Verrekening nr. 2 en nr. 3 van de opdracht 'herinrichting Sneppestraat fase 1' worden goedgekeurd.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 28 februari 2024 de ontwerpopdracht voor de opdracht 'herinrichting Sneppestraat - fase 1' toe te wijzen aan Green-YD, Brugseweg 255 te 8900 Ieper.
In het kader van deze opdracht werd een bestek met nr. 346.23_SNEW opgesteld door de ontwerper, Green-YD. De gemeenteraad verleende in zitting van 10 oktober 2024 goedkeuring aan de lastvoorwaarden, de raming en de plaatsingsprocedure van deze opdracht, met name de openbare procedure.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 15 januari 2025 goedkeuring aan de gunning van de opdracht 'herinrichting Sneppestraat - fase 1' aan Devagro nv, Pitantiestraat 79 te 8792 Waregem, tegen het nagerekende offertebedrag van 221 465,53 euro (excl. btw), hetzij 267 973,29 euro (incl. btw).
De uitvoering moet gebeuren overeenkomstig de lastvoorwaarden vastgelegd in het bestek met nr. 346.23_SNEW.
Het college van burgemeester en schepenen verleende in zitting van 29 oktober 2025 goedkeuring aan verrekening nr. 1 voor een bedrag in meer van 22 904,70 euro (excl. btw), hetzij 27 714,69 euro (incl. btw).
Tijdens de uitvoering van de opdracht bleek dat het noodzakelijk was om volgende wijzigingen aan te brengen:
Dit resulteert in volgende verrekening m.b.t. onvoorziene posten:
| Totaal verrekening onvoorziene posten (excl. btw) |
|
€ 21 637,98 |
| Btw |
+ |
€ 4 543,98 |
| TOTAAL VERREKENING ONVOORZIENE POSTEN (incl. btw) |
= |
€26 181,96 |
Deze verrekening en de vorige reeds goedgekeurde verrekening overschrijden het bestelbedrag met 20,11% waardoor het totale bestelbedrag na verrekeningen nu 266 008,21 euro (excl. btw), hetzij 321 869,94 euro (incl. btw), bedraagt.
Voor deze verrekening wordt geen termijnverlenging toegekend.
De leidend ambtenaar, de heer Xuân-Vinh Nguyên, diensthoofd Openbaar Groen en Netheid, verleende gunstig advies.
De uitgave voor deze verrekening wordt aangerekend op rekening PB4-ACT13/0680-00/220007/IP-4 van het investeringskrediet.
Goedkeuring wordt verleend aan verrekening nr. 2 en nr. 3 van de opdracht ‘herinrichting Sneppestraat - fase 1’ voor het totaal bedrag in meer van 21 637,98 euro (excl. btw), hetzij 26 181,96 euro (incl. btw), mits een visum wordt verleend door de financieel directeur.
De Interlokale Vereniging voor Informatie- en Archiefbeheer Wevelgem-Anzegem-Avelgem wordt geëvalueerd ter gelegenheid van de bespreking van het jaarverslag.
De gemeente Wevelgem heeft de Interlokale Vereniging voor Informatie- en Archiefbeheer Wevelgem-Anzegem-Avelgem (ILV) opgericht samen met de gemeenten Anzegem en Avelgem middels een samenwerkingsovereenkomst met statutaire draagkracht (cfr. beslissing van de gemeenteraad van 13 februari 2025).
In de samenwerkingsovereenkomst (artikel 11) ter zake is voorzien dat er jaarlijks een begroting, rekening en jaarverslag ter goedkeuring worden voorgelegd aan de betrokken gemeenteraden.
De ILV heeft evenwel geen eigen financiële rapportering daar elke deelnemende gemeente instaat voor haar eigen werkingskosten en het eigen aandeel in de loonkost van de intergemeentelijke stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer (waarbij de volledige loonkost wordt voorgefinancierd door de gemeente Wevelgem) wordt doorgerekend door de gemeente Wevelgem aan de gemeenten Anzegem en Avelgem.
Het jaarverslag werd voorgelegd aan het beheerscomité van de ILV en wordt nu ter evaluatie van de ILV voorgelegd aan de gemeenteraad.
Het jaarverslag van de Interlokale Vereniging voor Informatie- en Archiefbeheer Wevelgem-Anzegem-Avelgem wordt besproken en de ILV wordt positief geëvalueerd.
De samenwerking rond informatie- en archiefbeheer binnen de Interlokale Vereniging voor Informatie- en Archiefbeheer Wevelgem-Anzegem-Avelgem wordt verlengd tot en met 31 december 2028.
De gemeente Wevelgem heeft de Interlokale Vereniging voor Informatie- en Archiefbeheer Wevelgem-Anzegem-Avelgem (ILV) opgericht samen met de gemeenten Anzegem en Avelgem middels een samenwerkingsovereenkomst met statutaire draagkracht (cfr. beslissing van de gemeenteraad van 13 februari 2025). Deze ILV werd opgericht voor een periode tot en met 31 januari 2027, zijnde de duur van de provinciale subsidiëring van de intergemeentelijke stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer.
In de samenwerkingsovereenkomst (artikel 4) wordt gesteld dat deze samenwerking kan verlengd worden, in principe voor een eerste maal met 5 jaar. De colleges van burgemeester en schepenen van de drie deelnemende gemeenten stelden evenwel voor om de interlokale vereniging te verlengen voor 2 jaar. Voor deze verlengde samenwerking zal niet langer een provinciale subsidie beschikbaar zijn.
Het standpunt van de 3 colleges van burgemeester en schepenen werd besproken binnen het beheerscomité dat een nieuwe samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring voorlegt aan de respectievelijke gemeenteraden voor een periode tot en met 31 december 2028.
Hecht zijn goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst met statutaire draagkracht houdende de verlenging van de Interlokale Vereniging voor Informatie- en Archiefbeheer Wevelgem-Anzegem-Avelgem als volgt:
Samenwerkingsovereenkomst met statutaire draagkracht houdende de verlenging van de Interlokale Vereniging voor Informatie- en Archiefbeheer Wevelgem-Anzegem-Avelgem
Tussen gemeente Wevelgem, gemeente Anzegem en gemeente Avelgem, respectievelijk:
voor gemeente Wevelgem: de heer Michaël Picquart, voorzitter van de gemeenteraad, en de heer Kurt Parmentier, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 2 juli 2026,
voor gemeente Anzegem: de heer Jeremie Vaneeckhout, voorzitter van de gemeenteraad, en mevrouw Elisabeth Wiels, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 7 juli 2026,
voor gemeente Avelgem: de heer Kurt Desmet, voorzitter van de gemeenteraad, en de heer David Claus, algemeen directeur, in uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 30 juni 2026,
wordt het volgende overeengekomen:
Preambule
Voornoemde gemeenten vormden een samenwerking ter bevordering van het informatiebeheer in ondersteuning van een provinciale subsidie. In dit kader werd een interlokale vereniging gevormd. Na afloop van de eerste twee werkingsjaren wordt de samenwerking verlengd met twee jaar.
Artikel 1 Oprichting
Voornoemde gemeenten vormen een intergemeentelijk samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid, in de vorm van een interlokale vereniging cfr. artikel 392 van het decreet lokaal bestuur en onder de naam ‘Interlokale Vereniging voor Informatie- en Archiefbeheer Wevelgem-Anzegem-Avelgem’.
De overeenkomst kan slechts gewijzigd worden op het ogenblik van de verlenging of mits goedkeuring van alle deelnemende gemeenten.
Artikel 2 Doel van de vereniging
De vereniging heeft tot doel samen te werken rond (digitaal) informatie- en archiefbeheer.
Dit informatie- en archiefbeheer is het daadwerkelijk verrichten van werkzaamheden om een goede bewaring, ontsluiting en terbeschikkingstelling van archiefdocumenten te bewerkstelligen zonder afbreuk te doen aan de bestuurlijke verantwoordelijkheid van de colleges van burgemeester en schepenen en de verantwoordelijkheden van de algemeen directeurs inzake archiefbeheer. Met dit doel is de intergemeentelijke informatiebeheerder aangesteld.
Artikel 3 Beherende gemeente
De gemeente Wevelgem wordt aangeduid als beherende gemeente tot uitvoering van de beslissingen van het beheerscomité en treedt in die zin op namens de interlokale vereniging.
De maatschappelijke zetel is gevestigd te Vanackerestraat 16, 8560 Wevelgem.
Artikel 4 Duur van de vereniging - verlenging
De eerste periode van samenwerking liep van 12 februari 2025 tot en met 31 januari 2027. De eerste verlenging van twee jaar loopt van 1 februari 2027 tot en met 31 december 2028. Na afloop van een periode, kan er verlengd worden met een te bepalen periode. Ten laatste zes maanden voor het einde van iedere periode nemen de deelnemende gemeenten daartoe een beslissing, op voorstel van het beheerscomité.
Artikel 5 Deelnemers
De vereniging bestaat uit de gemeenten die onderhavige overeenkomst hebben goedgekeurd. Andere lokale overheden kunnen toetreden na een gemotiveerde beslissing van het beheerscomité en door de overeenkomst goed te keuren.
In geval van toetreding van bijkomende deelnemers wordt een bijakte aan de overeenkomst toegevoegd.
Deelnemers kunnen enkel uittreden op het ogenblik van de verlenging van de vereniging.
Artikel 6 Beheerscomité
§1. De vereniging wordt bestuurd door een beheerscomité.
§2. Door elke gemeenteraad wordt een lid van het college van burgemeester en schepenen afgevaardigd, alsmede een vervangend lid met hetzelfde mandaat ingeval van afwezigheid van het effectief lid.
§3. Het beheerscomité duidt in zijn midden een voorzitter en een ondervoorzitter aan. Beide personen zijn gemandateerd door een verschillende gemeente.
§4. De stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer woont de vergadering van het beheerscomité bij met raadgevende stem en maakt het verslag op van de vergaderingen.
§5. De algemeen directeurs van de respectievelijke gemeenten, of een medewerker die zij afvaardigen, kunnen de vergaderingen van het beheerscomité bijwonen met raadgevende stem.
§6. Het beheerscomité kan deskundigen, in het bijzonder de informatiebeheerders aangeduid door de respectievelijke gemeenten, uitnodigen op de vergaderingen.
§7. Het beheerscomité komt minimaal tweemaal per jaar bijeen na oproeping door de voorzitter, minstens acht dagen vóór de vergadering. De uitnodiging vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de agenda. Samen met de agenda worden aan de leden alle relevante stukken opgestuurd. De vergaderingen van het beheerscomité zijn niet openbaar.
§8. Alle afspraken worden genomen bij consensus. Indien die consensus niet bereikt wordt, kan een voorstel niet aangenomen worden. Geen beraadslaging en geen beslissing is mogelijk indien niet alle leden van het beheerscomité cfr. §2. of hun plaatsvervanger(s) aanwezig zijn.
De afspraken worden gemaakt met inachtneming van de bevoegdheden van de respectievelijke organen van de respectievelijke gemeenten.
§9. Het beheerscomité stelt een begroting op en legt de rekeningen vast.
§10. Het beheerscomité ziet toe op de uitvoering van deze overeenkomst.
Artikel 7 Stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer
§1. De intergemeentelijke werking rond (digitaal) informatie- en archiefbeheer wordt geleid door een voltijds stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer, die in dienst is bij de beherende gemeente (gemeente Wevelgem). Deze valt integraal onder de rechtspositieregeling van gemeente Wevelgem.
§2. Wijzigingen in de functiebeschrijving gebeuren steeds met advies van het beheerscomité. Feedback en evaluatie van deze stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer gebeuren steeds met advies van de directe leidinggevenden in de besturen. Voor deze agendapunten is de stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer niet aanwezig bij de beraadslaging en beslissing.
§3. De stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer werkt rondreizend over de drie gemeenten op basis van 1/3 prestaties voor de respectievelijke gemeenten.
§4. De stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer staat in voor de uitbouw van kwaliteitsvol archiefbeheer voor analoge en/of digitale bestuursdocumenten. De kerntaken van de stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer omvatten onder meer:
§5. De stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer maakt jaarlijks een verslag op van zijn werkzaamheden dat wordt bezorgd aan het beheerscomité en aan de respectievelijke colleges van burgemeester en schepenen.
Artikel 8 Bewaring en terbeschikkingstelling van het archief
Alle documenten van de respectievelijke gemeenten worden afzonderlijk in de respectievelijke gemeenten bewaard. De gemeenten kiezen zelf de locatie(s) waar hun archief bewaard wordt en kiezen ook de locatie voor de publiekswerking. De openingsdagen en –uren voor publiekswerking worden vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente. Als de gemeente aanwezigheid van de stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer verwacht tijdens de openingsdagen en –uren voor het publiek, dan dient zij rekening te houden met de geldende afspraken.
Artikel 9 Financieel beheer
§1. De beherende gemeente (gemeente Wevelgem) financiert de loonkost van de stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer. De gemeenten Anzegem en Avelgem betalen elk 1/3 van de loonkost van de stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer terug aan de gemeente Wevelgem op voorlegging van een financieel overzicht van de uitgaven. De evenredige verdeling van de kosten op basis van 1/3 voor elk deelnemend bestuur is ook toepasselijk op eventuele vergoedingen die toegekend worden aan de stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer en kosten voor deelname aan studiedagen en opleidingen.
§2. De beherende gemeente (gemeente Wevelgem) zorgt dat de stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer over de nodige middelen en instrumenten beschikt om zijn functie behoorlijk te kunnen uitoefenen. Dit betreft o.m. het voorzien van een laptop (deze kan gebruikt worden in de 3 gemeenten). De stafmedewerker heeft in de drie gemeenten een Microsoft 365-licentie.
§3. De deelnemende gemeenten dragen de werkingskosten in de eigen gemeente en staan zelf afzonderlijk in voor de uitrusting van het werkstation van de stafmedewerker Informatie- en Archiefbeheer binnen de gemeente (bv. kantoormateriaal, telefonische bereikbaarheid, licenties voor interne software, toegang tot netwerk en printer, vergaderruimte) en de financiering van de infrastructuur (archiefruimte en rekken), het verpakkingsmateriaal (archiefdozen, omslagen en ander materiaal) en het digitaal archiefdepot. In geval van gemeenschappelijk gebruik van materiaal, blijft dit eigendom van de inbrengende gemeente die ook verantwoordelijk blijft voor verzekering, onderhoud, herstelling en desgevallend vervanging.
Artikel 10 Informatieverstrekking en evaluatie
§1. De verslagen van de vergaderingen van het beheerscomité worden ter kennisgeving bezorgd aan de respectievelijke colleges van burgemeester en schepenen.
§2. De begroting en de rekeningen worden ter goedkeuring voorgelegd aan de betrokken gemeenteraden, samen met het jaarverslag.
§3. De jaarlijkse evaluatie in de gemeenteraden gebeurt ter gelegenheid van de bespreking van het jaarverslag.
Artikel 11 Einde
Bij de beëindiging van de overeenkomst worden de resterende middelen teruggestort aan de respectievelijke gemeenten volgens evenredigheid (indien geen nieuwe leden toetreden a rato van 1/3).
De bijkomende nominatieve subsidie voor 2026 wordt goedgekeurd.
Volgens de BBC-regels behoort het overzicht van de toegestane werkings- en investeringssubsidies tot de documentatie bij het meerjarenplan. Deze lijst is raadpleegbaar via www.wevelgem.be/meerjarenplan2026-2031.
Overeenkomstig artikel 41, 2de lid, 23° van het decreet lokaal bestuur is het vaststellen van subsidiereglementen en het toekennen van nominatieve subsidies een (niet-delegeerbare) bevoegdheid van de gemeenteraad.
In zitting van de gemeenteraad van 11 december 2025 werd een lijst goedgekeurd van nominatieve subsidies voor 2026.
Er wordt voorgesteld om deze lijst aan te vullen met:
Skate Vlaanderen vzw is de Nederlandstalige tak van de Belgische Federatie van Rollersporten. Belgian Skateboard Association vzw focust op het skateboarden promoten en uit te bouwen binnen België. Zij organiseren events en het Belgisch Kampioenschap en werken nauw samen met Skate Vlaanderen vzw. Beide organisaties slaan de handen in elkaar om in navolging van vorig jaar de World Cup Skateboarding manche in België te organiseren, meer bepaald in Wevelgem.
Er zijn wereldwijd verschillende wedstrijden waarbij de Belgische manche in skatepark Rampaffairz te Wevelgem wordt georganiseerd op zaterdag 15 en zondag 16 augustus 2026. De uitgaven voor de organisatie van deze wedstrijd in Wevelgem worden geraamd op 69 000 euro, waarvan Sport Vlaanderen 24 000 euro ten laste neemt.
Deze wedstrijd heeft internationale allures en zal grote namen in de skatewereld naar Wevelgem halen. De organisatie vraagt financiële steun aangezien dit evenement onze gemeente internationaal in de kijker zal zetten. In ruil voor deze financiële steun kan er return geboden worden voor onze lokale gemeenschap in de vorm van zichtbaarheid en profilering, betrokkenheid van lokale jongeren en gezinnen via gratis tickets (30), initiaties en een meet en greet. Maar ook via een langdurige samenwerking in een partnership waarbij in de toekomst skatelessen gegeven worden, gekoppeld aan de opening van de nieuwe pumptrack met skatepark in Moorsele. Het voorstel van dit partnership is als bijlage toegevoegd.
Gelet op het feit dat voornoemde organisatoren niet in aanmerking komen voor een subsidie binnen het reglement gemeenschapsvormende activiteiten (omdat zij geen lokale verenigingen zijn), kan er enkel steun toegekend worden in de vorm van een nominatieve subsidie. Er is geen nominatieve subsidie voorzien voor 2026 aangezien een herhaling van het evenement nog niet gekend was bij het voorleggen van de lijst aan de gemeenteraad op 11 december 2025.
De uitgave wordt aangerekend op rekening 0740-00/649700 van het exploitatiekrediet.
Keurt volgende bijkomende nominatieve subsidie voor 2026 goed:
Het subsidiereglement ter ondersteuning van bijkomende kinderopvangplaatsen groepsopvang wordt vastgesteld.
Het VIPA (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) kende eenmalig een financiering aan gemeenten toe van in totaal 60 miljoen euro om in te zetten als infrastructuursubsidies voor de realisatie van extra kinderopvangplaatsen. Wevelgem kreeg hierdoor een eenmalige subsidie van 186 666,67 euro.
De gemeente dient voornoemde VIPA-middelen te benutten voor ondersteuning van organisatoren die infrastructuur realiseren voor nieuwe kinderopvangplaatsen groepsopvang die in aanmerking komen voor een basissubsidie of een subsidie voor inkomenstarief en dit cfr. de bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering tot toekenning van een subsidie aan gemeenten voor de financiële ondersteuning van organisatoren van kinderopvang voor infrastructuur (zoals goedgekeurd op 24 oktober 2025).
Hiervoor werd een ontwerp van subsidiereglement uitgewerkt dat nu ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.
Financiering van 186 666,67 euro vanuit VIPA betaald op 19 december 2025.
De subsidies worden aangerekend op rekening 0945-00/664010/IP-OVERIG van het investeringskrediet.
Het subsidiereglement ter ondersteuning van bijkomende kinderopvangplaatsen groepsopvang wordt vastgesteld als volgt:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Doel van de subsidie
Het gemeentebestuur Wevelgem keert subsidies uit aan Wevelgemse initiatiefnemers voor kinderopvang als financiële ondersteuning voor infrastructuurkosten voor het creëren van nieuwe opvangplaatsen.
Dit reglement bepaalt de criteria en de modaliteiten van deze subsidie. Dit reglement kadert inhoudelijk in het meerjarenplan van de gemeente. Het gemeentebestuur wenst in te zetten op de verdere uitbouw van een kwalitatief aanbod aan kinderopvang met oog voor de betaalbaarheid.
Artikel 2 Begripsomschrijving
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Hoofdstuk 2. Begunstigden
Artikel 3 Definitie
De subsidie kan aangevraagd worden door een natuurlijke of rechtspersoon die kan aantonen dat hij uitbater of eigenaar is of wordt van een kinderopvanglocatie die zich op Wevelgems grondgebied bevindt en die infrastructuurkosten maakt voor het creëren van nieuwe opvangplaatsen groepsopvang binnen de gemeente. Gezinsopvang is uitgesloten van onderhavige subsidiemogelijkheid.
Artikel 4 Vereisten
Deze begunstigden kunnen enkel een subsidie ontvangen als ze voldoen aan alle volgende vereisten:
Hoofdstuk 3. Subsidiebedrag
Artikel 5 Subsidieplafond
De subsidie bedraagt 2 500 euro per gerealiseerde opvangplaats T1 of T2-plaats met een absoluut maximum van:
Onder reële bouwkosten wordt begrepen:
De uitbetaling van de subsidie is alleen mogelijk binnen het budget zoals ontvangen door het lokaal bestuur (cfr. artikel 8).
Artikel 6 Subsidieaanvraag
De subsidie moet aangevraagd worden, samen met de nodige stavingsstukken:
Er moet een schriftelijk bewijs neergelegd worden van de datum van de start van de bouwwerken.
In afwijking van de standaardtermijn van 3 maanden na de start van de bouwwerken, kunnen organisatoren eenmalig een subsidieaanvraag indienen tot uiterlijk 8 maanden na de start van de werken, op voorwaarde dat de reële bouwkosten aantoonbaar gemaakt worden en betrekking hebben op de periode van 1 januari 2026 tot en met 30 juni 2026.
Artikel 7 Procedure subsidieaanvraag
De organisator vraagt via een online aanvraagformulier op de gemeentelijke website de subsidie aan. In de aanvraag moet de voorziene totale kostprijs meegedeeld en gestaafd worden met bewijsstukken.
Na het ontvangen van de aanvraag, gaat het lokaal bestuur na of aan alle voorwaarden is voldaan en brengt de organisator op de hoogte. De organisator krijgt binnen een termijn van 10 werkdagen een ontvangstbevestiging.
Het college van burgemeester en schepenen neemt daarna een principiële beslissing tot het al dan niet toekennen van een subsidie. De maximaal toe te kennen subsidie wordt vastgelegd. De toegekende middelen worden gereserveerd voor de organisator.
De organisator levert de eindfacturen aan ten laatste binnen een termijn van 3 maanden na het bekomen van de vergunning door Opgroeien. Deelfacturen worden niet aanvaard gezien deze onvoldoende overzicht geven op de reële bouwkosten.
De opvolging van de aanvraag gebeurt via het digitale platform eVIPA. Zowel het lokaal bestuur als de organisator kunnen in dit platform de documenten over het dossier raadplegen en indien nodig aanvullen.
De aanvraagdatum door de organisator bepaalt de volgorde waarin de subsidies worden toegekend.
Artikel 8 Uitbetaling subsidie
De subsidie wordt uitbetaald na het indienen van de eindfacturen en het bekomen van de vergunning door Opgroeien. Het Huis van het Kind is verantwoordelijk voor de opvolging van het dossier. De uitbetaling gebeurt na goedkeuring van het dossier door het college van burgemeester en schepenen.
Een organisator moet steeds alle facturen kunnen voorleggen aan het lokaal bestuur ter controle.
De toekenning van de subsidie is enkel mogelijk binnen het hiervoor voorziene budget van 186 666,67 euro en binnen de mogelijkheden van de reeds goedgekeurde aanvragen.
De subsidie wordt uitbetaald op het rekeningnummer aangereikt door de organisator. De organisator verbindt zich ertoe een wijziging in het bankrekeningnummer schriftelijk ter kennis te brengen van het lokaal bestuur.
Artikel 9 DAEB-besluit
De subsidies worden toegekend met inachtneming van het besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van besluit 2012/21/EU.
Hoofdstuk 4. Toezicht en controle
Artikel 10
Het lokaal bestuur heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie(s) en het naleven van de bepalingen van dit reglement te controleren.
Het lokaal bestuur kan informatie opvragen bij de organisator omtrent de naleving van de bepalingen van dit reglement. De organisator levert deze informatie na eenvoudig verzoek van het lokaal bestuur.
