Terug
Gepubliceerd op 16/09/2026

Besluit  gemeenteraad

do 02/07/2026 - 19:00

Caesar Gezellestraat – voorlopige vaststelling rooilijnplan en voorlopig onteigeningsbesluit

Aanwezig: Michaël Picquart, voorzitter gemeenteraad
Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Eva Parmentier, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch, Nico Dupont, gemeenteraadsleden
Kurt Parmentier, algemeen directeur

Het gemeentelijk rooilijnplan voor de inrichting van een doorsteek vanuit de Caesar Gezellestraat naar de Minister De Taeyelaan via de multifunctionele duurzame groenzone ter hoogte van de site BaMo wordt voorlopig vastgesteld en het voorlopig onteigeningsbesluit in functie van de verwerving van een aantal loten hiervoor wordt goedgekeurd.

Feiten, context en argumentatie

Voorgeschiedenis

De gemeente Wevelgem werkt samen met vzw Katholiek Basisonderwijs Guldenberg voor de realisatie van een multifunctionele duurzame groenzone op de site BaMo en de aangrenzende publieke ruimte te Moorsele.

De gemeente Wevelgem heeft een Masterplan Moorsele uitgewerkt met als visie de leefkwaliteit van Moorsele te versterken door in te zetten op een aangename, bereikbare en groene leefomgeving. De school bevindt zich in het centrum van de deelgemeente Moorsele en zal met dit project een belangrijke schakel vormen in de ontwikkeling van nieuwe groenstructuren doorheen de gemeente.

Op 11 december 2025 heeft de gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst betreffende de realisatie van een multifunctionele duurzame groenzone op de site BaMo en aangrenzende publieke ruimte te Moorsele goedgekeurd.

Op 4 februari 2026 werd omgevingsvergunning OMV_2025144583 afgegeven voor het herinrichten van de publieke groenruimte en het realiseren van enkele trage wegen.

In aansluiting op dit project wenst de gemeente Wevelgem een doorsteek te verwezenlijken van de Caesar Gezellenstraat naar het pad op de site dat doorloopt naar de Minister De Taeyelaan. Hiervoor moeten een aantal loten verworven worden. Voor lot 1, t.h.v. Caesar Gezellestraat 31, werd een akkoord bereikt (cfr. beslissing van de gemeenteraad van 7 mei 2026). De gemeente ondervindt evenwel moeilijkheden bij de verwerving in der minne van loten 2, 3 en 4, die eigendom zijn van eenzelfde eigenaar.

De doorgang wordt op heden reeds als pad gebruikt (semi-verhard pad). De doorsteek is evenwel niet opgenomen in het RUP of in de atlas der buurtwegen.

Heden stelt de noodzaak aan een veilige en duurzame publieke verbinding tussen het binnengebied (site BaMo) en de Caesar Gezellestraat zich onverminderd, zodat de realisatie van deze publieke doorsteek nog steeds actueel en noodzakelijk voorkomt.

Omschrijving van het rooilijnplan en de te onteigenen gronden

In het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'RUP Moorsele-Kern' (definitief vastgesteld op 13 april 2018) liggen de betrokken percelen in woongebied.

De samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Wevelgem en vzw Katholiek Basisonderwijs Guldenberg heeft onder meer tot doel:

  • het realiseren van een natuurlijke groene structuur met klimaatadaptieve maatregelen;
  • het realiseren van een groen lint doorheen de gemeente;
  • de verhoging van de belevings- en landschappelijke waarde van het binnengebied;
  • een betere integratie van de school in haar directe omgeving;
  • een betere bereikbaarheid van de publieke ruimte door doorwaadbaarheid van het binnengebied;
  • een groene, aantrekkelijke en veilige verbinding voor inwoners.

De voorgenomen publieke doorsteek (trage weg/voetgangersverbinding) vormt een essentieel onderdeel van deze doelstellingen en verbindt het binnengebied met de Caesar Gezellestraat en de Minister De Taeyelaan.

Niet alle vereiste grondinnames voor deze doorsteek konden op heden volledig minnelijk verworven worden, ondanks de ondernomen pogingen daartoe. Voor de loten 2, 3 en 4 wordt met onderhavig besluit het gemeentelijk rooilijnplan voorlopig vastgesteld en de administratieve onteigeningsprocedure opgestart. Dit overeenkomstig het decreet gemeentewegen respectievelijk het Vlaams onteigeningsdecreet.


