Keurt het lokaal erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten goed.
Het Vlaams decreet houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (BOA-decreet) geeft het lokaal bestuur de regierol om samen met alle lokale spelers een geïntegreerd aanbod aan buitenschoolse opvang en activiteiten te ontwikkelen. Dit houdt in dat kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen krijgen, ouders werk, opleiding en gezin vlot kunnen combineren en dat het aanbod voor alle kinderen toegankelijk en betaalbaar is.
In het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers en het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (nog niet goedgekeurd op datum van 13 november 2025) creëerde de Vlaamse overheid het lokaal erkenningskader als instrument voor gemeenten om lokale opvanginitiatieven te erkennen. Het kader bepaalt de visie en de voorwaarden om erkend te kunnen worden als lokaal opvanginitiatief.
In de regio Zuid-West-Vlaanderen werd gekozen om samen een basis erkenningskader op te stellen, een uniforme (regionale) basis voor elke stad en gemeente om zo de samenwerking over de grenzen heen te versterken. Dit basis erkenningskader werd verder lokaal afgewerkt en wordt nu ter goedkeuring voorgelegd.
Dit erkenningskader kan worden aangevuld met (een) subsidiereglement(en) of overeenkomst(en) om de lokaal erkende opvanginitiatieven te ondersteunen met financiële middelen.
De handhavingsprocedure, aanvullend bij dit erkenningskader, wordt later uitgewerkt.
Klachten over het erkend aanbod zal via de gemeentelijke klachtenprocedure worden behandeld (cfr. beslissing van de gemeenteraad van 14 juni 2019).
Op 12 november 2025 werden door de fractie VLAAMS BELANG 3 amendementen op dit punt ingediend, cfr. artikel 18, §1 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad.
Conform artikel 18, §2 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad worden de amendementen vóór de hoofdvraag ter stemming gelegd.
Artikel 1
Neemt kennis van het amendement nr. 1 van de fractie VLAAMS BELANG.
Beslist met 19 stemmen tegen (Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw,
Sofie Mol, Bas Surmont, Charlotte Bonte, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Viktor Maes, Michaël Picquart, Eva Parmentier),
10 ja-stemmen (Hendrik Vanhaverbeke, Filip Daem, Heidi Craeynest, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Yves Goddeeris, Luc Vanderhaeghe, Dennis Bels, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch)
Het amendement wordt niet goedgekeurd.
Artikel 2
Neemt kennis van het amendement nr. 2 van de fractie VLAAMS BELANG.
Beslist met 22 stemmen tegen (Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw,
Sofie Mol, Bas Surmont, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Yves Goddeeris, Viktor Maes, Michaël Picquart, Eva Parmentier),
7 ja-stemmen (Hendrik Vanhaverbeke, Filip Daem, Heidi Craeynest, Luc Vanderhaeghe, Dennis Bels, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch)
Het amendement wordt niet goedgekeurd.
Artikel 3
Neemt kennis van het amendement nr. 2 van de fractie VLAAMS BELANG.
Beslist met 22 stemmen tegen (Luc Defraye, Jan Seynhaeve, Mathieu Desmet, Geert Breughe, Lobke Maes, Stijn Tant, Marie De Clerck, Hendrik Libeer, Kevin Defieuw,
Sofie Mol, Bas Surmont, Charlotte Bonte, Elyn Stragier, Vicky Claeys, Jelle Stragier, Inge Goemaere, Jessica Corty, Liese Vandoorne, Yves Goddeeris, Viktor Maes, Michaël Picquart, Eva Parmentier),
7 ja-stemmen (Hendrik Vanhaverbeke, Filip Daem, Heidi Craeynest, Luc Vanderhaeghe, Dennis Bels, Stefaan Leon, Virginie Vermeersch)
Het amendement wordt niet goedgekeurd.
* * *
Artikel 4
Keurt het lokaal erkenningskader voor buitenschoolse opvang en activiteiten goed, en dit onder voorbehoud van inwerkingtreding van de wijzigingsbepalingen van het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten zoals opgenomen in het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers en het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten, als volgt:
1. Inleidend
Het Vlaams decreet BOA of 'Buitenschoolse Opvang en Activiteiten' geeft het lokaal bestuur de regierol om samen met alle lokale spelers een geïntegreerd aanbod aan buitenschoolse opvang en activiteiten te ontwikkelen. Dit houdt in dat kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen krijgen, ouders werk, opleiding en gezin vlot kunnen combineren en dat het aanbod voor alle kinderen toegankelijk en betaalbaar is.
In het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers en het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (nog niet goedgekeurd op datum van 13 november 2025) creëerde de Vlaamse overheid het lokaal erkenningskader als instrument voor gemeenten om lokale opvanginitiatieven te erkennen. Het kader bepaalt de visie en de voorwaarden om erkend te kunnen worden als lokaal opvanginitiatief.
