverlof naar aanleiding van de volgende gebeurtenissen: 

1° huwelijk van het personeelslid of het afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning door het personeelslid, vermeld in artikel 1475 tot en met 1479 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van het afleggen van een verklaring van samenwoning van bloed- of aanverwanten:

4 werkdagen, op te nemen binnen de maand na de omstandigheid

2° bevalling van de echtgenote of samenwonende partner, of ter gelegenheid van de geboorte van een kind dat wettelijk in de eerste graad afstamt van de werknemer: 

20 werkdagen, op te nemen in volledige dagen binnen de 4 maanden vanaf de bevallingsdatum

3° overlijden van de samenwonende of huwelijkspartner, van een kind van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner, of van een pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden:

10 werkdagen, op te nemen als volgt:

  • Eerste 3 dagen opnemen tijdens de periode vanaf de dag van overlijden t.e.m. dag van de begrafenis
  • 7 resterende dagen tijdens het jaar dat volgt op dag van overlijden.

3°/1 overlijden van de vader, moeder, stiefvader, stiefmoeder, schoonzoon of schoondochter van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner:

4 werkdagen, op te nemen binnen de maand na de omstandigheid

3°/2 overlijden van de pleegvader of pleegmoeder van het personeelslid in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden:

4 werkdagen, op te nemen binnen de maand na de omstandigheid

3°/3 overlijden van een pleegkind in het kader van kortdurende pleegzorg op het moment van het overlijden:

1 werkdag, op te nemen binnen de maand na de omstandigheid

4° huwelijk van een kind of van een pleegkind (i.k.v. langdurige pleegzorg) van het personeelslid, van de samenwonende of huwelijkspartner:

2 werkdagen, op te nemen binnen de maand na de omstandigheid

5° overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid of de samenwonende partner in om het even welke graad, die onder hetzelfde dak woont als het personeelslid of de samenwonende partner:

2 werkdagen, op te nemen binnen de maand na de omstandigheid

6° overlijden van een bloed- of aanverwant van het personeelslid of de samenwonende partner in de tweede graad, een overgrootouder of een achterkleinkind, niet onder hetzelfde dak wonend als het personeelslid of de samenwonende partner:

1 werkdag, op te nemen binnen de maand na de omstandigheid

7° huwelijk van een bloed- of aanverwant:

 a) in de eerste graad, die geen kind is;

 b) in de tweede graad, van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner:

de dag van het huwelijk

7°/1 huwelijk van een:

a) pleegouder van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner;

b) bloed- of aanverwant in de eerste en tweede graad van de pleegouder of het pleegkind van het personeelslid, de samenwonende of huwelijkspartner:

de dag van het huwelijk

8° priesterwijding of intrede in het klooster van een kind of van een pleegkind (in het kader van langdurige pleegzorg) van het personeelslid, van de samenwonende of huwelijkspartner, of van een broer, zuster, schoonbroer of schoonzuster van het personeelslid:

de dag van de rooms-katholieke plechtigheid of een daarmee overeenstemmende plechtigheid bij een andere erkende eredienst

9° plechtige communie van een kind of van een pleegkind (in het kader van langdurige pleegzorg) van het personeelslid of van de samenwonende of huwelijkspartner;

deelneming van een kind of van een pleegkind (in het kader van langdurige pleegzorg) van het personeelslid of van de samenwonende of huwelijkspartner aan het feest van de vrijzinnige jeugd;

deelneming van een kind of van een pleegkind (in het kader van langdurige pleegzorg) van het personeelslid of van de samenwonende of huwelijkspartner aan een plechtigheid in het kader van een erkende eredienst die overeenstemt met de rooms-katholieke plechtige communie:

de dag van de plechtigheid, of, als dat een zondag, feestdag of inactiviteitsdag is, de eerstvolgende werkdag

10° gehoord worden door de vrederechter in het kader van de organisatie van de voogdij over een minderjarige:

de nodige tijd, maximaal één dag

11° deelneming aan een assisenjury, oproeping als getuige voor de rechtbank of persoonlijke verschijning op aanmaning van de arbeidsrechtbank:

de nodige tijd

12° zwangerschapsverlies van het personeelslid dat zwanger was (mits afleggen verklaring op eer):

2 werkdagen, op te nemen binnen de maand na de omstandigheid

13° zwangerschapsverlies van de echtgenote of samenwonende partner van het personeelslid (mits afleggen verklaring op eer):

2 werkdagen, op te nemen binnen de maand na de omstandigheid

 

Het omstandigheidsverlof wordt aangevraagd bij de algemeen directeur indien mogelijk vooraf. Indien het personeelslid het niet vooraf kan aanvragen, doet hij dit zo vlug mogelijk. Hij zorgt voor de nodige stavingsmiddelen.

 

Het omstandigheidsverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit en is in alle gevallen bezoldigd, met uitzondering van een deel van het vaderschapsverlof voor contractuele personeelsleden in de gevallen die hierna omschreven worden. 

Voor het personeelslid wordt het verlof ter gelegenheid van de geboorte van een kind waarvan de afstamming aan zijn zijde vaststaat, vermeld in 2°, toegekend als volgt:

  • Statutair personeelslid:
    • Geboorte vanaf 1 januari 2023:
      • Eerste 10 dagen: volledig loon
      • 10 resterende dagen: 82% brutosalaris (brutosalaris begrensd op 26 230 euro tegen 100%)
  • Contractueel personeelslid: volgens de regels van het arbeidsrecht, in het bijzonder volgens de regeling vermeld in artikel 30, §2 van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten.
 

Volgende begrippen worden als volgt gedefinieerd:

  • Samenwonende partner: de partner waarmee het personeelslid een affectieve relatie heeft en die onder eenzelfde adres als het personeelslid is ingeschreven (zowel wettelijke als feitelijke samenwoning komen in aanmerking).
  • Langdurige pleegzorg: de pleegzorg waarbij het kind is ingeschreven als deel uitmakend van het gezin van het personeelslid in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft voor minstens zes maanden of de pleegzorg waarbij het kind in het verleden voor minstens zes maanden was ingeschreven als deel uitmakend van het gezin van het personeelslid in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft, of de pleegzorg waarvan bij aanvang duidelijk is dat het pleegkind voor minstens zes maanden deel zal uitmaken van het gezin van het personeelslid, in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het personeelslid zijn verblijfplaats heeft;
  • Kortdurende pleegzorg: alle vormen van pleegzorg die niet voldoen aan de voorwaarden van langdurige pleegzorg;
  • Zwangerschapsverlies: alle vormen van zwangerschapsverlies, zowel medisch als spontaan ingeleid, vanaf het ogenblik dat het verlies zich voordoet, vanaf het begin van de zwangerschap tot en met 180 kalenderdagen zwangerschap, zonder dat het personeelslid een attest hoeft voor te leggen.

 

  • Invoering van artikel 27bis als volgt:

Art. 27bis. De in artikel 27 opgenomen opnameperiode van 1 maand na de voorgevallen omstandigheid geldt voor omstandigheden die voorvallen vanaf 1 februari 2026. Het omstandigheidsverlof met betrekking tot omstandigheden die zich voordeden vóór 1 februari 2026 moet ten laatste opgenomen worden op 31 december 2026.