De organisator moet alle gerelateerde documenten ter beschikking stellen en toegang verlenen aan Zorginspectie en een eventuele gemeentelijke controle.
Hoofdstuk 5. Sancties
Artikel 11 Behoud bestemming
De bestemming van de kinderopvang moet 25 jaar behouden blijven vanaf de datum van ingebruikname. Indien deze bestemmingsduur van 25 jaar niet gerespecteerd wordt, vordert de gemeente Wevelgem de subsidies terug.
De subsidie wordt pro rata teruggevorderd met volgende berekeningswijze:
Roerende goederen die aangekocht werden en waarvoor subsidie krachtens dit reglement werd bekomen, moeten 10 jaar behouden blijven.
Overname van de kinderopvang is toegestaan.
De gemeente zal jaarlijks nagaan of ieder gesubsidieerd initiatief nog werkzaam is.
Artikel 12 Onrechtmatig gebruik van de subsidie
De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend (en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd). Zo niet dient de subsidie geheel of gedeeltelijk terugbetaald te worden.
Artikel 13 Terugvordering
Indien de bepalingen van dit reglement niet worden nageleefd, of indien de aanvrager niet tegemoetkomt aan de voorwaarden van dit reglement, kan het lokaal bestuur, behalve in geval van overmacht aan te tonen door de aanvrager, overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de toegekende subsidie.
De subsidie wordt (deels) teruggevorderd door het lokaal bestuur als de organisator:
Hoofdstuk 6. Wijziging kinderopvanglocatie
Artikel 14
Elke wijziging van organisator moet voorafgaand gemeld worden bij het lokaal bestuur.
Voor behoud van de subsidie wordt een overdracht van eigendom of zakelijk recht enkel aanvaard als de kinderopvangcapaciteit mee verhuist naar een andere locatie binnen de gemeente Wevelgem én de initiële bestemming behouden blijft of behouden blijft op de bestaande locatie.
Hoofdstuk 7. Inwerkingtreding
Artikel 15
Dit reglement treedt in werking op 1 augustus 2026.
Er kunnen in uitvoering van dit reglement niet meer subsidies toegekend worden dan de middelen die vanuit VIPA toegewezen zijn aan de gemeente Wevelgem, meer bepaald 186 666,67 euro.
Het subsidiereglement lokaal jeugdwerk wordt hervastgesteld.
De gemeenteraad keurde op 13 mei 2022 het subsidiereglement lokaal jeugdwerk goed. In dit reglement werden de bepalingen opgenomen voor de toekenning van subsidies aan jeugdwerkinitiatieven.
In de beleidsnota bij het meerjarenplan 2020-2025 werd het voornemen opgenomen om de toekenning van reguliere werkingssubsidies aan verenigingen sterk te vereenvoudigen zodat de administratieve last voor de verenigingen beperkt wordt. In het subsidiereglement werd omwille van deze vereenvoudiging voor de werkingssubsidies gewerkt met een gemiddeld bedrag op basis van drie voorgaande werkingsjaren (2017, 2018 en 2019). Dit bedrag werd jaarlijks geïndexeerd. De berekende werkingssubsidies waren geldig tot en met 2025.
In de beleidsnota van het meerjarenplan 2026-2031 engageert de gemeente Wevelgem zich om verder in te zetten op de structurele ondersteuning van de jeugdverenigingen in hun werking (PB3-ACT10: We ondersteunen de jeugdverenigingen structureel in hun werking).
Toepassing principes subsidiereglementen Vrije Tijd
De verschillende reglementen werden naast elkaar gelegd in functie van gelijke voorwaarden en toepassingsmodaliteiten om zo meer transparantie te creëren, in het bijzonder de subsidievoorwaarden onder artikel 4.
Volgende principes worden toegepast in de verschillende subsidiereglementen:
Er wordt voorgesteld om het basisbedrag opnieuw te berekenen. Dit bedrag is nu gebaseerd op de gemiddelde bedragen van 2017 tot en met 2019, de jaren voor corona. Het is aangewezen de nieuwe situatie van de vereniging in kaart te brengen (nulmeting) en te nemen als basis voor de nieuwe werkingssubsidie.
Deze modaliteit werd toegevoegd. Er was geen bepaling opgenomen voor al dan niet toekenning van subsidies in het jaar van de ontbinding van een vereniging. Dit komt in de praktijk regelmatig voor maar het is op heden onduidelijk hoe de ondersteuning berekend wordt in het laatste jaar van de werking.
De verschillende bedragen, opgenomen in de reglementen, werden geïndexeerd op basis van de indexatievoorwaarden in het huidige reglement. Zowel de minimale subsidies, de eenheidsprijzen als de maximale bedragen werden aangepast na indexatie in de nieuwe reglementen.
De modaliteiten bij fusie van verenigingen werden opgenomen in alle reglementen. Tot op heden was er enkel een beperkte fusieregeling in het reglement sport. Er is ook een beperking in tijd voorgesteld: na de fusie wordt de vereniging maximaal 3 werkingsjaren ondersteund met een verhoogde subsidie waarbij de keuze wordt gelaten tussen twee mogelijke fusieregelingen. Dit omdat een herberekening meestal enkel een meerwaarde zal zijn bij twee min of meer evenwaardige verenigingen en de 50% regeling eerder zinvol zal zijn bij een kleine vereniging die fuseert met een grotere vereniging.
Er wordt voorgesteld geen einddatum op te nemen voor de subsidiereglementen. Weliswaar is het niet de bedoeling om de nieuw berekende bedragen oneindig te laten doorlopen. Er is in de verschillende reglementen duidelijk opgenomen dat het college van burgemeester en schepenen te allen tijde een herberekening kan vragen (een nieuwe nulmeting) of aangepaste subsidiereglementen kunnen uiteraard ook gelijk wanneer terug worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Aanpassingen subsidiereglement lokaal jeugdwerk
Tijdens de voorbije legislatuur werden vragen en opmerkingen vanuit verenigingen genoteerd in functie van mogelijke aanpassingen in het nieuwe subsidiereglement. Daarbij zijn ook de ervaringen in de verwerking van de aanvragen door de dienst meegenomen in de aanpassingen van het nieuwe subsidiereglement.
Er wordt voorgesteld om het nieuwe subsidiereglement voor jeugdverenigingen te laten ingaan vanaf 1 januari 2026 en voor het eerst toe te passen voor de berekening van de subsidies lokaal jeugdwerk in 2026.
De jeugdraad verleende positief advies over het nieuwe ontwerp van reglement op 30 mei 2026.
PB3-ACT10: We ondersteunen de jeugdverenigingen structureel in hun werking.
De subsidies worden aangerekend op rekening PB3-ACT10/0750-00/649782 van het exploitatiekrediet.
Het subsidiereglement voor lokaal jeugdwerk wordt hervastgesteld als volgt:
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Doel van het reglement
Het gemeentebestuur wil in het jeugdwerk jeugdwerkinitiatieven ondersteunen die een vrijetijdsaanbod opzetten voor kinderen en jongeren en daarmee een bijdrage leveren tot de algemene en integrale ontwikkeling van de jeugd.
Artikel 2 Kader
§1. Er worden subsidies verleend aan jeugdwerkinitiatieven volgens de bepalingen van dit reglement. Hiervoor worden ramingen opgenomen in het meerjarenplan die terug te vinden zijn in de documentatie bij het meerjarenplan.
§2. De subsidie voor een jeugdwerkinitiatief bestaat uit een werkingssubsidie en desgevallend aangevuld met een lokalensubsidie.
Artikel 3 Definities
Artikel 4 Subsidievoorwaarden
§1. Algemene voorwaarden:
Om voor subsidiëring in aanmerking te komen, moeten de betrokken jeugdwerkinitiatieven voldoen aan volgende criteria:
1° opgericht zijn door een particulier initiatief als feitelijke vereniging of als vzw. De werking van de vereniging is niet op dergelijke wijze georganiseerd dat zij als feitelijke primaire of secundaire doelstelling winsten of baten genereert voor haarzelf of (één van) haar bestuurders of verantwoordelijken. Het college van burgemeester en schepenen kan alle middelen aanwenden die zij nodig acht om na te gaan of aan deze voorwaarden voldaan wordt. Desgevallend is het aan de vereniging om het tegendeel aan te tonen;
2° geleid worden door een bestuurscomité voor een feitelijke vereniging of algemene vergadering en bestuursorgaan voor een vzw waarvan minstens de helft van de leden gedomicilieerd is of geregistreerd gedeeld verblijf heeft in Wevelgem;
3° een autonome en regelmatige werking ontwikkelen als jeugdwerkinitiatief; met eigen bestuur, een aparte boekhouding en secretariaat of maatschappelijke zetel in Wevelgem;
4° minstens de helft van haar activiteiten op het grondgebied Wevelgem organiseren, of minstens de helft van haar leden is gedomicilieerd of heeft geregistreerd gedeeld verblijf in Wevelgem;
5° beschikken over een rekeningnummer op naam van de vereniging waarop de subsidie zal gestort worden;
6° de vereniging kan voor hetzelfde doel geen werkingssubsidie(s) ontvangen via andere gemeenten;
7° de werking hebben opgestart voor 1 september van het werkjaar (x-1) ten opzichte van het jaar van indienen van de aanvraag (x);
8° de vereniging is een open vereniging: iedereen kan lid worden op voorwaarde dat het lid de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigt;
9° minimum 2/3 van het aantal leden en begeleiders behoren tot de doelgroep jeugd.
§2. Bijzondere voorwaarden:
1° voor jeugd- en jongerenverenigingen:
Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet een jeugd- of jongerenvereniging:
a) een geregelde en doorlopende werking ontplooien, gespreid over ten minste 8 maanden van het werkjaar. Er moeten minimaal 12 bijeenkomsten per jaar zijn, waarvan minimaal de helft eigenlijke activiteiten.
b) minimaal 1 begeleider en/of bestuurslid op 30 leden hebben, die:
- of in het bezit is van een attest (hoofd)animator, (hoofd)instructor;
- of in het bezit is van een sociaal-pedagogisch diploma;
- of minimaal 3 jaar ervaring heeft in het begeleiden in een leidingsploeg van een jeugd- of jongerenvereniging.
2° voor jeugdhuizen:
a) ontmoetingsvoorwaarden:
- Gemiddeld 10 openingsuren per week (de openingsuren worden formeel vastgelegd en zijn publiek terug te vinden).
b) voorwaarden op vlak van recreatie:
- Minimaal 20 activiteiten per jaar organiseren (optredens, fuiven, deelname aan ruimere activiteiten)
- De activiteiten moeten verspreid worden over het werkjaar (behalve tijdens de sluitingsperiode van het jeugdhuis).
c) voorwaarden op vlak van vorming:
- Minimaal 3 vormingsmomenten per jaar organiseren. Jeugdhuizen bieden zelf of in samenwerking met professionele partners, vorming, workshops of cursussen aan aan de eigen leden.
3° voor cultuureducatieve jeugdverenigingen:
Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet een cultuureducatieve jeugdvereniging voldoen aan volgende voorwaarden:
- wekelijkse repetities organiseren van tenminste 1 uur per week;
- minimaal 2 optredens voor publiek per werkingsjaar organiseren.
§3. Een jeugd- en jongerenvereniging kan geen subsidie aanvragen voor jeugdhuis en omgekeerd.
§4. Het jeugdwerkinitiatief dat een subsidie aanvraagt en/of ontvangt met toepassing van dit reglement kan geen aanvraag meer indienen binnen volgende subsidiereglementen:
- sociaal-cultureel werk;
- sportverenigingen;
- lokale organisaties voor amateurkunsten;
- mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking.
Uitzondering hierbij is een cultuureducatieve jeugdvereniging die werkzaam is onder de vleugels van een moedervereniging. Er kan een subsidie aangevraagd worden onder lokaal jeugdwerk voor deze afzonderlijke jeugdwerking.
Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen in welke jeugdwerkvorm een jeugdwerkinitiatief wordt ingedeeld.
Artikel 5 Stopzetting vereniging
Wanneer een vereniging haar werking stopzet, moet de einddatum van de werking binnen het jaar meegedeeld worden aan het gemeentebestuur. De vereniging kan nog een subsidie krijgen voor het jaar waarin de werking stopgezet werd. Het subsidiebedrag wordt pro rata berekend per volledige maand werking.
Artikel 6 Subsidieaanvraag
§1. Verenigingen moeten jaarlijks een aanvraag tot subsidie invullen. Het document is beschikbaar op de website van de gemeente en moet volledig ingevuld terugbezorgd worden aan het gemeentebestuur telkens voor 1 april van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x). Voor 2026 dient de aanvraag uiterlijk op 15 september 2026 ingediend te worden.
§2. Een vereniging kan een herberekening aanvragen volgens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2. Dit kan ten vroegste in 2028 en slechts om de twee jaar. Een vereniging die voor het eerst een subsidie werd toegekend, kan in het daaropvolgende jaar een herberekening aanvragen, en daarna ten vroegste om de twee jaar. De vereniging die een herberekening wenst, laat dit schriftelijk weten aan het gemeentebestuur voor 1 mei van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x). Het dossier voor de herberekening moet ingediend worden tegen 1 oktober (jaar x).
§3. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds bijkomende informatie opvragen die noodzakelijk is voor onderzoek van de aanvraag en nagaan of er (nog) voldaan wordt aan de voorwaarden zoals vastgelegd in artikel 4 en/of eventueel beslissen tot een herberekening volgens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2.
HOOFDSTUK 2. (Her)berekening van werkingssubsidies
Artikel 7 Berekening
§1. De berekening van de subsidie gebeurt volgens de bepalingen in dit artikel. Het subsidiebedrag is in ieder geval minimaal 315 euro. Het bekomen subsidiebedrag blijft behouden voor de daaropvolgende kalenderjaren tot eventuele herberekening of hervaststelling van het reglement. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de consumptieprijsindex volgens de formule onder artikel 15.
§2. Als referentieperiode voor de berekening van de werkingssubsidie in het werkjaar (x) geldt de periode van 1 september (x-1) tot 31 augustus (x).
§3. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds bijkomende informatie opvragen die noodzakelijk is voor onderzoek van een aanvraag of voor een herberekening.
§4. De subsidie voor de jeugd- en jongerenverenigingen wordt berekend door een optelling van:
De subsidie voor jeugdhuizen wordt berekend door een optelling van:
De subsidie voor de cultuureducatieve jeugdverenigingen wordt berekend door een optelling van:
Artikel 8 Werkingssubsidie voor jeugd- en jongerenverenigingen
§1. Basissubsidie = 315 euro.
§2. Ledensubsidie
Waarde van 1 punt = 0,60 euro
Maximaal aantal punten per vereniging = 750 punten.
Toepasselijk ledensysteem:
§3. Frequentiesubsidie
Waarde van 1 punt = 2 euro.
Toepasselijk puntensysteem:
- 520 punten (= maximum) voor wie wekelijks bijeenkomt tijdens het werkjaar
- 260 punten voor wie tweewekelijks bijeenkomt tijdens het werkjaar
- 120 punten voor wie maandelijks of op onregelmatige momenten bijeenkomt
- afdelingscoëfficiënt: volgens het aantal afdelingen wordt het totaal aantal punten vermenigvuldigd met een coëfficiënt: 5 afdelingen of meer: x 1,20/3 of 4 afdelingen: x 1,10/1 of 2 afdelingen: x 1.
Onder één bijeenkomst wordt hier verstaan:
- de afdelingsvergaderingen (incl. leiderskring)
- de eigenlijke activiteiten, rekening houdende met de verschillende afdelingen.
Activiteiten die reeds gesubsidieerd werden via het subsidiereglement ‘gemeenschapsvormende activiteiten’ komen niet in aanmerking voor subsidiëring.
§4. Kamp- en weekendsubsidie
Waarde van 1 punt = 1 euro.
Toepasselijk puntensysteem: 1 punt per nacht per persoon. Maximaal aantal punten per vereniging = 3 200 punten.
Het kamp of het weekend voldoet aan volgende voorwaarden:
Artikel 9 Werkingssubsidie voor jeugdhuizen
§1. Basissubsidie = 1 400 euro.
§2. Frequentiesubsidie Toepasselijk puntensysteem:
1° voor ontmoeting: 1 punt per openingsuur per week tijdens schoolvakanties (met een maximum van 30 uren). De uren zijn formeel vastgelegd en zijn publiek terug te vinden.
Waarde van 1 punt = 90 euro.
2° voor recreatie: 5 punten per activiteit (maximum van 200 activiteiten per jaar).
Waarde van 1 punt = 6 euro.
Activiteiten die reeds gesubsidieerd werden via het subsidiereglement ‘gemeenschapsvormende activiteiten’ komen niet in aanmerking voor subsidiëring.
3° voor vorming: 1 punt per vormingsactiviteit (maximum van 60 activiteiten per jaar). Waarde van 1 punt = 90 euro.
Artikel 10 Werkingssubsidie voor cultuureducatieve jeugdverenigingen
§1. Basissubsidie = 315 euro.
§2. Ledensubsidie
Waarde van 1 punt = 0,60 euro. Maximaal aantal punten per vereniging = 300 punten.
Toepasselijk puntensysteem:
§3. Frequentiesubsidie
Toepasselijk puntensysteem:
1° voor repetities: 1 punt per half uur repetitie en 0,5 punt per half uur repetitie voor koren (vocale muziek zonder instrumentale begeleiding). Punten op aantal repetities op jaarbasis.
Waarde van 1 punt = 2 euro. Maximum per vereniging = 500 punten.
2° voor optredens:
• optreden in Wevelgem: 4 punten
• optreden buiten Wevelgem maar binnenland, binnen een straal van 25 km: 8 punten
• optreden buiten Wevelgem maar binnenland, buiten een straal van 25 km: 12 punten
• optreden in het buitenland: 16 punten
• optreden tijdens een meerdaagse buitenlandse reis: 12 punten.
Het opluisteren van een religieuze of vrijzinnige dienst telt niet mee als optreden.
Waarde van 1 punt = 17,95 euro. Maximum per vereniging = 75 punten.
3° voor activiteiten die kaderen in het jeugdwerk met een maximum van 6 activiteiten:
2 punten per activiteit. Waarde van 1 punt = 30 euro.
§4. Kamp- en weekendsubsidie
Waarde van 1 punt = 1 euro. Maximaal aantal punten per vereniging = 250 punten.
Toepasselijk puntensysteem: 1 punt per nacht per persoon.
Het kamp of weekend voldoet aan volgende voorwaarden:
- minimaal 1 gebrevetteerde begeleider op 30 leden (koks tellen mee);
- de hoofdverantwoordelijke moet minstens 18 jaar zijn;
- deelnemers (exclusief begeleiders en koks) moeten minimaal 5 en maximaal 25 jaar zijn (min. 75% van de doelgroep).
Artikel 11 Subsidies voor gezamenlijk gebruik van lokalen
§1. Onder gezamenlijk gebruik wordt verstaan: het structureel delen van lokalen met meerdere verenigingen (niet zijnde de moedervereniging) en/of het structureel gemeenschappelijk gebruik ervan. Verhuur van lokalen is geen structureel delen.
§2. De jeugdwerkinitiatieven die voldoen aan de algemene en bijzondere voorwaarden van dit reglement en een werkingssubsidie ontvangen, komen in aanmerking voor een subsidie voor gezamenlijk gebruik van jeugdlokalen voor zover voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
§3. De subsidies bedragen:
1° Jeugd- en jongerenverenigingen:
• 225 euro voor elke vereniging die gezamenlijk gebruik maakt van lokalen.
2° Jeugdhuizen:
• 725 euro.
3° cultuureducatieve jeugdverenigingen
• 225 euro voor elke vereniging die gezamenlijk gebruik maakt van lokalen.
Artikel 12 Subsidies voor inspanningen inzake duurzaamheid
§1. De jeugdwerkinitiatieven die voldoen aan de algemene en bijzondere voorwaarden van dit reglement en een werkingssubsidie ontvangen, komen in aanmerking voor een subsidie inzake duurzaamheid voor zover voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
§2. De subsidies bedragen:
1° Jeugd- en jongerenverenigingen
• 450 euro.
2° Jeugdhuizen:
• 1 500 euro.
3° cultuureducatieve jeugdverenigingen
• 450 euro.
Artikel 13 Subsidies voor inspanningen inzake brandveiligheid
§1. De jeugdwerkinitiatieven die voldoen aan de algemene en bijzondere voorwaarden van dit reglement en een werkingssubsidie ontvangen, komen in aanmerking voor een subsidie voor brandveiligheid voor zover voldaan wordt aan volgende voorwaarden:
§2. De subsidies bedragen:
1° Jeugd- en jongerenverenigingen: 350 euro
2° Jeugdhuizen: 1 000 euro.
3° cultuureducatieve jeugdverenigingen: 350 euro.
Artikel 14 Niet naleven charter
De respectievelijke subsidies worden gehalveerd indien na controle blijkt dat niet langer wordt beantwoord aan de vereisten van het charter. Indien het jeugdwerkinitiatief zich in orde stelt, wordt het subsidiebedrag in het daarop volgende jaar terug volledig toegekend. Indien het jeugdwerkinitiatief zich niet in orde stelt, wordt de subsidie voor duurzaamheid en/of brandveiligheid geschrapt.
Artikel 15 Indexering
§1. De berekening van de subsidie gebeurt volgens de bepalingen naargelang de categorie waartoe het jeugdwerkinitiatief behoort. Het subsidiebedrag is in ieder geval minimaal 315 euro.
Het bekomen subsidiebedrag blijft behouden voor de daaropvolgende kalenderjaren tot eventuele herberekening of hervaststelling van het reglement. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de consumptieprijsindex volgens de formule:
Basissubsidie x nieuwe index
basisindex
Waarbij de ‘basisindex’ de consumptieprijsindex van september 2025 is. De ‘nieuwe index’ is de index van september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de indexatie plaatsvindt (bv. de ‘nieuwe index’ voor de subsidie van 2027 is de consumptieprijsindex van september 2026 dus september x-1).
Artikel 16 Fusie van verenigingen
§1. Bij een fusie van verschillende verenigingen heeft de nieuwe vereniging twee keuzes:
1° herberekening op basis van het eerste werkingsjaar van de nieuwe vereniging, waarbij het plafond van het aantal punten per lid wordt opgetrokken van 750 naar maximum 1 500 leden. Dit bedrag wordt maximaal drie keer uitbetaald, daarna wordt het plafond weer 750 punten en wordt de subsidie berekend conform de algemene regels.
2° het bedrag uitgekeerd van de vereniging die de hoogste subsidie kreeg in het laatste jaar dat die vereniging onafhankelijk was. Dit bedrag wordt vermeerderd met 50% en kan maximaal drie keer worden uitbetaald. Daarna dient de fusievereniging een nieuw dossier in te dienen volgens de regels bepaald in hoofdstuk 2 van dit reglement. De subsidie wordt vanaf dan berekend conform de algemene regels.
HOOFDSTUK 3. Slotbepalingen
Artikel 17
§1. Het subsidiereglement voor lokaal jeugdwerk zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 13 mei 2022 wordt opgeheven.
§2. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt voor het eerst toegepast voor de berekening van de subsidies lokaal jeugdwerk in 2026.
§3. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement.
§4. Alle aanvragen gebeuren op de daartoe voorgeschreven formulieren. Het college van burgemeester en schepenen stelt de nodige formulieren op (digitaal of op papier).
§5. Het geven van onjuiste of onvolledige informatie kan leiden tot terugvordering van een deel van of de volledige subsidie.
§6. Wanneer de subsidie- of herberekeningsaanvragen niet tijdig worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van dit subsidiereglement, wordt de subsidie verminderd met 10%. Indien de indiendatum met meer dan één maand wordt overschreden, wordt de aanvraag als onontvankelijk beschouwd.
Het subsidiereglement voor sportverenigingen wordt hervastgesteld.
De gemeenteraad keurde op 12 juni 2020 het subsidiereglement sportverenigingen goed. In dit reglement werden de bepalingen opgenomen voor de toekenning van subsidies aan sportverenigingen.