Overeenkomstig artikel 16, §2 en §3 van het decreet gemeentewegen moet dit gemeentelijk rooilijnplan volgende elementen omvatten:

  • de actuele en toekomstige rooilijn van de gemeenteweg;
  • de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen;
  • de naam van de eigenaars van de getroffen percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn;
  • in voorkomend geval een berekening van de eventuele waardevermindering of waardevermeerdering van de gronden ten gevolge van de aanleg, wijziging of verplaatsing van een gemeenteweg;
  • in voorkomend geval de nutsleidingen die door de wijziging of verplaatsing van de gemeenteweg op private eigendom zullen liggen. 

Het gemeentelijk rooilijnplan ‘Caesar Gezellestraat’ (plannummer BF.K.093.26, opgemaakt op 19 maart 2026 door landmeter-expert Barbara Callens, LAN 111480, Bureau Callens bv) omvat al deze elementen.


Overeenkomstig artikel 10, §1, 1° van het Vlaams onteigeningsdecreet, moet dit voorlopig onteigeningsbesluit een omschrijving geven van de te onteigenen onroerende goederen of de te onteigenen zakelijke rechten.

De te onteigenen gronden, waarvan de inname noodzakelijk is ter verwezenlijking van de ontworpen rooilijn, beslaan 3 percelen gelegen te Wevelgem, 4de afdeling (Moorsele), sectie B, planologisch bestemd als woongebied conform het RUP Moorsele-Kern, en thans kadastraal gekend als volgt: 

  • Lot 2: perceel nr. 996b, met een kadastrale oppervlakte 176 m², in te nemen oppervlakte 26 m², aard: bouwgrond;
  • Lot 3: perceel nr. 998c, met een kadastrale oppervlakte 198 m², in te nemen oppervlakte 17 m², aard: bouwgrond;
  • Lot 4: perceel nr. 997d, met een kadastrale oppervlakte 174 m², in te nemen oppervlakte 12 m², aard: bouwgrond.

Meer specifiek bestrijken deze te onteigenen gronden het gedeelte van de doorsteek lopende van de site BaMo tot aan de Caesar Gezellestraat. Overeenkomstig het onteigeningsplan ‘Caesar Gezellestraat’ (plannummer BF.K.092.26, opgemaakt op 19 maart 2026 door landmeter-expert Barbara Callens, LAN 111480, Bureau Callens bv) zal het grondgebied van deze grondstrook aangewend worden voor de aanleg van een publieke doorsteek (trage weg/voetgangersverbinding).

In het verleden is er reeds meermaals getracht om de noodzakelijke grondstrook te verwerven op minnelijke wijze, maar dit zonder gunstige afloop voor de loten 2, 3 en 4. De verwerving van desbetreffende grondstrook is evenwel onontbeerlijk voor de realisatie van de ontworpen rooilijn, en daarmee aldus voor de aanleg van de publieke doorsteek. Dit zodat er alsnog moet worden overgegaan tot onteigening teneinde deze grondverwerving te kunnen verzekeren.

Onderhavige vaststellingsprocedure volgt de bepalingen van Titel 3 van het Vlaams onteigeningsdecreet juncto de bepalingen van Hoofdstuk 3 van het decreet houdende de gemeentewegen.

I. Betreffende het gemeentelijk rooilijnplan ‘Caesar Gezellestraat’

De te realiseren doorsteek naar de Caesar Gezellestraat kwalificeert als een gemeenteweg in de zin van het decreet gemeentewegen. Artikel 8 van het decreet gemeentewegen bepaalt dat niemand een gemeenteweg kan aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. 

Artikel 11 van het decreet gemeentewegen bepaalt dat de ligging en de breedte van een gemeenteweg wordt vastgelegd in een gemeentelijk rooilijnplan.

Artikel 4 van het decreet gemeentewegen bepaalt dat er bij wijzigingen aan een gemeentelijk wegennet rekening moet gehouden worden met volgende principes:

1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;

2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;

3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;

4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;

5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.

