Het subsidiereglement voor sportverenigingen wordt hervastgesteld.
De gemeenteraad keurde op 12 juni 2020 het subsidiereglement sportverenigingen goed. In dit reglement werden de bepalingen opgenomen voor de toekenning van subsidies aan sportverenigingen.
In de beleidsnota bij het meerjarenplan 2020-2025 werd het voornemen opgenomen om de toekenning van reguliere werkingssubsidies aan verenigingen sterk te vereenvoudigen zodat de administratieve last voor de verenigingen beperkt wordt. In het subsidiereglement werd omwille van deze vereenvoudiging voor de werkingssubsidies gewerkt met een gemiddeld bedrag op basis van drie voorgaande werkingsjaren (2017, 2018 en 2019). Dit bedrag werd jaarlijks geïndexeerd. De berekende werkingssubsidies waren geldig tot en met 2025.
In de beleidsnota van het meerjarenplan 2026-2031 werd volgende doelstelling opgenomen; 'We ondersteunen de vrijwilligers die actief zijn in de socioculturele en sportverenigingen structureel in hun werking'.
Toepassing principes subsidiereglementen Vrije Tijd
De verschillende subsidiereglementen werden naast elkaar gelegd in functie van gelijke voorwaarden en toepassingsmodaliteiten om zo meer transparantie te creëren, in het bijzonder de subsidievoorwaarden onder artikel 4.
Volgende principes worden toegepast in de verschillende subsidiereglementen:
Er wordt voorgesteld om het basisbedrag opnieuw te berekenen. Dit bedrag was gebaseerd op de gemiddelde bedragen van 2017 tot en met 2019 (de jaren voor corona). Het is aangewezen de nieuwe situatie van de verenigingen in kaart te brengen (nulmeting) en te nemen als basis voor de nieuwe werkingssubsidie.
Deze modaliteit werd toegevoegd. Er was geen bepaling opgenomen voor al dan niet toekenning van subsidies in het jaar van de ontbinding van een vereniging. Dit komt in de praktijk regelmatig voor maar het is op heden onduidelijk hoe de ondersteuning berekend wordt in het laatste jaar van de werking.
De verschillende bedragen, opgenomen in de reglementen, werden geïndexeerd op basis van de indexatievoorwaarden in het huidige reglement. Zowel de minimale subsidies, de eenheidsprijzen als de maximale bedragen werden aangepast na indexatie in de nieuwe reglementen.
De modaliteiten bij fusie van verenigingen werden opgenomen in alle reglementen. Tot op heden was er enkel een beperkte fusieregeling in het reglement sport. Er is ook een beperking in tijd voorgesteld: na de fusie wordt de vereniging maximaal 3 werkingsjaren ondersteund met een verhoogde subsidie waarbij de keuze wordt gelaten tussen twee mogelijke fusieregelingen. Dit omdat een herberekening meestal enkel een meerwaarde zal zijn bij twee min of meer evenwaardige verenigingen en de 50% regeling eerder zinvol zal zijn bij een kleine vereniging die fuseert met een grotere vereniging.
Er wordt voorgesteld geen einddatum op te nemen voor de subsidiereglementen. Weliswaar is het niet de bedoeling om de nieuw berekende bedragen oneindig te laten doorlopen. Er is in de verschillende reglementen duidelijk opgenomen dat het college van burgemeester en schepenen te allen tijde een herberekening kan vragen (een nieuwe nulmeting) of aangepaste subsidiereglementen kunnen uiteraard ook gelijk wanneer terug worden voorgelegd aan de gemeenteraad.
Aanpassingen subsidiereglement sport
Tijdens de voorbije legislatuur werden vragen en opmerkingen vanuit verenigingen genoteerd in functie van mogelijke aanpassingen in het nieuwe subsidiereglement. Daarbij zijn ook de ervaringen in de verwerking van de aanvragen door de sportdienst meegenomen in de aanpassingen van het nieuwe subsidiereglement.