In de beleidsnota bij het meerjarenplan 2020-2025 werd het voornemen opgenomen om de toekenning van reguliere werkingssubsidies aan verenigingen sterk te vereenvoudigen zodat de administratieve last voor de verenigingen beperkt wordt. In het subsidiereglement werd omwille van deze vereenvoudiging voor de werkingssubsidies gewerkt met een gemiddeld bedrag op basis van drie voorgaande werkingsjaren (2017, 2018 en 2019). Dit bedrag werd jaarlijks geïndexeerd. De berekende werkingssubsidies waren geldig tot en met 2025.
In de beleidsnota van het meerjarenplan 2026-2031 werd volgende doelstelling opgenomen; 'We ondersteunen de vrijwilligers die actief zijn in de socioculturele en sportverenigingen structureel in hun werking'.
Toepassing principes subsidiereglementen Vrije Tijd
De verschillende subsidiereglementen werden naast elkaar gelegd in functie van gelijke voorwaarden en toepassingsmodaliteiten om zo meer transparantie te creëren, in het bijzonder de subsidievoorwaarden onder artikel 4.
Volgende principes worden toegepast in de verschillende subsidiereglementen:
Er wordt voorgesteld om het basisbedrag opnieuw te berekenen. Dit bedrag was gebaseerd op de gemiddelde bedragen van 2017 tot en met 2019 (de jaren voor corona). Het is aangewezen de nieuwe situatie van de verenigingen in kaart te brengen (nulmeting) en te nemen als basis voor de nieuwe werkingssubsidie.
Deze modaliteit werd toegevoegd. Er was geen bepaling opgenomen voor al dan niet toekenning van subsidies in het jaar van de ontbinding van een vereniging. Dit komt in de praktijk regelmatig voor maar het is op heden onduidelijk hoe de ondersteuning berekend wordt in het laatste jaar van de werking.
De verschillende bedragen, opgenomen in de reglementen, werden geïndexeerd op basis van de indexatievoorwaarden in het huidige reglement. Zowel de minimale subsidies, de eenheidsprijzen als de maximale bedragen werden aangepast na indexatie in de nieuwe reglementen.
De modaliteiten bij fusie van verenigingen werden opgenomen in alle reglementen. Tot op heden was er enkel een beperkte fusieregeling in het reglement sport. Er is ook een beperking in tijd voorgesteld: na de fusie wordt de vereniging maximaal 3 werkingsjaren ondersteund met een verhoogde subsidie waarbij de keuze wordt gelaten tussen twee mogelijke fusieregelingen. Dit omdat een herberekening meestal enkel een meerwaarde zal zijn bij twee min of meer evenwaardige verenigingen en de 50% regeling eerder zinvol zal zijn bij een kleine vereniging die fuseert met een grotere vereniging.
Er wordt voorgesteld geen einddatum op te nemen voor de subsidiereglementen. Weliswaar is het niet de bedoeling om de nieuw berekende bedragen oneindig te laten doorlopen. Er is in de verschillende reglementen duidelijk opgenomen dat het college van burgemeester en schepenen te allen tijde een herberekening kan vragen (een nieuwe nulmeting) of aangepaste subsidiereglementen kunnen uiteraard ook gelijk wanneer terug worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Aanpassingen subsidiereglement sport
Tijdens de voorbije legislatuur werden vragen en opmerkingen vanuit verenigingen genoteerd in functie van mogelijke aanpassingen in het nieuwe subsidiereglement. Daarbij zijn ook de ervaringen in de verwerking van de aanvragen door de sportdienst meegenomen in de aanpassingen van het nieuwe subsidiereglement.
1. Voorwaarde
De voorwaarde - minstens de helft van de activiteiten op grondgebied Wevelgem organiseren of minstens de helft van de leden is gedomicilieerd in Wevelgem (of geregistreerd gedeeld verblijf) - sluit enkele bestaande en mogelijke verenigingen uit.
Een wielerclub die niet de helft Wevelgemse leden heeft, kan geen werkingssubsidie aanvragen omdat de activiteit niet op grondgebied van Wevelgem kan doorgaan. Dit zou ook zo zijn voor Wevelgemse verenigingen die hun sport beoefenen buiten Wevelgem, omdat er in Wevelgem geen accommodatie aanwezig is, bijvoorbeeld padel, muurklimmen, squash,...
Er wordt voorgesteld om een voorwaarde toe te voegen: uitgezonderd indien de sportdiscipline het niet toelaat op het grondgebied Wevelgem de sport te beoefenen.
2. Subsidie voor G-sport
Momenteel is een subsidie voorzien voor tafeltennisclub Gullegem voor de G-sportwerking. Er zijn ondertussen ook clubs met een G-sportwerking bijgekomen de voorbije jaren. Zo is er bij voetbalclub FC Gullegem een volledige G-damesvoetbalploeg in de werking.
Er wordt voorgesteld om de G-sportwerking te valoriseren binnen de werkingssubsidies. Hiervoor wordt een verhoging van het plafond toegekend met een maximum van 300 punten, wat overeenkomt met 900 euro (3 euro per punt) subsidie indien de vereniging voldoet aan alle voorwaarden voor een gestructureerde G-sportwerking (cumulatief):
3. Jeugdsportcoördinatoren
De clubs werken tegenwoordig met meerdere coördinatoren. Het voorziene budget voor deze subsidie werd bij overschrijding procentueel herverdeeld. Die overschrijding heeft meer impact op alle clubs en kan het gevolg zijn van meerdere coördinatoren voor één club. Er wordt daarom voorgesteld om de subsidie voor jeugdsportcoördinatoren te beperken tot één coördinator per sportclub.
4. Subsidie voor bijscholing van jeugdsportbegeleiders
Dit komt voort uit de vroegere impulssubsidies. Het subsidiebedrag is beperkt tot 3 500 euro.
Bijscholingen zijn inherent aan inspanningen voor trainers. De bedragen zijn vaak klein en moeilijk te verifiëren. Veel clubs doen hier dan ook geen inspanning voor.
Het doel van deze subsidie is het tekort aan trainers ondersteunen. Er wordt dan ook voorgesteld om de drempel voor nieuwe trainers om een diploma te behalen te verlagen. Enkel de basisdiploma's komen nog in aanmerking voor subsidiëring.
Er wordt voorgesteld om het nieuwe subsidiereglement voor sportverenigingen te laten ingaan vanaf 1 januari 2026 en voor het eerst toe te passen voor de berekening van de subsidies sport in 2026.
Het bestuur van de sportraad gaf positief advies op 8 juni 2026.
PB2-ACT26: We ondersteunen de vrijwilligers die actief zijn in de socioculturele en sportverenigingen structureel in hun werking.
De uitgave wordt aangerekend op rekening PB2-ACT26/0740-00/649772 van het exploitatiekrediet.
Het subsidiereglement voor sportverenigingen wordt hervastgesteld als volgt:
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Doel van het reglement
Het gemeentebestuur wil binnen de sport lokale verenigingen ondersteunen die een bijdrage leveren tot sportbeoefening van de bevolking door het opzetten van een kwaliteitsvolle basis- en jeugdsportwerking.
Artikel 2 Kader
Er worden subsidies verleend aan sportverenigingen volgens de bepalingen van dit reglement. Hiervoor worden ramingen opgenomen in het meerjarenplan, die terug te vinden zijn in de documentatie bij het meerjarenplan. De subsidies bestaan uit een werkingssubsidie, een subsidie voor bijscholingen voor jeugdsportbegeleiders/-coördinatoren en een subsidie voor gediplomeerde jeugdsportbegeleiders/-coördinatoren.
Artikel 3 Definities
1° Jeugdsport: sportparticipatie van kinderen en jongeren die nog geen 18 jaar zijn op 1 januari van het werkjaar waarin het dossier ingediend moet worden.
2° Jeugdsportbegeleider: een sporttechnische begeleider voor jeugdsport actief in een erkende sportvereniging.
3° Jeugdsportcoördinator: een sportgekwalificeerde jeugdsportbegeleider die het jeugdsportbeleid in de erkende sportvereniging coördineert op het sporttechnische, beleidsmatige en organisatorische vlak.
4° Gediplomeerde trainer: een trainer die in het bezit is van een diploma van de opleidingsniveaus 0 tot en met 4, waarvan niveau 0 overeenstemt met het diploma aspirant-initiator en niveaus 1 tot en met 4 terug te vinden zijn in de assimilatietabel van de Vlaamse Trainersschool (VTS).
5° Volwassenentraining: trainingen van ploegen in volwassenencompetitie (+ beloften + reserves).
6° Jeugdtraining: trainingen van ploegen in jeugdcompetities of van jongeren die nog geen 18 jaar zijn (op 1 januari van het werkjaar waarin het dossier ingediend moet worden) die niet in competitieverband sporten.
7° Competitie: organisatie van wedstrijden van de betreffende sporttak, georganiseerd door de sportfederatie waarbij de betreffende sportvereniging is aangesloten.
8° Gestructureerde jeugdwerking (cumulatief):
• De jeugdwerking moet gedurende het volledige seizoen (minstens 6 maanden) doorgaan en minstens 2-wekelijks. Het mag dus met andere woorden niet beperkt blijven tot bv. een éénmalige lessenreeks.
• De jeugdwerking bestaat uit verschillende niveaus of leeftijdscategorieën.
• De jeugdwerking mag geen deel zijn van een volwassenentraining.
9° Sportinfrastructuur: de infrastructuur, nodig tijdens de actieve sporttijd van de sportvereniging voor het uitvoeren van de sport-specifieke activiteiten van de betreffende sportvereniging.
10° G-sportwerking: een specifieke werking voor G-sport die structureel is binnen de clubwerking. De nodige structuur en ondersteuning voor de G-sportwerking kan worden aangetoond met een jaarverslag van de werking.
Artikel 4 Subsidievoorwaarden
§1. Om voor subsidiëring in aanmerking te komen, moeten de betrokken sportverenigingen voldoen aan volgende criteria:
1° opgericht zijn door een particulier initiatief als feitelijke vereniging of als vzw. De werking van de sportvereniging is niet op dergelijke wijze georganiseerd dat zij als feitelijke primaire of secundaire doelstelling winsten of baten genereert voor haarzelf of (één van) haar bestuurders of verantwoordelijken. Het college van burgemeester en schepenen kan alle middelen aanwenden die zij nodig acht om na te gaan of aan deze voorwaarden voldaan wordt. Desgevallend is het aan de sportvereniging om het tegendeel aan te tonen;
2° geleid worden door een bestuurscomité voor een feitelijke vereniging of algemene vergadering en bestuursorgaan voor een vzw waarvan minstens de helft van de bestuursleden gedomicilieerd is of geregistreerd gedeeld verblijf heeft in Wevelgem;
3° een autonome en regelmatige werking ontwikkelen met een eigen bestuur, een aparte boekhouding voeren, haar secretariaat of maatschappelijke zetel te Wevelgem hebben;
4° minstens de helft van haar activiteiten op het grondgebied Wevelgem organiseren (uitgezonderd indien de sportdiscipline het niet toelaat op het grondgebied Wevelgem de sport te beoefenen) of minstens de helft van haar leden gedomicilieerd is of geregistreerd gedeeld verblijf heeft in Wevelgem;
5° aangesloten zijn bij een erkende Vlaamse sportfederatie of regelmatig sportactiviteiten inrichten, minstens 4 voor de eigen leden of minstens 1 voor het ruime publiek;
6° beschikken over een rekeningnummer op naam van de sportvereniging waarop de subsidie zal gestort worden;
7° de sportvereniging kan voor hetzelfde doel geen werkingssubsidie(s) ontvangen via andere gemeenten;
8° de werking hebben opgestart ten laatste op 1 september van het werkjaar (x-1) ten opzichte van het jaar van indienen van de aanvraag (x);
9° de sportvereniging is een open vereniging: iedereen kan lid worden op voorwaarde dat het lid de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigt;
10° de sportvereniging werkt met aangesloten leden waarvoor een werking inzake sportbeoefening wordt ontwikkeld. De sportvereniging kan daarnaast ook activiteiten ontwikkelen voor niet-aangesloten leden.
§2. De sportvereniging die een subsidie aanvraagt en/of ontvangt met toepassing van dit reglement kan geen aanvraag meer indienen binnen volgende subsidiereglementen:
- sociaal-cultureel werk
- lokaal jeugdwerk
- lokale organisaties voor amateurkunsten
- mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking.
Artikel 5 Onderscheid binnen de sportverenigingen
Er worden twee verschillende categorieën van sportverenigingen onderscheiden:
• sportverenigingen binnen categorie 1 hebben een gestructureerde jeugdwerking
• sportverenigingen binnen categorie 2 hebben geen gestructureerde jeugdwerking.
Het college van burgemeester en schepenen beslist in welke categorie een sportvereniging wordt ingedeeld.
Artikel 6 Subsidieaanvraag
§1. Verenigingen moeten jaarlijks een aanvraag tot subsidie invullen. Het document is beschikbaar op de website van de gemeente en moet volledig ingevuld terugbezorgd worden aan het gemeentebestuur telkens voor 1 april van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x). Voor 2026 dient de aanvraag uiterlijk op 15 september 2026 ingediend te worden.
§2. Een sportvereniging kan een herberekening aanvragen volgens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2. Dit kan ten vroegste in 2028 en slechts om de twee jaar. Een vereniging die voor het eerst een subsidie werd toegekend, kan in het daaropvolgende jaar een herberekening aanvragen, en daarna ten vroegste om de twee jaar. De vereniging die een herberekening wenst, laat dit schriftelijk weten aan het gemeentebestuur voor 1 mei van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x).
§3. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds bijkomende informatie opvragen die noodzakelijk is voor onderzoek van de aanvraag en nagaan of er (nog) voldaan wordt aan de voorwaarden zoals vastgelegd in artikel 4 en/of eventueel beslissen tot een herberekening volgens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2.
Artikel 7 Stopzetting vereniging
Wanneer een vereniging haar werking stopzet, moet de einddatum van de werking meegedeeld worden aan het gemeentebestuur. De vereniging kan nog een subsidie toegekend krijgen voor het jaar waarin haar werking stopgezet werd.
Dit subsidiebedrag wordt pro rata berekend per volledige maand werking.
HOOFDSTUK 2. (Her)berekening werkingssubsidies
Artikel 8 Berekening werkingssubsidie
§1. De berekening van de subsidie gebeurt volgens de bepalingen in artikel 9 of 10 afhankelijk van de categorie waartoe een sportvereniging behoort. Het subsidiebedrag is in ieder geval minimaal 315 euro. Het bekomen subsidiebedrag blijft behouden voor de daaropvolgende kalenderjaren tot eventuele herberekening of hervaststelling van het reglement. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de consumptieprijsindex volgens de formule onder artikel 11.
§2. Als referentieperiode voor de berekening van de werkingssubsidie in het werkjaar (x) geldt de periode van 1 augustus (x-1) tot 15 juni (x).
§3. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds bijkomende informatie opvragen die noodzakelijk is voor onderzoek van een aanvraag of voor een herberekening.
Artikel 9 Berekening en toekenning subsidies voor sportverenigingen met een gestructureerde jeugdwerking (= categorie 1)
§1. De subsidie voor een sportvereniging uit de categorie 1 is de optelling van de bedragen bekomen voor ledenaantal en trainingsuren/competitie.
1° Subsidie voor ledenaantal.
De subsidie wordt bekomen door het aantal bekomen punten te vermenigvuldigen met 3 euro.
Puntenwaarde per aangesloten lid op datum van 1 april (occasionele deelnemers aan activiteiten (sportstages, kampen, initiaties, …) worden niet als leden beschouwd)
o beneden 18 jaar: aantal x 2 punten
o vanaf 18 jaar: aantal x 1 punt
o Het ledenaantal wordt aangetoond door aansluitingslijsten afkomstig van een Vlaamse erkende sportfederatie of indien de sportvereniging niet is aangesloten bij een Vlaamse erkende sportfederatie door een lijst of attest afgeleverd door de verzekeringsinstantie of, indien dit niet mogelijk blijkt, door inzage van de ledenlijst door de sportdienst.
Indien geen 50% van de leden gedomicilieerd zijn of geregistreerd gedeeld verblijf hebben in Wevelgem, worden de bekomen punten voor dit onderdeel gehalveerd voor deze vereniging.
Een sportvereniging kan maximaal 500 punten bekomen binnen de subsidie, gebaseerd op ledenaantal.
2° Subsidie voor trainingsuren en competitie
De subsidie wordt bekomen door de samengetelde punten, bekomen in onderstaande onderdelen, te vermenigvuldigen met 3 euro.
• Aantal uren jeugdtraining onder leiding van een gediplomeerde trainer.
o Aantal x 6 punten
o Opgave van trainingsschema met vermelding naam van gediplomeerde trainer en kopie diploma (voor zover niet beschikbaar op de sportdienst).
• Aantal uren volwassenentraining onder leiding van een gediplomeerde trainer.
o Aantal x 3,5 punten
o Opgave van trainingsschema met vermelding naam van gediplomeerde trainer en kopie diploma (voor zover niet beschikbaar op de sportdienst).
• Aantal uren jeugd- of volwassenentraining onder leiding van niet-gediplomeerde trainer.
o Aantal x 1,5 punten
o Opgave van trainingsschema met vermelding naam van trainer.
• Deelname aan competitie.
o Forfait van 50 punten.
3° Subsidie voor gestructureerde G-sportwerking – cumulatief:
• forfait van 150 punten voor G-sportwerking
• forfait van 50 punten voor het werken met een gediplomeerde G-sport-trainer of een aparte G-sport-jeugd- en volwassenenwerking
• forfait van 50 punten voor een geïntegreerde G-sportwerking (training of competitie)
• forfait van 50 punten voor deelname aan G-sport-competitie.
Een sportvereniging kan maximaal 500 punten bekomen binnen de subsidie, gebaseerd op trainingsuren en competitie.
Het maximum wordt verhoogd met maximum 300 punten indien de vereniging een G-sportwerking heeft.
Artikel 10 Berekening en toekenning subsidies voor sportverenigingen zonder een gestructureerde jeugdwerking (= categorie 2)
§1. De subsidie voor een sportvereniging uit de categorie 2 wordt bekomen door het aantal bekomen punten in onderstaande onderdelen te vermenigvuldigen met 4,82 euro.
1° Ledenaantal: 1 punt per lid met een maximum van 100 punten. Indien geen 50% van de leden gedomicilieerd zijn of geregistreerd gedeeld verblijf hebben in Wevelgem, worden de bekomen punten voor dit onderdeel gehalveerd voor deze vereniging.
2° Huur van gemeentelijke en niet-gemeentelijke sportinfrastructuur gelegen op het grondgebied Wevelgem: 1 punt per 25 euro betaalde huurgelden met een maximum van 200 punten. De huurgelden zijn te bewijzen met facturen of betalingsbewijzen.
§2. Een sportvereniging binnen categorie 2 kan maximaal een subsidie van 1 000 euro bekomen.
Artikel 11 Indexering
De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de consumptieprijsindex volgens de hierna vermelde formule:
Basissubsidie x nieuwe index
basisindex
Waarbij de 'basisindex' de consumptieprijsindex van september 2025 is. De ‘nieuwe index’ is de index van september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de indexatie plaatsvindt (bv. de ‘nieuwe index’ voor de subsidie van 2027 is de consumptieprijsindex van september 2026).
Artikel 12 Fusie van verenigingen
Bij een fusie van verschillende verenigingen heeft de nieuwe vereniging twee keuzes:
1° Herberekening op basis van het eerste werkingsjaar van de nieuwe vereniging, waarbij het plafond van aantal leden wordt verdubbeld; van 500 naar maximum 1 000 punten voor categorie 1 en van 100 naar maximum 200 punten voor categorie 2. Deze werkingssubsidie, berekend op basis van het verhoogde maximum punten, wordt maximaal drie keer toegekend, daarna wordt het plafond weer 500 punten respectievelijk 100 punten en wordt de subsidie berekend conform de algemene regels volgens hoofdstuk 2.
2° De werkingssubsidie toegekend aan de vereniging die de hoogste subsidie kreeg in het laatste jaar dat die vereniging onafhankelijk was. Dit bedrag wordt vermeerderd met 50% en kan maximaal drie keer worden uitbetaald. Daarna dient de fusievereniging een nieuw dossier in te dienen, de werkingssubsidie wordt vanaf dan berekend conform de algemene regels volgens hoofdstuk 2.
HOOFDSTUK 3. Subsidie voor werken met gediplomeerde jeugdsportbegeleiders en/of jeugdsportcoördnatoren
Artikel 13
§1. Een sportvereniging die voldoet aan de voorwaarden in artikel 4, kan een aanvraag tot subsidie voor het werken met gediplomeerde jeugdsportbegeleiders en/of jeugdsportcoördinatoren indienen bij het college van burgemeester en schepenen uiterlijk op 1 april van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x). Voor 2026 is de indiendatum vastgelegd op uiterlijk 15 september 2026.
§2. De berekening gebeurt op basis van gegevens op datum van het indienen van de aanvraag. Voor 2026 gebeurt dit op basis van gegevens van 1 maart 2026.
§3. Volgende subsidies worden voorzien en zijn jaarlijks te indexeren cfr. artikel 11:
1° Werken met gediplomeerde jeugdsportbegeleiders.
Sportverenigingen die werken met gediplomeerde jeugdsportbegeleiders kunnen hiervoor subsidies bekomen in functie van het opleidingsniveau van de gediplomeerde jeugdsportbegeleider (volgens assimilatietabel VTS).
▪ Opleidingsniveau 0 (start to coach): 48,8 euro
▪ Opleidingsniveau 1 (initiator): 87,9 euro
▪ Opleidingsniveau 2a (instructeur): 109,8 euro
▪ Opleidingsniveau 2b (trainer B): 146,4 euro
▪ Opleidingsniveau 3 (trainer A): 195,1 euro
▪ Opleidingsniveau 4 (toptrainer): 244,4 euro.
Vereisten:
Alle gegevens van de jeugdsportbegeleiders dienen bezorgd te worden.
2° Werken met gediplomeerde jeugdsportcoördinatoren.
Sportverenigingen die werken met een gediplomeerde jeugdsportcoördinator kunnen hiervoor subsidies bekomen in functie van het opleidingsniveau van de gediplomeerde jeugdsportcoördinator (volgens assimilatietabel VTS).
▪ Opleidingsniveau 1 (initiator): 268,3 euro
▪ Opleidingsniveau 2a (instructeur): 317,1 euro
▪ Opleidingsniveau 2b (trainer B): 341,5 euro
▪ Opleidingsniveau 3 (trainer A): 390,3 euro
▪ Opleidingsniveau 4 (toptrainer): 439,0 euro.
Er kan maximum 1 jeugdsportcoördinator per sportvereniging opgegeven worden voor subsidies.
Vereisten:
- alle gegevens + functiebeschrijving van de jeugdsportcoördinator en plaats binnen het organogram dienen bezorgd te worden.
- De persoon moet met naam, taak en contactgegevens expliciet vermeld worden in de infobrochure of website (voor zover online) van de sportvereniging.
- Hij/zij moet de coördinatie van meerdere jeugdploegen voor zijn/haar rekening nemen.
3° Indien de opgetelde aanvragen tot subsidie onder dit artikel 13 het totaalbedrag van 28 000 euro overschrijden, dan wordt op de bedragen onder 1° en 2° een procentuele verdeelsleutel toegepast.
HOOFDSTUK 4. Subsidies voor het bijscholen van jeugdsportbegeleiders en/of jeugdsportcoördinatoren
Artikel 14
§1. Een sportvereniging die voldoet aan de voorwaarden in artikel 4, kan een aanvraag tot subsidie voor bijscholingen indienen bij het college van burgemeester en schepenen uiterlijk op 1 april van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x). Voor 2026 is de indiendatum vastgelegd op uiterlijk 15 september 2026.