 

De wijziging aan het gemeentelijk wegennet kan als volgt worden gemotiveerd:

 

  • Algemeen belang

Overeenkomstig artikel 4, 1° van het decreet gemeentewegen dienen wijzigingen van het gemeentelijk wegennet steeds ten dienste te staan van het algemeen belang. 

Voorliggend rooilijnplan strekt er toe een publieke doorsteek (trage weg/voetgangersverbinding) aan te leggen die het binnengebied (site BaMo) verbindt met de Caesar Gezellestraat en de Minister De Taeyelaan.

De aanleg van deze publieke doorsteek strekt evident tot het algemeen belang van de gemeenschap, daar men op die manier een veilige verbinding creëert voor voetgangers en fietsers tussen de school, het publiek park en de aanpalende straten. De doorsteek verhoogt de bereikbaarheid en doorwaadbaarheid van het binnengebied en kadert in het Masterplan Moorsele en de samenwerkingsovereenkomst met vzw Katholiek Basisonderwijs Guldenberg.

De doorsteek betreft een openbare weg, waarvan het gebruik is bestemd voor allen. Hoofddoel van de ontworpen rooilijn en onteigening bestaat aldus in de aanleg van een publieke doorsteek als trage weg, waardoor de bereikbaarheid, doorwaadbaarheid en verkeersveiligheid aanzienlijk worden verhoogd, zijnde bij uitstek een wijziging die ten dienste staat van het algemeen belang. 

Waarbij volledigheidshalve ook wordt verwezen naar hetgeen navolgend uiteengezet wordt betreffende het algemeen nut van de onteigening, motivering die hiervoor integraal hernomen moet geacht worden.

 

  • Uitzonderingskarakter wijziging, verplaatsing of afschaffing

Overeenkomstig artikel 4, 2° van het decreet gemeentewegen is elke wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg een uitzondering, die gemotiveerd dient te worden. 

Blijkens de memorie van toelichting bij het decreet gemeentewegen werd deze motiveringsverplichting in het leven geroepen, met het oog op de bescherming van de trage wegen, d.w.z. de wegen niet hoofdzakelijk bestemd voor gemotoriseerd verkeer, in het bijzonder de oude voetwegen opgenomen in de atlas der buurtwegen.

Hierbij wenste de decreetgever de ondoordachte opheffing van zulke trage wegen tegen te gaan, gezien hun belangrijke maatschappelijke en mobiliteitsfunctie.

In voorliggend geval moet worden vastgesteld dat het gaat om de aanleg van een nieuwe gemeenteweg (trage weg), en niet om de opheffing of verplaatsing van een bestaande weg. De doorsteek is op heden niet opgenomen in de atlas der buurtwegen, noch in enig rooilijnplan. Voorliggend rooilijnplan strekt er integendeel toe een nieuwe trage weg aan te leggen ten dienste van de gemeenschap.

Zodat de voorgenomen wijziging verantwoord is.

 

  • Verkeersveiligheid

Overeenkomstig artikel 4, 3° van het decreet gemeentewegen dienen bij de beslissingen omtrent de wijzigingen aan het gemeentelijk wegennet steeds de verkeersveiligheid en de ontsluiting van de aangelande percelen in aanmerking te worden genomen.

Betreffende de verkeersveiligheid wordt vooreerst verwezen naar hetgeen dienaangaande reeds uiteen werd gezet onder de titel ‘algemeen belang’.

Voorliggend rooilijnplan strekt er toe een publieke doorsteek aan te leggen als trage weg, specifiek bestemd voor voetgangers en fietsers, weg van gemotoriseerd verkeer. De aanleg van deze veilige verbinding creëert een conflictvrije route tussen de school, het publiek park en de aanpalende straten.

Zulke infrastructurele ingrepen strekken evident tot het algemeen belang van de gemeenschap, daar men op die manier een veilige ontsluiting kan creëren voor het (zwakke) wegverkeer langs een weg met een belangrijke ontsluitingsfase. De aanleg van een langzame verkeersverbinding strekt evident tot het algemeen belang van de gemeenschap, daar men op die manier een veilige ontsluiting kan creëren voor het (zwakke) wegverkeer in de nabijheid van drukbezochte culturele en onderwijsinstellingen binnen de gemeente. Dit terwijl er momenteel geen dergelijke veilige langzame verbinding aanwezig is op de betrokken locatie.