1. Voorwaarde
De voorwaarde - minstens de helft van de activiteiten op grondgebied Wevelgem organiseren of minstens de helft van de leden is gedomicilieerd in Wevelgem (of geregistreerd gedeeld verblijf) - sluit enkele bestaande en mogelijke verenigingen uit.
Een wielerclub die niet de helft Wevelgemse leden heeft, kan geen werkingssubsidie aanvragen omdat de activiteit niet op grondgebied van Wevelgem kan doorgaan. Dit zou ook zo zijn voor Wevelgemse verenigingen die hun sport beoefenen buiten Wevelgem, omdat er in Wevelgem geen accommodatie aanwezig is, bijvoorbeeld padel, muurklimmen, squash,...
Er wordt voorgesteld om een voorwaarde toe te voegen: uitgezonderd indien de sportdiscipline het niet toelaat op het grondgebied Wevelgem de sport te beoefenen.
2. Subsidie voor G-sport
Momenteel is een subsidie voorzien voor tafeltennisclub Gullegem voor de G-sportwerking. Er zijn ondertussen ook clubs met een G-sportwerking bijgekomen de voorbije jaren. Zo is er bij voetbalclub FC Gullegem een volledige G-damesvoetbalploeg in de werking.
Er wordt voorgesteld om de G-sportwerking te valoriseren binnen de werkingssubsidies. Hiervoor wordt een verhoging van het plafond toegekend met een maximum van 300 punten, wat overeenkomt met 900 euro (3 euro per punt) subsidie indien de vereniging voldoet aan alle voorwaarden voor een gestructureerde G-sportwerking (cumulatief):
3. Jeugdsportcoördinatoren
De clubs werken tegenwoordig met meerdere coördinatoren. Het voorziene budget voor deze subsidie werd bij overschrijding procentueel herverdeeld. Die overschrijding heeft meer impact op alle clubs en kan het gevolg zijn van meerdere coördinatoren voor één club. Er wordt daarom voorgesteld om de subsidie voor jeugdsportcoördinatoren te beperken tot één coördinator per sportclub.
4. Subsidie voor bijscholing van jeugdsportbegeleiders
Dit komt voort uit de vroegere impulssubsidies. Het subsidiebedrag is beperkt tot 3 500 euro.
Bijscholingen zijn inherent aan inspanningen voor trainers. De bedragen zijn vaak klein en moeilijk te verifiëren. Veel clubs doen hier dan ook geen inspanning voor.
Het doel van deze subsidie is het tekort aan trainers ondersteunen. Er wordt dan ook voorgesteld om de drempel voor nieuwe trainers om een diploma te behalen te verlagen. Enkel de basisdiploma's komen nog in aanmerking voor subsidiëring.
Er wordt voorgesteld om het nieuwe subsidiereglement voor sportverenigingen te laten ingaan vanaf 1 januari 2026 en voor het eerst toe te passen voor de berekening van de subsidies sport in 2026.
Het bestuur van de sportraad gaf positief advies op 8 juni 2026.
PB2-ACT26: We ondersteunen de vrijwilligers die actief zijn in de socioculturele en sportverenigingen structureel in hun werking.
De uitgave wordt aangerekend op rekening PB2-ACT26/0740-00/649772 van het exploitatiekrediet.
Het subsidiereglement voor sportverenigingen wordt hervastgesteld als volgt:
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Doel van het reglement
Het gemeentebestuur wil binnen de sport lokale verenigingen ondersteunen die een bijdrage leveren tot sportbeoefening van de bevolking door het opzetten van een kwaliteitsvolle basis- en jeugdsportwerking.