§2. In aanmerking komen de inschrijvingskosten voor het bekomen van hun jeugdsportbegeleiders of jeugdsportcoördinatoren van een sport-specifiek diploma of attest van de Vlaamse Trainersschool (VTS) of diploma of attest die gelijkgesteld zijn door de VTS in de assimilatietabel. De kosten zijn te bewijzen met factuur of betalingsbewijs en met een diploma, attest, getuigschrift, of deelnamebewijs. De uitreiking van diploma, attest, getuigschrift of deelnamebewijs gebeurde tussen 1 mei (jaar x-1) en 1 april (jaar x).
§3. De subsidie voor inschrijvingskosten voor opleidingen (enkel in functies trainer diploma’s) bedraagt 100% van de inschrijvingskosten voor opleidingsniveaus 0 en 1 (aspirant-initiator en initiator), vanaf opleidingsniveau 2 worden geen subsidies toegekend.
§4. Indien de opgetelde aanvragen tot subsidie onder dit artikel 14 het totaalbedrag van 3 500 euro (niet te indexeren) overschrijden, dan wordt op de bedragen een procentuele verdeelsleutel toegepast.
HOOFDSTUK 5. Slotbepalingen
Artikel 15
§1. Het subsidiereglement voor sportverenigingen zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 12 juni 2020 wordt opgeheven.
§2. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt voor het eerst toegepast voor de berekening van de subsidies sportverenigingen in 2026.
§3. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement.
§4. Alle aanvragen gebeuren op de daartoe voorgeschreven formulieren. Het college van burgemeester en schepenen stelt de nodige formulieren op (digitaal of op papier).
§5. Het geven van onjuiste of onvolledige informatie kan leiden tot terugvordering van een deel van of de volledige subsidie.
§6. Wanneer de subsidie- of herberekeningsaanvragen niet tijdig worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van dit subsidiereglement, wordt de subsidie verminderd met 10%. Indien de indiendatum met meer dan één maand wordt overschreden, wordt de aanvraag als onontvankelijk beschouwd.
Het subsidiereglement schoolzwemmen wordt hervastgesteld.
De gemeenteraad keurde op 11 mei 2023 het subsidiereglement schoolzwemmen goed. Wevelgemse scholen op bepaalde afstand van De Zwemkom (minstens 2 km voor 1ste en 2de graad en 4 km voor de 3de graad) krijgen een tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer van en naar het zwembad. Per leerling, die minstens acht zwembeurten met de bus naar het zwembad komt, wordt 15 euro subsidie toegekend. Er zijn op heden 5 Wevelgemse scholen die aanspraak maken op deze subsidies voor het inleggen van busvervoer voor het schoolzwemmen.
In 2023 verhoogde deze subsidie gevoelig (van 5 euro naar 15 euro per leerling). De directies gaven aan dat de kostprijs van het busvervoer sterk gestegen was, gelet op o.m. de stijgende brandstofprijzen en loonkosten. Er werd een volledige oefening gemaakt waarbij naast de stijging van deze subsidies, ook de prijs per zwembeurt aangepast werd van 0,50 naar 0,90 euro. De doelstelling is om het schoolzwemmen op de schoolfactuur voor alle leerlingen in Wevelgem gelijk te houden, zowel voor leerlingen waarvan de school op een haalbare afstand van De Zwemkom ligt (om te voet of met de fiets te komen) als voor leerlingen waarvan de school verder gelegen is van De Zwemkom en die dus met de bus naar het zwembad komen.
Een evaluatie van het schoolzwemmen toont aan dat het aantal schoolzwembeurten minstens gelijk blijven voor de meeste scholen en in totaliteit zelfs gestegen zijn de voorbije jaren. Ondanks de versoepeling van de minimumdoelen voor het schoolzwemmen, blijven de scholen inzetten op leren zwemmen.
In het meerjarenplan 2026-2031 werd als principe gesteld dat er ruimte wordt ingebouwd voor regelmatige inflatoire aanpassingen. In alle subsidiereglementen van de cluster Vrije Tijd wordt het indexeringsprincipe toegepast. Dit is ook te verantwoorden voor het subsidiereglement schoolzwemmen.
Indien de subsidies voor het schoolzwemmen in 2026 geïndexeerd zouden worden, zou de subsidie per leerling stijgen van 15 naar 16,5 euro. Er wordt voorgesteld om het subsidiebedrag uit onderhavig subsidiereglement ook jaarlijks te indexeren.
PB3-ACT40: We maken afspraken rond de dienstverlening vanuit de gemeente aan de scholen, het beschikbaar stellen van infrastructuur (brede school) en het borgen van voor- en naschoolse opvang (zie ook PB3-ACT3).
De subsidies worden aangerekend op rekening PB3-ACT40/0740-00/649771 van het exploitatiekrediet.
Het subsidiereglement schoolzwemmen wordt hervastgesteld als volgt:
Artikel 1
Scholen uit het basisonderwijs kunnen, met ingang van het schooljaar 2026-2027, een subsidie krijgen als tegemoetkoming in de kosten van het leerlingenvervoer van en naar het zwembad onder de volgende voorwaarden:
Artikel 2
De tegemoetkoming bedraagt 16,50 euro per leerling, per jaar (x). Hiervoor komen enkel de leerlingen in aanmerking die in de loop van het schooljaar (jaar (x-1) - jaar x) minstens 8 keer met de klas gaan zwemmen. Indien door overmacht geen 8 zwembeurten behaald worden, wordt een vermindering van 1,65 euro per leerling, per gemiste zwembeurt toegepast.
Artikel 3
De school die wenst in aanmerking te komen voor deze subsidie zal jaarlijks een lijst voorleggen aan de sportdienst met vermelding van het aantal leerlingen per klas dat voldoet aan artikel 2.
Artikel 4
De bedragen uit artikel 2 worden jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de consumptieprijsindex volgens de hierna vermelde formule:
Basissubsidie x nieuwe index
basisindex
Waarbij de 'basisindex' de consumptieprijsindex van mei 2026 is. De ‘nieuwe index’ is de index van mei van het jaar waarvoor de indexatie plaatsvindt (bv. de ‘nieuwe index’ voor de subsidie van 2027 is de consumptieprijsindex van mei 2027).
Artikel 5 Overgangsbepalingen
Dit reglement treedt in werking op 6 juli 2026 en heft subsidiereglement schoolzwemmen zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 11 mei 2023 op. Dit reglement wordt een eerste maal toegepast op de subsidieaanvragen vanaf het schooljaar 2026–2027.
Het subsidiereglement lokale verenigingen uit het sociaal-cultureel werk wordt hervastgesteld.
De gemeenteraad keurde op 12 juni 2020 het subsidiereglement sociaal-cultureel volwassenenwerk goed. In dit reglement werden de bepalingen opgenomen voor de toekenning van de subsidies voor socioculturele verenigingen.
In de beleidsnota bij het meerjarenplan 2020-2025 werd het voornemen opgenomen om de toekenning van reguliere werkingssubsidies aan verenigingen sterk te vereenvoudigen zodat de administratieve last voor de verenigingen beperkt wordt. In het subsidiereglement werd omwille van deze vereenvoudiging gewerkt met een gemiddeld bedrag op basis van drie voorgaande werkingsjaren (2017, 2018 en 2019). Dit bedrag werd jaarlijks geïndexeerd. De berekende werkingssubsidies waren geldig tot en met 2025.
De beleidsnota van het meerjarenplan 2026-2031 zegt: 'We ondersteunen de vrijwilligers die actief zijn in socioculturele en sportverenigingen structureel in hun werking'.
Toepassing principes subsidiereglementen Vrije Tijd
De verschillende reglementen werden naast elkaar gelegd in functie van gelijke voorwaarden en toepassingsmodaliteiten om zo meer transparantie te creëren, in het bijzonder de subsidievoorwaarden onder artikel 4.
Volgende principes worden toegepast in de verschillende subsidiereglementen:
Er wordt voorgesteld om het basisbedrag opnieuw te berekenen. Dit bedrag is nu gebaseerd op de gemiddelde bedragen van 2017 tot en met 2019, de jaren voor corona. Het is aangewezen de nieuwe situatie van de vereniging in kaart te brengen (nulmeting) en te nemen als basis voor de nieuwe werkingssubsidie.
Deze modaliteit werd toegevoegd. Er was geen bepaling opgenomen voor al dan niet toekenning van subsidies in het jaar van de ontbinding van een vereniging. Dit komt in de praktijk regelmatig voor maar het is op heden onduidelijk hoe de ondersteuning berekend wordt in het laatste jaar van de werking.
De verschillende bedragen, opgenomen in de reglementen, werden geïndexeerd op basis van de indexatievoorwaarden in het huidige reglement. Zowel de minimale subsidies, de eenheidsprijzen als de maximale bedragen werden aangepast na indexatie in de nieuwe reglementen.
De modaliteiten bij fusie van verenigingen werden opgenomen in alle reglementen. Tot op heden was er enkel een beperkte fusieregeling in het reglement sport. Er is ook een beperking in tijd voorgesteld: na de fusie wordt de vereniging maximaal 3 werkingsjaren ondersteund met een verhoogde subsidie waarbij de keuze wordt gelaten tussen twee mogelijke fusieregelingen. Dit omdat een herberekening meestal enkel een meerwaarde zal zijn bij twee min of meer evenwaardige verenigingen en de 50% regeling eerder zinvol zal zijn bij een kleine vereniging die fuseert met een grotere vereniging.
Er wordt voorgesteld geen einddatum op te nemen voor de subsidiereglementen. Weliswaar is het niet de bedoeling om de nieuw berekende bedragen oneindig te laten doorlopen. Er is in de verschillende reglementen duidelijk opgenomen dat het college van burgemeester en schepenen te allen tijde een herberekening kan vragen (een nieuwe nulmeting) of aangepaste subsidiereglementen kunnen uiteraard ook gelijk wanneer terug worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Aanpassingen subsidiereglement sociaal-cultureel werk
Tijdens de voorbije legislatuur werden vragen en opmerkingen vanuit verenigingen genoteerd in functie van mogelijke aanpassingen in het nieuwe subsidiereglement. Daarbij zijn ook de ervaringen in de verwerking van de aanvragen door de dienst meegenomen in de aanpassingen van het nieuwe subsidiereglement.
Er wordt voorgesteld om het nieuwe subsidiereglement voor sociaal-cultureel werk te laten ingaan vanaf 1 januari 2026 en voor het eerst toe te passen voor de berekening van de subsidies sociaal-cultureel werk in 2026.
De ouderenraad en culturele raad verleenden positief advies over het nieuwe ontwerp van reglement.
PB2-ACT26: We ondersteunen de vrijwilligers die actief zijn in socioculturele en sportverenigingen structureel in hun werking.
De subsidies worden aangerekend op rekening PB2-ACT26/0709-00 649761 van het exploitatiekrediet.
Het subsidiereglement voor lokale verenigingen uit het sociaal-cultureel werk wordt als volgt goedgekeurd:
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Doel van het reglement
Het gemeentebestuur wil in het sociaal-cultureel werk lokale verenigingen ondersteunen die een bijdrage leveren tot de vorming van competente en geëmancipeerde personen en zo de gemeenschapsvorming bevorderen.
Artikel 2 Kader
Er worden subsidies verleend aan lokale verenigingen uit het sociaal-cultureel werk volgens de bepalingen van dit reglement. Hiervoor worden ramingen opgenomen in het meerjarenplan die terug te vinden zijn in de documentatie bij het meerjarenplan.
Artikel 3 Definities
Sociaal-cultureel werk: het geheel van activiteiten die de ontplooiing van personen in hun maatschappelijke participatie bevorderen en waarbij personen er vrijwillig aan deelnemen, los van enig schoolverband en los van elke vorm van beroepsopleiding.
Artikel 4 Subsidievoorwaarden.
§1. Om voor subsidiëring in aanmerking te komen, moeten de betrokken verenigingen voldoen aan volgende criteria:
1° opgericht zijn door een particulier initiatief als feitelijke vereniging of als vzw. De werking van de vereniging is niet op dergelijke wijze georganiseerd dat zij als feitelijke primaire of secundaire doelstelling winsten of baten genereert voor haarzelf of (één van) haar bestuurders of verantwoordelijken. Het college van burgemeester en schepenen kan alle middelen aanwenden die zij nodig acht om na te gaan of aan deze voorwaarden voldaan wordt. Desgevallend is het aan de vereniging om het tegendeel aan te tonen;
2° geleid worden door een bestuurscomité voor een feitelijke vereniging of algemene vergadering en bestuursorgaan voor een vzw waarvan minstens de helft van de bestuursleden gedomicilieerd is of geregistreerd gedeeld verblijf heeft in Wevelgem;
3° een autonome en regelmatige werking ontwikkelen met een eigen lokaal bestuur, een aparte boekhouding voeren, haar secretariaat of maatschappelijke zetel te Wevelgem hebben;
4° minstens de helft van haar activiteiten op het grondgebied Wevelgem organiseren, of minstens de helft van haar leden is gedomicilieerd of heeft geregistreerd gedeeld verblijf in Wevelgem;
5° minstens 4 activiteiten inrichten voor de eigen leden of minstens 1 activiteit voor het ruime publiek;
6° beschikken over een rekeningnummer op naam van de vereniging waarop de subsidie zal gestort worden;
7° de vereniging kan voor hetzelfde doel geen werkingssubsidie(s) ontvangen via andere gemeenten;
8° de werking hebben opgestart voor 1 september van het werkjaar (x-1) ten opzichte van het jaar van indienen van de aanvraag (x);
9° de vereniging is een open vereniging: iedereen kan lid worden op voorwaarde dat het lid de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigt.
§2. De vereniging die een subsidie aanvraagt en/of ontvangt met toepassing van dit reglement kan geen aanvraag meer indienen binnen volgende subsidiereglementen:
- lokaal jeugdwerk
- sportverenigingen
- lokale organisaties voor amateurkunsten
- mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking.
Artikel 5 Stopzetting vereniging
Wanneer een vereniging haar werking stopzet, moet de einddatum van de werking binnen het jaar meegedeeld worden aan het gemeentebestuur. De vereniging kan nog een subsidie krijgen voor het jaar waarin de werking werd stopgezet. Het subsidiebedrag wordt pro rata berekend per volledige maand werking.
Artikel 6 Subsidieaanvraag
§1. Verenigingen moeten jaarlijks een aanvraag tot subsidie invullen. Het document is beschikbaar op de website van de gemeente en moet volledig ingevuld terugbezorgd worden aan het gemeentebestuur telkens voor 1 april van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x). Voor 2026 dient de aanvraag uiterlijk op 15 september 2026 ingediend te worden.
§2. Een vereniging kan een herberekening aanvragen volgens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2. Dit kan ten vroegste in 2028 en slechts om de twee jaar. Een vereniging die voor het eerst een subsidie werd toegekend, kan in het daaropvolgende jaar een herberekening aanvragen, en daarna ten vroegste om de twee jaar. De vereniging die een herberekening wenst, laat dit schriftelijk weten aan het gemeentebestuur voor 1 mei van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x).
§3. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds bijkomende informatie opvragen die noodzakelijk is voor onderzoek van de aanvraag en nagaan of er (nog) voldaan wordt aan de voorwaarden zoals vastgelegd in artikel 4 en/of eventueel beslissen tot een herberekening volgens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2.
HOOFDSTUK 2. (Her)berekening werkingssubsidies
Artikel 7 Berekening
§1. De berekening van de subsidie gebeurt volgens de bepalingen in dit artikel. Het subsidiebedrag is in ieder geval minimaal 315 euro. Het bekomen subsidiebedrag blijft behouden voor de daaropvolgende kalenderjaren tot eventuele herberekening of hervaststelling van het reglement. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de consumptieprijsindex volgens de formule onder artikel 8.
§2. Als referentieperiode voor de berekening van de werkingssubsidie in het werkjaar (x) geldt de periode van 1 januari (x-1) tot 31 december (x-1).
§3. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds bijkomende informatie opvragen die noodzakelijk is voor onderzoek van een aanvraag of voor een herberekening.
§4. De subsidie voor de vereniging wordt bekomen door optelling van de hiernavolgende berekeningen:
- subsidie op basis van ingediende uitgaven bij activiteiten;
- subsidie voor leden en organisatie van activiteiten.
§5. Berekening van de subsidie op basis van ingediende uitgaven voor activiteiten:
per ingediende en weerhouden kost wordt 1/3 terugbetaald. Het totaal van alle ingediende kosten per vereniging kan nooit hoger oplopen dan 500 euro per jaar.
1° Volgende uitgaven komen in aanmerking:
- prestatievergoedingen voor toespraken, culturele acts, optredens en voorstellingen;
- ‘billijke vergoedingen’ en auteursrechten voor die acts of voorstellingen.
2° De uitgaven zijn te bewijzen op één van volgende manieren:
a) facturen met vermelding voor voldaan of vergezeld van een rekeninguittreksel waaruit de betaling blijkt;
b) schriftelijke overeenkomsten in tekstverwerking tussen de organiserende instantie en spreker/artiest/gezelschap of zijn vertegenwoordiger met duidelijke omschrijving van de prestatie en ondertekend door een met naam vermelde vertegenwoordiger van elk van beide partijen. De overeenkomst dient vergezeld te zijn van een rekeninguittreksel waaruit de betaling blijkt;
c) cashbetaling van een niet door factuur bewezen kost: een verklaring van ontvangst door de begunstigde met vermelding van naam en adres, met duidelijke omschrijving van de prestatie.
3° Deze subsidie moet elk jaar opnieuw aangevraagd worden, zodat een correcte berekening kan worden gemaakt. Verenigingen die deze subsidie willen bekomen, zijn zelf verantwoordelijk om dit aan te vragen. Dezelfde voorwaarden zijn van kracht als bepaald in artikel 6, §1 van dit reglement.
4° Activiteiten die reeds gesubsidieerd werden via het subsidiereglement ‘gemeenschapsvormende activiteiten’ komen niet in aanmerking voor subsidiëring binnen artikel 7, §5.
§6. Berekening van de subsidie op basis van punten voor leden en organisatie van activiteiten
1° De subsidie wordt bekomen door het in het onderstaand puntensysteem bekomen aantal punten te vermenigvuldigen met 0,08 euro.
2° Voor honorering komen in aanmerking:
- enkel ledenactiviteiten en/of publieksgerichte activiteiten
- enkel de activiteiten die plaatsvonden op het grondgebied Wevelgem met uitzondering van de uitstappen bedoeld onder d)
- enkel de activiteiten waarvan de vereniging zelf de organisator is
- bestuursvergaderingen of voorbereidende vergaderingen komen niet in aanmerking als activiteit
- activiteiten die geen groepskarakter inhouden, gelden niet als activiteit
- activiteiten met een louter winstgevend karakter of commercieel opzet komen niet in aanmerking.
3° Activiteiten die reeds gesubsidieerd werden via het subsidiereglement ‘gemeenschapsvormende activiteiten’ komen niet in aanmerking voor puntentoekenning binnen artikel 7, §6.
a) ledenaantal:
- per lid, met een maximum van 500 leden: 5 punten
- toeslag per lid jonger dan 30 jaar: 2 punten
Voorwaarden:
- de ledenlijst moet controleerbaar zijn en bevat minimaal de volledige naam, het adres, de geboortedatum en de contactgegevens van elk lid. Indien geen 50% van de leden gedomicilieerd zijn of geregistreerd gedeeld verblijf hebben in Wevelgem, worden de bekomen punten voor dit onderdeel gehalveerd voor deze vereniging
- de ledenlijst is recent; als richtlijn wordt 1 januari genomen van het jaar waarvoor de aanvraag wordt ingediend
- ereleden en steunende leden komen niet in aanmerking.
b) éénmalige groepsactiviteiten beantwoordend aan de discipline of het doel van de vereniging
Per activiteit: 100 punten.
c) groepsactiviteiten in reeks of die periodiek regelmatig (= frequenter dan 1 keer per maand) plaatsvinden
Per sessie: 100 punten met een maximum van 1 500 punten per reeks.
d) uitstappen buiten grondgebied gemeente:
Per uitstap: 100 punten
Indien meerdere dagen: 100 punten voor de eerste dag, 25 punten voor de volgende dagen.
e) voor verenigingen die een tijdschrift publiceren, wordt iedere aflevering gehonoreerd met 500 punten.
f) samenwerkingsverbanden voor activiteiten:
De samenwerking tussen lokale verenigingen wordt als volgt verrekend: de samenwerkende verenigingen krijgen elk de volledige puntentoekenning voor de activiteit.
Artikel 8 Indexering
De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de consumptieprijsindex volgens de hierna vermelde formule:
Basissubsidie x nieuwe index
basisindex
Waarbij de 'basisindex' de consumptieprijsindex van september 2025 is. De ‘nieuwe index’ is de index van september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de indexatie plaatsvindt (bv. de ‘nieuwe index’ voor de subsidie van 2027 is de consumptieprijsindex van september 2026).
Artikel 9 Fusie van verenigingen
Bij een fusie van verschillende verenigingen heeft de nieuwe vereniging twee keuzes:
1° herberekening op basis van het eerste werkingsjaar van de nieuwe vereniging, waarbij het plafond van aantal leden wordt verdubbeld van 500 naar maximum 1 000 leden. Deze werkingssubsidie, berekend op basis van het verhoogde maximum leden, wordt maximaal drie keer toegekend, daarna wordt het plafond weer 500 leden en wordt de subsidie berekend conform de algemene regels volgens hoofdstuk 2.
2° de werkingssubsidie toegekend aan de vereniging die de hoogste subsidie kreeg in het laatste jaar dat die vereniging onafhankelijk was. Dit bedrag wordt vermeerderd met 50% en kan maximaal drie keer worden uitbetaald. Daarna dient de fusievereniging een nieuw dossier in te dienen, de werkingssubsidie wordt vanaf dan berekend conform de algemene regels volgens hoofdstuk 2.
HOOFDSTUK 3. Slotbepalingen
Artikel 10
§1. Het subsidiereglement voor lokale verenigingen uit het sociaal-cultureel volwassenenwerk zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 12 juni 2020 wordt opgeheven.
§2. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt voor het eerst toegepast voor de berekening van de subsidies sociaal-cultureel werk in 2026.
§3. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement.
§4. Alle aanvragen gebeuren op de daartoe voorgeschreven formulieren. Het college van burgemeester en schepenen stelt de nodige formulieren op (digitaal of op papier).
§5. Het geven van onjuiste of onvolledige informatie kan leiden tot terugvordering van een deel van of de volledige subsidie.
§6. Wanneer de subsidie- of herberekeningsaanvragen niet tijdig worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van dit subsidiereglement, wordt de subsidie verminderd met 10%. Indien de indiendatum met meer dan één maand wordt overschreden, wordt de aanvraag als onontvankelijk beschouwd.
Het subsidiereglement lokale verenigingen voor amateurkunsten wordt hervastgesteld.
De gemeenteraad keurde op 12 juni 2020 het subsidiereglement lokale volwassenenorganisaties voor amateurkunsten goed. In dit reglement werden de bepalingen opgenomen voor de toekenning van de subsidies voor amateurkunstverenigingen.
In de beleidsnota bij het meerjarenplan 2020-2025 werd het voornemen opgenomen om de toekenning van reguliere werkingssubsidies aan verenigingen sterk te vereenvoudigen zodat de administratieve last voor de verenigingen beperkt wordt. In het subsidiereglement werd omwille van deze vereenvoudiging gewerkt met een gemiddeld bedrag op basis van drie voorgaande werkingsjaren (2017, 2018 en 2019). Dit bedrag werd jaarlijks geïndexeerd. De berekende werkingssubsidies waren geldig tot en met 2025.
De beleidsnota van het meerjarenplan 2026-2031 zegt: 'We ondersteunen de vrijwilligers die actief zijn in socioculturele en sportverenigingen structureel in hun werking'.
Toepassing principes subsidiereglementen Vrije Tijd
De verschillende reglementen werden naast elkaar gelegd in functie van gelijke voorwaarden en toepassingsmodaliteiten om zo meer transparantie te creëren, in het bijzonder de subsidievoorwaarden onder artikel 4.
Volgende principes worden toegepast in de verschillende subsidiereglementen:
Er wordt voorgesteld om het basisbedrag opnieuw te berekenen. Dit bedrag is nu gebaseerd op de gemiddelde bedragen van 2017 tot en met 2019, de jaren voor corona. Het is aangewezen de nieuwe situatie van de vereniging in kaart te brengen (nulmeting) en te nemen als basis voor de nieuwe werkingssubsidie.