De ontsluiting van de aangrenzende percelen komt niet in het gedrang door voorliggend rooilijnplan. Integendeel, de percelen krijgen een bijkomende bereikbaarheid via de nieuwe trage weg.

 

  • Gemeentegrensoverschrijdend perspectief

Overeenkomstig artikel 4, 4° van het decreet gemeentewegen dient zo nodig de wijziging aan het gemeentelijk wegennet te worden beoordeeld in een grensoverschrijdend perspectief.

In voorkomend geval paalt de betrokken wegenis evenwel niet aan een van de aanpalende gemeenten, noch kan door voorliggende wijziging van de rooilijn en het wegprofiel redelijkerwijze enige hinder voor de buurgemeenten verwacht worden.

Dit (o.a.) nu het tracé van de rijweg een nieuw tracé zal zijn dat gericht is op zwakke weggebruikers.

 

  • Actuele functie – toekomstige generaties

Overeenkomstig artikel 4, 5° van het decreet gemeentewegen dient rekening gehouden te worden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder hierbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij dienen tevens de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen te worden. 

Voorliggend rooilijnplan beoogt tegemoet te komen aan de actuele noodzaak aan duurzame mobiliteit en groene verbindingen. Voorliggend rooilijnplan beoogt tegemoet te komen aan de noodzaak aan een veilige infrastructuur voor zwakke weggebruikers in een drukbezocht gebied. 

Het algemeen belang en de verkeersveiligheid vereisen een conflictvrij wegprofiel, waarbij de interactie tussen gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd verkeer waar mogelijk vermeden moet worden.

De behoeften van de toekomstige generaties komen door voorliggende aanleg niet in het gedrang, integendeel, in het licht van de stijgende vraag naar duurzame mobiliteitsalternatieven en klimaatadaptatie strekt voorliggende aanleg tot het realiseren van een groene, veilige verbinding die de leefkwaliteit en doorwaadbaarheid van het binnengebied structureel verbetert.

 

II. Betreffende het onteigeningsplan ‘Caesar Gezellestraat’

  • Onteigenende instantie

Overeenkomstig artikel 10, §1, 2° van het Vlaams onteigeningsdecreet moet het voorlopige onteigeningsbesluit de onteigenende instantie vermelden. 

In voorliggend geval zal de gemeente Wevelgem, met bestuurszetel te 8560 Wevelgem, Vanackerestraat 16, zelf als onteigenende instantie optreden. 

Zij beschikt daartoe over de vereiste onteigeningsbevoegdheid conform artikel 6, 1° van het Vlaams onteigeningsdecreet, waarin expliciet is bepaald dat de gemeenten bevoegd zijn tot onteigening over te gaan, zonder daartoe een onteigeningsmachtiging van een hogere overheid te moeten bekomen.

 

  • Rechtsgrond voor onteigening

Op grond van artikel 3, §2 van het Vlaams onteigeningsdecreet en overeenkomstig artikel 16 van de grondwet is de onteigening slechts mogelijk indien daartoe een uitdrukkelijke wettelijke of decretale rechtsgrond is voorzien. Overeenkomstig artikel 10, §1, 3° van het Vlaams onteigeningsdecreet dient deze rechtsgrond opgenomen te zijn in het voorlopige onteigeningsbesluit.

Voorliggend onteigeningsplan vindt haar wettelijke grondslag in artikel 27 van het decreet gemeentewegen, dat bepaalt dat elke verwerving van onroerende goederen vereist voor de aanleg, wijziging of verplaatsing van een gemeenteweg middels onteigening kan plaatsvinden.

Meer algemeen en slechts ondergeschikt voorziet artikel 7 van het Vlaams onteigeningsdecreet, dat gemeenten kunnen overgaan tot onteigening in de gevallen waarin ze oordelen dat de onteigening noodzakelijk is voor de uitwerking van de infrastructuur of het beleid inzake de gemeentelijke aangelegenheden.

Voorliggende onteigening heeft tot doel om de aanleg van een publieke doorsteek (trage weg) als openbare gemeenteweg mogelijk te maken. Het betreft dan ook een materie die de gemeentelijke mobiliteit, leefkwaliteit en verkeersveiligheid aanbelangt.