Artikel 2 Kader
Er worden subsidies verleend aan sportverenigingen volgens de bepalingen van dit reglement. Hiervoor worden ramingen opgenomen in het meerjarenplan, die terug te vinden zijn in de documentatie bij het meerjarenplan. De subsidies bestaan uit een werkingssubsidie, een subsidie voor bijscholingen voor jeugdsportbegeleiders/-coördinatoren en een subsidie voor gediplomeerde jeugdsportbegeleiders/-coördinatoren.
Artikel 3 Definities
1° Jeugdsport: sportparticipatie van kinderen en jongeren die nog geen 18 jaar zijn op 1 januari van het werkjaar waarin het dossier ingediend moet worden.
2° Jeugdsportbegeleider: een sporttechnische begeleider voor jeugdsport actief in een erkende sportvereniging.
3° Jeugdsportcoördinator: een sportgekwalificeerde jeugdsportbegeleider die het jeugdsportbeleid in de erkende sportvereniging coördineert op het sporttechnische, beleidsmatige en organisatorische vlak.
4° Gediplomeerde trainer: een trainer die in het bezit is van een diploma van de opleidingsniveaus 0 tot en met 4, waarvan niveau 0 overeenstemt met het diploma aspirant-initiator en niveaus 1 tot en met 4 terug te vinden zijn in de assimilatietabel van de Vlaamse Trainersschool (VTS).
5° Volwassenentraining: trainingen van ploegen in volwassenencompetitie (+ beloften + reserves).
6° Jeugdtraining: trainingen van ploegen in jeugdcompetities of van jongeren die nog geen 18 jaar zijn (op 1 januari van het werkjaar waarin het dossier ingediend moet worden) die niet in competitieverband sporten.
7° Competitie: organisatie van wedstrijden van de betreffende sporttak, georganiseerd door de sportfederatie waarbij de betreffende sportvereniging is aangesloten.
8° Gestructureerde jeugdwerking (cumulatief):
• De jeugdwerking moet gedurende het volledige seizoen (minstens 6 maanden) doorgaan en minstens 2-wekelijks. Het mag dus met andere woorden niet beperkt blijven tot bv. een éénmalige lessenreeks.
• De jeugdwerking bestaat uit verschillende niveaus of leeftijdscategorieën.
• De jeugdwerking mag geen deel zijn van een volwassenentraining.
9° Sportinfrastructuur: de infrastructuur, nodig tijdens de actieve sporttijd van de sportvereniging voor het uitvoeren van de sport-specifieke activiteiten van de betreffende sportvereniging.
10° G-sportwerking: een specifieke werking voor G-sport die structureel is binnen de clubwerking. De nodige structuur en ondersteuning voor de G-sportwerking kan worden aangetoond met een jaarverslag van de werking.
Artikel 4 Subsidievoorwaarden
§1. Om voor subsidiëring in aanmerking te komen, moeten de betrokken sportverenigingen voldoen aan volgende criteria:
1° opgericht zijn door een particulier initiatief als feitelijke vereniging of als vzw. De werking van de sportvereniging is niet op dergelijke wijze georganiseerd dat zij als feitelijke primaire of secundaire doelstelling winsten of baten genereert voor haarzelf of (één van) haar bestuurders of verantwoordelijken. Het college van burgemeester en schepenen kan alle middelen aanwenden die zij nodig acht om na te gaan of aan deze voorwaarden voldaan wordt. Desgevallend is het aan de sportvereniging om het tegendeel aan te tonen;
2° geleid worden door een bestuurscomité voor een feitelijke vereniging of algemene vergadering en bestuursorgaan voor een vzw waarvan minstens de helft van de bestuursleden gedomicilieerd is of geregistreerd gedeeld verblijf heeft in Wevelgem;
3° een autonome en regelmatige werking ontwikkelen met een eigen bestuur, een aparte boekhouding voeren, haar secretariaat of maatschappelijke zetel te Wevelgem hebben;
4° minstens de helft van haar activiteiten op het grondgebied Wevelgem organiseren (uitgezonderd indien de sportdiscipline het niet toelaat op het grondgebied Wevelgem de sport te beoefenen) of minstens de helft van haar leden gedomicilieerd is of geregistreerd gedeeld verblijf heeft in Wevelgem;
5° aangesloten zijn bij een erkende Vlaamse sportfederatie of regelmatig sportactiviteiten inrichten, minstens 4 voor de eigen leden of minstens 1 voor het ruime publiek;
6° beschikken over een rekeningnummer op naam van de sportvereniging waarop de subsidie zal gestort worden;
7° de sportvereniging kan voor hetzelfde doel geen werkingssubsidie(s) ontvangen via andere gemeenten;
8° de werking hebben opgestart ten laatste op 1 september van het werkjaar (x-1) ten opzichte van het jaar van indienen van de aanvraag (x);
9° de sportvereniging is een open vereniging: iedereen kan lid worden op voorwaarde dat het lid de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigt;
10° de sportvereniging werkt met aangesloten leden waarvoor een werking inzake sportbeoefening wordt ontwikkeld. De sportvereniging kan daarnaast ook activiteiten ontwikkelen voor niet-aangesloten leden.