Deze modaliteit werd toegevoegd. Er was geen bepaling opgenomen voor al dan niet toekenning van subsidies in het jaar van de ontbinding van een vereniging. Dit komt in de praktijk regelmatig voor maar het is op heden onduidelijk hoe de ondersteuning berekend wordt in het laatste jaar van de werking.
De verschillende bedragen, opgenomen in de reglementen, werden geïndexeerd op basis van de indexatievoorwaarden in het huidige reglement. Zowel de minimale subsidies, de eenheidsprijzen als de maximale bedragen werden aangepast na indexatie in de nieuwe reglementen.
De modaliteiten bij fusie van verenigingen werden opgenomen in alle reglementen. Tot op heden was er enkel een beperkte fusieregeling in het reglement sport. Er is ook een beperking in tijd voorgesteld: na de fusie wordt de vereniging maximaal 3 werkingsjaren ondersteund met een verhoogde subsidie waarbij de keuze wordt gelaten tussen twee mogelijke fusieregelingen. Dit omdat een herberekening meestal enkel een meerwaarde zal zijn bij twee min of meer evenwaardige verenigingen en de 50% regeling eerder zinvol zal zijn bij een kleine vereniging die fuseert met een grotere vereniging.
Er wordt voorgesteld geen einddatum op te nemen voor de subsidiereglementen. Weliswaar is het niet de bedoeling om de nieuw berekende bedragen oneindig te laten doorlopen. Er is in de verschillende reglementen duidelijk opgenomen dat het college van burgemeester en schepenen te allen tijde een herberekening kan vragen (een nieuwe nulmeting) of aangepaste subsidiereglementen kunnen uiteraard ook gelijk wanneer terug worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Aanpassingen subsidiereglement lokale organisaties voor amateurkunsten
Tijdens de voorbije legislatuur werden vragen en opmerkingen vanuit verenigingen genoteerd in functie van mogelijke aanpassingen in het nieuwe subsidiereglement. Daarbij zijn ook de ervaringen in de verwerking van de aanvragen door de dienst meegenomen in de aanpassingen van het nieuwe subsidiereglement.
Er wordt voorgesteld om het nieuwe subsidiereglement voor lokale verenigingen voor amateurkunsten te laten ingaan vanaf 1 januari 2026 en voor het eerst toe te passen voor de berekening van de subsidies in 2026.
De culturele raad verleende positief advies over het nieuwe ontwerp van reglement.
PB2-ACT26/0709-00/649762: We ondersteunen de vrijwilligers die actief zijn in socioculturele en sportverenigingen structureel in hun werking - amateurkunsten.
De subsidies worden aangerekend op rekening PB2-ACT26/0709-00/649762 van het exploitatiekrediet.
Het subsidiereglement lokale verenigingen voor amateurkunsten wordt als volgt goedgekeurd:
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Doel van het reglement
Het gemeentebestuur wil de lokale verenigingen voor amateurkunsten ondersteunen die een bijdrage leveren tot de ontplooiing van burgers via kunstbeoefening en de ontwikkeling van zijn creatieve vermogens.
Artikel 2 Kader
Er worden subsidies verleend aan lokale verenigingen voor amateurkunsten volgens de bepalingen van dit reglement. Hiervoor worden ramingen opgenomen in het meerjarenplan, die terug te vinden zijn in de documentatie bij het meerjarenplan.
Artikel 3 Definities
Amateurkunsten: elke kunstvorm die in het kader van het sociaal-culturele gebeuren aan iedere burger de kans biedt om zich via kunstbeoefening en -beleving te ontplooien en zijn potentiële creatieve vermogens te ontwikkelen op vrijwillige basis en zonder beroepsmatige doeleinden.
Artikel 4 Subsidievoorwaarden
§1. Algemene voorwaarden:
Om voor subsidiëring in aanmerking te komen, moeten de betrokken organisaties voldoen aan volgende voorwaarden:
1° opgericht zijn door een particulier initiatief als feitelijke vereniging of als vzw. De werking van de vereniging is niet op dergelijke wijze georganiseerd dat zij als feitelijke primaire of secundaire doelstelling winsten of baten genereert voor haarzelf of (één van) haar bestuurders of verantwoordelijken. Het college van burgemeester en schepenen kan alle middelen aanwenden die zij nodig acht om na te gaan of aan deze voorwaarden voldaan wordt. Desgevallend is het aan de vereniging om het tegendeel aan te tonen;
2° geleid worden door een bestuurscomité voor een feitelijke vereniging of algemene vergadering en bestuursorgaan voor een vzw waarvan minstens de helft van de bestuursleden gedomicilieerd is of geregistreerd gedeeld verblijf heeft in Wevelgem;
3° een autonome en regelmatige werking ontwikkelen met een eigen lokaal bestuur, een aparte boekhouding voeren, haar secretariaat of maatschappelijke zetel te Wevelgem hebben;
4° minstens de helft van haar activiteiten op het grondgebied Wevelgem organiseren, of minstens de helft van haar leden gedomicilieerd is of geregistreerd gedeeld verblijf heeft in Wevelgem;
5° minstens 4 activiteiten inrichten voor de eigen leden of minstens 1 activiteit voor het ruime publiek;
6° beschikken over een rekeningnummer op naam van de vereniging waarop de subsidie zal gestort worden.
7° de vereniging kan voor hetzelfde doel geen werkingssubsidie(s) ontvangen via andere gemeenten;
8° de werking hebben opgestart voor 1 september van het werkjaar (x-1) ten opzichte van het jaar van indienen van de aanvraag (x);
9° de vereniging is een open vereniging: iedereen kan lid worden op voorwaarde dat het lid de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigt;
10° een niet-commerciële en regelmatige werking ontwikkelen op het grondgebied Wevelgem inzake gangbare kunstdisciplines (instrumentale en vocale muziek; theater, film, fotografie, dans, …), hetzij door beoefening of door spreiding.
§2. Bijzondere voorwaarden:
Om in aanmerking te komen voor een subsidie, moeten de betrokken organisaties bovendien voldoen aan volgende voorwaarden:
1° voor verenigingen instrumentale muziek:
- als organisatie instrumentale muziek komen enkel hafabra-organisaties in aanmerking (hafabra = harmonie, fanfare, brass band);
- minimaal 30 repetities organiseren van tenminste 1 uur per week;
- minimaal 2 optredens voor een publiek per werkjaar organiseren waarvan 1 op het grondgebied Wevelgem.
2° voor theaterverenigingen:
- minimaal 1 zaalproductie voor een publiek per werkjaar organiseren op het grondgebied Wevelgem;
- minimaal 30 repetities organiseren van tenminste 1 uur per week.
3° voor dansverenigingen:
- minimaal 1 zaalproductie voor een publiek per werkjaar organiseren op het grondgebied Wevelgem;
- minimaal 30 repetities organiseren van tenminste 1 uur per week.
4° voor verenigingen vocale muziek:
- minimaal 1 zangprestatie voor publiek als bijzondere uitvoering per werkjaar organiseren op het grondgebied Wevelgem;
- minimaal 30 repetities organiseren van tenminste 1 uur per week;
- het opluisteren van eucharistievieringen, huwelijks- of begrafenismissen komen niet in aanmerking;
- de bijzondere uitvoering moet blijken uit de aard van het programma en de inspanningen om een ruim publieksbereik te hebben.
5° voor verenigingen met atelierwerking (foto, dia, video, film, ….):
- minstens 1 x per maand bijeenkomen met de leden;
- minstens om de twee jaar een toonmoment/groepstentoonstelling organiseren voor het brede publiek op het grondgebied Wevelgem.
§3. De vereniging die een subsidie aanvraagt en/of ontvangt met toepassing van dit reglement kan geen aanvraag meer indienen binnen volgende subsidiereglementen:
- lokaal jeugdwerk;
- sportverenigingen;
- lokale verenigingen uit het sociaal-cultureel werk;
- mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking.
Uitzondering hierbij is een cultuureducatieve jeugdvereniging die werkzaam is onder de vleugels van de moedervereniging en subsidies kan aanvragen binnen het subsidiereglement lokaal jeugdwerk voor de afzonderlijke jeugdwerking.
Artikel 5 Stopzetting vereniging
Wanneer een vereniging haar werking stopzet, moet de einddatum van de werking binnen het jaar meegedeeld worden aan het gemeentebestuur. De vereniging kan nog een subsidie krijgen voor het jaar waarin de werking werd stopgezet. Het subsidiebedrag wordt pro rata berekend per volledige maand werking.
Artikel 6 Subsidieaanvraag
§1. Verenigingen moeten jaarlijks een aanvraag tot subsidie invullen. Het document is beschikbaar op de website van de gemeente en moet volledig ingevuld terugbezorgd worden aan het gemeentebestuur telkens voor 1 april van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x). Voor 2026 dient de aanvraag uiterlijk op 15 september 2026 ingediend te worden.
§2. Een vereniging kan een herberekening aanvragen volgens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2. Dit kan ten vroegste in 2028 en slechts om de twee jaar. Een vereniging die voor het eerst een subsidie werd toegekend, kan in het daaropvolgende jaar (jaar x+1) een herberekening aanvragen, en daarna ten vroegste om de twee jaar. De vereniging die een herberekening wenst, laat dit schriftelijk weten aan het gemeentebestuur voor 1 mei van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x).
§3. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds bijkomende informatie opvragen die noodzakelijk is voor onderzoek van de aanvraag en nagaan of er (nog) voldaan wordt aan de voorwaarden zoals vastgelegd in artikel 4 en/of eventueel beslissen tot een herberekening volgens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2.
HOOFDSTUK 2. (Her)berekening werkingssubsidies
Artikel 7: Berekening
§1. De berekening van de subsidie gebeurt volgens de bepalingen in dit artikel. Het bekomen subsidiebedrag blijft behouden voor de daaropvolgende kalenderjaren tot eventuele herberekening of hervaststelling van het reglement. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de consumptieprijsindex volgens de formule onder artikel 8.
§2. Als referentieperiode voor de berekening van de subsidie in het werkjaar (x) geldt de periode van 1 januari (x-1) tot 31 december (x-1).
§3. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds bijkomende informatie opvragen die noodzakelijk is voor onderzoek van een aanvraag of voor een herberekening.
§4. De subsidie voor de vereniging wordt bekomen door optelling van hiernavolgende berekeningen:
- basissubsidie;
- leden- en werkingssubsidie;
- subsidie voor activiteiten, bovenlokaal of internationaal.
§5. Basissubsidie
Forfaitaire subsidie voor een vereniging instrumentale muziek = 1 450 euro, forfaitaire subsidie voor verenigingen uit andere disciplines = 485 euro.
§6. Leden- en werkingssubsidie
1° De subsidie voor de vereniging wordt bekomen door het aantal bekomen punten in hiernavolgende puntentabellen te vermenigvuldigen met 3,27 euro.
2° Puntentabel
a) ledenaantal:
- per lid, met een maximum van 500 leden: 1 punt;
- toeslag per lid jonger dan 30 jaar: 2 punten en voor zover de jongere niet is aangesloten bij een gesubsidieerde cultuureducatieve jeugdvereniging binnen het reglement lokaal jeugdwerk.
Voorwaarden:
- de ledenlijst moet controleerbaar zijn en bevat minimaal de volledige naam, het adres, de geboortedatum en de contactgegevens van elk lid. Indien geen 50% van de leden gedomicilieerd zijn of geregistreerd gedeeld verblijf hebben te Wevelgem, worden de bekomen punten voor dit onderdeel gehalveerd voor deze vereniging;
- de ledenlijst is recent; als richtlijn wordt 1 januari genomen van het jaar waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
- ereleden en steunende leden komen niet in aanmerking.
b) Enkel voor verenigingen instrumentale muziek:
- per zaalproductie op de eigen gemeente met volledig programma en georganiseerd door de erkende vereniging: 60 punten;
- iedere andere muzikale prestatie op eigen gemeente, in eigen organisatie, op uitnodiging of als onderdeel van een groter evenement/festiviteit: 20 punten.
c) Enkel voor theaterverenigingen:
- per zaalproductie (per titel) gebracht op eigen gemeente: 60 punten;
- per wagenspelproductie of éénakterproductie (per titel) gebracht op eigen gemeente, in eigen organisatie, op uitnodiging of als onderdeel van een groter evenement/festiviteit: 20 punten.
d) Enkel voor dansverenigingen:
- per zaalproductie (per titel) gebracht op eigen gemeente, volledig programma en georganiseerd door de erkende vereniging: 60 punten;
- per iedere andere dansprestatie gebracht op eigen gemeente, in eigen organisatie, op uitnodiging of als onderdeel van een groter evenement/festiviteit: 20 punten.
e) Enkel voor verenigingen vocale muziek:
- per zaalproductie (per titel) gebracht op eigen gemeente, volledig programma en georganiseerd door de erkende vereniging: 60 punten;
- per iedere andere zangprestatie gebracht op eigen gemeente, in eigen organisatie, op uitnodiging of als onderdeel van een groter evenement/festiviteit: 20 punten. Het opluisteren van eucharistievieringen, huwelijks- of begrafenismissen komt niet in aanmerking.
f) Enkel voor verenigingen met atelierwerking (foto, dia, video, …):
- per initiatie door deskundige, geen lid van de vereniging: 5 punten;
- atelierwerking (foto, dia, video, …): per groepstentoonstelling op eigen gemeente en georganiseerd door de erkende vereniging: 60 punten.
g) Puntentoekennning voor samenwerkingsinitiatieven:
- artistieke samenwerking tussen plaatselijke verenigingen uit de sector amateurkunsten en uit eenzelfde kunstdiscipline: puntenwaarde activiteit x 3 gedeeld door het aantal samenwerkende verenigingen;
- artistieke samenwerking tussen plaatselijke verenigingen uit de sector amateurkunsten maar uit verschillende kunstdiscipline: puntenwaarde activiteit x 5 gedeeld door het aantal samenwerkende verenigingen.
h) Punten voor gastvoorstellingen:
- per podiumvoorstelling voor een ruimer publiek door de vereniging georganiseerd (gastvoorstelling of -optreden): 60 punten.
§7. Subsidie voor bovenlokale en/of internationale activiteiten
1° Voor honorering komen in aanmerking:
- alle prestaties dienen cultuurspreidend van aard te zijn of er rechtstreeks mee verband te houden (uitgesloten: opluisteren van religieuze vieringen, huwelijks- of begrafenismissen, deelname aan ontmoetings- en ontspanningsfestiviteiten);
- meerdere culturele prestaties op eenzelfde dag worden gehonoreerd voor zover deze prestaties niet in dezelfde gemeente plaatsvonden;
- enkel de activiteiten die bewezen worden met foto’s, drukwerk, ...
2° De subsidie voor de vereniging wordt bekomen door het aantal bekomen punten in hiernavolgende puntentabellen te vermenigvuldigen met 0,98 euro.
- iedere culturele prestatie met publieksmoment in het kader van een wedstrijd en die plaatsvindt buiten de landsgrenzen, per publieksmoment: 500 punten;
- iedere andere culturele prestatie met publieksmoment die plaatsvindt buiten de landsgrenzen, per publieksmoment: 400 punten;
- iedere culturele prestatie met publieksmoment in het kader van een nationale wedstrijd, per publieksmoment: 400 punten;
- iedere andere culturele prestatie met publieksmoment die plaatsvindt in België en buiten de grenzen van de provincie West-Vlaanderen, per publieksmoment: 200 punten;
- iedere culturele prestatie met publieksmoment in het kader van een wedstrijd die plaatsvindt binnen de grenzen van de provincie West-Vlaanderen en buiten de gemeentegrenzen, per publieksmoment: 300 punten;
- iedere andere culturele prestatie met publieksmoment die plaatsvindt binnen de grenzen van de provincie West-Vlaanderen en buiten de gemeentegrenzen, per publieksmoment: 100 punten.
Artikel 8: indexering
De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de consumptieprijsindex volgens de hierna vermelde formule:
Basissubsidie x nieuwe index
basisindex
Waarbij de 'basisindex' de consumptieprijsindex van september 2025 is. De ‘nieuwe index’ is de index van september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de indexatie plaatsvindt (bv. de ‘nieuwe index’ voor de subsidie van 2027 is de consumptieprijsindex van september 2026).
Artikel 9: Fusie van verenigingen
Bij een fusie van verschillende verenigingen heeft de nieuwe vereniging twee keuzes:
1° herberekening op basis van het eerste werkingsjaar van de nieuwe vereniging, waarbij het plafond van aantal leden wordt verdubbeld van 500 naar maximum 1 000 leden. Deze werkingssubsidie, berekend op basis van het verhoogde maximum leden, wordt maximaal drie keer toegekend, daarna wordt het plafond weer 500 leden en wordt de toelage berekend conform de algemene regels volgens hoofdstuk 2
2° de werkingssubsidie toegekend aan de vereniging die de hoogste toelage kreeg in het laatste jaar dat die vereniging onafhankelijk was. Dit bedrag wordt vermeerderd met 50% en kan maximaal drie keer worden uitbetaald. Daarna dient de fusievereniging een nieuw dossier in te dienen, de werkingssubsidie wordt vanaf dan berekend conform de algemene regels volgens hoofdstuk 2.
HOOFDSTUK 3. Slotbepalingen
Artikel 10
§1. Het subsidiereglement voor lokale volwassenenorganisaties voor amateurkunsten zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 12 juni 2020 wordt opgeheven.
§2. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt voor het eerst toegepast voor de berekening van de subsidies voor lokale verenigingen voor amateurkunsten in 2026.
§3. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement.
§4. Alle aanvragen gebeuren op de daartoe voorgeschreven formulieren. Het college van burgemeester en schepenen stelt de nodige formulieren op (digitaal of op papier).
§5. Het geven van onjuiste of onvolledige informatie kan leiden tot tergvordering van een deel van of de volledige subsidie.
§6. Wanneer de subsidie- of herberekeningsaanvragen niet tijdig worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van dit subsidiereglement, wordt de subsidie verminderd met 10%. Indien de indiendatum met meer dan één maand wordt overschreden, wordt de aanvraag als onontvankelijk beschouwd.
Het subsidiereglement voor verenigingen die inzetten op mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking wordt hervastgesteld.
De gemeenteraad keurde op 13 december 2019 het subsidiereglement mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking goed. In dit reglement werden de bepalingen opgenomen voor de toekenning van subsidies aan mondiale verenigingen.
In de beleidsnota van het meerjarenplan 2026-2031 engageert de gemeente Wevelgem zich om verder in te zetten op de structurele ondersteuning van de mondiale verenigingen (PB2-ACT28: We ondersteunen acties van lokale verenigingen die zich engageren op het vlak van mondiaal beleid en mondiaal burgerschap).
Tegen de achtergrond van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, legt het lokaal mondiaal beleid van Wevelgem de focus op mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking in het streven naar internationale rechtvaardigheid. De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties vormen een kader voor het inzetten op globale uitdagingen. De structurele ondersteuning van verenigingen en projecten die het draagvlak voor mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking helpen vergroten of bijdragen tot structurele verandering, blijft een belangrijk punt in het meerjarenplan 2026-2031. Het eerder goedgekeurde subsidiereglement mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking blijft als kader bestaan, maar werd op enkele punten bijgewerkt in tekst en formulering. De bedragen werden geïndexeerd en waar mogelijk werd afgestemd op de andere subsidiereglementen binnen de cluster Vrije Tijd.
De belangrijkste wijziging betreft de beoordeling van de zuidsubsidie. De mogelijke percentages aan zuidsubsidie liggen in het huidige reglement te dicht op elkaar: 0%, 70%, dan 80%, 90% of 100% van het maximale subsidiebedrag. In het ontwerp van nieuw reglement is het verschil groter, nl. 0%, 50%, 75% of 100%.
De mondiale raad verleende advies op 1 juni 2026.
PB2-ACT28: We ondersteunen acties van lokale verenigingen die zich engageren op het vlak van mondiaal beleid en mondiaal burgerschap.
De uitgave wordt aangerekend op rekening PB2-ACT28/0160-00/649715 van het exploitatiekrediet.
Het subsidiereglement voor verenigingen die inzetten op mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking wordt hervastgesteld als volgt:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Verklaring van begrippen
§1. Mondiaal burgerschap
Kennis, houding en gedrag dat past bij een gezamenlijke verantwoordelijkheid om zowel hier als elders in de wereld veranderingen door te voeren die bijdragen aan internationale rechtvaardigheid.
§2. Mondiale samenwerking
Vorm van internationale samenwerking die tot doel heeft als partners bij te dragen aan meer internationale rechtvaardigheid.
§3. De vier pijlers van de mondiale samenwerking
§4. De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen
De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDGs - Sustainable Development Goals) zijn door de Verenigde Naties vastgesteld als de nieuwe mondiale duurzame ontwikkelingsagenda voor 2030. Ze worden gepromoot als de wereldwijde doelstellingen voor duurzame ontwikkeling. Ze vormen een ankerpunt om beleid te voeren op alle niveaus. Via het subsidiereglement voor mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking vraagt de gemeente aan verenigingen en organisaties om deze doelstellingen te onderschrijven en via actie(s) concreet vorm te geven.
§5. Het Globale Zuiden
Term die wordt gebruikt om landen te beschrijven die over het algemeen een lager inkomen en minder ontwikkelde economieën hebben in vergelijking met landen in het Globale Noorden.
Artikel 2 De subsidiekanalen
§1. De gemeente Wevelgem ondersteunt, onder bepaalde voorwaarden, projecten en verenigingen in het kader van haar lokaal mondiaal beleid. Hiervoor worden ramingen opgenomen in het meerjarenplan, die terug te vinden zijn in de documentatie bij het meerjarenplan. Met het oog op internationale rechtvaardigheid beoogt dit subsidiereglement initiatieven te ondersteunen die bijdragen aan mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking in het kader van de realisatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. De financiële ondersteuning vanuit de gemeente gebeurt via 4 verschillende subsidiekanalen.
§2. Organisaties die voor hun werking door de gemeente gesubsidieerd worden op basis van een convenant, nominatieve subsidie, subsidie jeugd, sport, socio-culturele vereniging of amateurkunsten, kunnen geen aanspraak maken op de subsidiekanalen uit dit subsidiereglement.
Hoofdstuk 2. Noordsubsidie
De noordsubsidie wordt opgesplitst in:
Artikel 3 Basissubsidie noordsubsidie
§1 De basissubsidie is een vaste jaarlijkse tegemoetkoming voor werkingskosten van verenigingen opgericht met als hoofddoel een werking uit te bouwen rond mondiaal burgerschap of mondiale samenwerking
§2 Voorwaarden noordsubsidie
§3 Aanvraagprocedure en uitbetaling basissubsidie noordsubsidies
· Verenigingen moeten jaarlijks een aanvraag tot subsidie invullen. Het document is beschikbaar op de website van de gemeente en moet volledig ingevuld terugbezorgd worden aan het gemeentebestuur telkens voor 1 april van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Voor 2026 dient de aanvraag uiterlijk op 15 september 2026 ingediend te worden.
· De betaling van de subsidie aan feitelijke verenigingen zal steeds gebeuren op een financiële rekening op naam van de vereniging.
Artikel 4 Projectsubsidie voor activiteiten rond mondiaal burgerschap of mondiale samenwerking
§1. Basisvoorwaarden
· Een organisatie, vereniging, school of inwoner (hierna initiatiefnemer) van Wevelgem, kan mits voldaan wordt aan de bepalingen van het reglement, in aanmerking komen voor een subsidie om mondiaal burgerschap of mondiale samenwerking te stimuleren. De subsidie wordt toegekend voor de organisatie van een activiteit, evenement, manifestatie, project, … hierna project genoemd.
· Het project is van educatieve of sensibiliserende aard, of fondsenwervend indien de opbrengst bedoeld is voor een project van mondiale samenwerking.
· Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de subsidie voor de organisatorische aspecten en de subsidie voor de inhoudelijke aspecten. Het is mogelijk om in aanmerking te komen voor een subsidie voor beide aspecten, maar ook voor de aspecten apart.
· Er is één aanvraagformulier waarop zowel de subsidie voor organisatorische aspecten als de subsidie voor de inhoudelijke aspecten worden aangevraagd.
§2. Projectsubsidie voor de organisatorische aspecten van het project
Deze subsidie komt tegemoet aan de kosten gemaakt voor logistiek van de gemeente, logistiek door derden, auteursrechten en verzekeringen.
Bij aanvraag subsidie voor de organisatorische aspecten is er een keuzemogelijkheid voor de initiatiefnemer:
§3. Projectsubsidie voor de inhoudelijke aspecten van het project
Deze subsidie komt tegemoet aan de kosten gemaakt voor het aantrekken van expertise door derden, die bijdragen aan de inhoudelijke vormgeving in het kader van mondiaal burgerschap of mondiale samenwerking. Bv. een spreker, een workshop, een film, animatie, gelinkt aan mondiaal burgerschap of mondiale samenwerking. Tegemoetkoming voor de kosten die gemaakt worden om het initiatief te voorzien van expertise van derden die inhoud geeft aan het mondiaal burgerschap of mondiale samenwerking. Ook tickets voor een evenement op verplaatsing als een tentoonstelling of een museum met een duidelijke link naar mondiaal burgerschap of mondiale solidariteit komen in aanmerking voor inhoudelijke aspecten van de projectsubsidie.
· Deze subsidie bedraagt 75% van de kosten met een maximum van 600 euro.
· De facturen worden als bewijsstukken bij het evaluatieverslag gevoegd.
§4. Aanvraagprocedure:
· De aanvraag wordt aan het gemeentebestuur bezorgd ten minste 4 weken vóór de uitvoering van het project.
· De aanvraag wordt ingediend via het daartoe bestemde aanvraagformulier.
§5. Ontvankelijkheidsvoorwaarden
· Het project dient plaats te vinden in de gemeente Wevelgem of richt zich specifiek op de Wevelgemse bevolking.
· Het project moet zich richten tot inwoners uit de gemeente (eventueel ruimer) en een openbaar karakter hebben: toegankelijk zijn voor alle Wevelgemse inwoners, of de eigen specifieke doelgroep.
· Het project is beperkt in tijd. Voor eenzelfde project kan slechts één aanvraag ingediend worden, ook al loopt het project over verschillende kalenderjaren.
· Het project vertoont minstens één link met de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties.
· Op alle promotiematerialen en mededelingen, naar aanleiding van het georganiseerde project, dient de ondersteuning van de gemeente Wevelgem vermeld te worden door middel van het logo dat van de website van gemeente Wevelgem kan gedownload worden.
· De organisatie gebruikt minimum 1 product met fairtradelabel en dit wordt aan het bereikte publiek gecommuniceerd. Een infoposter kan via de website gedownload worden.
· De initiatiefnemer vraagt geen andere financiële ondersteuning van de gemeente aan voor hetzelfde project of heeft geen andere financiële ondersteuning ontvangen van de gemeente voor hetzelfde project.
§6. Beoordeling van de aanvraag en uitbetaling van de subsidie:
· Voor de subsidie waarbij de initiatiefnemer opteert voor een forfaitaire subsidie van 250 euro, zoals bedoeld onder artikel 4, §2, bezorgt de aanvrager het evaluatieformulier uiterlijk 2 maanden na de uitvoering van het project, aangevuld met een verklaring op eer van het verbruik van minimum 1 product met fairtradelabel en dat dit duidelijk aan het publiek gecommuniceerd werd.
· Voor de subsidie waarbij de initiatiefnemer opteert voor een forfaitaire subsidie en terugbetaling van kosten, onder artikel 4, §2, en/of de subsidie voor de inhoudelijke aspecten van het project, zoals bedoeld onder artikel 4, §3, bezorgt de aanvrager uiterlijk 2 maanden na de uitvoering van het project het volledig ingevulde evaluatieformulier aan het gemeentebestuur, aangevuld met:
Hoofdstuk 3. Zuidsubsidie
Onder bepaalde voorwaarden kan een zuidsubsidie verkregen worden. De zuidsubsidie komt tegemoet aan elk project of bundeling van projecten van een 3de of 4de pijlerinitiatief dat plaatsvindt in een land vermeld op de DAC-lijst van de OESO en dat met een concrete actie de plaatselijke bevolking ondersteunt om de levenssituatie te verbeteren. De zuidsubsidie wordt toegekend per werkjaar. Een werkjaar loopt van 1 januari tot 31 december. Er zijn drie vormen van zuidsubsidie:
· Zuidsubsidie 3de pijler;
· Gewone zuidsubsidie 4de pijler;
· Bijzondere zuidsubsidie 4de pijler.
Artikel 5 Zuidsubsidie 3de pijler
Onder bepaalde voorwaarden kunnen ngo’s die onder de 3de pijler een werking hebben, rechtstreeks een zuidsubsidie bij de gemeente Wevelgem krijgen.
§1. Voorwaarden zuidsubsidie 3de pijler
· De ngo heeft in Wevelgem een actieve werking rond mondiale thema’s in het kader van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties;
· De ngo is lid van 11.11.11 of kan op een andere manier zijn gecontroleerde werking bewijzen;
· De ngo heeft een actieve lokale werkgroep in Wevelgem.
§2. Aanvraagprocedure
· Aanvragen kunnen per ngo één keer per jaar ingediend worden;
· De aanvraag gebeurt door de verantwoordelijke van de lokale werkgroep van de ngo;
· De aanvraag wordt ingediend via het daartoe bestemde aanvraagformulier, met toevoeging van (de link naar) het jaarverslag.
§3. Beoordeling van de aanvraag en uitbetaling van de subsidie
· De ngo bezorgt het gemeentebestuur een jaarverslag;
· De uitbetaling gebeurt niet aan de lokale werkgroep maar rechtstreeks aan de ngo;
· De zuidsubsidie voor de 3de pijler bedraagt 300 euro.
Artikel 6 Zuidsubsidie 4de pijler
Voor de zuidsubsidie 4de pijler kunnen volgende maximumbedragen worden toegekend:
· Voor een gewone zuidsubsidie 4de pijler: maximaal 2 500 euro;
· Voor een bijzondere zuidsubsidie 4de pijler: maximaal 5 000 euro.
§1. Voorwaarden
· Gewone zuidsubsidie 4de pijler: De indiener of gemandateerde is een inwoner van de gemeente Wevelgem en staat ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.
· Bijzondere zuidsubsidie 4depijler: De indiener of gemandateerde verblijft tijdens de uitvoering van het project in het land vermeld op de DAC-lijst van de OESO en voldoet aan één van volgende voorwaarden:
- Het project draagt op een structurele manier bij tot de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties;
- De projecten dienen een antwoord te geven op lokaal vastgestelde basisbehoeften met daarbij duidelijke inspraak van de betrokken doelgroep en is gericht op empowerment;
- Het eigenaarschap van een project ligt altijd bij een organisatie. Individuen kunnen geen eigenaar zijn van zaken gesubsidieerd door de gemeente;
- De projecten die subsidie vragen voor de bedeling van voedsel, drinkbaar water of medicatie kunnen niet voor zuidsubsidie in aanmerking komen;
- Transportkosten ter plaatse komen in aanmerking voor subsidie voor maximaal 10% van het gevraagde bedrag;
- Loonkosten komen in aanmerking voor subsidie voor maximaal 10% van het gevraagde bedrag en voor zover ze niet structureel zijn;
- Kleinschalige infrastructuurwerken kunnen gefinancierd worden, op voorwaarde dat ze geen doel op zich zijn, maar een essentieel instrument vormen om het ontwikkelingsproject op gang te brengen of te bestendigen;
- De projecten moeten een duidelijke financiële en/of logistieke verankering met de lokale bevolking aantonen;
- De begunstigde moet verantwoording afleggen over de aanwending van de subsidie;
- De toegekende subsidie mag niet afgeleid worden naar een ander onderdeel van het project dat niet vermeld werd in het oorspronkelijk ingediende dossier, tenzij dit gemotiveerd en goedgekeurd wordt;
- Er kan per jaar slechts één aanvraagdossier per begunstigde, zijnde de uitvoerder van het project die de subsidie zal aanwenden, ingediend worden. Voor een begunstigde waarvoor eerder al een aanvraag voor een zuidsubsidie werd gedaan, kan slechts een nieuwe aanvraag ingediend worden op voorwaarde dat alle bewijsstukken van het eerder ingediende dossier bezorgd werden;
- Het dossier wordt geïllustreerd met een kort verslag, 5 foto’s en/of videomateriaal dat eigendom wordt van de gemeente om te gebruiken in haar communicatie over het lokaal mondiaal beleid.
§2. Aanvraagprocedure
· Aanvragen kunnen ingediend worden tot en met 30 september van het werkjaar.
· De aanvraag wordt ingediend via het daartoe bestemde aanvraagformulier.
· Dit dossier wordt volledig in het Nederlands opgesteld.
· De financiële aspecten worden uitgedrukt in euro.
§3. Beoordeling van de aanvraag en uitbetaling van de subsidie
Er wordt een score op 50 punten toegekend.
- De schepen van lokaal mondiaal beleid of een door hem/haar aangeduide vervanger
- De ambtenaar lokaal mondiaal beleid die het verslag opmaakt of een door hem/haar aangeduide vervanger.
Hoofdstuk 4. Subsidie voor inleefreizen
Artikel 7
Gemeente Wevelgem voorziet een subsidie om burgers aan te moedigen naar een land vermeld op de DAC-lijst van de OESO te trekken voor een inleefreis in het kader van mondiale samenwerking. Per aanvraag wordt 600 euro toegekend indien het een inleefreis betreft die op eigen initiatief wordt ondernomen, en 300 euro indien de reis kadert in een schoolstage.
Artikel 8 Voorwaarden
· Het motief van de inleefreis heeft betrekking op mondiale samenwerking;
· De aanvrager werkt minimum 3 weken onbezoldigd bij een project van een erkende ngo, een 4de pijlerproject, een sociale instelling, of een project van plaatselijk maatschappelijk niet-commercieel belang, die een werking heeft in het kader van het vervullen van de Duurzame Ontwikkelingsdoestellingen van de Verenigde Naties;
· Iedereen vanaf de leeftijd van 16 jaar die in een onderwijsinstelling is ingeschreven, maakt aanspraak op een subsidie van 300 euro in het kader van een schoolstage. Enkel personen tussen 16 en 30 jaar, die nog nooit gesubsidieerd werden voor een inleefreis naar een ontwikkelingsland, komen in aanmerking voor een subsidie van 600 euro;
· De aanvrager moet ingeschreven zijn in de bevolkingsregisters van de gemeente Wevelgem;
· Het betreft een reis in een land van de DAC-lijst van de OESO;
· De aanvrager is bereid ervaringen terug te koppelen naar het gemeentebestuur of de gemeentelijke adviesraden;
· Er kan slechts één aanvraag per persoon gebeuren.
Artikel 9 Aanvraagprocedure
· De aanvraag wordt ingediend minstens 4 weken voor de aanvang van de reis;
· De aanvraag moet gebeuren met het daartoe ontworpen aanvraagformulier;
· Alle teksten die ingediend worden, zijn in de Nederlandse taal geschreven.
Artikel 10 Beoordeling van de aanvraag en uitbetaling van de subsidie
· Na advies door de ambtenaar lokaal mondiaal beleid wordt de aanvraag definitief beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen.
· De aanvrager communiceert tijdens de inleefreis minimaal wekelijks over het project via sociale media.
· Indien niet aan de voorwaarden werd voldaan, dient de aanvrager het bedrag van de subsidie terug te storten aan het gemeentebestuur Wevelgem.
· De uitbetaling van de subsidie wordt uitbetaald op een financiële rekening op naam van deze persoon.
Hoofdstuk 5. Humanitaire noodhulp en noodhulp bij heropbouw
Hoewel het lokaal mondiaal beleid zich toespitst op mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking van structurele aard, kan in bepaalde situaties een subsidie gevraagd worden voor noodsituaties. Het kan gaan om humanitaire noodhulp of noodhulp bij heropbouw.
Artikel 11 Omschrijving
§1. Humanitaire noodhulp
Humanitaire noodhulp voldoet aan basisbehoeften van groepen die geconfronteerd worden met niet te voorziene rampen van natuurlijke of menselijke oorsprong en/of met de verergering van structurele problemen verbonden aan oorlogen, hongersnood, vluchtelingenstromen of epidemieën. De subsidie komt tegemoet aan de hulp die voorziet in onderdak aan ontheemden, voedsel, drinkbaar water en basisgezondheidszorg.
§2. Noodhulp bij heropbouw
De door Wevelgem gesteunde 4de pijlerinitiatieven kunnen noodhulp bij heropbouw vragen wanneer hun infrastructuur door een ramp van natuurlijke of menselijk aard wordt getroffen. Met deze hulp kunnen herstellingen aan de infrastructuur snel aangevat worden.
Artikel 12 Aanvraagprocedure
§1. Aanvraag humanitaire noodhulp
Humanitaire noodhulp kan worden aangevraagd door:
· nationale en internationale organisaties met expertise ter zake die een oproep lanceren via de media;
· een Wevelgemse burger die via de 4de pijler banden heeft met de getroffen bevolking.
§2. Aanvraag noodhulp bij heropbouw
Noodhulp bij heropbouw kan worden aangevraagd door 4de pijler initiatieven die gedurende de 6 voorafgaande jaren van de gemeente Wevelgem een zuidsubsidie hebben ontvangen en die door een ramp in hun infrastructuur getroffen zijn.
Artikel 13 Beoordeling van de vraag en uitbetaling
· Bij acute situaties door rampen van natuurlijke of menselijke oorsprong kan het college van burgemeester en schepenen beslissen een eenmalige toelage van 1 200 euro te verlenen voor humanitaire noodhulp of noodhulp bij heropbouw.
· Noodhulp is in principe eenmalig, tijdelijk en acuut en vormt geen bedreiging voor de plaatselijke economie. Hulporganisaties die actief zijn bij noodsituaties van langere duur, kunnen één keer per jaar steun aanvragen voor dezelfde noodsituatie.
· Na een gunstige beslissing wordt de subsidie door de financiële dienst uitbetaald aan de aanvrager die deze onmiddellijk voor de gevraagde hulp aanwendt.
· De betaling van de subsidie gebeurt op een financiële rekening op naam van de aanvrager (feitelijke vereniging, vzw of particulier).
Hoofdstuk 6. Algemene bepalingen
Artikel 14
Wanneer de subsidieaanvragen niet tijdig worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van dit subsidiereglement, kan de subsidie worden verminderd. Het college van burgemeester en schepenen oordeelt over het bedrag van de vermindering. Het geven van onjuiste of onvolledige informatie kan leiden tot de terugvordering van een deel van of de volledige subsidie.
Hoofdstuk 7. Inwerkingtreding overgangsbepaling
Artikel 15
§1. Deze beslissing treedt in werking op 6 juli 2026 en heft het subsidiereglement mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 13 december 2019 op (behalve voor de aanvragen onder §3.).
§2. Dit reglement is van toepassing op alle aanvragen voor zuidsubsidies die ingediend worden in 2026 en voor alle andere aanvragen die ingediend worden vanaf 1 juli 2026.
§3. Aanvragen die eerder werden ingediend dan deze onder §2. worden afgehandeld volgens de bepalingen van het subsidiereglement van 13 december 2019.
Het subsidiereglement afkoppelingswerken op privaat domein wordt hervastgesteld.
De inwoners van de gemeente worden bij de aanleg van nieuwe riolering geconfronteerd met de verplichting tot afkoppeling op privaat domein.
Het is wenselijk dat de gemeente de inwoners ondersteunt bij de uitvoering van deze verplichting. De gemeente zorgt voor een eerste ondersteuning door het aanstellen van een afkoppelingsdeskundige (soms in samenspraak met de aanbestedende overheid bij een gezamenlijke opdracht). Verder voorziet de gemeente ook in een gemeentelijke subsidie bij afkoppelingswerken op privaat domein n.a.v. de aanleg van een nieuw gescheiden rioleringsstelsel door de gemeente.
Er wordt voorgesteld om dit subsidiereglement te actualiseren en o.m. de maximale tussenkomst te verhogen. Hierbij wordt rekening gehouden met de gemiddelde reële kost voor een afkoppelingsdossier. Ook wordt een extra subsidie voorzien voor de aanleg van bovengrondse infiltratievoorzieningen.
Zoals opgenomen in het meerjarenplan zou deze subsidiëring ook gecombineerd kunnen worden met een subsidie voor een groendak.
Afkoppeling heeft als doel hemelwater zoveel mogelijk gescheiden te houden van het afvalwaterstelsel en de belasting van de riolering te verminderen. Een bovengrondse infiltratievoorziening en/of een groendak dragen bij aan diezelfde doelstelling doordat ze een deel van het hemelwater tijdelijk bufferen, verdampen en vertraagd afvoeren. Hierdoor wordt de piekbelasting op de riolering verminderd en wordt de impact van intense neerslag beperkt. Vanuit het oogpunt van integraal waterbeheer kan een bovengrondse infiltratievoorziening en/of groendak daarom beschouwd worden als een aanvullende maatregel die de effecten van afkoppeling versterkt. Het draagt immers bij aan het lokaal vasthouden van hemelwater en vermindert de hoeveelheid water die onmiddellijk moet worden afgevoerd. Afkoppeling, zowel als de aanleg van een bovengrondse infiltratievoorziening en/of een groendak, dragen derhalve bij tot een betere dimensionering van het rioleringsstelsel, onder andere in functie van een efficiënte waterzuivering.
PB4-ACT36: We ondersteunen de burgers verder bij afkoppeling en verhogen het subsidiebedrag.
De uitgave wordt aangerekend op rekening PB4-ACT36/0310-00/649731 van het exploitatiekrediet.
Het subsidiereglement afkoppelingswerken op privaat domein wordt hervastgesteld als volgt:
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 2 Afbakening
Er wordt een gemeentelijke subsidie verleend voor het scheiden van het bestaande afvoersysteem op privaat domein, gelegen op het grondgebied van de gemeente, wanneer een nieuw gescheiden rioleringsstelsel in de straat aangelegd wordt of voor 7 mei 2010 aangelegd werd.
Alle subsidies bedoeld in onderhavig reglement worden slechts éénmalig per perceel toegekend. Hierbij wordt zowel rekening gehouden met subsidies toegekend op basis van onderhavig subsidiereglement, alsook subsidies toegekend op basis van vorige of latere subsidiereglementen afkoppelingswerken.
Deze subsidies gelden alleen voor gebouwen die één of meerdere woongelegenheden bevatten.
Deze subsidies gelden alleen indien de aanleg van een gescheiden afvoersysteem niet reeds was opgelegd door een gemeentelijke, provinciale of gewestelijke stedenbouwkundige verordening of vergunning.
De subsidies worden enkel toegekend aan een natuurlijke persoon - eigenaar, zakelijk gerechtigde, mede-eigenaar binnen een vereniging van mede-eigenaars (VME) of huurder - op voorwaarde dat de facturatie van de subsidiabele kosten, gebeurt op naam van deze natuurlijke persoon (desgevallend op naam van de VME) zonder vermelding op deze factuur van een aan hem gerelateerd ondernemings- en/of btw-nummer.
Voor de toepassing van dit reglement wordt een groendak niet beschouwd als een bovengrondse infiltratievoorziening. Beide maatregelen geven aanleiding tot afzonderlijke subsidies overeenkomstig de voorwaarden van respectievelijk artikel 3 en artikel 4.
Artikel 3 Bedrag van de subsidie
§1. De subsidie bedraagt:
- 80% van de bewezen kosten (incl. btw), met een maximum van 2 000 euro in geval een aansluiting van regenwater op de openbare riolering wordt gerealiseerd.
- 90% van de bewezen kosten (incl. btw ), met een maximum van 2 200 euro in geval geen aansluiting van regenwater op de openbare riolering wordt gerealiseerd.
- Een aanvullende subsidie van 100% van de bewezen kosten (incl. btw), met een maximum van 250 euro, wordt toegekend voor de aanleg van een bovengrondse infiltratievoorziening, op voorwaarde dat minstens de helft van de afwaterende dakoppervlakte hierop wordt aangesloten.
Deze aanvullende subsidie heeft uitsluitend betrekking op infiltratievoorzieningen op maaiveldniveau zoals bedoeld in artikel 1.
De aanvrager verbindt zich ertoe de bovengrondse infiltratievoorziening gedurende minstens 10 jaar in goede staat te behouden.
Deze gemeentelijke aanvullende subsidie wordt enkel toegekend voor de aanleg van een bovengrondse infiltratievoorziening bij verplichte afkoppelingswerken en voor zover de aanleg ervan niet verplicht is op basis van een gemeentelijke, provinciale of gewestelijke verordening of vergunning. Bovengrondse infiltratievoorzieningen die worden aangelegd in het kader van de bouw van een nieuwe constructie komen bijgevolg niet in aanmerking voor subsidiëring.
§2. De werken kunnen zowel uitgevoerd worden door een aannemer als door de eigenaar of huurder. Indien de werken volledig door de eigenaar of zakelijk gerechtigde of huurder zelf worden uitgevoerd, wordt hiervoor, naast de vermelde procentuele subsidiëring voor de bewezen kosten voor aankoop van materialen, een forfaitair bedrag in de subsidie voorzien van:
- 150 euro, wanneer het een gesloten bebouwing betreft
- 450 euro, wanneer het een halfopen of open bebouwing betreft,
zonder evenwel de in §1. vermelde maximumbedragen te overschrijden.
§3. Het volledige bedrag van de standaardkeuring van de private waterafvoer, komt in aanmerking voor subsidiëring in het kader van onderhavig subsidiereglement, zonder evenwel dat het totale subsidiebedrag voor de afkoppelingswerken (incl. het bedrag van de standaardkeuring) de in §1. vermelde maximumbedragen kan overschrijden. Er wordt geen subsidie verleend voor eventuele herkeuring, boete wegens laattijdige keuring of keuring op initiatief van De Watergroep.
Artikel 4 Groendaken
§1. Er wordt een extra subsidie toegekend voor het aanleggen van een groendak bij verplichte afkoppelingswerken.
De gemeentelijke subsidie wordt enkel toegekend voor de aanleg van een groendak op een bestaande afwaterende constructie en voor zover de aanleg ervan niet verplicht is op basis van een gemeentelijke, provinciale of gewestelijke verordening of vergunning. Groendaken die worden aangelegd in het kader van de bouw van een nieuwe constructie komen bijgevolg niet in aanmerking voor subsidiëring.
§2. De subsidie heeft betrekking op de aanleg van een groendak dat voldoet aan volgende voorwaarden:
§3. De subsidie bedraagt 50 euro per vierkante meter aangelegd groendak, onverminderd §4.
De subsidie wordt enkel toegekend voor groendaken met een minimale oppervlakte van 6 m².
Het maximale subsidiebedrag bedraagt 1 500 euro per aanvraag.
§4. Het subsidiebedrag kan nooit hoger zijn dan de bewezen kosten van de aanleg van het groendak, zoals aangetoond aan de hand van facturen of aankoopbewijzen.
§5. De subsidie voor een groendak kan worden gecumuleerd met de subsidie voor afkoppelingswerken en met de aanvullende subsidie voor een bovengrondse infiltratievoorziening bedoeld in artikel 3.
Artikel 5 Procedure
- De aanvraag tot het bekomen van een subsidie moet ingediend worden bij het gemeentebestuur ten laatste 6 maand volgend op de door het college van burgemeester en schepenen vastgestelde datum tegen dewelke de afkoppeling dient uitgevoerd te zijn, via het door het college van burgemeester en schepenen ter beschikking gesteld formulier.