 

  • Onteigeningsdoel van algemeen nut

Artikel 16 van de grondwet bepaalt: 'Niemand kan van zijn eigendom worden ontzet dan ten algemenen nutte, in de gevallen en op de wijze bij de wet bepaald en tegen billijke en voorafgaande schadeloosstelling.' Waarbij ook artikel 3 van het Vlaams onteigeningsdecreet bevestigt dat een onteigening slechts mogelijk is ten algemenen nutte.

Overeenkomstig artikel 10, §1, 4° van het Vlaams onteigeningsdecreet, dient het voorlopig onteigeningsbesluit een omschrijving te geven van dit onteigeningsdoel van algemeen nut.

In de memorie van toelichting bij het Vlaams onteigeningsdecreet is, inzake de verplichting tot omschrijving van het doel van algemeen nut, bepaald dat ervan kan worden uitgegaan dat een ‘vermoeden van algemeen nut’ bestaat wanneer het te onteigenen goed een bestemming van openbaar gebruik zal krijgen, meer bepaald een rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik door een onbepaalbaar en variabel aantal mensen en dit op een niet exclusieve wijze.

Zoals eerder verduidelijkt, gaat het in casu om de realisatie van een publieke doorsteek als openbare weg (trage weg), waarvan het gebruik is bestemd voor allen. Dergelijke werken strekken tot het nut van eenieder – of met andere woorden tot nut van een onbepaalbaar en variabel aantal mensen en dit op een niet exclusieve wijze – en dus tot het algemeen belang. 

Daarnaast blijkt het onteigeningsdoel van algemeen nut ook uit het feit dat de publieke doorsteek kadert in:

  • het Masterplan Moorsele, dat de leefkwaliteit van Moorsele beoogt te versterken;
  • de samenwerkingsovereenkomst met vzw Katholiek Basisonderwijs Guldenberg voor de realisatie van een multifunctionele duurzame groenzone;
  • de verhoging van de bereikbaarheid en doorwaadbaarheid van het binnengebied;
  • de realisatie van een groen lint doorheen de gemeente met klimaatadaptieve maatregelen;
  • een veilige verbinding voor inwoners tussen school, publiek park en aanpalende straten.

 

Ook door de Vlaamse overheid wordt dergelijke infrastructuur als een handeling van algemeen belang beschouwd binnen de stedenbouwkundige context:

'De volgende handelingen zijn handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse codex ruimtelijke ordening. De handelingen hebben betrekking op:

1° de aanleg, wijziging of uitbreiding van openbare fiets-, ruiter- en wandelpaden, en andere paden voor de zwakke weggebruiker'.

Hoofddoelstelling van de onteigening bestaat aldus in de aanleg van een publieke doorsteek als openbare weg, waardoor de bereikbaarheid, doorwaadbaarheid en leefkwaliteit aanzienlijk worden verhoogd, zijnde bij uitstek een onteigeningsdoel van algemeen nut.

De onteigening is noodzakelijk om deze doelstelling van algemeen nut te kunnen realiseren.

 

  • De onteigeningsnoodzaak

Overeenkomstig artikel 10, §1, 5° van het Vlaams onteigeningsdecreet, dient het voorlopig onteigeningsbesluit een omschrijving en motivering te geven van de onteigeningsnoodzaak. Daarbij dient op grond van artikel 3, §3 van het Vlaams onteigeningsdecreet meer specifiek te worden ingegaan op (A) de noodzakelijkheid van het doel van de onteigening, (B) de noodzakelijkheid van het betrokken goed en (C) de noodzakelijkheid van de inname voor het bereiken van de gewenste doelstelling van algemeen nut.

 

A.  Noodzakelijkheid van het doel

De publieke doorsteek naar de Caesar Gezellestraat strekt er in de eerste plaats toe een veilige en duurzame verbinding te creëren tussen het binnengebied (site BaMo) en de openbare wegenis (Caesar Gezellestraat en Minister De Taeyelaan).

De afwezigheid van een dergelijke verbinding heeft tot gevolg dat inwoners, schoolgaande kinderen en bezoekers van het publiek park een omweg moeten maken via drukker bereden straten, hetgeen de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid niet ten goede komt.