§2. De sportvereniging die een subsidie aanvraagt en/of ontvangt met toepassing van dit reglement kan geen aanvraag meer indienen binnen volgende subsidiereglementen:
- sociaal-cultureel werk
- lokaal jeugdwerk
- lokale organisaties voor amateurkunsten
- mondiaal burgerschap en mondiale samenwerking.
Artikel 5 Onderscheid binnen de sportverenigingen
Er worden twee verschillende categorieën van sportverenigingen onderscheiden:
• sportverenigingen binnen categorie 1 hebben een gestructureerde jeugdwerking
• sportverenigingen binnen categorie 2 hebben geen gestructureerde jeugdwerking.
Het college van burgemeester en schepenen beslist in welke categorie een sportvereniging wordt ingedeeld.
Artikel 6 Subsidieaanvraag
§1. Verenigingen moeten jaarlijks een aanvraag tot subsidie invullen. Het document is beschikbaar op de website van de gemeente en moet volledig ingevuld terugbezorgd worden aan het gemeentebestuur telkens voor 1 april van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x). Voor 2026 dient de aanvraag uiterlijk op 15 september 2026 ingediend te worden.
§2. Een sportvereniging kan een herberekening aanvragen volgens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2. Dit kan ten vroegste in 2028 en slechts om de twee jaar. Een vereniging die voor het eerst een subsidie werd toegekend, kan in het daaropvolgende jaar een herberekening aanvragen, en daarna ten vroegste om de twee jaar. De vereniging die een herberekening wenst, laat dit schriftelijk weten aan het gemeentebestuur voor 1 mei van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x).
§3. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds bijkomende informatie opvragen die noodzakelijk is voor onderzoek van de aanvraag en nagaan of er (nog) voldaan wordt aan de voorwaarden zoals vastgelegd in artikel 4 en/of eventueel beslissen tot een herberekening volgens de bepalingen opgenomen in hoofdstuk 2.
Artikel 7 Stopzetting vereniging
Wanneer een vereniging haar werking stopzet, moet de einddatum van de werking meegedeeld worden aan het gemeentebestuur. De vereniging kan nog een subsidie toegekend krijgen voor het jaar waarin haar werking stopgezet werd.
Dit subsidiebedrag wordt pro rata berekend per volledige maand werking.
HOOFDSTUK 2. (Her)berekening werkingssubsidies
Artikel 8 Berekening werkingssubsidie
§1. De berekening van de subsidie gebeurt volgens de bepalingen in artikel 9 of 10 afhankelijk van de categorie waartoe een sportvereniging behoort. Het subsidiebedrag is in ieder geval minimaal 315 euro. Het bekomen subsidiebedrag blijft behouden voor de daaropvolgende kalenderjaren tot eventuele herberekening of hervaststelling van het reglement. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de consumptieprijsindex volgens de formule onder artikel 11.