Dit erkenningskader kan worden aangevuld met (een) subsidiereglement(en) of overeenkomst(en) om de lokaal erkende opvanginitiatieven te ondersteunen met financiële middelen.
2. De 3 doelen van het erkenningskader
Het erkenningskader heeft 3 doelen:
3. Kwaliteit
Doorheen dit erkenningskader gebruiken we volgende uitgangspunten als rode draad om kwaliteit te bekijken:
4. Toepassingsgebied
Onder het toepassingsgebied van het erkenningskader vallen opvanginitiatieven die actief zijn op het grondgebied van Wevelgem die voor- en naschoolse opvang aanbieden aan schoolgaande kinderen tot en met het zesde leerjaar, buiten de vakantieperiodes en/of die opvang aanbieden binnen de vakantieperiodes aan schoolgaande kinderen tot en met het zesde leerjaar. Bij opvang in de vakantieperiode is vereist dat er minstens één periode dagelijkse opvang moet georganiseerd worden gedurende minstens 4 opeenvolgende weken (weekenddagen en wettelijke verlofdagen niet meegerekend).
5. Erkenningsvoorwaarden
Om op de erkenning aanspraak te maken moet het initiatief aan alle voorwaarden voldoen van de zes domeinen.
DOMEIN 1: VISIE EN ORGANISATIE
De organisator onderschrijft de BOA-visie van het lokale bestuur waarbij erkenning wordt aangevraagd.
De organisator voert een duurzaam financieel beleid en heeft rechtspersoonlijkheid.
De organisator beschikt over de integriteit en het beleidsvoerend vermogen om kwaliteitsvolle en duurzame opvang te realiseren, en draagt dat uit in de volledige werking,
1° Beleidsvoerend vermogen: de mate waarin de organisator in staat is om een zelfstandig beleid te voeren, rekening houdend met de beschikbare beleidsruimte, met de eigen doelstellingen en met de lokale context, en de mate waarin de activiteiten van de verantwoordelijke en van de medewerkers op elkaar zijn afgestemd in functie van het bijdragen aan de ontplooiing van kinderen. Het gaat daarbij om:
2° Integriteit: de geldende normen en waarden naleven, minstens in de omgang met gezinnen, kinderen en medewerkers, met specifieke aandacht voor de positieve omgang met diversiteit en het voorkomen van en gepast reageren op discriminatie en grensoverschrijdend gedrag.
DOMEIN 2: PEDAGOGISCH BELEID
De organisator creëert rijke en gevarieerde speelmogelijkheden en ontplooiingskansen in een sfeer van vrije tijd.
Er wordt rekening gehouden met de interesses en leefwereld van de kinderen binnen het geheel van het aanbod.
De voertaal in het opvanginitiatief is Nederlands. Daarbij is er aandacht voor klare taal in de communicatie met ouders. Taalontwikkeling wordt gestimuleerd bij de kinderen.
De organisator zorgt ervoor dat de begeleiders kwaliteitsvolle interacties aangaan met de kinderen. Die interacties voldoen aan de volgende voorwaarden:
De organisator voorziet voldoende begeleiders voor het aantal kinderen aanwezig om de veiligheid en speelmogelijkheden te garanderen en rekening houdende met de zorgnoden.
De organisator biedt een veilige en gezonde omgeving aan die aan de volgende voorwaarden voldoet:
DOMEIN 3: MEDEWERKERSBELEID
De organisator realiseert een medewerkersbeleid met aandacht voor het zorgzaam omgaan met alle medewerkers, het creëren van betrokkenheid binnen het geheel van de organisatie, alsook erkenning en waardering van de medewerkers.
De organisator ondersteunt alle medewerkers en zet initiatieven op om hun competenties te versterken.
De organisator beschikt over een duidelijk aanspreekpunt per locatie.
De begeleiders voldoen aan de volgende voorwaarden:
a) het aanbieden van zorg en speelmogelijkheden met het oog op de brede ontplooiing van het kind;
b) het samenwerken met ouders en hen erkennen als eerste opvoeder;
c) het samenwerken met collega’s en andere lokale partners;
e) het positief omgaan met diversiteit;
f) het reflecteren over en verbeteren van de werking;
g) hebben voldoende, actieve kennis van het Nederlands om in interactie te gaan met kinderen en ouders.
I) beschikken over een kindfocus waarbij ze warm omgaan met elk kind en de belangen van kinderen voorop zetten.
Competenties worden ondersteund door passend diploma of blijken uit de feedbackverslagen vanuit de organisatie. De organisator beschikt over een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon. De medewerkers zijn in het bezit van een recent uittreksel uit het strafregister model 596.2, de organisator moet dit controleren.