De realisatie van de doorsteek kadert in het bredere project van de multifunctionele duurzame groenzone en het Masterplan Moorsele, dat beoogt de leefkwaliteit van Moorsele te versterken door in te zetten op een aangename, bereikbare en groene leefomgeving. 

Door de aanleg van de publieke doorsteek wordt voorzien in een betere doorwaadbaarheid van het binnengebied, een veilige verbinding voor voetgangers en fietsers, en een verhoging van de belevings- en landschappelijke waarde.

Het doel van de onteigening is derhalve noodzakelijk.

 

B.  Noodzakelijkheid van het betrokken goed

De te onteigenen gronden (nl. loten 2, 3 en 4 op het onteigeningsplan BF.K.092.26) zijn van essentieel belang voor het bereiken van het vooropgestelde doel van algemeen nut.

De te onteigenen gronden vormen fysiek de enige mogelijke verbinding tussen de site BaMo en de Caesar Gezellestraat. Bij het ontbreken van deze gronden kan geen doorlopende publieke doorsteek aangelegd worden, met als gevolg dat de verbinding tussen het binnengebied en de openbare wegenis niet gerealiseerd kan worden. 

Er is geen alternatief tracé mogelijk voor de realisatie van de doorsteek. De ligging van de percelen ten opzichte van de site BaMo enerzijds en de Caesar Gezellestraat anderzijds maakt dat uitsluitend via deze grondstrook een verbinding tot stand kan worden gebracht.

Bij uitblijven van enige minnelijke regeling, is de onteigening van de te onteigenen gronden dan ook noodzakelijk om de vooropgestelde doelstelling van algemeen nut te kunnen bereiken.

 

C.  Noodzakelijkheid van de inname

De grondstrook is onontbeerlijk voor de aanleg van het pad. Het onteigeningsplan bevat slechts die percelen en oppervlakten die strikt noodzakelijk zijn voor de aanleg van de publieke doorsteek conform het rooilijnplan.

Tot op heden kon lot 1 (perceel nr. 994/2P) minnelijk verworven worden. Ondanks herhaalde pogingen daartoe konden de loten 2, 3 en 4 niet minnelijk aangekocht worden.

Aangezien geen minnelijke verwerving van de grondstrook bereikt kon worden en geen enkel ander alternatief beschikbaar is dan het gebruik van het onteigeningsinstrument, is een inname van de betrokken goederen noodzakelijk.

 

  • De minnelijke onderhandelingstermijn

Overeenkomstig artikel 10, §1, 6° van het Vlaams onteigeningsdecreet, dient het voorlopig onteigeningsbesluit een minnelijke onderhandelingstermijn te bevatten. Dit betreft de geraamde termijn van maximaal één jaar waarbinnen de onderhandelingsplicht van toepassing is.

Concreet wordt voor voorliggend onteigeningsinitiatief de minnelijke onderhandelingstermijn vastgesteld op 4 maanden. Dit om reden dat de resterende innames (loten 2, 3 en 4) allen in eigendom toebehoren aan één en dezelfde eigenaar.

Ook werden eerder al herhaalde pogingen ondernomen om deze perceeldelen te verwerven, zodat een langere onderhandelingstermijn niet noodzakelijk wordt bevonden. 

De eigenaar zal in kennis gesteld worden van deze onderhandelingstermijn, waarna deze een aanvang neemt.

Meerjarenplan en budget

Voor het gemeentebestuur zijn er in eerste instantie enkele operationele kosten te verwachten, zoals publicatie van een bericht in het Belgisch Staatsblad, etc. evenals de kosten voor de uiteindelijke verwerving/onteigening van de in te nemen gronden. Hiervoor dient verwezen te worden naar het gedetailleerde schattingsverslag opgesteld door landmeter-expert Barbara Callens (LAN 111480), Bureau Callens bv (dossier S24405, opgemaakt te Kortrijk op 25 november 2024).