§2. Als referentieperiode voor de berekening van de werkingssubsidie in het werkjaar (x) geldt de periode van 1 augustus (x-1) tot 15 juni (x).
§3. Het college van burgemeester en schepenen kan steeds bijkomende informatie opvragen die noodzakelijk is voor onderzoek van een aanvraag of voor een herberekening.
Artikel 9 Berekening en toekenning subsidies voor sportverenigingen met een gestructureerde jeugdwerking (= categorie 1)
§1. De subsidie voor een sportvereniging uit de categorie 1 is de optelling van de bedragen bekomen voor ledenaantal en trainingsuren/competitie.
1° Subsidie voor ledenaantal.
De subsidie wordt bekomen door het aantal bekomen punten te vermenigvuldigen met 3 euro.
Puntenwaarde per aangesloten lid op datum van 1 april (occasionele deelnemers aan activiteiten (sportstages, kampen, initiaties, …) worden niet als leden beschouwd)
o beneden 18 jaar: aantal x 2 punten
o vanaf 18 jaar: aantal x 1 punt
o Het ledenaantal wordt aangetoond door aansluitingslijsten afkomstig van een Vlaamse erkende sportfederatie of indien de sportvereniging niet is aangesloten bij een Vlaamse erkende sportfederatie door een lijst of attest afgeleverd door de verzekeringsinstantie of, indien dit niet mogelijk blijkt, door inzage van de ledenlijst door de sportdienst.
Indien geen 50% van de leden gedomicilieerd zijn of geregistreerd gedeeld verblijf hebben in Wevelgem, worden de bekomen punten voor dit onderdeel gehalveerd voor deze vereniging.
Een sportvereniging kan maximaal 500 punten bekomen binnen de subsidie, gebaseerd op ledenaantal.
2° Subsidie voor trainingsuren en competitie
De subsidie wordt bekomen door de samengetelde punten, bekomen in onderstaande onderdelen, te vermenigvuldigen met 3 euro.
• Aantal uren jeugdtraining onder leiding van een gediplomeerde trainer.
o Aantal x 6 punten
o Opgave van trainingsschema met vermelding naam van gediplomeerde trainer en kopie diploma (voor zover niet beschikbaar op de sportdienst).
• Aantal uren volwassenentraining onder leiding van een gediplomeerde trainer.
o Aantal x 3,5 punten
o Opgave van trainingsschema met vermelding naam van gediplomeerde trainer en kopie diploma (voor zover niet beschikbaar op de sportdienst).
• Aantal uren jeugd- of volwassenentraining onder leiding van niet-gediplomeerde trainer.
o Aantal x 1,5 punten
o Opgave van trainingsschema met vermelding naam van trainer.
• Deelname aan competitie.
o Forfait van 50 punten.
3° Subsidie voor gestructureerde G-sportwerking – cumulatief:
• forfait van 150 punten voor G-sportwerking
• forfait van 50 punten voor het werken met een gediplomeerde G-sport-trainer of een aparte G-sport-jeugd- en volwassenenwerking
• forfait van 50 punten voor een geïntegreerde G-sportwerking (training of competitie)
• forfait van 50 punten voor deelname aan G-sport-competitie.
Een sportvereniging kan maximaal 500 punten bekomen binnen de subsidie, gebaseerd op trainingsuren en competitie.
Het maximum wordt verhoogd met maximum 300 punten indien de vereniging een G-sportwerking heeft.
Artikel 10 Berekening en toekenning subsidies voor sportverenigingen zonder een gestructureerde jeugdwerking (= categorie 2)
§1. De subsidie voor een sportvereniging uit de categorie 2 wordt bekomen door het aantal bekomen punten in onderstaande onderdelen te vermenigvuldigen met 4,82 euro.