De organisator en medewerkers moeten vernoemd uittreksel uit het strafregister op aanvraag kunnen voorleggen.
DOMEIN 4: TOEGANKELIJKHEID
De organisator voert een transparant prijsbeleid en werkt aan de uitwerking van een beleid rond sociale tarieven.
De organisator heeft bijzondere aandacht voor kleuters.
De organisator heeft bijzondere aandacht voor gezinnen in kwetsbare situaties en kinderen met een specifieke zorgbehoefte.
De organisator maakt het opvangaanbod bekend aan gezinnen en het lokaal bestuur.
De organisator zorgt ervoor dat de concrete praktische informatie en de afspraken actueel, bekend en in klare taal zijn.
DOMEIN 5: EXTERNE RELATIES
De organisator zet in op samenwerking met relevante partners.
De organisator is verbonden met partners en werkt mee aan verbondenheid met de gezinnen, de ruimere buurt en de school.
DOMEIN 6: MONITORING EN EVALUATIE
De organisator laat de werking door de kinderen en gezinnen om de 2 jaar evalueren. Een evaluatie door de medewerkers gebeurt jaarlijks. De resultaten worden aangewend om de werking voortdurend te verbeteren. De organisator staat ook open om mee te werken aan (inter-)gemeentelijke bevragingen.
De organisator meldt elke schending van de fysieke of psychische integriteit van een kind of van een medewerker onmiddellijk aan de bevoegde instanties en het lokaal bestuur.
De organisator voorziet in een procedure om mondelinge en schriftelijke klachten te behandelen. Die procedure wordt schriftelijk afgehandeld. De organisator brengt de gebruikers op de hoogte van de voormelde procedure.
6. Aanvraagprocedure
Een erkenning aanvragen kan per erkenningsperiode via het voorziene formulier dat beschikbaar zal zijn op de website van het lokaal bestuur. Als een aanvraag wordt geweigerd, kan dezelfde organisator pas een nieuwe aanvraag indienen bij de volgende erkenningsperiode. Een erkenning wordt toegekend, voorwaardelijk toegekend of geweigerd door het college van burgemeester en schepenen.
7. Handhaving
De handhaving van het lokaal erkenningskader is een opdracht van het lokaal bestuur.
De organisator dient jaarlijks via een sjabloon een verslag in als verantwoording.
Inspectie
- Het lokaal bestuur stelt een inspecteur aan.
- De organisator kan minstens éénmaal per erkenningsperiode gecontroleerd worden op de voorwaarden door middel van een inspectiebezoek. Een onaangekondigd inspectiebezoek is te allen tijde mogelijk, ook naar aanleiding van een klacht.
- De inspecteur komt ter plaatse en gaat in gesprek met de verantwoordelijke en begeleiders.
- De inspecteur houdt bij de beoordeling ook rekening met de resultaten van de bevragingen van de kinderen en ouders.
- De inspecteur maakt van het bezoek een verslag met aanbevelingen en/of tekorten.
Evaluatie
Als wordt vastgesteld dat de organisator onvoldoende aan de slag is gegaan met de aanbevelingen en/of tekorten, volgt er een evaluatiegesprek waarbij een medewerker van het lokaal bestuur aansluit. Een negatieve evaluatie kan leiden tot verlies van de erkenning na een beslissing van het college van burgemeester en schepenen. Verlies van de erkenning, tijdelijke of definitieve sluiting van de locatie of andere interventies kunnen op elk moment bij dringende noodzakelijkheid waarbij de veiligheid en gezondheid van kinderen in gevaar is.
Voorbeeldlijst van dringende noodzakelijkheid:
- Onverklaarbare letsels bij kinderen
- Ernstig grensoverschrijdend gedrag
- Gebouw met zware veiligheidsrisico’s
- …
8. Duur van de erkenning
Dit lokaal erkenningskader treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en is geldig tot en met 31 december van het jaar volgend op de lokale verkiezingen.
Onverminderd de bepalingen omtrent ‘evaluatie’, wordt de erkenning van het lokaal opvanginitiatief verleend voor een periode van 3 jaar lopende van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028, met stilzwijgende verlenging voor een periode van 3 jaar tot en met 31 december van het jaar volgend op de lokale verkiezingen, zijnde 31 december 2031. Wanneer een lokaal opvanginitiatief wordt erkend in de loop van een 3-jarige periode, dan geldt de erkenning nog voor de resterende duur van bedoelde 3-jarige periode (met desgevallend mogelijkheid van stilzwijgende verlenging voor 3 jaar zoals hiervoor bedoeld).
Artikel 5
Klachten over het erkend aanbod zullen via de gemeentelijke klachtenprocedure worden behandeld (cfr. beslissing van de gemeenteraad van 14 juni 2019 en latere wijzigingen).