- Bij de aanvraag moeten volgende gegevens/documenten gevoegd:
o de nodige technische gegevens van de uitgevoerde werken. Er moet minstens een bestaande toestand, ontworpen toestand en beschrijvende opmeting toegevoegd zijn. Deze worden in geval van een nieuwe straatriolering aangeleverd door de afkoppelingsdeskundige.
o Een kopie van de facturen op naam van de aanvrager in verband met de door een aannemer uitgevoerde afkoppelingswerken. En/of een kopie van de aankoopbewijzen/kastickets van de aanvrager van aangekochte materialen en een verklaring van eigen uitvoering van de werken indien de werken door de eigenaar of zakelijk gerechtigde of huurder zelf uitgevoerd werden.
o Een ondertekend keuringsverslag met foto's van de uitgevoerde werken waaruit blijkt dat de private waterafvoer conform verklaard wordt.
Artikel 6
§1. Aan de belastingschuldige die een mededeling doet conform artikel 5 van het belastingreglement niet-afkoppeling (zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 11 december 2025 en latere wijzigingen) wordt een subsidie toegekend ten belope van een deel van de voor het kalenderjaar van de mededeling ingekohierde belasting en dit pro rata van het aantal nog te verstrijken volledige maanden van het lopende kalenderjaar tot en met 31 december.
§2. De in §1. bedoelde subsidie wordt ambtshalve uitbetaald aan de belastingschuldige die voornoemde ingekohierde belasting van het kalenderjaar van de aangifte heeft vereffend.
Artikel 7 Terugvordering
Subsidies die werden uitbetaald op basis van een bedrieglijke aanvraag zullen worden teruggevorderd. Deze terugvordering sluit de mogelijkheid van gerechtelijke vervolging niet uit.
Het gemeentebestuur behoudt zich het recht om de uitbetaling van subsidieaanvragen die niet beantwoorden aan de geest van dit reglement te weigeren.
Artikel 8 Instandhouding
§1. Indien wordt vastgesteld dat een gesubsidieerd groendak of bovengrondse infiltratievoorziening binnen een termijn van 10 jaar na uitbetaling van de subsidie wordt verwijderd of niet langer voldoet aan de voorwaarden, kan de betreffende subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
§2. Het gescheiden afvoersysteem moet in stand gehouden worden en kan enkel met een omgevingsvergunning gewijzigd worden. Zo niet zal de betreffende subsidie worden teruggevorderd, ongeacht eventuele gerechtelijke vervolging vanwege het niet naleven van de Vlarem-wetgeving.
Artikel 9 Uitvoering
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van onderhavige beslissing.
Artikel 10 Inwerkingtreding
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 augustus 2026 en heft het subsidiereglement afkoppelingswerken op privaat domein (zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 10 oktober 2014, gewijzigd door de gemeenteraad op 8 september 2017 en gecoördineerd door het college van burgemeester en schepenen op 20 december 2017) op, onverminderd §2.
§2. Aanvragen ingediend vanaf 1 augustus 2026 worden behandeld cfr. onderhavig nieuw subsidiereglement, aanvragen ingediend voor 1 augustus 2026 worden nog behandeld cfr. de bepalingen van het subsidiereglement zoals gecoördineerd door het college van burgemeester en schepenen op 20 december 2017.
Er is een verbod van toegang tot het Park voor honden en gebruik van de openbare barbecue in het Park tijdens de Hofconcerten.
Dit jaar worden opnieuw Hofconcerten georganiseerd in het Park tijdens de zomervakantie. Deze gaan door op donderdagen 2, 9 en 16 juli 2026 en op 13, 20 en 27 augustus 2026. Deze vangen aan om 18.30 uur, behalve op 16 juli 2026, dan start het Hofconcert om 16.30 uur.
In het belang van de openbare orde, rust, veiligheid en reinheid worden, gelet op de drukke bezettingsgraad in het Park tijdens de Hofconcerten, een paar verbodsbepalingen voorgesteld. Dit werd besproken op het intern veiligheidsoverleg met de lokale politie op 8 juni 2026. De zitting van heden is de eerste zitting waaraan dit toegelicht voorstel van beslissing tijdig kan voorgelegd worden.
Het betreft volgende verbodsbepalingen:
1. De aanwezigheid van honden in het Park, tijdens de Hofconcerten, kan een gevaar inhouden voor de openbare orde, rust en veiligheid. Er wordt immers veel volk verwacht. Voor sommige mensen geeft de aanwezigheid van een hond een gevoel van angst, bovendien kan de gelijktijdige aanwezigheid van verschillende honden in een grote massa de agressiviteit van sommige honden uitlokken. Het is dan ook aangewezen om, tijdens de Hofconcerten, in het Park, de aanwezigheid van honden te verbieden. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor de honden die begeleid worden door leden van de politiedienst of een erkende bewakingsfirma, alsook voor de assistentiehonden die personen met een handicap begeleiden.
Er wordt voorgesteld om dit verbod te laten ingaan 2 uur voorafgaand aan het aanvangsuur, dit om ook de geleidelijke toestroom van bezoekers rustig en veilig te laten verlopen.
2. Het gebruik van de openbare barbecue in het Park, tijdens de Hofconcerten, kan de openbare orde, rust, veiligheid en reinheid verstoren. Smeulend vuur of rondslingerend barbecuemateriaal en/of -afval vormen in het bijzonder een gevaar voor de openbare veiligheid en reinheid. Het is dan ook aangewezen om, op de dagen van de Hofconcerten, in het Park, het gebruik van de openbare barbecue te verbieden.
Er wordt voorgesteld om dit verbod op te leggen voor de volledige dag van het Hofconcert omdat een gebruikte barbecue lang kan nasmeulen.
Het eerste Hofconcert gaat door op heden, 2 juli 2026. De gemeenteraad kan daarvoor geen tijdige beslissing meer treffen (beslissing én bekendmaking), waardoor de burgemeester, krachtens artikel 134 van de nieuwe gemeentewet, een tijdelijke politieverordening trof, deze wordt hier ook ter bekrachtiging voorgelegd.
Raadslid Dennis Bels diende, cfr. artikel 18 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, een amendement in op 1 juli 2026 als volgt:
De tekst van het voorstel van beslissing wordt vervangen door wat volgt:
‘Artikel 1
Op 9 en 16 juli 2026 en op 13, 20 en 27 augustus 2026, de dagen waarop de Hofconcerten georganiseerd worden in het Park, is het verboden gebruik te maken van de openbare barbecue in het Park.
Artikel 2
Inbreuken tegen bovenvermeld artikel kunnen bestraft worden met een administratieve geldboete van maximaal 500 euro.
Artikel 3
Afschrift van dit besluit wordt gestuurd aan de korpschef van de politiezone Grensleie.
Artikel 4
Dit verbod zal kenbaar gemaakt worden door middel van aanplakking van dit reglement aan de verschillende ingangen van het Park.
Artikel 5
De tijdelijke politieverordening houdende het verbod om honden toe te laten in het Park en gebruik te maken van de openbare barbecue in het Park tijdens het Hofconcert op 2 juli 2026, zoals vastgesteld door de burgemeester op 24 juni 2026, wordt bekrachtigd voor zover deze betrekking heeft op het verbod om gebruik te maken van de openbare barbecue in het Park.’
Er wordt, cfr. artikel 18 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad, gestemd over dit amendement.
Aangezien het amendement niet wordt goedgekeurd, wordt vervolgens gestemd over de tijdelijke politieverordening zoals voorgelegd.
Neemt kennis van het amendement van de heer Dennis Bels, VLAAMS BELANG.
Met 24 stemmen tegen (Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Sofie Mol, Bas Surmont, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Yves Goddeeris, Viktor Maes, Michaël Picquart, Eva Parmentier, Stefaan Leon),
4 onthoudingen (Filip Daem, Heidi Craeynest, Luc Vanderhaeghe, Ayrton Buyse)
3 ja-stemmen (Dennis Bels, Virginie Vermeersch, Nico Dupont)
Het amendement wordt niet goedgekeurd.
***
Met 28 stemmen voor (Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Michaël Picquart, Eva Parmentier, Ayrton Buyse, Stefaan Leon),
3 stemmen tegen (Dennis Bels, Virginie Vermeersch, Nico Dupont)
Artikel 1
§1. Tijdens de Hofconcerten, die georganiseerd worden in het Park, op 9 juli 2026 en op 13, 20 en 27 augustus 2026 zijn honden niet toegelaten in het Park vanaf 16.30 uur tot einde manifestatie, met uitzondering van de honden die begeleid worden door leden van de politiedienst of een erkende bewakingsfirma en de assistentiehonden die personen met een handicap begeleiden.
§2. Tijdens het Hofconcert, dat georganiseerd wordt in het Park, op 16 juli 2026 zijn honden niet toegelaten in het Park vanaf 14.30 uur tot einde manifestatie, met uitzondering van de honden die begeleid worden door leden van de politiedienst of een erkende bewakingsfirma en de assistentiehonden die personen met een handicap begeleiden.
Artikel 2
§1. Op 9 juli 2026 en op 13, 20 en 27 augustus 2026, de dagen waarop de Hofconcerten georganiseerd worden in het Park, is het verboden gebruik te maken van de openbare barbecue in het Park.
§2. Op 16 juli 2026, dag waarop een Hofconcert georganiseerd wordt in het Park, is het verboden gebruik te maken van de openbare barbecue in het Park.
Artikel 3
Inbreuken tegen bovenvermelde artikelen kunnen bestraft worden met een administratieve geldboete van maximaal 500 euro.
Artikel 4
Afschrift van dit besluit wordt gestuurd aan de korpschef van de politiezone Grensleie.
Artikel 5
Dit verbod zal kenbaar gemaakt worden door middel van aanplakking van dit reglement aan de verschillende ingangen van het Park.
Artikel 6
De tijdelijke politieverordening houdende het verbod om honden toe te laten in het Park en gebruik te maken van de openbare barbecue in het Park tijdens het Hofconcert op 2 juli 2026, zoals vastgesteld door de burgemeester op 24 juni 2026, wordt bekrachtigd.
Goedkeuring wordt gegeven aan het wijzigen van de rooilijn naar aanleiding van de omgevingsvergunningsaanvraag voor het bijstellen van de vergunde verkaveling Marie Cornilliestraat.
Er is een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend voor het bijstellen van de vergunde verkaveling Marie Cornilliestraat in Moorsele (vergund door het college van burgemeester en schepenen op 13 januari 2021). N.a.v. deze eerdere omgevingsvergunningsaanvraag werd goedkeuring gegeven aan het wegenistracé, de aanleg ervan en de rooilijn voor dit verkavelingsproject (cfr. beslissing van de gemeenteraad van 11 december 2020).
De verkavelaar wenst nu een aantal groenzones die als privaat groen werden bestemd in de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden (van 13 januari 2021) over te dragen naar het openbaar domein, dit in functie van een vlotte aansluiting van de Sint-Janstuin op deze verkaveling en om versnippering van groenzones tussen de aangelegde wegenis en de kavels te vermijden.
Voor het omgevingsdossier werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 16 april 2026 t.e.m. 15 mei 2026. Er werden tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaarschriften ingediend.
De gemeenteraad houdt bij haar beslissing rekening met:
De gevraagde wijziging impliceert een kosteloze overdracht van enkele versnipperde percelen met groenaanleg die aanvankelijk privaat zouden blijven. Hierbij zal het groenonderhoud de eerste vijf jaar worden opgenomen door de verkavelaar. Het omgevingsdossier omvat een aangepast rooilijnplan,
Door deze gewijzigde rooilijn wordt er als dusdanig niets gewijzigd aan de trage verbindingen binnen deze verkaveling, de bestaande verkeersveiligheid en ontsluiting van aangrenzende percelen worden niet gehinderd. Er zijn geen gevolgen vanuit gemeentegrensoverschrijdend perspectief. De wijziging beperkt het bestaande wegennet niet en brengt op die manier de behoeften van de actuele en de toekomstige generaties niet in het gedrang.
Het voorstel is om de nieuwe rooilijn goed te keuren.
Artikel 1
Keurt het wijzigen van de rooilijn naar aanleiding van de omgevingsvergunningsaanvraag voor het bijstellen van de vergunde verkaveling Marie Cornilliestraat in Moorsele, met dossiernummer OMV_2026023791, zoals aangeduid op het rooilijnplan, goed.
Artikel 2
Keurt het rooilijnplan, in bijlage, goed. Dit plan wordt aan deze beslissing gehecht om er 1 geheel mee uit te maken.
Artikel 3
Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens artikel 31/1 van het omgevingsvergunningsdecreet.
Artikel 4
Dit besluit van de gemeenteraad is nietig wanneer:
Het onroerend goed, gelegen Brugstraat 31, wordt verkocht.
De gemeente kocht de woning Brugstraat 31 destijds aan als mogelijke opportuniteit voor de uitvoering van het masterplan voor Wevelgem Centrum (cfr. beslissing van de gemeenteraad van 5 april 2019). Bij de opmaak van het masterplan voor de gemeentelijke basisschool bleek er geen nood meer aan de woning Brugstraat 31.
Het pand Brugstraat 31 werd reeds meermaals te koop aangeboden:
De gemeente heeft vervolgens de tuin afzonderlijk verkocht voor 15 000 euro (cfr. beslissing van de gemeenteraad van 9 oktober 2025).
Er werden verdere voorbereidingen getroffen om het pand opnieuw op de markt te zetten (cfr. beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 25 maart 2026), zo werd een nieuw schattingsverslag opgemaakt (cfr. beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 29 april 2026). Tijdens deze voorbereidingen, kwam een bod binnen, dit bod bleek boven de schattingswaarde.
Voor de verkoop van gemeentelijk patrimonium geldt het principe van mededinging en transparantie. Het betreffende pand werd meermaals te koop aangeboden met inachtname van deze principes, waarbij voldoende publiciteit en een voldoende looptijd voor mogelijke biedingen werd gehanteerd. Deze pogingen bleken evenwel tevergeefs en hebben niet geleid tot (aanvaardbare) biedingen.
Een eventuele nieuwe poging om het pand op de markt te zetten zou opnieuw tijdrovend zijn, met een heel beperkte kans op succes, gelet op de vorige pogingen en het gegeven dat het pand steeds meer lijdt onder de leegstand. Door de leegstand en gebreken aan het pand gaat de toestand immers snel achteruit, nevenschade aan de aanpalende gebouwen kan niet uitgesloten worden, het is dus aangewezen om het pand dringend van de hand te doen. Elke nieuwe poging zou ook extra kosten met zich meebrengen om een verkoop te organiseren, en zou ook verdere opvolging vanuit de gemeentelijke administratie vragen.
Nu er een bod binnengekomen is, boven de schattingswaarde, lijkt het redelijk en billijk om hier op in te gaan, nu er eerder meer dan voldoende toepassing van mededinging en transparantie is geweest. Een nieuwe oproep tot mededinging wordt in deze omstandigheden immers als niet zinvol beschouwd. Voor de volledigheid wordt nog opgemerkt dat het uitgebrachte bod gelijk is aan de eerdere schattingswaarde van de dienst Vastgoedtransacties toen een stuk tuin nog niet verkocht was en dus nog inbegrepen was in de schattingsprijs van de dienst Vastgoedtransacties.
Notaris Henry Declerck uit Lichtervelde maakte de ontwerpakte op. Voor de gemeente treedt notaris Ann Strobbe op als notaris.
Artikel 1
De gemeente Wevelgem verkoopt het pand, met grond en toebehoren, gelegen Brugstraat 31, volgens huidig kadaster gekend onder 2de afdeling, sectie B, nr. 0718/02SP0000, met een oppervlakte volgens huidig kadaster van 260 m², aan Daian Projects bv, voor de prijs van 85 000 euro.
Artikel 2
De voorliggende akte tot verkoop van het onroerend goed wordt goedgekeurd en aan deze beslissing gehecht om er 1 geheel mee uit te maken.
Artikel 3
Belast het college van burgemeester en schepenen met de verdere uitvoering van deze beslissing.
De gemeente Wevelgem koopt een stuk grond ter hoogte van Nieuwstraat 146 aan.
De parking ter hoogte van Nieuwstraat 146 (voormalige Ipso-site) biedt mogelijkheden voor de gemeente om een openbare parking in te richten en dit om de parkeerdruk in de Nieuwstraat te verminderen.
Er werd een opmetingsplan opgemaakt door landmeter-expert Barbara Callens op 5 december 2025. Dit plan is opgenomen in de databank van de plannen van afbakening van de algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie onder refertenummer 34302/10644.
Er werd een schattingsverslag opgemaakt door landmeter-expert Barbara Callens op 9 december 2025.
De voorliggende aankoop betreft een deel van het perceel grond gekadastreerd 2de afdeling, sectie B, nr. 1206B P0000, zijnde lot 1 op bedoeld opmetingsplan (723 m²).
Een akkoord werd bereikt met de eigenaar van lot 1 voor een bedrag van 100 000 euro. Dit ligt binnen de marges van het schattingsverslag.
De eigenaar tekende een verkoopbelofte.
Notaris Strobbe heeft de ontwerpakte opgemaakt.
De uitgave wordt aangerekend op rekening 0220-00/220007/IP-OVERIG van het investeringskrediet.
Artikel 1
De gemeente Wevelgem koopt een stuk grond aan in de Nieuwstraat 146 voor een bedrag van 100 000 euro. Het gaat om een deel van het perceel grond gekadastreerd 2de afdeling, sectie B, nr. 1206B P0000 (lot 1), met een oppervlakte van 723 m², volgens het opmetingsplan van landmeter-expert Barbara Callens van 5 december 2025 dat is opgenomen in de databank van de plannen van afbakening van de algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie onder refertenummer 34302/10644.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de voorliggende akte voor aankoop goed. Voornoemde akte blijft aan deze beslissing gehecht om er 1 geheel mee uit te maken.
Artikel 3
Affecteert de verworven grond, deze maakt voortaan deel uit van het openbaar domein van de gemeente.
Artikel 4
De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de verdere uitvoering van deze beslissing.
Het gemeentelijk rooilijnplan voor de inrichting van een doorsteek vanuit de Caesar Gezellestraat naar de Minister De Taeyelaan via de multifunctionele duurzame groenzone ter hoogte van de site BaMo wordt voorlopig vastgesteld en het voorlopig onteigeningsbesluit in functie van de verwerving van een aantal loten hiervoor wordt goedgekeurd.
Voorgeschiedenis
De gemeente Wevelgem werkt samen met vzw Katholiek Basisonderwijs Guldenberg voor de realisatie van een multifunctionele duurzame groenzone op de site BaMo en de aangrenzende publieke ruimte te Moorsele.
De gemeente Wevelgem heeft een Masterplan Moorsele uitgewerkt met als visie de leefkwaliteit van Moorsele te versterken door in te zetten op een aangename, bereikbare en groene leefomgeving. De school bevindt zich in het centrum van de deelgemeente Moorsele en zal met dit project een belangrijke schakel vormen in de ontwikkeling van nieuwe groenstructuren doorheen de gemeente.
Op 11 december 2025 heeft de gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst betreffende de realisatie van een multifunctionele duurzame groenzone op de site BaMo en aangrenzende publieke ruimte te Moorsele goedgekeurd.
Op 4 februari 2026 werd omgevingsvergunning OMV_2025144583 afgegeven voor het herinrichten van de publieke groenruimte en het realiseren van enkele trage wegen.
In aansluiting op dit project wenst de gemeente Wevelgem een doorsteek te verwezenlijken van de Caesar Gezellenstraat naar het pad op de site dat doorloopt naar de Minister De Taeyelaan. Hiervoor moeten een aantal loten verworven worden. Voor lot 1, t.h.v. Caesar Gezellestraat 31, werd een akkoord bereikt (cfr. beslissing van de gemeenteraad van 7 mei 2026). De gemeente ondervindt evenwel moeilijkheden bij de verwerving in der minne van loten 2, 3 en 4, die eigendom zijn van eenzelfde eigenaar.
De doorgang wordt op heden reeds als pad gebruikt (semi-verhard pad). De doorsteek is evenwel niet opgenomen in het RUP of in de atlas der buurtwegen.
Heden stelt de noodzaak aan een veilige en duurzame publieke verbinding tussen het binnengebied (site BaMo) en de Caesar Gezellestraat zich onverminderd, zodat de realisatie van deze publieke doorsteek nog steeds actueel en noodzakelijk voorkomt.
Omschrijving van het rooilijnplan en de te onteigenen gronden
In het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'RUP Moorsele-Kern' (definitief vastgesteld op 13 april 2018) liggen de betrokken percelen in woongebied.
De samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Wevelgem en vzw Katholiek Basisonderwijs Guldenberg heeft onder meer tot doel:
De voorgenomen publieke doorsteek (trage weg/voetgangersverbinding) vormt een essentieel onderdeel van deze doelstellingen en verbindt het binnengebied met de Caesar Gezellestraat en de Minister De Taeyelaan.
Niet alle vereiste grondinnames voor deze doorsteek konden op heden volledig minnelijk verworven worden, ondanks de ondernomen pogingen daartoe. Voor de loten 2, 3 en 4 wordt met onderhavig besluit het gemeentelijk rooilijnplan voorlopig vastgesteld en de administratieve onteigeningsprocedure opgestart. Dit overeenkomstig het decreet gemeentewegen respectievelijk het Vlaams onteigeningsdecreet.
Overeenkomstig artikel 16, §2 en §3 van het decreet gemeentewegen moet dit gemeentelijk rooilijnplan volgende elementen omvatten:
Het gemeentelijk rooilijnplan ‘Caesar Gezellestraat’ (plannummer BF.K.093.26, opgemaakt op 19 maart 2026 door landmeter-expert Barbara Callens, LAN 111480, Bureau Callens bv) omvat al deze elementen.
Overeenkomstig artikel 10, §1, 1° van het Vlaams onteigeningsdecreet, moet dit voorlopig onteigeningsbesluit een omschrijving geven van de te onteigenen onroerende goederen of de te onteigenen zakelijke rechten.
De te onteigenen gronden, waarvan de inname noodzakelijk is ter verwezenlijking van de ontworpen rooilijn, beslaan 3 percelen gelegen te Wevelgem, 4de afdeling (Moorsele), sectie B, planologisch bestemd als woongebied conform het RUP Moorsele-Kern, en thans kadastraal gekend als volgt:
Meer specifiek bestrijken deze te onteigenen gronden het gedeelte van de doorsteek lopende van de site BaMo tot aan de Caesar Gezellestraat. Overeenkomstig het onteigeningsplan ‘Caesar Gezellestraat’ (plannummer BF.K.092.26, opgemaakt op 19 maart 2026 door landmeter-expert Barbara Callens, LAN 111480, Bureau Callens bv) zal het grondgebied van deze grondstrook aangewend worden voor de aanleg van een publieke doorsteek (trage weg/voetgangersverbinding).
In het verleden is er reeds meermaals getracht om de noodzakelijke grondstrook te verwerven op minnelijke wijze, maar dit zonder gunstige afloop voor de loten 2, 3 en 4. De verwerving van desbetreffende grondstrook is evenwel onontbeerlijk voor de realisatie van de ontworpen rooilijn, en daarmee aldus voor de aanleg van de publieke doorsteek. Dit zodat er alsnog moet worden overgegaan tot onteigening teneinde deze grondverwerving te kunnen verzekeren.
Onderhavige vaststellingsprocedure volgt de bepalingen van Titel 3 van het Vlaams onteigeningsdecreet juncto de bepalingen van Hoofdstuk 3 van het decreet houdende de gemeentewegen.
I. Betreffende het gemeentelijk rooilijnplan ‘Caesar Gezellestraat’
De te realiseren doorsteek naar de Caesar Gezellestraat kwalificeert als een gemeenteweg in de zin van het decreet gemeentewegen. Artikel 8 van het decreet gemeentewegen bepaalt dat niemand een gemeenteweg kan aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad.
Artikel 11 van het decreet gemeentewegen bepaalt dat de ligging en de breedte van een gemeenteweg wordt vastgelegd in een gemeentelijk rooilijnplan.
Artikel 4 van het decreet gemeentewegen bepaalt dat er bij wijzigingen aan een gemeentelijk wegennet rekening moet gehouden worden met volgende principes:
1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
De wijziging aan het gemeentelijk wegennet kan als volgt worden gemotiveerd:
Overeenkomstig artikel 4, 1° van het decreet gemeentewegen dienen wijzigingen van het gemeentelijk wegennet steeds ten dienste te staan van het algemeen belang.