1° Ledenaantal: 1 punt per lid met een maximum van 100 punten. Indien geen 50% van de leden gedomicilieerd zijn of geregistreerd gedeeld verblijf hebben in Wevelgem, worden de bekomen punten voor dit onderdeel gehalveerd voor deze vereniging.
2° Huur van gemeentelijke en niet-gemeentelijke sportinfrastructuur gelegen op het grondgebied Wevelgem: 1 punt per 25 euro betaalde huurgelden met een maximum van 200 punten. De huurgelden zijn te bewijzen met facturen of betalingsbewijzen.
§2. Een sportvereniging binnen categorie 2 kan maximaal een subsidie van 1 000 euro bekomen.
Artikel 11 Indexering
De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met toepassing van de consumptieprijsindex volgens de hierna vermelde formule:
Basissubsidie x nieuwe index
basisindex
Waarbij de 'basisindex' de consumptieprijsindex van september 2025 is. De ‘nieuwe index’ is de index van september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de indexatie plaatsvindt (bv. de ‘nieuwe index’ voor de subsidie van 2027 is de consumptieprijsindex van september 2026).
Artikel 12 Fusie van verenigingen
Bij een fusie van verschillende verenigingen heeft de nieuwe vereniging twee keuzes:
1° Herberekening op basis van het eerste werkingsjaar van de nieuwe vereniging, waarbij het plafond van aantal leden wordt verdubbeld; van 500 naar maximum 1 000 punten voor categorie 1 en van 100 naar maximum 200 punten voor categorie 2. Deze werkingssubsidie, berekend op basis van het verhoogde maximum punten, wordt maximaal drie keer toegekend, daarna wordt het plafond weer 500 punten respectievelijk 100 punten en wordt de subsidie berekend conform de algemene regels volgens hoofdstuk 2.
2° De werkingssubsidie toegekend aan de vereniging die de hoogste subsidie kreeg in het laatste jaar dat die vereniging onafhankelijk was. Dit bedrag wordt vermeerderd met 50% en kan maximaal drie keer worden uitbetaald. Daarna dient de fusievereniging een nieuw dossier in te dienen, de werkingssubsidie wordt vanaf dan berekend conform de algemene regels volgens hoofdstuk 2.
HOOFDSTUK 3. Subsidie voor werken met gediplomeerde jeugdsportbegeleiders en/of jeugdsportcoördnatoren
Artikel 13
§1. Een sportvereniging die voldoet aan de voorwaarden in artikel 4, kan een aanvraag tot subsidie voor het werken met gediplomeerde jeugdsportbegeleiders en/of jeugdsportcoördinatoren indienen bij het college van burgemeester en schepenen uiterlijk op 1 april van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x). Voor 2026 is de indiendatum vastgelegd op uiterlijk 15 september 2026.
§2. De berekening gebeurt op basis van gegevens op datum van het indienen van de aanvraag. Voor 2026 gebeurt dit op basis van gegevens van 1 maart 2026.
§3. Volgende subsidies worden voorzien en zijn jaarlijks te indexeren cfr. artikel 11:
1° Werken met gediplomeerde jeugdsportbegeleiders.
Sportverenigingen die werken met gediplomeerde jeugdsportbegeleiders kunnen hiervoor subsidies bekomen in functie van het opleidingsniveau van de gediplomeerde jeugdsportbegeleider (volgens assimilatietabel VTS).
▪ Opleidingsniveau 0 (start to coach): 48,8 euro
▪ Opleidingsniveau 1 (initiator): 87,9 euro
▪ Opleidingsniveau 2a (instructeur): 109,8 euro
▪ Opleidingsniveau 2b (trainer B): 146,4 euro
▪ Opleidingsniveau 3 (trainer A): 195,1 euro
▪ Opleidingsniveau 4 (toptrainer): 244,4 euro.
Vereisten:
Alle gegevens van de jeugdsportbegeleiders dienen bezorgd te worden.
2° Werken met gediplomeerde jeugdsportcoördinatoren.