De totale onteigeningsvergoeding voor loten 2, 3 en 4 werd geraamd op:

  • Lot 2 (perceel nr. 996b, in te nemen oppervlakte 26 m² à 50 euro/m²): 1 300 euro
  • Lot 3 (perceel nr. 998c, in te nemen oppervlakte 17 m² à 50 euro/m²): 850 euro;
  • Lot 4 (perceel nr. 997d, in te nemen oppervlakte 12 m² à 50 euro/m²): 600 euro.

Totale geraamde onteigeningsvergoeding: 2 750 euro.

De onteigeningsvergoeding wordt aangerekend op rekening PB4-ACT47/0680-00/220007/GEMEENTE/CBS/IP-4 van het investeringskrediet.

Vorige beslissingen
  • Beslissing van de gemeenteraad van 7 mei 2026: aankoop grond (lot 1) ter hoogte van Caesar Gezellestraat 31.
  • Beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 4 februari 2026: omgevingsvergunning OMV_2025144583.
  • Beslissing van de gemeenteraad van 11 december 2025: samenwerkingsovereenkomst betreffende realisatie multifunctionele duurzame groenzone op site BaMo en aangrenzende publieke ruimte te Moorsele.
  • Beslissing van de gemeenteraad van 13 april 2018: RUP Moorsele kern: definitieve vaststelling.
Hogere regelgeving
  • Gecoördineerde grondwet, in het bijzonder artikel 16.
  • Decreet lokaal bestuur, in het bijzonder de artikelen 2, 40 en 41, 2de lid, 9°.
  • Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
  • Decreet van 24 februari 2017 betreffende de onteigening voor het algemeen nut (Vlaams onteigeningsdecreet).
  • Besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 2017 tot uitvoering van het Vlaams onteigeningsdecreet van 24 februari 2017.
Publieke stemming
Aanwezig: Michaël Picquart, Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Eva Parmentier, Dennis Bels, Ayrton Buyse, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch, Nico Dupont, Kurt Parmentier
Voorstanders: Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Hendrik Vanhaverbeke, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw, Filip Daem, Sofie Mol, Bas Surmont, Heidi Craeynest, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Viktor Maes, Michaël Picquart, Eva Parmentier, Ayrton Buyse, Stefaan Leon
Onthouders: Dennis Bels, Virginie Vermeersch, Nico Dupont
Resultaat: Met 28 stemmen voor, 3 onthoudingen
Beslissing

Artikel 1

Het ontwerp van gemeentelijk rooilijnplan ‘Caesar Gezellestraat’ van 19 maart 2026 met het plannummer BF.K.093.26, opgemaakt door Bureau Callens bv (landmeter-expert Barbara Callens, LAN 111480), wordt voorlopig vastgesteld.

Artikel 2

De gemeenteraad stelt bij deze het voorlopig onteigeningsbesluit vast, met als bijlagen het onteigeningsplan en de projectnota. Het onteigeningsplan ‘Caesar Gezellestraat’ van 19 maart 2026 met het plannummer BF.K.092.26, opgemaakt door Bureau Callens bv (landmeter-expert Barbara Callens, LAN 111480), samen met de projectnota, worden voorlopig vastgesteld.

Artikel 3

Het voorlopig vastgestelde rooilijnplan en het voorlopige onteigeningsbesluit zullen, samen met het voorlopig goedgekeurde onteigeningsplan en de voorlopig goedgekeurde projectnota, het voorwerp uitmaken van een openbaar onderzoek van 30 dagen en zullen ter inzage worden gelegd in het gemeentehuis, conform het decreet van 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut en het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.

Artikel 4

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de organisatie van het openbaar onderzoek en het voorafgaandelijk verwittigen van de eigenaar van de in het onteigenings- en rooilijnplan betrokken percelen.

Artikel 5

Na het openbaar onderzoek wordt het dossier voor definitieve vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd.

Artikel 6

Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast om op basis van het schattingsverslag van 25 november 2024, opgemaakt door landmeter-expert Barbara Callens (LAN 111480), Bureau Callens bv (dossier S24405), een minnelijk aanbod te doen aan de eigenaar, en desgevallend onteigeningsonderhandelingen te voeren met de eigenaar van de in het onteigeningsplan opgenomen percelen, met het oog op de minnelijke verwerving van de vereiste innemingen, dit binnen de minnelijke onderhandelingstermijn van 4 maanden, die ter kennis wordt gebracht aan de eigenaar.