Voorliggend rooilijnplan strekt er toe een publieke doorsteek (trage weg/voetgangersverbinding) aan te leggen die het binnengebied (site BaMo) verbindt met de Caesar Gezellestraat en de Minister De Taeyelaan.
De aanleg van deze publieke doorsteek strekt evident tot het algemeen belang van de gemeenschap, daar men op die manier een veilige verbinding creëert voor voetgangers en fietsers tussen de school, het publiek park en de aanpalende straten. De doorsteek verhoogt de bereikbaarheid en doorwaadbaarheid van het binnengebied en kadert in het Masterplan Moorsele en de samenwerkingsovereenkomst met vzw Katholiek Basisonderwijs Guldenberg.
De doorsteek betreft een openbare weg, waarvan het gebruik is bestemd voor allen. Hoofddoel van de ontworpen rooilijn en onteigening bestaat aldus in de aanleg van een publieke doorsteek als trage weg, waardoor de bereikbaarheid, doorwaadbaarheid en verkeersveiligheid aanzienlijk worden verhoogd, zijnde bij uitstek een wijziging die ten dienste staat van het algemeen belang.
Waarbij volledigheidshalve ook wordt verwezen naar hetgeen navolgend uiteengezet wordt betreffende het algemeen nut van de onteigening, motivering die hiervoor integraal hernomen moet geacht worden.
Overeenkomstig artikel 4, 2° van het decreet gemeentewegen is elke wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg een uitzondering, die gemotiveerd dient te worden.
Blijkens de memorie van toelichting bij het decreet gemeentewegen werd deze motiveringsverplichting in het leven geroepen, met het oog op de bescherming van de trage wegen, d.w.z. de wegen niet hoofdzakelijk bestemd voor gemotoriseerd verkeer, in het bijzonder de oude voetwegen opgenomen in de atlas der buurtwegen.
Hierbij wenste de decreetgever de ondoordachte opheffing van zulke trage wegen tegen te gaan, gezien hun belangrijke maatschappelijke en mobiliteitsfunctie.
In voorliggend geval moet worden vastgesteld dat het gaat om de aanleg van een nieuwe gemeenteweg (trage weg), en niet om de opheffing of verplaatsing van een bestaande weg. De doorsteek is op heden niet opgenomen in de atlas der buurtwegen, noch in enig rooilijnplan. Voorliggend rooilijnplan strekt er integendeel toe een nieuwe trage weg aan te leggen ten dienste van de gemeenschap.
Zodat de voorgenomen wijziging verantwoord is.
Overeenkomstig artikel 4, 3° van het decreet gemeentewegen dienen bij de beslissingen omtrent de wijzigingen aan het gemeentelijk wegennet steeds de verkeersveiligheid en de ontsluiting van de aangelande percelen in aanmerking te worden genomen.
Betreffende de verkeersveiligheid wordt vooreerst verwezen naar hetgeen dienaangaande reeds uiteen werd gezet onder de titel ‘algemeen belang’.
Voorliggend rooilijnplan strekt er toe een publieke doorsteek aan te leggen als trage weg, specifiek bestemd voor voetgangers en fietsers, weg van gemotoriseerd verkeer. De aanleg van deze veilige verbinding creëert een conflictvrije route tussen de school, het publiek park en de aanpalende straten.
Zulke infrastructurele ingrepen strekken evident tot het algemeen belang van de gemeenschap, daar men op die manier een veilige ontsluiting kan creëren voor het (zwakke) wegverkeer langs een weg met een belangrijke ontsluitingsfase. De aanleg van een langzame verkeersverbinding strekt evident tot het algemeen belang van de gemeenschap, daar men op die manier een veilige ontsluiting kan creëren voor het (zwakke) wegverkeer in de nabijheid van drukbezochte culturele en onderwijsinstellingen binnen de gemeente. Dit terwijl er momenteel geen dergelijke veilige langzame verbinding aanwezig is op de betrokken locatie.
De ontsluiting van de aangrenzende percelen komt niet in het gedrang door voorliggend rooilijnplan. Integendeel, de percelen krijgen een bijkomende bereikbaarheid via de nieuwe trage weg.
Overeenkomstig artikel 4, 4° van het decreet gemeentewegen dient zo nodig de wijziging aan het gemeentelijk wegennet te worden beoordeeld in een grensoverschrijdend perspectief.
In voorkomend geval paalt de betrokken wegenis evenwel niet aan een van de aanpalende gemeenten, noch kan door voorliggende wijziging van de rooilijn en het wegprofiel redelijkerwijze enige hinder voor de buurgemeenten verwacht worden.
Dit (o.a.) nu het tracé van de rijweg een nieuw tracé zal zijn dat gericht is op zwakke weggebruikers.
Overeenkomstig artikel 4, 5° van het decreet gemeentewegen dient rekening gehouden te worden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder hierbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij dienen tevens de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen te worden.
Voorliggend rooilijnplan beoogt tegemoet te komen aan de actuele noodzaak aan duurzame mobiliteit en groene verbindingen. Voorliggend rooilijnplan beoogt tegemoet te komen aan de noodzaak aan een veilige infrastructuur voor zwakke weggebruikers in een drukbezocht gebied.
Het algemeen belang en de verkeersveiligheid vereisen een conflictvrij wegprofiel, waarbij de interactie tussen gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd verkeer waar mogelijk vermeden moet worden.
De behoeften van de toekomstige generaties komen door voorliggende aanleg niet in het gedrang, integendeel, in het licht van de stijgende vraag naar duurzame mobiliteitsalternatieven en klimaatadaptatie strekt voorliggende aanleg tot het realiseren van een groene, veilige verbinding die de leefkwaliteit en doorwaadbaarheid van het binnengebied structureel verbetert.
II. Betreffende het onteigeningsplan ‘Caesar Gezellestraat’
Overeenkomstig artikel 10, §1, 2° van het Vlaams onteigeningsdecreet moet het voorlopige onteigeningsbesluit de onteigenende instantie vermelden.
In voorliggend geval zal de gemeente Wevelgem, met bestuurszetel te 8560 Wevelgem, Vanackerestraat 16, zelf als onteigenende instantie optreden.
Zij beschikt daartoe over de vereiste onteigeningsbevoegdheid conform artikel 6, 1° van het Vlaams onteigeningsdecreet, waarin expliciet is bepaald dat de gemeenten bevoegd zijn tot onteigening over te gaan, zonder daartoe een onteigeningsmachtiging van een hogere overheid te moeten bekomen.
Op grond van artikel 3, §2 van het Vlaams onteigeningsdecreet en overeenkomstig artikel 16 van de grondwet is de onteigening slechts mogelijk indien daartoe een uitdrukkelijke wettelijke of decretale rechtsgrond is voorzien. Overeenkomstig artikel 10, §1, 3° van het Vlaams onteigeningsdecreet dient deze rechtsgrond opgenomen te zijn in het voorlopige onteigeningsbesluit.
Voorliggend onteigeningsplan vindt haar wettelijke grondslag in artikel 27 van het decreet gemeentewegen, dat bepaalt dat elke verwerving van onroerende goederen vereist voor de aanleg, wijziging of verplaatsing van een gemeenteweg middels onteigening kan plaatsvinden.
Meer algemeen en slechts ondergeschikt voorziet artikel 7 van het Vlaams onteigeningsdecreet, dat gemeenten kunnen overgaan tot onteigening in de gevallen waarin ze oordelen dat de onteigening noodzakelijk is voor de uitwerking van de infrastructuur of het beleid inzake de gemeentelijke aangelegenheden.
Voorliggende onteigening heeft tot doel om de aanleg van een publieke doorsteek (trage weg) als openbare gemeenteweg mogelijk te maken. Het betreft dan ook een materie die de gemeentelijke mobiliteit, leefkwaliteit en verkeersveiligheid aanbelangt.
Artikel 16 van de grondwet bepaalt: 'Niemand kan van zijn eigendom worden ontzet dan ten algemenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald en tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling.' Waarbij ook artikel 3 van het Vlaams onteigeningsdecreet bevestigt dat een onteigening slechts mogelijk is ten algemenen nutte.
Overeenkomstig artikel 10, §1, 4° van het Vlaams onteigeningsdecreet, dient het voorlopig onteigeningsbesluit een omschrijving te geven van dit onteigeningsdoel van algemeen nut.
In de memorie van toelichting bij het Vlaams onteigeningsdecreet is, inzake de verplichting tot omschrijving van het doel van algemeen nut, bepaald dat ervan kan worden uitgegaan dat een ‘vermoeden van algemeen nut’ bestaat wanneer het te onteigenen goed een bestemming van openbaar gebruik zal krijgen, meer bepaald een rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door een onbepaalbaar en variabel aantal mensen en dit op een niet exclusieve wijze.
Zoals eerder verduidelijkt, gaat het in casu om de realisatie van een publieke doorsteek als openbare weg (trage weg), waarvan het gebruik is bestemd voor allen. Dergelijke werken strekken tot het nut van eenieder – of met andere woorden tot nut van een onbepaalbaar en variabel aantal mensen en dit op een niet exclusieve wijze – en dus tot het algemeen belang.
Daarnaast blijkt het onteigeningsdoel van algemeen nut ook uit het feit dat de publieke doorsteek kadert in:
Ook door de Vlaamse overheid wordt dergelijke infrastructuur als een handeling van algemeen belang beschouwd binnen de stedenbouwkundige context:
'De volgende handelingen zijn handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening. De handelingen hebben betrekking op:
1° de aanleg, wijziging of uitbreiding van openbare fiets-, ruiter- en wandelpaden, en andere paden voor de zwakke weggebruiker'.
Hoofddoelstelling van de onteigening bestaat aldus in de aanleg van een publieke doorsteek als openbare weg, waardoor de bereikbaarheid, doorwaadbaarheid en leefkwaliteit aanzienlijk worden verhoogd, zijnde bij uitstek een onteigeningsdoel van algemeen nut.
De onteigening is noodzakelijk om deze doelstelling van algemeen nut te kunnen realiseren.
Overeenkomstig artikel 10, §1, 5° van het Vlaams onteigeningsdecreet, dient het voorlopig onteigeningsbesluit een omschrijving en motivering te geven van de onteigeningsnoodzaak. Daarbij dient op grond van artikel 3, §3 van het Vlaams onteigeningsdecreet meer specifiek te worden ingegaan op (A) de noodzakelijkheid van het doel van de onteigening, (B) de noodzakelijkheid van het betrokken goed en (C) de noodzakelijkheid van de inname voor het bereiken van de gewenste doelstelling van algemeen nut.
A. Noodzakelijkheid van het doel
De publieke doorsteek naar de Caesar Gezellestraat strekt er in de eerste plaats toe een veilige en duurzame verbinding te creëren tussen het binnengebied (site BaMo) en de openbare wegenis (Caesar Gezellestraat en Minister De Taeyelaan).
De afwezigheid van een dergelijke verbinding heeft tot gevolg dat inwoners, schoolgaande kinderen en bezoekers van het publiek park een omweg moeten maken via drukker bereden straten, hetgeen de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid niet ten goede komt.
De realisatie van de doorsteek kadert in het bredere project van de multifunctionele duurzame groenzone en het Masterplan Moorsele, dat beoogt de leefkwaliteit van Moorsele te versterken door in te zetten op een aangename, bereikbare en groene leefomgeving.
Door de aanleg van de publieke doorsteek wordt voorzien in een betere doorwaadbaarheid van het binnengebied, een veilige verbinding voor voetgangers en fietsers, en een verhoging van de belevings- en landschappelijke waarde.
Het doel van de onteigening is derhalve noodzakelijk.
B. Noodzakelijkheid van het betrokken goed
De te onteigenen gronden (nl. loten 2, 3 en 4 op het onteigeningsplan BF.K.092.26) zijn van essentieel belang voor het bereiken van het vooropgestelde doel van algemeen nut.
De te onteigenen gronden vormen fysiek de enige mogelijke verbinding tussen de site BaMo en de Caesar Gezellestraat. Bij het ontbreken van deze gronden kan geen doorlopende publieke doorsteek aangelegd worden, met als gevolg dat de verbinding tussen het binnengebied en de openbare wegenis niet gerealiseerd kan worden.
Er is geen alternatief tracé mogelijk voor de realisatie van de doorsteek. De ligging van de percelen ten opzichte van de site BaMo enerzijds en de Caesar Gezellestraat anderzijds maakt dat uitsluitend via deze grondstrook een verbinding tot stand kan worden gebracht.
Bij uitblijven van enige minnelijke regeling, is de onteigening van de te onteigenen gronden dan ook noodzakelijk om de vooropgestelde doelstelling van algemeen nut te kunnen bereiken.
C. Noodzakelijkheid van de inname
De grondstrook is onontbeerlijk voor de aanleg van het pad. Het onteigeningsplan bevat slechts die percelen en oppervlakten die strikt noodzakelijk zijn voor de aanleg van de publieke doorsteek conform het rooilijnplan.
Tot op heden kon lot 1 (perceel nr. 994/2P) minnelijk verworven worden. Ondanks herhaalde pogingen daartoe konden de loten 2, 3 en 4 niet minnelijk aangekocht worden.
Aangezien geen minnelijke verwerving van de grondstrook bereikt kon worden en geen enkel ander alternatief beschikbaar is dan het gebruik van het onteigeningsinstrument, is een inname van de betrokken goederen noodzakelijk.
Overeenkomstig artikel 10, §1, 6° van het Vlaams onteigeningsdecreet, dient het voorlopig onteigeningsbesluit een minnelijke onderhandelingstermijn te bevatten. Dit betreft de geraamde termijn van maximaal één jaar waarbinnen de onderhandelingsplicht van toepassing is.
Concreet wordt voor voorliggend onteigeningsinitiatief de minnelijke onderhandelingstermijn vastgesteld op 4 maanden. Dit om reden dat de resterende innames (loten 2, 3 en 4) allen in eigendom toebehoren aan één en dezelfde eigenaar.
Ook werden eerder al herhaalde pogingen ondernomen om deze perceeldelen te verwerven, zodat een langere onderhandelingstermijn niet noodzakelijk wordt bevonden.
De eigenaar zal in kennis gesteld worden van deze onderhandelingstermijn, waarna deze een aanvang neemt.
Voor het gemeentebestuur zijn er in eerste instantie enkele operationele kosten te verwachten, zoals publicatie van een bericht in het Belgisch Staatsblad, etc. evenals de kosten voor de uiteindelijke verwerving/onteigening van de in te nemen gronden. Hiervoor dient verwezen te worden naar het gedetailleerde schattingsverslag opgesteld door landmeter-expert Barbara Callens (LAN 111480), Bureau Callens bv (dossier S24405, opgemaakt te Kortrijk op 25 november 2024).
De totale onteigeningsvergoeding voor loten 2, 3 en 4 werd geraamd op:
Totale geraamde onteigeningsvergoeding: 2 750 euro.
De onteigeningsvergoeding wordt aangerekend op rekening PB4-ACT47/0680-00/220007/GEMEENTE/CBS/IP-4 van het investeringskrediet.
Artikel 1
Het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan ‘Caesar Gezellestraat’ van 19 maart 2026 met het plannummer BF.K.093.26, opgemaakt door Bureau Callens bv (landmeter-expert Barbara Callens, LAN 111480), wordt voorlopig vastgesteld.
Artikel 2
De gemeenteraad stelt bij deze het voorlopig onteigeningsbesluit vast, met als bijlagen het onteigeningsplan en de projectnota. Het onteigeningsplan ‘Caesar Gezellestraat’ van 19 maart 2026 met het plannummer BF.K.092.26, opgemaakt door Bureau Callens bv (landmeter-expert Barbara Callens, LAN 111480), samen met de projectnota, worden voorlopig vastgesteld.
Artikel 3
Het voorlopig vastgestelde rooilijnplan en het voorlopige onteigeningsbesluit zullen, samen met het voorlopig goedgekeurde onteigeningsplan en de voorlopig goedgekeurde projectnota, het voorwerp uitmaken van een openbaar onderzoek van 30 dagen en zullen ter inzage worden gelegd in het gemeentehuis, conform het decreet van 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut en het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de organisatie van het openbaar onderzoek en het voorafgaandelijk verwittigen van de eigenaar van de in het onteigenings- en rooilijnplan betrokken percelen.
Artikel 5
Na het openbaar onderzoek wordt het dossier voor definitieve vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd.
Artikel 6
Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast om op basis van het schattingsverslag van 25 november 2024, opgemaakt door landmeter-expert Barbara Callens (LAN 111480), Bureau Callens bv (dossier S24405), een minnelijk aanbod te doen aan de eigenaar, en desgevallend onteigeningsonderhandelingen te voeren met de eigenaar van de in het onteigeningsplan opgenomen percelen, met het oog op de minnelijke verwerving van de vereiste innemingen, dit binnen de minnelijke onderhandelingstermijn van 4 maanden, die ter kennis wordt gebracht aan de eigenaar.
De gemeente Wevelgem koopt een stuk grond ter hoogte van Secretaris Vanmarckelaan 25 aan met een oppervlakte van 199 m².
Om een trage doorsteek vanuit de Secretaris Vanmarckelaan naar de multifunctionele duurzame groenzone ter hoogte van de site BaMo te kunnen realiseren, dient een stuk grond verworven te worden.
Er werd een opmetingsplan opgemaakt door landmeter-expert Koen Roelandt op 26 september 2022. Dit plan werd opgenomen in de databank van de plannen van afbakening van de algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie onder refertenummer 34029/10586. Het betreft een deel van het perceel grond, kadastraal gekend onder Wevelgem, 4de afdeling (Moorsele), sectie B, deel van nr. 1012V3 met een oppervlakte van 199 m² volgens metingsplan.
Er werd op 26 maart 2026 een schattingsverslag opgemaakt door landmeter-expert Luc Callens.
Er werd een akkoord bereikt met de eigenaars voor een bedrag van 37 538 euro. Dit ligt binnen de marges van het schattingsverslag (schattingsprijs verhoogd met wederbeleggingsvergoeding en wachtintrest).
Notaris Moens heeft de ontwerpakte opgemaakt.
De uitgave wordt aangerekend op rekening PB4-ACT47/0680-00/220007/GEMEENTE/CBS/IP-4 van het investeringskrediet.
Artikel 1
De gemeente Wevelgem koopt een stuk grond ter hoogte van de Secretaris Vanmarckelaan 25 aan voor een bedrag van 37 538 euro. Het gaat om een deel van het perceel grond gekadastreerd 4de afdeling (Moorsele), sectie B, nr. 1012V3, met een oppervlakte van 199 m² volgens het opmetingsplan van landmeter-expert Koen Roelandt van 26 september 2022 dat is opgenomen in de databank van de plannen van afbakening van de algemene administratie van de Patrimoniumdocumentatie onder refertenummer 34029/10586.
Artikel 2
De gemeenteraad keurt de voorliggende akte voor aankoop goed. Voornoemde akte blijft aan deze beslissing gehecht om er 1 geheel mee uit te maken.
Artikel 3
Affecteert de verworven grond, deze maakt voortaan deel uit van het openbaar domein van de gemeente.
Artikel 4
De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de verdere uitvoering van deze beslissing.
Het betreft de ruil van gronden in functie van een veilig en aantrekkelijk wandel- en fietstracé tussen de Secretaris Vanmarckelaan en de Heerweg.
Het pad tussen de Secretaris Vanmarckelaan en de Heerweg kadert in de projecten ‘Heerlijke Heulebeek’ en ‘Groene Slinger Moorsele’. Het was de bedoeling om een veilig en aantrekkelijk wandel- en fietstracé te creëren vanuit het centrum van Moorsele, richting provinciaal domein Bergelen en Kleine Bergelen. In overleg met landbouwer Persyn zouden gronden worden geruild (zonder opleg) zodat het huidige tracé, dat op private eigendom ligt, openbaar zou worden. De gemeente zou gronden tegenruilen zonder opleg. Het pad verbindt de Secretaris Vanmarckelaan met de Heerweg en paalt aan het sportcentrum.
Landbouwer Persyn tekende een vervroegde ingebruikname en in 2022 werd het wandel- en fietspad aangelegd. De ruil dient nog gerealiseerd te worden.
Landmeter-expert Patrick Carpentier maakte het opmetingsplan op 18 november 2025 op. Het plan is opgenomen in de databank van de plannen van afbakening van de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie onder refertenummer 34029/10572. De dienst Vastgoedtransacties verleende een visum om de beoogde gronden te ruilen.
Volgende gronden worden geruild door de heer Michiel Persyn aan de gemeente:
Volgende gronden worden geruild door mevrouw Hilde Verhelst, de heer Mathias Persyn, de heer Michiel Persyn en mevrouw Melanie Persyn aan de gemeente:
Volgende gronden worden geruild door de gemeente aan heer Michiel Persyn:
Volgende gronden worden geruild door de gemeente aan mevrouw Hilde Verhelst, de heer Mathias Persyn, de heer Michiel Persyn en mevrouw Melanie Persyn:
Notaris Moens maakte een ontwerpakte op.
De kosten, registratiebelastingen en -rechten, gebeurlijke btw en erelonen worden aangerekend op rekening GBB-OIM/0200-00/224007/IP-OVERIG.
Artikel 1
De gemeenteraad desaffecteert de loten A, D, G, E en F volgens het opmetingsplan opgemaakt door landmeter-expert Patrick Carpentier op 18 november 2025 en opgenomen in de databank van de plannen van afbakening van de algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie met refertenummer 34029/10572. Deze maken voortaan geen deel meer uit van het openbaar domein van de gemeente.
Artikel 2
De gemeente ruilt enerzijds lot A (141,01 m²), lot D (821,45 m²), lot G (257,28 m²), lot E (158,74 m²) en lot F (22,61 m²) tegen anderzijds lot C (1 510,01 m²) en lot H (354,78 m²), volgens het opmetingsplan zoals bedoeld in artikel 1 en dit zonder enige opleg.
Artikel 3
De gemeenteraad keurt de voorliggende akte goed. Voornoemde akte blijft aan deze beslissing gehecht om er 1 geheel mee uit te maken.
Artikel 4
De gemeenteraad affecteert de loten C en H, zoals bedoeld in artikel 2, deze maken voortaan deel uit van het openbaar domein van de gemeente.
Artikel 5
De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de verdere uitvoering van deze beslissing.
Het schoolreglement van de gemeentelijke basisschool voor het schooljaar 2026-2027 wordt goedgekeurd.
Een schoolbestuur moet voor elk van zijn scholen een schoolreglement opstellen dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de ouders en de leerlingen regelt. Het schoolreglement wordt jaarlijks geactualiseerd en aangepast volgens de meest actuele aanbevelingen van de onderwijskoepel.
Het schoolreglement werd besproken in de schoolraad van 17 juni 2026 en er werd positief advies gegeven.
Naast de decretale aanpassingen zijn er eigen aanpassingen aan het schoolreglement.
Het schoolreglement voor schooljaar 2026-2027 wordt goedgekeurd. De bepalingen die als 'indien van toepassing' vermeld staan, worden expliciet geschrapt indien niet van toepassing, wegens het ontbreken van een hogere regelgeving.
Het college van burgemeester en schepenen zal de prijs voor schoolmaaltijden aanvullen in artikel 7, §4 van het schoolreglement.
Het college van burgemeester en schepenen zal de contactpersoon van het CLB aanvullen in artikel 49 van het schoolreglement.
Vraag ingediend door de raadsleden van de fractie Meer dan GROEN en gesteld door raadslid Jelle Stragier.
Vraag ingediend door de raadsleden van de fractie Meer dan GROEN en gesteld door raadslid Jelle Stragier.
Vraag ingediend door de raadsleden van de fractie Meer dan GROEN en gesteld door raadslid Inge Goemaere.
Vraag ingediend door de raadsleden van de fractie Meer dan GROEN en gesteld door raadslid Inge Goemaere.
Namens gemeenteraad,
Kurt Parmentier
algemeen directeur
Michaël Picquart
voorzitter gemeenteraad