Sportverenigingen die werken met een gediplomeerde jeugdsportcoördinator kunnen hiervoor subsidies bekomen in functie van het opleidingsniveau van de gediplomeerde jeugdsportcoördinator (volgens assimilatietabel VTS).
▪ Opleidingsniveau 1 (initiator): 268,3 euro
▪ Opleidingsniveau 2a (instructeur): 317,1 euro
▪ Opleidingsniveau 2b (trainer B): 341,5 euro
▪ Opleidingsniveau 3 (trainer A): 390,3 euro
▪ Opleidingsniveau 4 (toptrainer): 439,0 euro.
Er kan maximum 1 jeugdsportcoördinator per sportvereniging opgegeven worden voor subsidies.
Vereisten:
- alle gegevens + functiebeschrijving van de jeugdsportcoördinator en plaats binnen het organogram dienen bezorgd te worden.
- De persoon moet met naam, taak en contactgegevens expliciet vermeld worden in de infobrochure of website (voor zover online) van de sportvereniging.
- Hij/zij moet de coördinatie van meerdere jeugdploegen voor zijn/haar rekening nemen.
3° Indien de opgetelde aanvragen tot subsidie onder dit artikel 13 het totaalbedrag van 28 000 euro overschrijden, dan wordt op de bedragen onder 1° en 2° een procentuele verdeelsleutel toegepast.
HOOFDSTUK 4. Subsidies voor het bijscholen van jeugdsportbegeleiders en/of jeugdsportcoördinatoren
Artikel 14
§1. Een sportvereniging die voldoet aan de voorwaarden in artikel 4, kan een aanvraag tot subsidie voor bijscholingen indienen bij het college van burgemeester en schepenen uiterlijk op 1 april van het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd (jaar x). Voor 2026 is de indiendatum vastgelegd op uiterlijk 15 september 2026.
§2. In aanmerking komen de inschrijvingskosten voor het bekomen van hun jeugdsportbegeleiders of jeugdsportcoördinatoren van een sport-specifiek diploma of attest van de Vlaamse Trainersschool (VTS) of diploma of attest die gelijkgesteld zijn door de VTS in de assimilatietabel. De kosten zijn te bewijzen met factuur of betalingsbewijs en met een diploma, attest, getuigschrift, of deelnamebewijs. De uitreiking van diploma, attest, getuigschrift of deelnamebewijs gebeurde tussen 1 mei (jaar x-1) en 1 april (jaar x).
§3. De subsidie voor inschrijvingskosten voor opleidingen (enkel in functies trainer diploma’s) bedraagt 100% van de inschrijvingskosten voor opleidingsniveaus 0 en 1 (aspirant-initiator en initiator), vanaf opleidingsniveau 2 worden geen subsidies toegekend.
§4. Indien de opgetelde aanvragen tot subsidie onder dit artikel 14 het totaalbedrag van 3 500 euro (niet te indexeren) overschrijden, dan wordt op de bedragen een procentuele verdeelsleutel toegepast.
HOOFDSTUK 5. Slotbepalingen
Artikel 15
§1. Het subsidiereglement voor sportverenigingen zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 12 juni 2020 wordt opgeheven.
§2. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en wordt voor het eerst toegepast voor de berekening van de subsidies sportverenigingen in 2026.
§3. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit reglement.
§4. Alle aanvragen gebeuren op de daartoe voorgeschreven formulieren. Het college van burgemeester en schepenen stelt de nodige formulieren op (digitaal of op papier).
§5. Het geven van onjuiste of onvolledige informatie kan leiden tot terugvordering van een deel van of de volledige subsidie.
§6. Wanneer de subsidie- of herberekeningsaanvragen niet tijdig worden ingediend overeenkomstig de bepalingen van dit subsidiereglement, wordt de subsidie verminderd met 10%. Indien de indiendatum met meer dan één maand wordt overschreden, wordt de aanvraag als onontvankelijk beschouwd.